Uitspraak ECLI:NL:RBMNE:2019:4658

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 08-10-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Midden-Nederland op 09-10-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBMNE:2019:4658, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 7998731 UV EXPL 19-212 MS/1270


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel rechtkantonrechter
locatie Utrecht

zaaknummer: 7998731 UV EXPL 19-212 MS/1270

Kort geding vonnis van 9 oktober 2019

in de zaak

de stichting
Stichting Portaal

gevestigd in Utrecht,verder ook te noemen Portaal,eisende partij,gemachtigde: mr. J.G. van Heertum,
tegen:

[gedaagde]

wonende in [woonplaats] ,verder ook te noemen [gedaagde] ,gedaagde partij,gemachtigde: mr. M. Rotgans.

ECLI:NL:RBMNE:2019:4658:DOC
nl

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel rechtkantonrechter
locatie Utrecht

zaaknummer: 7998731 UV EXPL 19-212 MS/1270

Kort geding vonnis van 9 oktober 2019

in de zaak

de stichting
Stichting Portaal

gevestigd in Utrecht,verder ook te noemen Portaal,eisende partij,gemachtigde: mr. J.G. van Heertum,
tegen:

[gedaagde]

wonende in [woonplaats] ,verder ook te noemen [gedaagde] ,gedaagde partij,gemachtigde: mr. M. Rotgans.
1

1.1.
Portaal heeft op 17 september 2019 een dagvaarding met producties aan [gedaagde] betekend en aan de kantonrechter toegestuurd. Zij heeft bij brief van 24 september 2019 en bij faxbericht van 25 september 2019 nadere producties ingediend.
1.2.
[gedaagde] heeft op 24 september 2019 een conclusie van antwoord met een productie ingediend.
1.3.
Op 25 september 2019 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waar namens Portaal de heer [A] , sociaal beheerder bij Portaal, en mr. Van Heertum zijn verschenen. De heer [gedaagde] is met zijn gemachtigde mr. Rotgans verschenen. Partijen hebben hun standpunten aan de hand van een pleitnota toegelicht, waarbij [gedaagde] nog twee pagina’s met foto’s in het geding heeft gebracht. Partijen hebben vragen beantwoord van de kantonrechter en hebben over en weer op elkaars standpunten kunnen reageren. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de zitting is besproken. De kantonrechter heeft aan het einde van de zitting bepaald dat op 9 oktober 2019 vonnis zal worden gewezen.
overwegingen

2

2.1.
Portaal verhuurt sinds 9 juni 2015 aan [gedaagde] een woning op het adres [adres] in [woonplaats] . De woning is onderdeel van een appartementencomplex van 10 woonlagen met in totaal 116 appartementen.
2.2.
Op 9 juli 2019 heeft de politie naar aanleiding van overlastmeldingen door omwonenden een huiszoeking in de woning van [gedaagde] verricht. Daarbij waren ook twee medewerkers van de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving van de gemeente Utrecht aanwezig. De politie en de medewerkers van de gemeente hebben uit wat zij in de woning hebben aangetroffen de conclusie getrokken dat vanuit de woning op grote schaal lachgas wordt verkocht.
2.3.
Portaal vordert in deze procedure ontruiming van de woning met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.
2.4.
Portaal legt aan deze vordering ten grondslag dat het aannemelijk is dat een rechter in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal ontbinden omdat [gedaagde] ernstig tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Het gaat hierbij om de volgende verplichtingen:
spoedeisend belang

a. de verplichting om geen overlast aan omwonenden te (doen) veroorzaken;b. de verplichting om de bestemming van het gehuurde niet te wijzigen;c. de verplichting om het gehuurde niet te gebruiken voor bedrijfsmatige activiteiten;d. de verplichting om in het gehuurde geen gevaarlijke stoffen op te slaan;e. de verplichting om zich als goed huurder te gedragen.
2.5.
Portaal heeft onder meer gesteld dat door de opslag van flessen lachgas in de woning sprake is van ernstige gevaarzetting en dat [gedaagde] door zijn handel in lachgas nog steeds overlast veroorzaakt. Portaal heeft daarmee voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft om in deze kortgedingprocedure ontruiming van de woning te vorderen.
bezwaar tegen productie 9 van Portaal

2.6.
De gemachtigde van [gedaagde] heeft bezwaar gemaakt tegen toelating van productie 9 van Portaal (een anonieme overlastmelding van 10 september 2019), omdat zij deze zeer kort voor de zitting heeft ontvangen en daardoor niet goed op deze verklaring kan reageren. De kantonrechter heeft met de gemachtigde afgesproken dat zij een leespauze kan aanvragen als zij de productie nog niet goed met [gedaagde] heeft kunnen bespreken. De gemachtigde van [gedaagde] heeft uiteindelijk van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
bewijs niet onrechtmatig verkregen

2.7.
[gedaagde] heeft zich op het standpunt gesteld dat de huiszoeking onrechtmatig was en dat de resultaten daarvan kwalificeren als onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal dat niet in deze procedure mag worden gebruikt. Hij stelt dat er geen grondslag was voor de huiszoeking, dat er geen machtiging tot binnentreden is getoond en dat het proces-verbaal van de politie niet aan Portaal had mogen worden verstrekt.
2.8.
Portaal heeft gesteld dat zij het bewijs zelf in ieder geval rechtmatig van de politie heeft verkregen. Zij heeft er daarnaast op gewezen dat uit het proces-verbaal blijkt dat de grondslag tot binnentreden artikel 20 van de Wet Economische Delicten was, bestaande uit een verdenking van verkoop van lachgas tanks op grote schaal waardoor sprake was van gevaarzetting in de woning. Ook was er een vermoeden van opslag van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen in de woning. Verder vermeldt het proces-verbaal dat de machtiging tot binnentreding niet aan [gedaagde] is getoond omdat hij bij de huiszoeking niet in de woning aanwezig was en dat het proces-verbaal aan Portaal is verstrekt vanwege de veiligheid voor omwonenden, het handhaven van de openbare orde en de kans op recidive.
2.9.
[gedaagde] heeft hier onvoldoende tegenin gebracht, waardoor onvoldoende aannemelijk is geworden dat sprake is van onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal. Bovendien geldt in civiele procedures dat ook onrechtmatig verkregen bewijs als bewijsmiddel kan worden gebruikt en dat terzijdelegging van dat bewijs pas gerechtvaardigd is als sprake is van bijkomende omstandigheden. Van bijzondere omstandigheden is in dit geval niet gebleken.
ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure is aannemelijk

2.10.
Vooropgesteld wordt dat in kort geding een vordering tot ontruiming slechts toewijsbaar is indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de vordering eveneens toewijst en indien van de eisende partij niet kan worden gevergd dat hij of zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.
2.11.
De kantonrechter is van oordeel dat aan deze voorwaarden is voldaan en dat [gedaagde] zo ernstig tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst dat te verwachten is dat een bodemrechter de huurovereenkomst hierom zal ontbinden. Naar het oordeel van de kantonrechter staat voldoende vast dat [gedaagde] vanuit zijn woning bedrijfsmatig lachgas heeft verkocht, dat hij de bestemming van het gehuurde hiermee (gedeeltelijk) heeft gewijzigd, dat hij door deze handel overlast heeft veroorzaakt aan omwonenden en dat hij gevaarlijke stoffen (namelijk grote hoeveelheden lachgas) in zijn woning heeft opgeslagen. Hij heeft hiermee - meer in het algemeen - niet gehandeld zoals van een goed huurder verwacht mag worden. Dit oordeel wordt hieronder nader toegelicht.
verkoop van lachgas

2.12.
Uit het proces-verbaal van 12 juli 2019 dat de politie van de huiszoeking heeft opgemaakt en de rapportage van 11 juli 2019 die de medewerkers de gemeente hebben opgesteld, blijkt dat er in totaal 11 flessen/tanks lachgas in de woning zijn aangetroffen, waaronder ook gasflessen in de keuken. Verder zijn in de woning meerdere zakken met ballonnen, twee doosjes met in totaal 17 crackers en een kartonnen doos met een grote hoeveelheid lachgaspatronen aangetroffen. Op de salontafel lag een notitieboekje waarin meerdere namen werden vermeld, met achter deze namen een frequentie en enkele bedragen.
2.13.
De kantonrechter acht het gelet op de grote hoeveelheid flessen lachgas en lachgaspatronen, de ballonnen, de crackers en het notitieboekje dat door de politie en de medewerkers van de gemeente is aangemerkt als bedrijfsadministratie, aannemelijk dat [gedaagde] zich bedrijfsmatig heeft beziggehouden met de verkoop van lachgas vanuit zijn woning. [gedaagde] heeft gesteld dat hij verslaafd is aan lachgas en dat hij de flessen lachgas, de ballonnen, de crackers en de lachgaspatronen alleen voor eigen gebruik in de woning had. Gezien het grote aantal flessen dat zich in de woning bevond acht de kantonrechter dit echter niet aannemelijk. De stelling van [gedaagde] dat het notitieboekje met bedrijfsadministratie niet van hem is maar van degene die de flessen lachgas aan hem heeft verkocht, acht de kantonrechter daarom ook niet aannemelijk
2.14.
De conclusie dat [gedaagde] vanuit zijn woning handel drijft in lachgas, wordt bovendien ondersteund door diverse anonieme verklaringen van de omwonenden en een verklaring die de heer [B] op 20 september 2019 aan Portaal heeft afgelegd. Uit de door Portaal overgelegde stukken blijkt dat verschillende omwonenden (anoniem) aan de politie en aan Portaal hebben gemeld dat [gedaagde] vanuit zijn woning overdag en ’s nachts lachgas verkoopt en dat de kopers veel overlast veroorzaken door onder meer in de lift over te geven, gebruikte ballonnen achter te laten en te urineren in het trappenhuis. Als vormen van overlast na middernacht worden door een omwonende ook genoemd: lachgas geluiden, hard lachende jongeren en gierende banden. Bewoners zeggen zich in de flat niet veilig te voelen door het type klanten dat [gedaagde] bezoekt. De overlast door handel in lachgas wordt bevestigd door de verklaring van de heer [B] , die daarbij vermeldt dat er veel overlast is geweest en dat het een komen en gaan was van mensen die op de gekste tijden bij iedereen aanbelden. Omdat de anonieme verklaringen worden ondersteund door de verklaring van de heer [B] en door de bevindingen van de politie en de gemeente tijdens de huiszoeking, ziet de kantonrechter in de anonimiteit van deze verklaringen geen beletsel om hieraan bewijskracht toe te kennen. Portaal heeft bovendien verklaard dat zij op de hoogte is van de identiteit van de klagers.
tussenconclusie

2.15.
Gezien het voorgaande luidt de conclusie dat [gedaagde] zich bedrijfsmatig bezig heeft gehouden met de verkoop van lachgas vanuit zijn woning.
2.16.
Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Huurvoorwaarden voor zelfstandige woonruimte (hierna: de algemene huurvoorwaarden) van toepassing. In de tussen partijen gesloten huurovereenkomst en in artikel 8 lid 1 van de algemene huurvoorwaarden is bepaald dat het gehuurde uitsluitend bestemd is om te worden gebruikt als woonruimte en dat het de huurder niet is toegestaan een andere bestemming aan het gehuurde te gevenVerder is in artikel 8 lid 2 en 3 van de algemene huurvoorwaarden bepaald dat de huurder niet gerechtigd is in enig gedeelte van het gehuurde een beroep of bedrijf uit te oefenen en dat de huurder het gehuurde als een goed huurder overeenkomstig de overeengekomen bestemming zal gebruiken.
2.17.
Gelet op de bedrijfsmatige verkoop van lachgas vanuit de woning, heeft [gedaagde] in strijd gehandeld met de verplichtingen om - kort gezegd - de bestemming van het gehuurde niet te wijzigen en het gehuurde niet te gebruiken voor bedrijfsmatige activiteiten.
overlast

2.18.
Gelet op de verklaringen van de omwonende staat ook voldoende vast dat [gedaagde] door zijn handel in lachgas ernstige overlast aan omwonenden heeft bezorgd. Hij heeft hiermee niet voldaan aan zijn verplichting op grond van artikel 8 lid 5 van de algemene huurvoorwaarden, waarin is bepaald dat huurder ervoor zal zorgdragen dat aan omwonenden geen overlast wordt veroorzaakt.
opslag gevaarlijke stoffen

2.19.
Portaal verwijt [gedaagde] ook dat hij niet heeft voldaan aan zijn verplichting op grond van artikel 8 lid 9 van de algemene huurvoorwaarden om in het gehuurde geen gevaarlijke stoffen op te slaan. Portaal heeft toegelicht dat lachgas een oxiderend gas is dat brand kan veroorzaken en verbranding van brandbare stoffen kan versterken. Er bestaat in het kader van het pan-Europees verdrag voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg een zogenoemde ‘ADR-lijst’ waarop gevaarlijke stoffen en goederen op basis van hun gevaarseigenschappen zijn ingedeeld. Volgens het RIVM gelden de criteria voor de indeling op deze ADR-lijst behalve voor vervoer ook voor opslag. Lachgas valt onder klasse 2 en 5.1 van het ADR. Op grond van artikel 7.6 van het Bouwbesluit 2012 is voor stoffen met ADR klasse 5.1 maximaal 50 kilogram of liter toegestaan. Portaal stelt dat zich ten tijde van de huiszoeking, uitgaande van 11 flessen, 251 liter lachgas in de woning bevond, wat meer dan vijfmaal de maximaal toegestane hoeveelheid was. [gedaagde] heeft hiermee volgens Portaal gevaarzettend gehandeld.
2.20.
[gedaagde] betwist dat zich 251 liter lachgas in de woning bevond. Hij stelt dat de flessen allemaal leeg waren. Hij heeft in dit verband toegelicht dat hij het lachgas buitenshuis gebruikt, niet in de wijk Overvecht maar in de wijk Zuilen, en dat hij de lege lachgasflessen mee naar huis neemt omdat deze anders vanwege het statiegeld uit zijn auto worden gestolen.
2.21.
De kantonrechter acht het, gelet op hetgeen Portaal heeft aangevoerd, voldoende aannemelijk dat [gedaagde] door de opslag van de 11 flessen lachgas artikel 7.6 van het Bouwbesluit heeft overschreden. Zoals hierboven al is geoordeeld, is het gezien het grote aantal flessen dat zich in de woning bevond niet aannemelijk dat dit voor eigen gebruik was en is daarentegen wel aannemelijk dat sprake is van bedrijfsmatige handel in lachgas. De stelling van [gedaagde] dat de flessen leeg waren is daarom niet overtuigend. Op grond van artikel 7.6 lid 4 van het Bouwbesluit wordt bovendien bij het berekenen van een toegestane hoeveelheid een aangebroken verpakking als een volle meegerekend, zodat ook een (vrijwel) lege lachgasfles als een volle fles moet worden aangemerkt. De conclusie luidt daarom dat [gedaagde] door de opslag van 11 flessen lachgas in zijn woning in strijd heeft gehandeld met het Bouwbesluit en met zijn verplichting op grond van artikel 8 lid 9 van de algemene huurvoorwaarden om in het gehuurde geen gevaarlijke stoffen op te slaan.
goed huurderschap

2.22.
Omdat [gedaagde] niet heeft voldaan aan zijn verplichting op grond van de huurovereenkomst om geen overlast aan omwonenden te (doen) veroorzaken, de bestemming van het gehuurde niet te wijzigen, het gehuurde niet te gebruiken voor bedrijfsmatige activiteiten en in het gehuurde geen gevaarlijke stoffen op te slaan, heeft hij ook niet voldaan aan zijn verplichting op grond van artikel 8.3 van de algemene huurvoorwaarden om het gehuurde als een goed huurder te gebruiken en de verplichting op grond van artikel 7:213 van het Burgerlijk Wetboek om zich als goed huurder te gedragen.
conclusie

2.23.
Op grond van al deze tekortkomingen is het aannemelijk dat een rechter in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal ontbinden. Van Portaal niet kan worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het hier gaat om tekortkomingen uit het verleden die door [gedaagde] niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt. Uit de verklaringen van omwonenden kan bovendien worden afgeleid dat [gedaagde] na de huiszoeking niet is gestopt met zijn handel in lachgas en dat zij - hoewel in mindere mate dan eerst - hiervan nog steeds overlast ondervinden. De aanwezigheid van flessen lachgas in de woning levert daarnaast een gevaarzettende situatie op. De gevorderde ontruiming zal daarom worden toegewezen. De termijn waarbinnen [gedaagde] zijn woning moet ontruimen, wordt gesteld op 14 dagen na de datum van dit vonnis.
2.24.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Portaal worden begroot op:
- dagvaarding € 99,01- griffierecht € 121,00- salaris gemachtigde € Totaal € 940,01
2.25.
Portaal heeft ook vergoeding van de nakosten gevorderd. Deze zullen worden toegewezen zoals in de beslissing is bepaald.
beslissing

3

De kantonrechter:

geeft de volgende onmiddellijke voorziening:

3.1.
veroordeelt [gedaagde] om de woning aan de [adres] binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis te ontruimen en te verlaten, onder afgifte van de sleutels, met al hetgeen van hem is en met al de personen die vanwege hem in de woning verblijven, en de woning ter vrije en algehele beschikking van Portaal te stellen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Portaal, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 940,01, waarin begrepen € 720,00 aan salaris gemachtigde;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door Portaal volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op: - € 120,00 aan salaris gemachtigde; - te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.S. Elkhuizen-Koopmans, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2019.