Uitspraak ECLI:NL:RBMNE:2020:497

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 13-02-2020. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Midden-Nederland op 13-02-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBMNE:2020:497, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 16/257270-18 (P)


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

StrafrechtZittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/257270-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 13 februari 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,
geboren op [1972] te [geboorteplaats] ,wonende te [adres] , [woonplaats] .

ECLI:NL:RBMNE:2020:497:DOC
nl

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

StrafrechtZittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/257270-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 13 februari 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,
geboren op [1972] te [geboorteplaats] ,wonende te [adres] , [woonplaats] .
1

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 januari 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vorderingen en standpunten van de officier van justitie mr. A. Drogt en van hetgeen verdachte en mr. O.S. Pluimer, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair

op 22 september 2017 in Maarssen als bestuurder van een motorrijtuig zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, dan wel zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair

op 22 september 2017 in Maarssen als bestuurder van een motorrijtuig door zijn gedragingen gevaar op de weg heeft veroorzaak dan wel het verkeer op de weg heeft gehinderd.

3

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4

4.1
Het standpunt van de officier van justitie

Verdachte heeft volgens de officier van justitie onder invloed van alcohol met een forse snelheid gereden. Ook zou verdachte niet goed hebben opgelet en niet tijdig hebben geremd. Hierdoor is de auto van verdachte in botsing gekomen met de Peugeot, met daarin de heer [slachtoffer] als bestuurder. Ten gevolge van de aanrijding is [slachtoffer] met zijn auto over de kop geslagen, waarna de auto van [slachtoffer] de auto voor hem heeft geraakt en die auto ook weer een auto heeft geraakt, met meerdere slachtoffers als gevolg . De officier van justitie stelt dat kan worden bewezen dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld.Voor de vaststelling van zwaar lichamelijk letsel is het volgens de officier van justitie voldoende wanneer bij [slachtoffer] sprake is geweest van ‘een storing in de verstandelijke vermogens die langer dan vier weken heeft geduurd’. Volgens de officier van justitie is dit het geval. De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
4.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het primair ten laste gelegde. De raadsman stelt dat geen sprake is van culpa aan de zijde van verdachte, in de zin van zeer althans aanmerkelijke onvoorzichtigheid en/of onoplettendheid als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW). Daarnaast heeft de raadsman betoogd dat het letsel van de heer [slachtoffer] niet is te kwalificeren als zwaar lichamelijk letsel noch als lichamelijk letsel waardoor tijdelijke ziekte of tijdelijke verhindering van de normale bezigheden is ontstaan.
4.3
Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het primair ten last gelegde en zal het handelen van verdachte kwalificeren als het overtreden van artikel 6 WVW, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht. Hieronder zal de rechtbank eerst de bewijsmiddelen uiteenzetten. Daarna zal worden ingegaan op de interpretatie die de rechtbank aan de bewijsmiddelen geeft en op de verweren van de raadsman.
Bewijsmiddelen
_30f44479-1a34-4b74-bafa-06dc66af8594

Verdachte reed, als bestuurder van de Lancia reed over de afslag Maarssen / Vleuten van de Rijksweg A2, komende uit de richting van Amsterdam en gaande in de richting van ’s-Hertogenbosch. Voor hem, in dezelfde rijrichting, reden de Peugeot, de Ford en de Kia. Door de noodzaak van het verkeer moesten de drie laatstgenoemde voertuigen remmen op de uitvoegstrook. De bestuurder van de Lancia bracht zijn voertuig niet tijdig tot stilstand, waardoor hij tegen de achterzijde van de Peugeot aan reed. Op basis van de data uit de Event Data Recorder reed verdachte 0,3 seconden voor de botsing met een snelheid van ongeveer 90 kilometer per uur. De botssnelheid zal daardoor hoogst waarschijnlijk net onder de 90 kilometer per uur hebben gelegen. De Peugeot sloeg door de aanrijding op de kop en kwam tegen de voor hem rijdende Ford aan. De Ford raakte vervolgens met zijn voorzijde, de achterzijde van de Kia. Ten gevolge van de aanrijding raakte de bestuurder van de Peugeot gewond.
Uit het proces-verbaal van verhoor verdachte blijkt:

Wij hoorden [verdachte] als verdachte over het verkeersongeval op de A2 afrit Maarssen op 22 september 2017.V: Heeft u 24 uur voorafgaande aan het verkeersongeval alcoholhoudende drank gedronken en hoeveel? A: Ja, tussen 16:00 en 17:00 uur 4 (vier) bier. Dit waren vaasjes.V: Hoe was uw bekendheid op de plaats van het verkeersongeval? A: Zeer bekend. A: (…) Ik moest naar [naam] (…). Ik was erg druk in mijn hoofd, omdat het zo druk op de weg was. Ik was meer bezig met hoe kom ik het snelst bij [naam] dan 20 tot 50 meter voor me kijken. (…) Ik weet dat de afrit op een gegeven moment twee banen krijgt. Ter hoogte van dit punt wilde ik uitvoegen. Ik wilde dit omdat de rechterbaan al helemaal vol stond (…). Deze mensen stonden min of meer stil. Ik dacht dat de weg vrij was. Maar er stond in de rechterbaan een auto die wat uitstak. Ik heb dit niet gezien en ben er in een flits tegen aan gereden. V: Met welke snelheid reed u tijdens het verkeersongeval? A: Ik dacht met 60 a 70 km/h. De matrix borden stonden op 70 km/h.
Ik heb een blaastest afgenomen van verdachte, [verdachte] , geboren op [1972] te [geboorteplaats] . Ik zag dat het blaasapparaat een ‘P/A’ aangaf. Ik zag dat het blaasapparaat een indicatie aangaf van 190 ug/l.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard::

U houdt mij de situatieschets op pagina 12 uit het dossier voor. Die situatieschets klopt op zich.
Betrokkene [slachtoffer] heeft verklaard

V: In welke auto reed u op 22 september 2017? A: Ik reed in een Peugeot. Ik reed op de parallelbaan van de A2. Ik kwam uit de richting van Amsterdam. Ik wilde afslag 6 nemen bij Maarssen. Ik sloot achteraan aan. (…) Voor mij stond wel een lange rij auto’s voor het stoplicht. (…) Ik keek vervolgens in mijn achteruitkijkspiegel en zag een grote donkere auto met grote snelheid aan komen rijden. Ik zag dat hij ook niet corrigeerde, ook niet toen hij vlak bij was. Ik dacht daar gaan we. Ik ben toen in elkaar gedoken met mijn armen om mijn hoofd. Vervolgens werd ik wakker op het plafond van mijn auto. Ik merkte toen dat ik op de kop lag. (…) Volgens mij zat hij ook niet op te letten. Naast mij aan de linkerkant was voldoende ruimte om uit te wijken. Ik heb hem ook niet horen remmen (…). Volgens mij is hij er gewoon met volle snelheid ingedoken.Uit de geneeskundige verklaring, ondertekend op 18 oktober 2017, met medische informatie over betrokkene [slachtoffer] blijkt het volgende:Uitwendig waargenomen letsel: Hematoom op achterhoofd. Schaafwond tussen de wenkbrauwen. Achteraf blijkt sprake van een hersenschudding (bewustzijnsverlies/geheugenklachten) met tot op heden postcommotioneel beeld (trager in denken, concentratie etc.) Geschatte duur van genezing: 6 weken tot 3 maanden.
Op 5 december 2017 heb ik contact gehad met [slachtoffer] . Hij gaf aan nog veel last te hebben van zijn hoofd en momenteel werkzaam is op therapeutische basis.
Uit het ‘Onderzoek standen matrix borden’ blijkt het volgende:

Uit het bedrijfssysteem van de politie bleek dat de melding van de aanrijding om 17:44 uur had plaatsgevonden. Voor de rijstrook A2 M (parallelrijbaan en afslag) bleek dat de matrixborden ter hoogte van 55.880 gelegen waren voor de plaats van het ongeval.De plaats van het ongeval was ter hoogte van hectometerpaal 56.1. De matrixborden 55.880 stonden om 17:40:39 uur voor de twee rijstroken op de maximum snelheid 70 km/u.
Uit de standen van de matrixborden ter hoogte 55.880 (voor het ongeval) en 56.196 (na het ongeval) blijkt het volgende:
_6bc55fbf-6e10-4d3c-80fc-0695fd6f7523

Bewijsoverwegingen

De vraag of verdachte culpoos heeft gehandeld moet worden beoordeeld aan het geheel van zijn gedragingen, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. In zijn algemeenheid valt niet aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van aanmerkelijke onvoorzichtigheid en/of onoplettendheid. Evenmin kan reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW.
Gebruik van alcohol

De officier van justitie heeft niet de strafverzwarende situatie als bedoeld in artikel 175 lid 3 aan verdachte tenlastegelegd. Verdachte had ook niet meer gedronken dan wettelijk is toegestaan; het blaasapparaat gaf een indicatie aan van 190 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht (ug/l), waarmee verdachte onder de strafverzwarende grens van 220 ug/l bleef. Het is echter algemeen bekend dat na alcoholinname de reactiesnelheid vermindert. Dat verdachte ervoor heeft gekozen om aan het verkeer deel te nemen na inname van vier glazen (zogenoemde ‘vaasjes’) bier, neemt de rechtbank als feitelijke omstandigheid mee in de beoordeling van de mate van schuld van verdachte aan het ontstaan van het ongeluk.
Snelheid van verdachte

Vastgesteld kan worden dat verdachte 0,3 seconden voor de botsing met de Peugeot 90 kilometer per uur (verder: km/u) reed.
Tijdstip aanrijding

Van de aanrijding werd bij de politie een melding ontvangen op 17.44 uur.Om 17.43.51 uur sprongen de matrixborden boven de paralelrijbaan (zowel ter hoogte van het ongeluk 56,196), als ter hoogte van hectometerpaal 55,88) en de borden boven de uitvoegstrook op 50 km/uur. De rechtbank stelt hieruit afleidende vast dat het ongeluk kort voor 17.44 uur heeft plaatsgevonden.
Matrixborden 70 km/u en overschrijden van de maximum snelheid

Zowel ter hoogte van hectometerpaal 55,88 als ter hoogte van de hectometerpaal waar de aanrijding plaatsvond (56,196) ‘sprongen’ om 17.40.39 uur de matrixborden naar een maximumsnelheid van 70 km/u. Dit betekent dat de maximumsnelheid op de A2 bij voornoemde hectometerpalen reeds enige tijd voor het ongeluk 70 km/uur was. Dát verdachte ook daadwerkelijk heeft gezien dat de matrixborden 70 km/uur aangaven, leidt de rechtbank af uit de verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie: “De matrixborden stonden op 70 km/u”. Hiermee is vast komen te staan dat verdachte op het moment van de aanrijding 20 km/u harder reed dan de maximum toegestane snelheid en dat hij zich hiervan bewust was.De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat niet kan worden vastgesteld of de matrixborden voor het ongeluk 70 km/u aangaven.
Niet goed opgelet

Verdachte heeft verklaard dat hij ‘erg druk’ was in zijn hoofd, omdat het druk was op de weg en hij meer bezig was te bepalen hoe hij zo snel mogelijk op de plaats van bestemming kon komen, dan met 20 tot 50 meter voor zich uit te kijken.
Verdachte is uiteindelijk tegen een Peugeot gebotst die bezig was uit te voegen op de meest rechter uitvoegstrook (op het punt waar de tweede uitvoegstrook erbij komt). Uit het dossier blijkt dat de auto’s op de meest rechteruitvoegstrook minder hard doorreden of zelfs stilstonden. Verdachte verklaarde dat de Peugeot nog een stuk ‘uitstak’ en niet in zijn geheel op de meest rechter uitvoegstrook reed. De rechtbank kan dit aan de hand van het dossier niet vaststellen. Wel ziet de rechtbank in het sporenbeeld, behorende bij het botspunt tussen de Lancia van verdachte en de Peugeot (foto 2 op pagina 6 van het proces-verbaal ‘Fotoreportage en voertuigonderzoek’) dat dit niet valt uit te sluiten. Dit laat onverlet dat verdachte onvoldoende zijn aandacht bij het verkeer heeft gehad én daardoor niet heeft waargenomen dat hij te vroeg op de tweede ‘erbij komende’ uitvoegstrook invoegde, op een plek waarop dat feitelijk onmogelijk was en zo in botsing kwam met de Peugeot.

Tussen conclusie

Aldus heeft verdachte na voorafgaand gebruik van alcohol, terwijl de rechteruitvoegstrook vol stond met stilstaande, dan wel langzaam rijdende auto’s en de matrixborden een snelheid van 70 km/u aangaven, onvoldoende acht geslagen op de voor hem gelegen rijbanen. Verdachte heeft met onverminderde en te hoge snelheid de situatie ter plaatse onvoldoende overzien en is uitgevoegd op een punt waar dat feitelijk niet kon, waardoor hij een kettingbotsing heeft veroorzaakt door tegen de Peugeot met daarin [slachtoffer] , te rijden. Daarmee heeft verdachte zich naar het oordeel van de rechtbank aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gedragen waardoor een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden. [slachtoffer] liep hierbij een hersenschudding met onder andere geheugenklachten op. De vraag is of dit letsel als zwaar lichamelijk letsel ex artikel 6 WVW kan worden aangemerkt.
Lichamelijk letsel ex art. 6 WVW

De in artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht gegeven omschrijving van ‘zwaar lichamelijk letsel’ is alleen van toepassing bij de uitleg van bepalingen uit het Wetboek van Strafrecht. Artikel 6 WVW hanteert een eigen (beperktere) omschrijving.
Artikel 6 WVW onderscheidt drie soorten lichamelijk letsel. a. het zware lichamelijke letsel; b. lichamelijk letsel waaruit tijdelijke ziekte ontstaat; en c. lichamelijk letsel waaruit verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat. Voor toepassing van art. 6 WVW moet er lichamelijk letsel te zijn. Psychische gevolgen vallen buiten het bereik van dit artikel.

[slachtoffer] blijkt ten gevolge van het ongeluk onder andere een hersenschudding te hebben opgelopen, waardoor hij last heeft van geheugenklachten en trager is in denken en concentratie. Ongeveer 2,5 maand na het ongeluk had [slachtoffer] nog veel last van zijn hoofd en was hij slechts werkzaam op therapeutische basis. De rechtbank kan op basis van het dossier echter niet vaststellen dat het letsel kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Zij concludeert dat er, gelet op de geneeskundige verklaring in combinatie met de verklaring van [slachtoffer] in december 2017 sprake is van lichamelijk letsel waaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, zodat het verweer van de verdediging dat artikel 6 WVW niet van toepassing is, faalt.

Concluderend

Bewezen kan worden dat door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gedrag van verdachte een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor [slachtoffer] zodanig lichamelijk letsel is toegebracht dat daaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. De rechtbank acht het primair ten laste gelegde dan ook bewezen.
center
100
8edbd353-aa95-4767-9f97-7c4c03978a06
114
549
image/png

_9fa1a478-c543-4bb7-b10a-b8abf2f236cb


center
100
3a1f9da2-02e4-4bd0-a445-5cf6b72128bb
50
549
image/png

5

- na voorafgaand gebruik van alcohol en- terwijl op de voor hem gelegen uitvoegstrook/afrit van die A2 zich langzaam rijdende en/of stilstaande voertuigen bevonden en- daarbij onvoldoende acht te slaan op de voor hem gelegen rijbanen en het zich voor hem bevindende langzaam rijdende en/of stilstaande verkeer op die rijbanen en- de snelheid van het door hem bestuurde motorrijtuig niet zodanig aan te passen dat hij in staat was om zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die rijbanen kon overzien of deze vrij waren en- met onverminderde te hoge snelheid een kettingbotsing te veroorzaken door tegen één voertuig te botsen, waardoor de bestuurder van de Peugeot (genaamd [slachtoffer] ) zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 22 september 2017 te Maarssen als bestuurder van een personenauto, rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, te weten de A2 (ter hoogte van hectometerpaal 56.0), komende uit de richting van Amsterdam en gaande in de richting van 's-Hertogenbosch, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk, onvoorzichtig en onoplettend,

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

7

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8

8.1
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:
- een taakstraf van 160 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 80 dagen hechtenis,- een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de algemene voorwaarde dat verdachte geen strafbare feiten zal plegen.
8.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om bij eventuele strafoplegging rekening te houden met het ontbreken van documentatie op het strafblad van verdachte ten aanzien van artikel 5 en 6 WVW en het positieve reclasseringsrapport dat over verdachte is opgemaakt en waarin een voorwaardelijke sanctie (bij veroordeling) wordt geadviseerd. Voorts heeft de raadsman bepleit om rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn, als bedoel in artikel 6 EVRM en met het feit dat verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor de uitoefening van zijn werk.
8.3
Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf en maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 6 WVW door na gebruik van alcohol (4 vaasjes bier), terwijl de rechteruitvoegstrook vol stond met auto’s, onvoldoende acht te slaan op de voor hem gelegen rijbanen. Ook heeft verdachte zijn snelheid onvoldoende aangepast waardoor hij niet in staat was om de rijbanen te overzien en heeft hij ook daadwerkelijk met een te hoge snelheid een kettingbotsing veroorzaakt door tegen een Peugeot 206, met daarin [slachtoffer] , te rijden. [slachtoffer] liep hierbij een hersenschudding met onder andere geheugenklachten op. Zo’n tweeënhalve maand na het ongeval heeft [slachtoffer] nog steeds last van zijn hoofd en werkte op therapeutische basis. Naast [slachtoffer] waren er nog twee auto’s betrokken bij de kettingbotsing. Ook deze inzittenden hebben nek- en hoofdklachten opgelopen als gevolg van de aanrijding.

Persoonlijke omstandigheden

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 30 december 2019, waaruit blijkt dat verdachte op 24 oktober 2019 een strafbeschikking ter hoogte van € 140,- heeft gehad. De rechtbank houdt bij het opleggen van de straf rekening met deze veroordeling in die zin dat de rechtbank de voorschriften (artikel 63 van het wetboek van Strafrecht) heeft toegepast die gelden voor de situatie waarin verdachte een straf zou zijn opgelegd voor alle feiten tegelijk. Uit de documentatie over de verdachte blijkt verder dat hij op 2 december 2004 én op 14 februari 2002 door de politierechter is veroordeeld voor het rijden onder invloed. Dit neemt de rechtbank, vanwege het tijdsverloop van die feiten, bij de strafoplegging in het voordeel noch in het nadeel van verdachte mee.
Reclasseringsadvies

De reclassering heeft op 27 maart 2019 over verdachte gerapporteerd. Er worden door de reclassering geen problemen geconstateerd. Uit het onderzoek van de reclassering is niet gebleken dat er factoren zijn die wijzen op (verhoogde) risico’s. Er zijn geen interventies geïndiceerd en er worden geen bijzondere voorwaarden geadviseerd bij de afdoening van deze zaak.
LOVS-richtlijnen

Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de mate van de aan verdachte toegerekende schuld en de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Deze richtlijnen gaan uit van een geldboete van € 1.000,- en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van drie maanden.
Overschrijding redelijke termijn

De rechtbank stelt vast dat verdachte op 12 november 2017 als verdachte is verhoord. Op die datum is de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden aangevangen. Dit is namelijk het moment waarop vanwege de Nederlandse Staat jegens verdachte een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zou worden ingesteld. De behandeling in eerste aanleg is niet binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn met een eindvonnis afgerond, terwijl niet van bijzondere omstandigheden is gebleken die deze overschrijding rechtvaardigen.De redelijke termijn is met ruim 3 maanden overschreden. De rechtbank zal hiermee bij de strafoplegging rekening houden in die zin dat zij de drie maanden ontzegging van de rijbevoegdheid voorwaardelijk aan verdachte zal opleggen.
Conclusie

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een geldboete van € 1.000,- en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van drie maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden is.
9

De beslissing berust op de artikelen14a, 14b, 14c, 23, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

beslissing

10

- verklaart het primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een (zegge: duizend euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis;- verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van ;- bepaalt dat deze ontzegging zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en voorwaarde niet heeft nageleefd;- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaar vast;- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
- na voorafgaand gebruik van alcohol en/of- terwijl op de voor hem, verdachte, gelegen rijbaan/uitvoegstrook/afrit - ( daarbij) niet, althans onvoldoende acht te slaan op de voor hem, - de snelheid van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig niet - met onverminderde, althans met een (te) hoge snelheid op voornoemde file in te rijden en/of- een kettingbotsing te veroorzaken door (vervolgens) tegen één of meer
- na voorafgaand gebruik van alcohol en/of- terwijl op de voor hem, verdachte, gelegen rijbaan/uitvoegstrook/afrit - ( daarbij) niet, althans onvoldoende acht heeft geslagen op de voor - de snelheid van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig niet - met onverminderde, althans met een (te) hoge snelheid op voornoemde file is ingereden en/of - een kettingbotsing heeft veroorzaakt door (vervolgens) tegen één of
De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Oplegging straf en maatregel

Dit vonnis is gewezen door mr. I.J.B. Corbeij, voorzitter, mrs. J.A. Spee en E.W.A. Vonk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Harskamp-Snoeren, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 februari 2020.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij, op of omstreeks 22 september 2017, te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (een personenauto), daarmee rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, te weten de A2 (ter hoogte van hectometerpaal 56.0), komende uit de richting van Amsterdam en gaande in de richting van 's-Hertogenbosch, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
van die A2 zich langzaam rijdende en/of stilstaande voertuigen bevonden (file) en/of
verdachte, gelegen rijba(a)n(en) en/of het zich voor hem, verdachte, bevindende langzaam rijdende en/of stilstaande verkeer op die rijba(a)n(en) en/of
zodanig aan te passen dat hij in staat was om zijn, verdachtes, motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg/rijba(a)n(en) kon overzien en deze vrij was en/of
zich in die file bevindende voertuigen te rijden en/of te botsen,waardoor de bestuurder van één van voornoemde voertuigen, te weten de Peugeot 206 (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een hersenschudding (met postcommotioneel beeld) en/of een hematoom op het achterhoofd en/of een schaafwond tussen de wenkbrauwen, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
( art 6 Wegenverkeerswet 1994 )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:hij, op of omstreeks 22 september 2017, te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, te weten de A2 (ter hoogte van hectometerpaal 56.0), komende uit de richting van Amsterdam en gaande in de richting van 's-Hertogenbosch,
van die A2 zich langzaam rijdende en/of stilstaande voertuigen bevonden (file) en/of
hem, verdachte, gelegen rijba(a)n(en) en/of het zich voor hem, verdachte, bevindende langzaam rijdende en/of stilstaande verkeer op die rijba(a)n(en) en/of
zodanig heeft aangepast dat hij in staat was om zijn, verdachtes, motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg/rijba(a)n(en) kon overzien en deze vrij was en/of
meer zich in die file bevindende voertuigen te rijden en/of te botsen,door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
( art 5 Wegenverkeerswet 1994 )

_30f44479-1a34-4b74-bafa-06dc66af8594
1

Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 24 december 2017, genummerd PL0900-2017290902, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 41, met als bijlage (vanaf pagina 42) het proces-verbaal ‘Fotoreportage en voertuigonderzoek’ met nummer BVH: 2017290902-6, opgesteld door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (genummerd pagina 1 tot en met 17, met bijlagen). Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

_9b3e7bc2-8dd1-4103-b81a-dd49062c6976
2

Een proces-verbaal ‘Fotoreportage en voertuigonderzoek’, pagina 17.

_529dd33a-0e0b-4119-b353-ecdc6adc7b38
3

Een proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 33.

_30b8bf33-4b04-4c73-ac01-ef191fc129b9
4

Een proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 35.

_a507686e-9695-410f-810c-c0aa70123ae5
5

Een proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 36.

_09d403cb-b3e6-4637-81a2-dc52ff86814c
6

Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 13.

_1ea09eb6-efc0-429c-97b9-623af9a8b695
7

Een proces-verbaal van terechtzitting van 30 januari 2020, bevattende de verklaring van verdachte.

_369fbd04-384d-4b9a-9165-e781310a7618
8

Een proces-verbaal van verhoor betrokkene [slachtoffer] van 1 oktober 2017, pagina 23.

_a794929b-1491-4a32-9306-2370c1978e43
9

Een proces-verbaal van verhoor betrokkene [slachtoffer] , pagina 24.

_5875f0a6-4d48-4a86-8a45-24ed474677b2
10

Een ander geschrift, zijnde een geneeskundige verklaring, pagina 27.

_7516aeac-ff37-4a17-a9c1-6de90e769bef
11

Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 10.

_0da32aee-c4cb-40d9-b98f-b780d06ba6b7
12

Een proces-verbaal ‘Fotoreportage en voertuigonderzoek’, pagina 16.

_6bc55fbf-6e10-4d3c-80fc-0695fd6f7523
13

Een proces-verbaal ‘Fotoreportage en voertuigonderzoek’, pagina 16.

_9fa1a478-c543-4bb7-b10a-b8abf2f236cb
14

Een ander geschrift, zijnde een uitdraai van de standen ‘Matrixborden A2_M’, als bijlage gevoegd bij ‘Fotoreportage en voertuigonderzoek’.