Uitspraak ECLI:NL:RBMNE:2020:109

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 15-01-2020. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Midden-Nederland op 14-01-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBMNE:2020:109, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 16/092438-19 (P)


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

StrafrechtZittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/092438-19 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 14 januari 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,
geboren op [2002] te [geboorteplaats] ,gedetineerd in de Justitiële Jeugdinrichting Intermezzo te Lelystad.

ECLI:NL:RBMNE:2020:109:DOC
nl

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

StrafrechtZittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/092438-19 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 14 januari 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,
geboren op [2002] te [geboorteplaats] ,gedetineerd in de Justitiële Jeugdinrichting Intermezzo te Lelystad.
1

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen met gesloten deuren van 16 juli 2019, 11 oktober 2019, 18 december 2019 en 14 januari 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. H.J. Starrenburg en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. J.S. Jordan, alsmede mevrouw M.J. Mostert, reclasseringswerker bij Samen Veilig Midden-Nederland en mevrouw L. Suurbach van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: RvdK) naar voren hebben gebracht.

2

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1.
Op 28 januari 2019 in [woonplaats] samen met anderen een gewapende overval heeft gepleegd op de [fastfoodrestaurant] ( [fastfoodrestaurant] ) waarbij € 2.700,- is weggenomen.

2.
Op 16 april 2019 in Utrecht een wapen voorhanden heeft gehad.

3

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4

4.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
4.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde vanwege het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
4.3
Het oordeel van de rechtbank


Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Bewijsmiddelen
_015abdbc-2789-49a9-98fa-f623a483ad4a

Op 28 januari 2019 omstreeks 23:50 uur heeft er bij de [fastfoodrestaurant] in [woonplaats] een overval plaatsgevonden. Er kwamen zes jongens de [fastfoodrestaurant] binnen. Ze droegen bivakmutsen of hadden hun gezicht bedekt. De jongens sprongen over de toonbank en liepen langs de toonbank en riepen: “Wij willen geld!” en “Geef geld, geef alle geld.”. De jongens sloegen met hamers. Eén van de jongens had een vuurwapen in zijn hand en richtte het vuurwapen op [slachtoffer 1] . De jongen zei tegen [slachtoffer 1] : “Open de kassa-lade”. De jongens trokken [slachtoffer 2] aan haar arm mee naar de kassa’s en nadat ze de kassa’s hadden leeggehaald riepen ze: “Waar staat de kluis, loop naar de kluis”. Eén van de jongens had een mes in zijn handen, dat hij tegen de rug van [slachtoffer 2] aanzette. [slachtoffer 3] werd door een van de jongens bedreigd met een ijzeren staaf. De jongen zei: “Waar is het geld, waar is de kassa?”

Bij de overval is ongeveer € 2.700,00 weggenomen uit de kluis en de kassalades. [aangever] heeft namens Collins Foods Ltd aangifte gedaan van de overval. Collins Foods Ltd is de eigenaar van de vestiging. Ook door [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , die op het moment van de overval aan het werk waren in de [fastfoodrestaurant] , is aangifte gedaan.
Getuige [getuige 1] , die zich op het moment van de overval bij de Drive Thru van de [fastfoodrestaurant] bevond, zag twee brommers met daarop zes jongens aan komen rijden. Op allebei de brommers zaten drie personen. De brommers waren donkergroen en zwart van kleur en van het merk Piaggio Zipp 2000. Ook getuige [getuige 2] zag twee scooters met zes jongens. De jongens trokken iets over hun hoofd en reden richting de [fastfoodrestaurant] .

Op 29 januari 2019 zijn twee scooters aangetroffen. Op de [adres] in [woonplaats] is een groene scooter van het merk Piaggio Zip aangetroffen en op het [adres] in [woonplaats] is een zwarte scooter van het merk Piaggio zip aangetroffen.

Uit de historische gegevens en de locatie van de telefoon van verdachte bleek dat deze op 28 januari 2019 vanaf 23:54 uur tot en met 29 januari 2019 12:49 uur een zendmast [adres] in [woonplaats] aanstraalde. Het [adres] in [woonplaats] ligt hemelsbreed op 300 meter afstand van de [fastfoodrestaurant] op de [adres] in [woonplaats] . De woning van medeverdachte [medeverdachte 1] bevindt zich op een afstand van hemelsbreed 750 meter tussen de zendmasten [adres] en [adres] in [woonplaats] .
Uit onderzoek in de telefoon van verdachte is gebleken dat zijn telefoon, kort na de overval, gegevens had weergegeven van Thuisbezorgd.nl. Er werd een vordering gedaan bij Thuisbezorgd op het adres van medeverdachte [medeverdachte 1] , namelijk op het [adres] en hieruit bleek dat op 29 januari 2019 omstreeks 00:20 uur twee bestellingen waren gedaan, voor zes maaltijden. Een deel van de bestelling was gedaan op naam van ‘ [naam] ’. De maaltijden zijn contant afgerekend en afgeleverd op het [adres] .

Uit de historische gegevens van de telefoon van verdachte bleek ook dat zijn telefoon op 28 januari 2019 om 12.54.35 uur contact had met het telefoonnummer [telefoonnummer] . Het telefoonnummer [telefoonnummer] is in de politiesystemen gekoppeld aan medeverdachte [medeverdachte 1] . Verder was te zien dat het telefoonnummer van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] meerdere malen op verschillende data contact hadden met elkaar. Zo ook meerdere malen op de dag van de overval en de dag na de overval.
Ook de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] is onderzocht. Op de telefoon stond een foto met de datum 28 januari 2019 en tijdstip 23:32 uur (daadwerkelijke tijd 00:32 uur). Dit betreft ongeveer één uur na de overval. De foto was op 17 april 2019 verwijderd. Op 16 april 2019 werd verdachte aangehouden. Op de foto is een persoon te zien die op bed ligt met een vuurwapen in zijn hand. De persoon had een stapel geldbiljetten in zijn hand en er lagen 8 rolletjes met muntgeld. Aangever [aangever] had verklaard dat er bij de overval op 28 januari 2019 de nodige rollen met muntgeld zijn weggenomen.
Op 24 april 2019 is de woning van medeverdachte [medeverdachte 1] op het [adres] in [woonplaats] doorzocht. In de woning worden onder meer een Nike handschoen, een Parajumpers jas en een Nike schoenen aangetroffen. De politie heeft vastgesteld dat de aangetroffen goederen gelijkenis vertonen met de op de camerabeelden zichtbare en bij de overval door de daders gebruikte (hand)schoen(en) en jas.

Op 8 april 2019 zijn in het televisieprogramma de videobeelden van de overval vertoond.

Het telefoonnummer van verdachte is getapt. Op de taplijn werden onder meer de volgende gesprekken gevoerd.

10 april 2019: [verdachte] belt met [A]
[verdachte] : broer weet je wat voor gevoel ik heb?

[A] : nou

[verdachte] : gister na die torie toch, ik heb live gekeken, en me ma weet er ook van en me zus ook en zo. Maar ze hebben me niet gelekt je weet toch, kanker strijders.

[verdachte] : Ik denk aii, opeens sluiten zij af met ons. Ze zeggen, we hebben al meer dan 20 tips binnen gekregen en zijn al meer dan 15 keer gebeld, ik dacht kanker zooi.
_0feaef42-6761-4d31-b978-fa8cce9f2aee

14 april 2019: [verdachte] belt met onbekende vrouw
NNV: nu ze zegt, eh je mattie's hebben OV gepleegd he. Ik zeg; huh welke mongool, gaan ze dat nadoen ntv [naam] , en ntv. Ik kijk zo, ik kijk gewoon. Ze zei ik weet niet, maar het zijn sowieso jongens die jij kent. Want het zijn boys uit [woonplaats] . Ik kijk zo die video, ik zie jou, [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] .

[verdachte] : tweede keer ging ik niet mee. Ik was alleen die eerste keer, eerste keer was ik die jongen met die pistool die die vrouw vastgreep.

[verdachte] : je zou zeggen, die torie, iedereen, als je me goed kent weet je direct welke ik ben en zo dat is het.
_6b88e1d3-5821-4e94-bebb-43acc4d028e9

14 april 2019: [verdachte] belt met onbekende vrouwNNV: maar hoezo is [medeverdachte 2] nog steeds niet geveegd, en jij ook niet, en de rest ook niet?
[verdachte] : Broer, ik zeg jou ga kijken, die dinge, die dinge van mij is zeker al duizend keer bekeken 40K views of zo, meer zelfs.

NNV: Ja en nog steeds zijn, nog steeds zijn jullie niet gepakt en terwijl zelfs mensen die jullie gewoon normaal kennen, gewoon, gewoon, iedereen in A///weet gewoon dat jullie het zijn hè.

[verdachte] : oh ja maar in ieder geval. Volgens mij ga, ik ga het eerste gepakt worden denk ik man kanker veel tips. Die, je weet toch?

NVV: hebben mensen anonieme tips gegooid?

[verdachte] : kijk.je weet, ze sloten die ding af toch, toen kwamen zij weer terug bij ons. Over de overval op [fastfoodrestaurant] hebben wij al meer dan 25 tips en er is al meer dan 7 keer gebeld.

NNV: Lijp

[verdachte] : en zo en, je herkent mij niet maar, gewoon mijn gedrag en hoe ik loop. Je weet toch op het laatst zie je iemand met een pistool richten op die mensen toch?

NNV: Ja

[verdachte] : Dat iedereen, dat was ik.

[verdachte] : En die vrouw die ik had vastgepakt.

NNV: maar ook, ook gewoon op die video als hoe je net terug keek. Ze melden het ook gewoon echt. Diegene richt een pistool op d'r hoofd broer, dan, dan daarvoor ga

[verdachte] : Ja dat was ik.
_ce893f52-0059-415d-b008-e916d537b970

Verbalisant [verbalisant 1] heeft de beelden van de overval bekeken en moest bij het bekijken van de beelden direct aan medeverdachte [medeverdachte 2] denken, gezien het uiterlijk van NN2, de vorm van zijn hoofd, neus, gezicht, wenkbrauwen en zijn lichaamslengte en de slanke/smalle bouw.

Verbalisant [verbalisant 2] heeft de beelden van de overval bekeken en zag dat de neus van medeverdachte [medeverdachte 2] en de stand van de ogen overeenkwamen met NN2. Tevens zag de verbalisant dat [medeverdachte 2] de lengte heeft van 1.57 cm en dat NN2 de kleinste was van de overvallers. Omdat verbalisant verdachte [medeverdachte 2] nog nooit in persoon heeft gezien, kan hij geen herkenning opmaken. Wel ziet hij grote gelijkenissen met persoon NN2 en [medeverdachte 2] .

Door een getuige onder nummer is ten overstaan van de rechter-commissaris op 27 november 2019 verklaard dat zij medeverdachte [medeverdachte 2] heeft herkend als één van de overvallers. Zij heeft [medeverdachte 2] ontelbare keren gezien en herkende hem aan zijn manier van bewegen tijdens het lopen. Hij was frontaal in beeld, wat het voor de getuige helder maakte dat hij degene was die te zien was.
Bewijsoverwegingen

De hiervoor weergegeven (belastende) feiten en omstandigheden vragen om een verklaring van verdachte (vgl 3 EHRM John Murray tegen het Verenigd Koninkrijk, NJ 1996, 725). Verdachte heeft zich echter bij de politie grotendeels op zijn zwijgrecht beroepen. Ook ter terechtzitting heeft verdachte zich ten aanzien van belangrijke punten op zijn zwijgrecht beroepen. Met betrekking tot de belastende tapgesprekken in het dossier heeft verdachte een verklaring afgelegd, die inhoudt dat hij uit opschepperij heeft gezegd dat hij de overval gepleegd had. De rechtbank acht deze verklaring van verdachte, in het licht van de inhoud van het gehele dossier, niet aannemelijk. Verdachte heeft aldus naar het oordeel van de rechtbank ten aanzien van voornoemde redengevende feiten en omstandigheden geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring afgelegd. De rechtbank is van oordeel dat op grond van de stukken in het dossier, in onderling verband en samenhang bezien, en gelet op het uitblijven van een (aannemelijke) verklaring van verdachte, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte op 28 januari 2019 samen met zijn medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en drie onbekend gebleven personen de overval op de [fastfoodrestaurant] heeft gepleegd. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat verdachte de persoon is op de beelden met het pistool, medeverdachte [medeverdachte 1] de persoon is op de beelden met de handschoen en medeverdachte [medeverdachte 2] de persoon is op de beelden met de sjaal voor zijn gezicht.
Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de bewijsmiddelen dat er een nauwe en bewuste samenwerking bestond tussen verdachte en zijn medeverdachten, zodat de rechtbank ook het tenlastegelegde medeplegen wettig en overtuigend te bewijzen acht.

De door de verdediging aangevoerde bewijsverweren geven geen aanleiding tot een afzonderlijke bespreking daarvan. Zij vinden hun weerlegging in de bewijsmiddelen.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Het feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft het onder 2 ten laste gelegde feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

-

de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 december 2019;

een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina’s 158-166;

een proces-verbaal doorzoeking, pagina 170;

een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1270.

5

op 28 januari 2019 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met anderen uit kassalades van de [fastfoodrestaurant] een geldbedrag van ongeveer 2700,- euro, dat aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorde, te weten aan Collins Foods Ltd, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door voornoemde [fastfoodrestaurant] binnen te gaan, terwijl verdachte en zijn mededaders bivakmutsen, althans gezichtsbedekking droegen en- vervolgens over de toonbank te springen en langs de toonbank te lopen en te roepen: "wij willen geld" en "geef geld, geef alle geld” en met hamers, te slaan en- ( vervolgens) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op voornoemde [slachtoffer 1] te richten en te zeggen: "open de kassalade" en- een ijzeren staaf op voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] te richten en te vragen "waar is het geld, waar is de kassa", en- vervolgens voornoemde [slachtoffer 2] aan haar arm mee te trekken naar de kassa's en
hij op 16 april 2019 te Utrecht een wapen van categorie I, onder 7°, te weten een veerdrukpistool kaliber 6mm BB, althans een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een pistool merk Sig Sauer, model P226, voorhanden heeft gehad.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

(nadat verdachte en zijn mededaders de kassa's hadden leeggehaald) tegen voornoemde [slachtoffer 2] te roepen: "waar staat de kluis, loop naar de kluis" en een mes te richten op de rug van voornoemde [slachtoffer 2] ;
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

1. 2.
6

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

1.
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

2.
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

7

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8

8.1
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een jeugddetentie voor de duur van 9 maanden, met aftrek van het voorarrest en de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel).
8.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel buitenproportioneel is, gezien de voorgeschiedenis en de jeugdige leeftijd van verdachte. De raadsman heeft de rechtbank verzocht te volstaan met het opleggen van een jeugddetentie gelijk aan het voorarrest al dan niet gecombineerd met een voorwaardelijke straf. De raadsman heeft verzocht om, mocht de rechtbank verdachte toch een maatregel op willen leggen, de RvdK onderzoek te laten doen naar oplegging van een gedragsbeïnvloedende maatregel (hierna: GBM) dan wel te komen tot oplegging van een voorwaardelijke PIJ-maatregel.
8.3
Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf/maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
De ernst van het feit

Verdachte heeft zich samen met vijf anderen schuldig gemaakt aan een gewapende overval op de [fastfoodrestaurant] ( [fastfoodrestaurant] ). Verdachte en zijn medeverdachten hebben daarbij op buitengewoon dreigende en gewelddadige wijze de medewerkers van de [fastfoodrestaurant] gedwongen tot afgifte van het geld uit de kassa’s en de kluis. Verdachten droegen daarbij bivakmutsen of andere gezichtsbedekkende kleding en hadden wapens bij zich. Er is een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op een van de medewerkers gericht en er is ook gedreigd met een mes, een breekijzer en een hamer. Verdachte heeft bij het personeel en de omstanders in de [fastfoodrestaurant] hevige gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt. Dit spreekt duidelijk uit de aangiften en de getuigenverklaringen die zijn afgelegd. Het is algemeen bekend dat dit soort gewelddadige overvallen voor de direct betrokkenen bijzonder traumatiserend zijn en tot langdurige psychische schade kunnen leiden. Dit blijkt in deze zaak ook uit de schriftelijke slachtofferverklaring van één van de slachtoffers. Daarnaast hebben overvallen zoals deze niet alleen grote impact op de slachtoffers, maar versterken ook gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij. Verdachte heeft zich van dit alles niets aangetrokken en heeft alleen gedacht aan zijn eigen financiële gewin. Verdachte heeft over zijn betrokkenheid niets willen verklaren en laat door zijn proceshouding onduidelijkheid bestaan over waarom hij tot de overval is overgegaan. Verdachte heeft bovendien op geen enkele wijze verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen en zich geen moment rekenschap gegeven van de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Dit weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee.
Daarnaast heeft verdachte een wapen voorhanden gehad dat een sprekende gelijkenis vertoonde met een pistool en daarom voor afdreiging geschikt is. Een dergelijk wapen kan bij anderen veel angst veroorzaken.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft rekening gehouden met een verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 2 september 2019, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor een geweldsdelict.
Door het NIFP is een dubbelrapportage opgesteld. Uit het psychiatrisch onderzoek pro Justitia van 11 juli 2019, opgemaakt door I.T.M. Nurmohamed, psychiater, volgt dat verdachte niet heeft willen meewerken aan het psychiatrisch rapport. Wel heeft verdachte meegewerkt aan het psychologisch rapport. Uit deze rapportage pro Justitia van 15 juli 2019, uitgebracht door A. Laurijssen-Timmers, psycholoog, blijkt dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een normoverschrijdende gedragsstoornis. Daarnaast functioneert verdachte op zwakbegaafd niveau. Voorts is sprake van een ziekelijke stoornis in de vorm van ADHD. Hiermee samenhangend is verdachte gevoelig voor antisociale prikkels, vertoont hij zwakke agressieregulatie en een zorgelijke emotionele, sociale en morele ontwikkeling. Van deze gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis was ook sprake ten tijde van het bewezenverklaarde feit (de overval). Gezien de ernst van het feit en de complexe en hardnekkige problematiek waarmee verdachte te maken heeft, heeft de psycholoog geadviseerd om aan verdachte een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen. Behandeling en begeleiding zijn volgens de psycholoog nodig om het tij te keren voor verdachte en hem een meer gezonde ontwikkeling door te laten maken. Bij het uitblijven van een adequate behandeling, begeleiding en structuur wordt het risico op ongewenst gedrag en recidive hoog ingeschat. Een minder zware maatregel zal volgens de psycholoog, gelet op de omstandigheid dat verdachte niet met teveel vrijheden om kan gaan, de invloed buiten en de vereiste motivatie die verdachte moet hebben en houden, wat (op de lange termijn) niet het geval zal zijn, niet het gewenste effect hebben. Verdachte heeft een langdurig een zeer gestructureerd kader nodig om zijn gedrag daadwerkelijk te kunnen veranderen. Dit kader kan volgens de psycholoog alleen binnen een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel worden geboden.
Het advies tot oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel wordt onderschreven door de RvdK. In het rapport van de RvdK wordt geconcludeerd dat, gelet op de forse gedragsproblemen, de persoonlijkheidsstoornis inontwikkeling, het feit dat eerdere ambulante behandeling geen effect heeftgesorteerd (en dus een gepasseerd station is) geen andere mogelijkheid wordt gezien dan eenonvoorwaardelijke PIJ-maatregel. Daarbij wordt tevens van belang geacht dat verdachte heeft laten zien niet gemotiveerd te zijn voor hulp in ambulant kader, dat zijn ouders geen overwicht hebben op hem, dat hij zich door niemand laat aansturen en het feit dat hij in staat is dergelijke ernstige feiten te plegen. Andere mogelijkheden tot behandeling acht de RvdK uitgeput. Een maatregel zoals een GBM wordt niet als passend gezien, omdat bij verdachte sprake is van zeer complexe persoonlijke en psychiatrische problematiek die behandeling behoeft en bovendien vraagt een dergelijke maatregel grote motivatie van zowel de jongere als de ouders en dat is bij verdachte onvoldoende het geval. Om verdachte te beschermen tegen zichzelf en de maatschappij te beschermen tegen hem, is opname voor behandeling in een gesloten setting binnen een PIJ-maatregel noodzakelijk.
De adviesrapportage van Samen Veilig Midden-Nederland (SAVE) van 2 december 2019, opgemaakt door M.J. Mostert, die ook ter terechtzitting als deskundige is gehoord, vermeldt dat Save zich ernstig zorgen maakt om verdachte, omdat hij voor de tweede keer in korte tijd wordt verdacht van een zeer ernstig feit. SAVE sluit zich aan bij het rapport van de RvdK en komt tot eenzelfde strafadvies, te weten oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.

De rechtbank stelt op basis van voornoemde rapporten en de toelichtingen van de deskundigen op zitting vast dat bij verdachte sprake is van ernstige en hardnekkige problematiek. Het risico dat verdachte zich opnieuw schuldig zal maken aan strafbare (gewelds)feiten wordt ingeschat als hoog. De rechtbank is, met de deskundigen, van oordeel dat verdachte een langdurige en intensieve behandeling nodig heeft om het recidiverisico terug te dringen en om zich verder positief te kunnen ontwikkelen.

Door de deskundigen is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd waarom een dergelijke behandeling niet kan plaatsvinden in het kader van minder ingrijpende maatregelen (zoals een GBM of een voorwaardelijke PIJ-maatregel). Eerdere (ambulante) hulpverlening heeft niet het gewenste effect gehad en de verwachting is bovendien dat verdachte niet gemotiveerd is en zal blijven voor hulp in een ambulant kader. De rechtbank is van oordeel dat het gezien de leeftijd van verdachte en zijn ontwikkeling van groot belang is dat er gewerkt wordt aan zijn problematiek. Het kader van de PIJ-maatregel biedt de grootste kans op een positieve ontwikkeling voor verdachte. Om verdachte te beschermen tegen zichzelf en de maatschappij tegen verdachte is opname voor behandeling in een gesloten setting binnen de PIJ-maatregel noodzakelijk.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel passend en geboden is.

De rechtbank stelt vast dat, wat betreft het bewezenverklaarde feit onder 1 aan de wettelijke vereisten voor oplegging van een PIJ-maatregel, zoals deze staan weergegeven in artikel 77s, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, is voldaan. Het onder 1 bewezenverklaarde is een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Ten tijde van het plegen van deze misdrijven leed verdachte aan een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Behandeling en begeleiding van verdachte is, zoals hiervoor is overwogen, noodzakelijk voor een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte. Gelet op de hoge kans op recidive eist bovendien de veiligheid van personen oplegging van de maatregel.

De maatregel geldt voor een termijn van drie jaren. Na twee jaar eindigt de maatregel van rechtswege voorwaardelijk, tenzij de maatregel wordt verlengd op de wijze zoals bedoeld in artikel 77t van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank stelt vast dat de maatregel opgelegd is ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen en gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van één of meer personen. Derhalve kan de maatregel verlengd worden, telkens met ten hoogste twee jaren en tot een maximum van zeven jaren, zoals bedoeld in artikel 77t, derde lid van het Wetboek van Strafrecht.

Gelet op de ernst van de strafbare feiten en gelet op het gegeven dat verdachte niet volledig ontoerekeningsvatbaar is, acht de rechtbank, naast oplegging van genoemde onvoorwaardelijke PIJ-maatregel, oplegging van een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 9 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden. Deze jeugddetentie wordt opgelegd voor de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten.


9

- bivakmuts (goednummer: G2400142); - mes 30 cm, zwart handvat, grijs Lemmet (goednummer: G2398693);- naboots vuurwapen (goednummer: G2398656);- vuurwapen (goednummer: G2398656);onttrekken aan het verkeer.
- zwart jack Nike met wit Nike logo maat M (goednummer G2398666);- zwarte trainingsbroek Nike maat M (goednummer: G2398677);- zwarte Nike Air Max schoenen maat 42 (goednummer: G2398303);- donkerblauwe jas Moncler met embleem op linkerarm (goednummer: G2398304);- Nike Paris Sain Ger (goednummer: G2398622).
- telefoon Iphone X (goednummer: G2372747);- [fastfoodrestaurant] werkshirt (goednummer: G2349320);aan degenen die redelijkerwijs als rechthebbenden van deze voorwerpen kunnen worden aangemerkt.
Onttrekking aan het verkeer:

De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
Deze voorwerpen zijn vervaardigd of bestemd tot het begaan van het onder 1 bewezen verklaarde misdrijf.

Teruggave aan verdachte

De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
Teruggave aan de rechthebbenden

De rechtbank zal teruggave gelasten van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
10

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 8.827,21. Dit bedrag bestaat uit € 3.827,21 materiële schade en € 5.000,00 immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.
10.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering volledig kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast heeft hij gevorderd de vordering hoofdelijk toe te wijzen en ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel geen vervangende jeugddetentie op te leggen.
10.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert zodat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
10.3
Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De schade voor zover die betrekking heeft op het eigen risico van de zorgverzekering ten aanzien van de kosten van de psycholoog is voldoende onderbouwd. De rechtbank zal daarom dit deel van de gevorderde materiële schade, te weten € 286,00, toewijzen.
De schade voor zover die betrekking heeft op het eigen risico van de zorgverzekering voor de apotheekkosten (€ 98,74) is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd, nu niet is gebleken dat deze kosten zijn gemaakt voor medicatie ten gevolge van het tenlastegelegde. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

De schade voor zover die betrekking heeft op de reeds gemaakte kosten van de behandeling van psychiater, die inmiddels € 2683,04 bedragen en waarvan 30% niet door de zorgverzekering wordt vergoed, zijn voldoende onderbouwd. De rechtbank zal daarom dit deel van de gevorderde materiële schade, te weten € 804,91, toewijzen.

De schade voor zover die betrekking heeft op de toekomstige kosten van de behandeling van psychiater is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd, omdat niet is gebleken dat deze kosten daadwerkelijk door de benadeelde partij gemaakt zijn. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Immateriële schade

Van de in artikel 6:106 lid 1, onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon op andere wijze is geval sprake indien de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij voldoende concrete gegevens heeft aangevoerd waaruit is gebleken dat psychische schade is ontstaan. De rechtbank zal daarom de gevorderde immateriële schade, te weten € 5.000,00 volledig toewijzen.
Totaalbedrag

De rechtbank zal de vordering tot een totaalbedrag van € 6.090,91 toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente van 28 januari 2019 tot de dag van volledige betaling.
De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De behandeling van de vordering levert voor dat deel een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 1] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 6.090,91 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting niet worden aangevuld met vervangende jeugddetentie.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

11

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.000,00, bestaande uit immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

11.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering volledig kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast heeft hij gevorderd de vordering hoofdelijk toe te wijzen en ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel geen vervangende jeugddetentie op te leggen.
11.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de vordering niet voldoende onderbouwd is.
11.3
Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de overval een ernstige inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke integriteit van de benadeelde en dat daarmee is voldaan aan de vereiste aantasting in de persoon op andere wijze, zoals bedoeld in artikel 6:106 lid 1, onder b, van het Burgerlijk Wetboek. De rechtbank zal daarom de gevorderde immateriële schade, te weten € 1.000,00 volledig toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van volledige betaling.
Verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 4] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.000,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting niet worden aangevuld met vervangende jeugddetentie.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

12

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 5.000,00, bestaande uit materiële schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

12.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de vordering niet voldoende onderbouwd is.
12.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de vordering niet voldoende onderbouwd is.
12.3
Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd is en een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zullen kosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.

13

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De beslissing berust op de artikelen van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De beslissing berust op de artikelen

-

36b, 36c, 36f, 57, 77a, 77g, 77i, 77s, 77gg en 312 van het Wetboek van Strafrecht en

13 en 55 van de Wet wapens en munitie;

beslissing

14

- verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;- verklaart het onder 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een van ;- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- legt op aan verdachte de ;
- onttrekt de volgende voorwerpen aan het verkeer:
- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:
- gelast de teruggave aan de rechthebbende van de volgende voorwerpen:
€ 6.090,91 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 0 dagen jeugddetentie;- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
1. - voornoemde [fastfoodrestaurant] binnen te gaan, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) bivakmutsen, althans (gedeeltelijke) gezichts/hoofdbedekking, droeg(en) en/of- ( vervolgens) over de toonbank te springen en/of langs de toonbank te lopen en/of (daarbij) te roepen: "wij willen geld" en/of "geef geld, geef alle geld", althans woorden van aard en/of strekking en/of (daarbij) met hamers, althans (een) hard(e) en/of stevig(e) voorwerp(en) te slaan op de toonbank en/of- ( vervolgens) (van zeer nabij) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op voornoemde - een ijzeren staaf, althans een hard en/of stevig voorwerp, op voornoemde [slachtoffer 3] en/of - ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer 2] aan haar arm (mee) te trekken naar de kassa's en/of
2.
De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Oplegging straf

Oplegging maatregel

Beslag

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

Benadeelde partij [slachtoffer 4]

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

Dit vonnis is gewezen door mr. D.S. Terporten-Hop, voorzitter en tevens kinderrechter, mr. R.B. Eigeman, kinderrechter en mr. H. Bakker, rechter, in tegenwoordigheid van mr. G.J. van Klompenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 januari 2020.
Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 28 januari 2019 te [woonplaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, uit één of meerdere kassalade(s) van de [fastfoodrestaurant] een geldbedrag van ongeveer 2700,- euro, in elk geval enig geldbedrag, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan Collins Foods Ltd en/of [aangever] ,heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te richten en/of gericht te houden en/of (daarbij) te zeggen/roepen: "open de kassalade", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
[slachtoffer 4] te richten en/of gericht te houden en/of (daarbij) te vragen/roepen: "waar is het geld, waar is de kassa", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
(nadat verdachte en/of zijn mededader(s) de kassa's hadden leeggehaald)(vervolgens) tegen voornoemde [slachtoffer 2] te zeggen/roepen: "waar staat de kluis, loop naar de kluis", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (daarbij) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp te richten en/of te prikken op/in de rug van voornoemde [slachtoffer 2] ;
hij op of omstreeks 16 april 2019 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden- Nederland, een wapen van categorie I, onder 7°, te weten een veerdrukpistool kaliber 6mm BB, althans een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een pistool merk Sig Sauer, model P226, althans een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.
-

bivakmuts (goednummer: G2400142);

mes 30 cm, zwart handvat, grijs Lemmet (goednummer: G2398693);

naboots vuurwapen (goednummer: G2398656);

vuurwapen (goednummer: G2398656);

-

zwart jack Nike met wit Nike logo maat M (goednummer G2398666);

zwarte trainingsbroek Nike maat M (goednummer: G2398677);

zwarte Nike Air Max schoenen maat 42 (goednummer: G2398303);

donkerblauwe jas Moncler met embleem op linkerarm (goednummer: G2398304);

Nike Paris Sain Ger (goednummer: G2398622);

-

telefoon Iphone X (goednummer: G2372747);

[fastfoodrestaurant] werkshirt (goednummer: G2349320);

-

wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van

veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat

-

wijst de vordering van [slachtoffer 4] toe tot een bedrag van

veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 4] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat € 1.000,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 0 dagen jeugddetentie;

bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

-

verklaart [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.

_015abdbc-2789-49a9-98fa-f623a483ad4a
1

Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 26 augustus 2019, genummerd 2019029132, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 5019. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

_acc673d4-5c35-4539-9599-4655cbb48131
2

Pagina 1001.

_d9782145-5444-494f-8adf-313448dc147c
3

Pagina 1018.

_84bc7cee-c71b-430d-893a-7a26be1f53c6
4

Pagina 2034.

_8c83bcb8-de13-48fe-835b-1d5fc3ee7534
5

Pagina 1018.

_47993049-c151-409e-b75d-a0d1959d52ce
6

Pagina 1023.

_af9cc998-32cf-46c7-a099-b9154e1208c5
7

Pagina 1024.

_ef7c8eff-bc1e-49e8-b12a-4cc3a4c1eb3c
8

Pagina 1018.

_6480c0f4-a41f-420f-b6b6-5c068eb12114
9

Pagina 1024.

_6f0ec5fd-2d1a-4b2d-a406-008ab374b3de
10

Pagina 1019.

_546d9148-be82-4bf7-90e7-b40e0b0480bb
11

Pagina 1026 en pagina 1029.

_145861bd-a787-467e-9f0b-88d645181bcb
12

Pagina 1001.

_e7d4012a-799f-415f-9221-9ff22778eb62
13

Pagina 1001.

_6560461e-d999-4a15-a975-85902c367839
14

Pagina 1017, pagina 1023, pagina 1028 en pagina 1030.

_78eb39a1-37b6-4886-9e13-4670dbdf00f5
15

Pagina 1034 en pagina

_d84d1b84-f374-4a94-9b6d-4814045ad8b3
16

Pagina 1043.

_f2ff22d0-1aa6-4c22-99da-f06fe6e90ea7
17

Pagina 1143.

_02cc28ad-8249-416d-997c-249ed2833ffe
18

Pagina 1248.

_b72b5e5b-4369-4464-a189-ab173378ccc4
19

Pagina 1333.

_f419ac61-7004-4bae-91d9-4e058d764a3a
20

Pagina 1248 en 1249.

_1284a141-07e8-416b-8fd3-bd0016939451
21

Pagina 1232.

_755e970d-0a0e-4282-bb08-2a7060ddf5c0
22

Pagina 1360.

_169c21ff-5799-44dd-a990-88ab01f5b378
23

Pagina 248.

_0cf4ea08-a46b-4bf4-a7d8-0d3a2b15c8b3
24

Pagina’s 1308-1310 en 1496.

_08f7ddc8-51b0-4ddc-a1c4-efcc07f07b30
25

Pagina 1277.

_0feaef42-6761-4d31-b978-fa8cce9f2aee
26

Pagina 1255.

_6b88e1d3-5821-4e94-bebb-43acc4d028e9
27

Pagina 1259.

_ce893f52-0059-415d-b008-e916d537b970
28

Pagina 1267.

_bf4b77af-5192-48f7-8cca-abebbf8a0830
29

Pagina 1199.

_25a5084b-3f83-49f3-8897-cf448c5d1ecb
30

Pagina 1141.

_f4a61624-49b6-4898-9a9a-3917fcbca776
31

Een proces-verbaal van verhoor getuige van de rechter-commissaris van 27 november 2019.

_6aba0424-79bb-4c49-840b-0c2a851ee959
32

Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 26 augustus 2019, genummerd 2019029132, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 5019. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.