Uitspraak ECLI:NL:RBMNE:2019:4186

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 10-09-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Midden-Nederland op 10-09-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBMNE:2019:4186, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 16/079270-19 en 16/036710-19 (gev. ttz.) (P)


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

StrafrechtZittingsplaats Lelystad
Parketnummers: 16/079270-19 en 16/036710-19 (gev. ttz.) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 10 september 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,
geboren op [1999] te [geboorteplaats] ,wonende te [woonplaats] , [adres] .

ECLI:NL:RBMNE:2019:4186:DOC
nl

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

StrafrechtZittingsplaats Lelystad
Parketnummers: 16/079270-19 en 16/036710-19 (gev. ttz.) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 10 september 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,
geboren op [1999] te [geboorteplaats] ,wonende te [woonplaats] , [adres] .
1

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 augustus 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. G.A. Hoppenbrouwers en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. A.W. van Gemert, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2

De tenlasteleggingen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
16/036710-19

op 2 januari 2019 in Lelystad medeplichtig is geweest aan een poging tot het medeplegen van een diefstal met geweld en bedreiging met geweld van [slachtoffer 1] en/of [benadeelde 1] ;

16/079270-19

primair:
op 8 januari 2019 in Lelystad samen met een ander of anderen [benadeelde 2] en/of [slachtoffer 2] heeft overvallen;

en/of
op 8 januari 2019 in Lelystad samen met een ander of anderen [slachtoffer 2] heeft afgeperst;

subsidiair:
op 8 januari 2019 in Lelystad medeplichtig is geweest aan het medeplegen van een overval van [benadeelde 2] en/of [slachtoffer 2] ;

en/of
op 8 januari 2019 in Lelystad medeplichtig is geweest aan het medeplegen van afpersing van [slachtoffer 2]

De rechtbank nummert de bij de dagvaardingen met de parketnummers 16/036710-19 en 16/079270-19 ten laste gelegde feiten respectievelijk als de feiten 1 en 2.

3

3.1
Geldigheid van de dagvaarding

3.1.1
Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 2 primair heeft de raadsman bepleit dat de tenlastelegging nietig moet worden verklaard, omdat geen van de in de tenlastelegging genoemde feiten zien op enige gedraging van verdachte. De tenlastelegging van medeplegen vergt wel enig bewijs van betrokkenheid bij een concreet delict. Het is niet duidelijk waar het medeplegen uit bestaat.
3.1.2
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich niet uitgelaten over de geldigheid van de dagvaarding.
3.1.3
Het oordeel van de rechtbankof
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat, nu het voor medeplegen niet noodzakelijk is dat de verdachte de uitvoeringshandelingen verricht, het niet noodzakelijk is dat de gedragingen van verdachte specifiek in de tenlastelegging worden genoemd.

3.2
Ontvankelijkheid van de officier van justitie

3.2.1
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard voor het onder 2 subsidiair ten laste gelegde ten aanzien van het doen van een valse 112-melding. Het bellen van de 112-meldkamer en het opgeven van een vals signalement is expliciet apart strafbaar gesteld in artikel 189 van het Wetboek van Strafrecht. Een dader na het plegen van een misdrijf helpen door de opsporing te bemoeilijken is geen bijdrage leveren aan het feit zelf. Door deze wijze van ten laste leggen probeert de officier van justitie verdachte verantwoordelijk te houden voor het gronddelict. Dat is strijdig met artikel 55, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht. Ook omzeilt het Openbaar Ministerie hiermee het lagere strafmaximum van artikel 189 van het Wetboek van Strafrecht.
3.2.2
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich niet uitgelaten over haar ontvankelijkheid.
3.2.3
Het oordeel van de rechtbank

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4

4.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie gesteld dat verdachte medeplichtig is door het beschikbaar stellen van zijn telefoon. Het is ongeloofwaardig dat verdachte niet wist waar zijn telefoon voor nodig was. De officier van justitie heeft verwezen naar de aangifte, de verklaring van [medeverdachte 1] , het veelvuldige contact met [medeverdachte 2] , het wissen van de gegevens in de telefoon en het aanstralen van de telefoon van verdachte in de omgeving van de plaats delict.
Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie gesteld dat het initiatief in het appgesprek over de overval bij verdachte ligt. Verdachte heeft een vals signalement van de overvaller doorgegeven. De route van de bestelbus van verdachte komt niet overeen met de te rijden route maar is wel op de plaats delict geweest. Het is ongeloofwaardig dat verdachte alleen meepraatte. Uit het app-gesprek blijkt dat verdachte mee zou delen in de buit. Hij is bij [B] aangetroffen.

4.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 vrijspraak bepleit. Hij heeft daarbij aangegeven dat verdachte geen (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op de beroving door het uitlenen van zijn telefoon aan de medeverdachten. Er is geen sprake van een aanmerkelijke kans, omdat verdachte niet wist dat de medeverdachten in staat waren tot het plegen van een beroving. Het tweede onderdeel van de aan verdachte verweten gedraging, te weten het laten doorgeven van zijn telefoonnummer als contactpersoon bij de maaltijdbestelling bij [benadeelde 1] , is niet gebeurd. Het telefoonnummer van de medeverdachte [medeverdachte 2] is doorgegeven.Het laatste onderdeel, na de poging diefstal contact onderhouden met de mededaders, kan niet worden gekwalificeerd als een strafbaar feit. Voor medeplichtigheid moet enige effectieve bijdrage of ondersteuning aan het delict zijn gegeven. Medeplichtigheid ná een voltooid misdrijf is moeilijk te bevatten. Indien de rechtbank wel tot een bewezenverklaring van dit derde onderdeel komt, heeft de raadsman verzocht verdachte voor dat punt te ontslaan van alle rechtsvervolging.
Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman eveneens vrijspraak bepleit van het primair en subsidiair ten laste gelegde. Er is niet gebleken van een nauwe en bewuste samenwerking. In het WhatsAppgesprek heeft verdachte maar wat meegepraat met de voornemens van zijn neef [medeverdachte 2] , omdat hij niet verstoten wilde worden uit zijn sociale omgeving. In dat meepraten zit geen wezenlijke of effectieve bijdrage. Het zeggen dat iemand een grote tas moet meenemen is niet een inlichting die daadwerkelijk het misdrijf vergemakkelijkt of bevordert. Verdachte heeft in de WhatsApp ook een aantal dingen toegezegd, maar hij heeft deze niet uitgevoerd. Er heeft geen voorverkenning plaatsgevonden en verdachte heeft ook niet op de uitkijk gestaan. Verdachte is naar het tankstation gegaan om een voorverkenning te doen, maar dat heeft hij uiteindelijk nooit gedaan omdat hij het niet wilde. Verdachte heeft een valse 112-melding gedaan, maar dit heeft geen bijdrage aan het delict zelf opgeleverd. Het misdrijf was al gepleegd.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
_3268b805-3d97-42c8-a5e4-43b913392696


Feit 1

Bewijsmiddelen

Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard, zakelijk weergegeven:Mijn ouders hebben een eigen horecabedrijf, genaamd [benadeelde 1] , op de [adres] in [vestigingsplaats] . Op 2 januari 2019, kreeg ik te horen dat ik een bestelling moest afleveren bij het [adres] in [woonplaats] . De bestelling was telefonisch gedaan. Ik heb het eten aan persoon 1 gegeven. Ik pakte mijn portemonnee om het eten af te rekenen. Ik hield de portemonnee met twee handen stevig vast. Ik zag dat persoon 2 met twee (2) handen mijn portemonnee vast pakte en de portemonnee naar zich toe trok. Op dat moment heb ik mijn portemonnee terug getrokken en in mijn binnenzak gestopt. Toen liepen beide personen naar mij toe en drukten mij richting een grote bloempot. Tijdens het drukken hoorde ik beide personen meerdere malen tegen mij zeggen: "Als je de portemonnee nu niet geeft ga ik je doodsteken".Ik zag en voelde dat beide personen tegen mijn helm sloegen. Ik zag dat persoon 2 de rechterzijde van zijn jas omhoog deed met zijn rechter arm. Boven zijn rechter broekzak zag ik een zwart handvat uitsteken met daaronder een glimmend gedeelte. Door de broekzak heen zag ik de vorm van een mes. Daarna deed persoon 2 zijn jas weer over zijn broek. Ik heb hard geschreeuwd om hulp. Ik zag dat persoon 2 met zijn rechter gebalde vuist tegen de linkerzijde van mijn hoofd sloeg. Ondank dat ik een helm droeg had ik pijn van de klap. Ik heb hierdoor ook een wondje aan de binnenzijde van mijn lip. Daarna zag ik beide personen wegrennen.
Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard, zakelijk weergegeven:Wij gingen eten bestellen bij [benadeelde 1] . Het is telefonisch gegaan. Het eten is bezorgd dicht bij de stad. Ik neem de Sushi aan en geef hem zijn geld waarna hij mij wisselgeld moet geven. Zijn portemonnee uit zijn zak haalt en toen is er geprobeerd om de portemonnee te pakken maar dat is uiteindelijk niet gebeurd omdat hij een beetje tegenwerkte. Ik heb het met [medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2] ) gedaan. [medeverdachte 2] heeft tegen mij gezegd dat hij hem een klap had gegeven.
Verdachte heeft bij de politie verklaard, zakelijk weergegeven: [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] ) hadden het plan om Sushi te gaan bestellen bij [benadeelde 1] en dan de bezorger te overvallen. Zij hebben met mijn telefoon gebeld naar [benadeelde 1] . Ik wist wat zij van plan waren. Zij hebben [benadeelde 1] gebeld met mijn telefoon, daarna hebben zij [benadeelde 1] nog een keer teruggebeld om eerst via de thuis bezorgd app op mijn telefoon te kijken wat het duurste was wat zij konden bestellen.Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij, toen hij bij de bushalte stond, drie jongens zag staan, onder wie het slachtoffer. De Sushi bezorger werd geduwd en getrokken. Daarna zag hij [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] wegrennen. Zij belden hem daarna om naar hen toe te gaan. Verdachte is toen samen met [A] naar hen toegegaan en daar hebben zij gesproken over de overval.
Bewijsoverweging

Uit voorgaande leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] geprobeerd hebben om [slachtoffer 1] van [benadeelde 1] te overvallen. Hiervoor is telefonisch een bestelling doorgegeven met de telefoon van verdachte. Verdachte heeft even daarvoor zijn vrienden horen spreken over het plan om de Sushibezorger te overvallen toen zij gezamenlijk in de Sisha lounge zaten. Toch heeft hij zijn telefoon uitgeleend aan hen, waardoor de bestelling geplaatst kon worden. Hierdoor heeft hij middelen verschaft voor het plegen van het misdrijf. Verdachte heeft de aanmerkelijke kans aanvaard dat de bestelling met zijn telefoon geplaatst zou worden en hij hierdoor behulpzaam zou zijn aan het feit. Hiermee is tevens bewezen dat hij voorafgaand aan de poging diefstal met geweld contact heeft onderhouden met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . Ten aanzien van het contact achteraf heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat dit in het kader van de medeplichtigheid geplaatst moet worden. Evenmin is bewezen dat het telefoonnummer van verdachte als contactpersoon bij [benadeelde 1] is opgegeven. Van die delen van de tenlastelegging zal verdachte worden vrijgesproken.
Feit 2

Bewijsmiddelen

Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard, zakelijk weergegeven:Op dinsdag 8 januari 2019 vond er een diefstal met geweld plaats op de shop van het Shell tankstation gelegen aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Ik zie een man de winkel binnenkomen. Ik zie dat deze man een bivakmuts over zijn gezicht heeft waardoor ik zijn gezicht niet goed kan zien. Ik zie dat deze man zwarte handschoenen aan heeft en in zijn hand een mes heeft. Ik zie dat dit mes groot is. Ik zie dat deze man met versnelde pas op mij af komt lopen. Ik hoorde de man met harde stem tegen mij zeggen: "Geef me geld, geef me geld". De man stond voor mij. Ik hoorde de man tegen mij zeggen: "Pas op, want ik steek, ik steek" en "Geef me geld, doe die la open". Ik heb vervolgens de geldlade geopend en ik zag dat de manspersoon over de balie heen boog om het geld uit de geldlade te pakken. Ik hoorde de man tegen mij zeggen: "En ik wil ook sigaretten". Ik heb een hand vol pakjes sigaretten gepakt. Ik denk dat ik ongeveer 6 pakjes in mijn hand had. Daarna zag ik dat deman om de balie heen liep en dat hij zelf uit het schap nog sigaretten pakte. Ik weet niet hoeveel pakjes er ongeveer weg zijn. Uiteindelijk heb ik een kasverschil van 184,47 euro.
Uit de camerabeelden van het Shell tankstation, uitgekeken door verbalisant [verbalisant 1] , blijkt het volgende:Ik zie dat er een persoon de winkel van het Shell Tankstation binnen komt rennen. Ik zie dat de persoon donker is gekleed, een capuchon op zijn hoofd heeft en zijn gezicht heeft bedekt waarbij enkel zijn ogen en neus zichtbaar zijn. Ik zie dat de persoon op de medewerkster achter de balie af rent. Ik zie dat de man met het mes in de richting van de medewerkster wijst. Ik zie dat de persoon stekende bewegingen maakt met het mes in de richting van de medewerkster. Ik zie dat de medewerkster de kassa open doet, ik zie dat de persoon een bakje uit de kassa pakt en deze in zijn grijskleurige tas stopt. Ik zie dat er in dit bakje verschillende soorten briefgeld zit. De medewerkster heeft verklaard dat de dader ook sigaretten heeft buit gemaakt. Ik zie dat de persoon weg rent richting de uitgang. Ik zie dat de persoon hierbij een pakje sigarettenverliest welke op de grond valt.
Uit het proces-verbaal van onderzoek aan de telefoon van verdachte door verbalisant [verbalisant 2] , blijkt het volgende:In genoemde telefoon zijn WhatsApp berichten zichtbaar tussen verdachte [medeverdachte 2] en verdachte [verdachte] . In de chatgesprekken van 6 januari 2019 wordt geschreven dat verdachte [medeverdachte 2] 3 barkie (300 euro) nodig heeft voor donderdag voor eten of zeg maar salaris. Dan zegt [verdachte] : “Je gat die oevvoe gooien toch”. De verbalisant merkt op dat verdachte hiermee heeft bedoeld: ‘Je gaat die overval doen toch’. Hierop reageert [medeverdachte 2] door te zeggen: “ja dinsdag”. Verdachte [verdachte] zegt tegen verdachte [medeverdachte 2] dat hij een grote tas moet kopen en dan de sigaretten ook mee moet nemen en seren (verkopen). Ook heeft verdachte gezegd: “Alsnhij niet wilt geven Moet je over die toonbank springen”, “Je moet niet alleen doen Beste met zn 2en”. [medeverdachte 2] vraagt of [verdachte] voor hem kan observeren. Hij vraagt of [verdachte] dinsdag rond zes uur kauwgom wil gaan halen. [verdachte] zegt: “Dat is goedd denk ik”. [verdachte] vraagt aan [medeverdachte 2] wanneer hij die torrie (het verhaal) wilt gaan doen. [medeverdachte 2] zegt rond 6 uur of half 9, rond sluitingstijd. [verdachte] zegt dat hij eerst weg moet zijn, anders is hij getuige. [medeverdachte 2] zegt dat hij iets nodig heeft om te vluchten. [verdachte] zegt: “We moeten scooby fixen en die kenteken er af halen. Of motor ofsow. Ik kan motor rijden dus geen stress. Scooter kan ook maar moet zwaar opgevoerd zijn”. Dan praten zij over waar [medeverdachte 2] naartoe zal vluchten. De naam [B] wordt genoemd. Verdachte [medeverdachte 2] wil verdachte [verdachte] de verantwoordelijkheid geven over de sigaretten. [medeverdachte 2] wil een paar pakjes voor zichzelf en de rest mag [verdachte] verkopen. [medeverdachte 2] zegt ik heb toch stash (weggestopt). [verdachte] kan het volgens [medeverdachte 2] verkopen voor 5 euro per pakje. Dan vraagt verdachte [verdachte] waar de bivak (bivakmutsen) zijn. Die bivak van verdachte [verdachte] zou [B] hebben. Hierop zegt [medeverdachte 2] dat ze gestasht (verstopt) zijn in de bosjes. Op 8 januari 2019 vraagt verdachte [medeverdachte 2] aan verdachte [verdachte] of hij zo kan gaan observeren, zeg maar kauwgom halen. Verdachte [verdachte] zegt dat hij naar [C] rijdt. Verdachte [medeverdachte 2] zegt hierop “Haal die shit voor me, die taser”. Verdachte [verdachte] reageert daarop met “Aiii”
Op de terechtzitting van 27 augustus 2019 heeft verdachte verklaard dat met “oevvoe gooien” het doen van een overval werd bedoeld.

Uit overig onderzoek is het volgende gebleken:Op camerabeelden is geen bestelbus van supermarkt Jumbo waargenomen, wat volgens de verklaring van verdachte [verdachte] wel zou hebben gemoeten. Wel zag de verbalisant omstreeks 18:17 uur, een in het donker gekleed persoon, langs het tankstation lopen. De persoon loopt tot vier keer aan toe naar de hoek van de winkel Woon & Licht en loopt dan vervolgens weer terug naar de voorzijde van de bestelbus. Uit eerder bekeken camerabeelden blijkt dit de dader van de overval te zijn. Uit de camerabeelden van het Shell tankstation is gebleken dat het rond dat tijdstip aanzienlijk drukker was geweest met klandizie in de shop van het tankstation. Het vermoeden bestaat dan ook dat de overval kennelijk werd uitgesteld naar een later tijdstip waarop het minder druk was. Uit onderzoek kan tevens worden opgemaakt dat [verdachte] zich in de omgeving van het Shell tankstation bevond op het moment dat er de eerste keer een voorverkenning dan wel een poging werd ondernomen tot het plegen van de overval. Uit de TomTom gegevens is gebleken dat de Jumbo bus waarin [verdachte] reed, omstreeks 18.23 uur arriveerde op het [adres] te [woonplaats] . Deze locatie lag niet op de route van zijn bestellingen. De bus heeft daar zo’n 16 minuten stilgestaan en is omstreeks 18.40 uur vertrokken richting Zwartezeestraat te Lelystad. Uit de ‘OMS’ is gebleken dat [verdachte] helemaal geen bestellingen heeft afgeleverd in de Zuiderzeewijk, waaronder ook het Langezand te Lelystad valt en waar het tankstation Shell vlakbij is gelegen.Tijdens de overval omstreeks 19:50 uur bevond [verdachte] zich wederom in de omgeving van het Shell tankstation. [verdachte] had verklaard dat hij op zoek was naar de dichtstbijzijnde glasbak. Uit de OMS gegevens is echter gebleken dat zijn laatste afleveradres op de Zwartezeestraat is geweest wat juist aan de andere kant van Lelystad is gelegen.
Tijdens het verhoor bij de politie is aan verdachte gevraagd waarom hij een valse verklaring heeft afgelegd na de overval op de Shell bij het reageren op de Burgernetmelding. Verdachte heeft geantwoord: “Het was om iemand te verdedigen. De huidskleur klopte niet. Ik heb daar inderdaad over gelogen. Ik heb hem in bescherming willen nemen.”

Bewijsoverweging

Uit bovengenoemde bewijsmiddelen is te bewijzen dat op 8 januari 2019 een overval op het [benadeelde 2] en [slachtoffer 2] heeft plaatsgevonden. Er heeft een diefstal met bedreiging met geweld plaatsgevonden doordat de dader geld en sigaretten heeft gepakt. Ook is er sprake van een afpersing met bedreiging met geweld, omdat [slachtoffer 2] onder bedreiging meerdere pakjes sigaretten heeft afgegeven. Ook blijkt dat het niet verdachte is geweest die met een mes voor [slachtoffer 2] heeft gestaan. De rechtbank zal daarom moeten oordelen of de handelingen die verdachte heeft gepleegd kunnen worden gekwalificeerd als deelneming in de vorm van medeplegen dan wel medeplichtigheid.
Bij de vorming van haar oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechterbank rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Uit bovengenoemde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte twee dagen voor de overval via WhatsApp uitgebreid met medeverdachte [medeverdachte 2] heeft gesproken over de overval. Hij heeft hierbij uitgebreid meegedacht over de overval door onder meer tips te geven die erop neerkomen dat [medeverdachte 2] een grote tas mee moet nemen, ook sigaretten moet stelen, niet alleen moet gaan en over de toonbank moet springen als er niet meegewerkt wordt. Verdachte zegt toe dat hij een voorverkenning zal doen en zij spreken over een vluchtscooter zonder kentekenplaat. Verdachte zou na de overval de sigaretten mogen verkopen.

Vervolgens is gebleken dat op de dag van de overval verdachte zich tot twee maal toe met zijn bestelbus in de buurt van het tankstation ophoudt op het moment dat, de later als dader herkende man, bij het tankstation was. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte op de uitkijk heeft gestaan en een eventuele vluchtmogelijkheid heeft gecreëerd. De verklaring van verdachte, inhoudende dat hij de dichtstbijzijnde glasbak zocht, klopt dus niet en wordt als volstrekt ongeloofwaardig terzijde geschoven.Na de overval heeft verdachte op een burgernetmelding een valse melding gedaan, waarbij hij een vals signalement heeft doorgegeven. De rechtbank is van oordeel dat hij hiermee een actieve bijdrage heeft geleverd aan de succesvolle vlucht van de (mede)dader na de overval, waardoor ook de opsporing van de (mede)dader bemoeilijkt zou worden.
De verklaring van verdachte dat hij in het Whatsappgesprek van 6 januari 2019 alleen maar heeft meegepraat en weliswaar heeft toegezegd dat hij een vluchtscooter zou regelen en een voorverkenning zou doen, maar deze toezeggingen niet heeft waargemaakt, vindt de rechtbank gelet op de overige bewijsmiddelen niet aannemelijk en ongeloofwaardig, niet in de laatste plaats omdat hij hierover steeds wisselend heeft verklaard.

Bovengenoemde handelingen van verdachte tezamen bezien, maken dat de rechtbank van oordeel is dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte. In meerdere fasen van het delict, te weten in de voorbereiding, tijdens de uitvoering en gedurende de vlucht, is verdachte nauw betrokken geweest bij de overval, zodat zijn handelingen niet slechts als medeplichtigheid moeten worden gekenschetst. De doortraptheid van de kort na de overval door verdachte gedane valse 112-melding, draagt naar het oordeel van de rechtbank bij aan de bewustheid waarmee verdachte met de medepleger heeft samengewerkt.De rechtbank acht daarom het onder 2 primair ten laste gelegde in beide varianten wettig en overtuigend bewezen.
5

- een hoeveelheid eten bij de [benadeelde 1] heeft/hebben besteld en/of
- (vervolgens) een hoeveelheid eten van die [slachtoffer 1] heeft/hebben aangenomen en/of geld heeft/hebben betaald en/of
- (vervolgens) de portemonnee van die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgepakt en/of naar zich toe heeft/hebben getrokken en/of
- (vervolgens) tegen een bloempot heeft/hebben gedrukt en/of geduwd en/of
- (daarbij) dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Als je je portemonnee niet geeft, ga ik je doodsteken" en/of
- (vervolgens) die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of het gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of
- (vervolgens) een mes, althans op een mes gelijkend voorwerp in de broekzak heeft/hebben getoond,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 2 januari 2019 te Lelystad opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door zijn mobiele telefoon aan die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] ter beschikking te stellen en/of zijn telefoonnummer als contactpersoon bij de maaltijdbestelling bij [benadeelde 1] op te (laten) geven en/of voorafgaand aan en/of na de poging diefstal met geweld contact te onderhouden met die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] ;
- met een bivakmuts over het gezicht het tankstation met versnelde pas binnen te lopen in de richting van voornoemd slachtoffer, terwijl hij, verdachte, zichtbaar een (groot) mes bij zich draagt en/of
- met luide en bedreigende stem tegen voornoemd slachtoffer te zeggen: "Geef me geld, geef me geld!" en/of "Pas op, want ik steek, ik steek" en/of "Geef me geld, doe die la open" en/of
- vervolgens over de balie te buigen en een of meerdere biljetten uit de geopende geldlade te pakken en/of
- (vervolgens) een of meerdere pakjes sigaretten van voornoemd slachtoffer aan te nemen en/of uit het schap te pakken;
- met een bivakmuts over het gezicht het tankstation met versnelde pas binnen te lopen in de richting van voornoemd slachtoffer, terwijl hij, verdachte, zichtbaar een (groot) mes bij zich draagt en/of
- met luide en bedreigende stem tegen voornoemd slachtoffer te zeggen: "Geef me geld, geef me geld!" en/of "Pas op, want ik steek, ik steek" en/of "Geef me geld, doe die la open" en/of
- vervolgens over de balie te buigen en een of meerdere biljetten uit de geopende geldlade te pakken en/of

- (vervolgens) een of meerdere pakjes sigaretten van voornoemd slachtoffer aan te nemen en/of uit het schap te pakken.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
16/036710-19 (Feit 1)

[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] op of omstreeks 2 januari 2019 te Lelystad tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door hen voorgenomen misdrijf om een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 1] (gevestigd aan de [adres] ) en/of [slachtoffer 1] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te
bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of mededader(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
16/079270-19 (Feit 2 primair)

hij op of omstreeks 8 januari 2019 te Lelystad tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, enig(e) geldbedrag(en) en/of een of meerdere pakjes sigaretten,
in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 2] , heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere
deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

EN/OF
hij op of omstreeks 8 januari 2019 te Lelystad tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te
bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) en/of een of meerdere pakjes sigaretten, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 2] toebehoorde, door
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1 en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1:

medeplichtigheid aan een poging tot diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

feit 2 primair:

diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en/of

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8

8.1
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals zijn genoemd in het reclasseringsrapport.
8.2
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
8.3
Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van het feit

Verdachte is medeplichtig aan een poging tot straatroof. Hij heeft de daders de gelegenheid tot het feit geboden en middelen verschaft door zijn telefoon uit te lenen waarmee een bestelling bij [benadeelde 1] is doorgegeven om eten af te leveren op een bepaald adres. Vervolgens hebben de daders met geweld en bedreiging met geweld geprobeerd de portemonnee van de bezorger te stelen. Voorts heeft verdachte zich enkele dagen later schuldig gemaakt aan het medeplegen van een overval op een tankstation. Bij deze overval is een medewerkster bedreigd met een groot mes en zijn er geld en sigaretten weggenomen. Verdachte heeft voorafgaand aan de overval overleg gehad en tips gegeven voor de overval. Tijdens de voorverkenning en de overval zelf was verdachte in de buurt van het tankstation. Verdachte zou meedelen in de buit en hij heeft na de overval een vals signalement van de dader doorgegeven aan de 112 meldkamer. Feiten als onderhavige schokken de rechtsorde en brengen gevoelens van onveiligheid met zich mee, zowel bij de aangevers als bij de maatschappij. Slachtoffers van dit soort feiten hebben vaak nog lange tijd last van de gevolgen. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.
Persoon van verdachte

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:
Uit het reclasseringsrapport blijkt dat verdachte mogelijk beïnvloedbaar is of dat er sprake is van groepsdruk. De reclassering heeft daar onvoldoende zicht op gekregen, omdat verdachte te weinig openheid heeft gegeven. Beschermend is dat verdachte huisvesting heeft bij zijn ouders, het contact met ouders goed is en dat hij een dagbesteding heeft. De reclassering heeft het recidiverisico niet in kunnen schatten. De reclassering heeft geadviseerd om bij een (deels) voorwaardelijke straf als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een verplichte dagbesteding op te leggen.

Straf

Gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten is naar het oordeel van de rechtbank alleen een gevangenisstraf op zijn plaats. Voor de vaststelling van de duur daarvan heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende laten meewegen.
De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS gaan voor een straatroof met licht geweld of verbale bedreiging uit van een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden en voor een overval op een benzinestation met licht geweld of bedreiging uit van een gevangenisstaf voor de duur van twee jaar. De rechtbank houdt er eveneens rekening mee dat het bij het eerste feit bij een poging is gebleven en verdachte aan dit feit medeplichtig is. Bij feit 2 houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte niet zelf de overval heeft gepleegd en zijn rol daardoor kleiner is geweest.
Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf, een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 manden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals zijn genoemd in het reclasseringsrapport, passend en geboden is.

- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 18 juli 2019 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld;- een reclasseringsadvies van 21 augustus 2019, uitgebracht door J. To, reclasseringswerker van Reclassering Nederland.
9

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. [slachtoffer 1] vordert een bedrag van € 2.334,45. Dit bedrag bestaat uit € 334,45 materiële schade en € 2.000 immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit. [slachtoffer 2] vordert een bedrag van € 800,- aan immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit.
9.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat [slachtoffer 1] ten aanzien van de materiële schade niet-ontvankelijk verklaard moet worden in zijn vordering, omdat uit het dossier niet blijkt dat er schade aan de scooter is ontstaan. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de officier van justitie gesteld dat deze moet worden toegewezen tot een bedrag van € 800,-. De vordering van [slachtoffer 2] kan geheel worden toegewezen.
9.2
Het standpunt van de verdediging

Gelet op de bepleite vrijspraak heeft de raadsman primair gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard dienen te worden in hun vorderingen.Subsidiair heeft de raadsman zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.
9.3
Het oordeel van de rechtbank

[slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft door het onder 1 ten laste gelegde feit letsel opgelopen. De rechtbank is van oordeel dat een immateriële schadevergoeding op zijn plaats is en acht een vergoeding ter hoogte van € 800,- billijk. De rechtbank zal daarom de vordering tot het bedrag van € 800,- toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 2 januari 2019 tot de dag van volledige betaling.
De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde aan immateriële schade afwijzen.

De benadeelde partij heeft tevens materiële schade gevorderd. Dat er schade aan de scooter is ontstaan door verdachte of zijn medeverdachten blijkt niet uit het dossier. Om dit nader te laten onderzoeken levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.
Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 1] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 800,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 2 januari 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 16 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

[slachtoffer 2]

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] afwijzen. Reden daarvoor is dat ander nadeel dan vermogensschade alleen voor vergoeding in aanmerking komt indien het oogmerk bestond uit a) het toebrengen van smart, b) bij lichamelijk letsel, aantasting in de eer en goede naam of aantasting van de persoon op andere wijze en c) bij aantasting van de nagedachtenis van de overledene. Gelet op het bewezenverklaarde feit kan hier hooguit sprake zijn van een aantasting van de persoon op andere wijze. Volgens de Hoge Raad is het uitgangspunt dat de benadeelde partij geestelijk letsel moet hebben opgelopen. Dat dit geestelijk letsel is ontstaan moet uit voldoende concrete gegevens blijken. Een enkel psychisch onbehagen is onvoldoende. Het is de rechtbank niet uit concrete gegevens, zoals een psychologisch verslag, gebleken dat de benadeelde partij psychische hulp heeft moeten inschakelen en dat zij geestelijk letsel heeft opgelopen. Daarom zal de rechtbank de vordering afwijzen.
Nu de vordering van de benadeelde wordt afgewezen, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

10

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 45, 48, 49, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

beslissing

11

- verklaart de dagvaarding ook ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde geldig; - verklaart de officier van justitie ook ontvankelijk in de vervolging van verdachte ten aanzien van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde ten aanzien van het doen van een valse 112-melding;
- verklaart het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het onder 1 en 2 primair meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het onder 1 en 2 primair bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van ;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van , niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;
- als voorwaarden gelden dat verdachte:
- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:
- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 800,- aan immateriële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 januari 2019 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] wat betreft het meer gevorderde aan immateriële schade af;
- verklaart [slachtoffer 1] wat betreft het gevorderde aan materiële schade niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 800,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 januari 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 16 dagen hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] af;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
- een hoeveelheid eten bij de [benadeelde 1] heeft/hebben besteld en/of- ( vervolgens) een hoeveelheid eten van die [slachtoffer 1] heeft/hebben aangenomen en/of geld heeft/hebben betaald en/of- ( vervolgens) de portemonnee van die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgepakt en/of naar zich toe heeft/hebben getrokken en/of- ( vervolgens) tegen een bloempot heeft/hebben gedrukt en/of geduwd en/of- ( daarbij) dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Als je je portemonnee niet geeft, ga ik je doodsteken" en/of- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of het gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of- ( vervolgens) een mes, althans op een mes gelijkend voorwerp in de broekzak heeft/hebben getoond,
- met een bivakmuts over het gezicht het tankstation met versnelde pas binnen te lopen in de richting van voornoemd slachtoffer, terwijl hij, verdachte, zichtbaar een (groot) mes bij zich draagt en/of- met luide en bedreigende stem tegen voornoemd slachtoffer te zeggen: "Geef me geld, geef me geld!" en/of "Pas op, want ik steek, ik steek" en/of "Geef me geld, doe die la open" en/of- vervolgens over de balie te buigen en een of meerdere biljetten uit de geopende geldlade te pakken en/of- ( vervolgens) een of meerdere pakjes sigaretten van voornoemd slachtoffer aan te nemen en/of uit het schap te pakken;
- met een bivakmuts over het gezicht het tankstation met versnelde pas binnen te lopen in de richting van voornoemd slachtoffer, terwijl hij, verdachte, zichtbaar een (groot) mes bij zich draagt en/of- met luide en bedreigende stem tegen voornoemd slachtoffer te zeggen: "Geef me geld, geef me geld!" en/of "Pas op, want ik steek, ik steek" en/of "Geef me geld, doe die la open" en/of- vervolgens over de balie te buigen en een of meerdere biljetten uit de geopende geldlade te pakken en/of- ( vervolgens) een of meerdere pakjes sigaretten van voornoemd slachtoffer aan te nemen en/of uit het schap te pakken;
- met een bivakmuts over het gezicht het tankstation met versnelde pas binnen te lopen in de richting van voornoemd slachtoffer, terwijl hij, verdachte, zichtbaar een (groot) mes bij zich draagt en/of- met luide en bedreigende stem tegen voornoemd slachtoffer te zeggen: "Geef me geld, geef me geld!" en/of "Pas op, want ik steek, ik steek" en/of "Geef me geld, doe die la open" en/of- vervolgens over de balie te buigen en een of meerdere biljetten uit de geopende geldlade te pakken en/of- ( vervolgens) een of meerdere pakjes sigaretten van voornoemd slachtoffer aan te nemen en/of uit het schap te pakken bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 6 tot en met 8 januari 2019 Lelystad, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door - in een Whatsappgesprek tussen verdachte en [medeverdachte 2] , tegen die [medeverdachte 2] onder meer te zeggen:- " Je gat die oevvoee gooien toch" en/of- " Je moet grote tas kopen" en/of- " En die sigaretten ook mee nemen" en/of- " Alsnhij niet wilt geven Moet je over die toonbank springen" en/of- " Je koet niet allen doen" en/of "Moet" en/of- " We moeten scooby fixen en die kenteken er af halen" en/of "Of motor ofsow" en/of "Ik kan motor rijden dus geen stress" en/of- " Hoe laat wil je die torrie doen" en/of "Want ik moet eerst weg zijn dan pas moet je doen" en/of "Anders word ik getuigen" en/of- door een voorverkenning te doen en/of op de uitkijk te staan en/of- ( vervolgens) een valse 112-melding te doen;
- met een bivakmuts over het gezicht het tankstation met versnelde pas binnen te lopen in de richting van voornoemd slachtoffer en/of daarbij zichtbaar een (groot) mes bij zich te dragen en/of- met luide en bedreigende stem tegen voornoemd slachtoffer te zeggen: "Geef me geld, geef me geld!" en/of "Pas op, want ik steek, ik steek" en/of "Geef me geld, doe die la open" en/of- ( vervolgens) over de balie te buigen en een of meerdere biljetten uit de geopende geldlade te pakken en/of- ( vervolgens) een of meerdere pakjes sigaretten van voornoemd slachtoffer aan te nemen en/of uit het schap te pakken bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 8 januari 2019 te Lelystad, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door- in een Whatsappgesprek tussen verdachte en [medeverdachte 2] , tegen die [medeverdachte 2] onder meer te zeggen:- " Je gat die oevvoee gooien toch" en/of- " Je moet grote tas kopen" en/of- " En die sigaretten ook mee nemen" en/of- " Alsnhij niet wilt geven Moet je over die toonbank springen" en/of- " Je koet niet allen doen" en/of "Moet" en/of- " We moeten scooby fixen en die kenteken er af halen" en/of "Of motor ofsow" en/of "Ik kan motor rijden dus geen stress" en/of- " Hoe laat wil je die torrie doen" en/of "Want ik moet eerst weg zijn dan pas moet je doen" en/of "Anders word ik getuigen" en/of- door een voorverkenning te doen en/of op de uitkijk te staan en/of- ( vervolgens) een valse 112-melding te doen.
De rechtbank:

Geldigheid dagvaarding

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Oplegging straf

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
* zich binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland (De Meent 4 te Lelystad) zal melden, zolang en zo frequent de reclassering dit noodzakelijk acht; * zich zal houden aan de voorwaarde dat hij een zinvolle dagbesteding heeft en behoudt;
Benadeelde partij

[slachtoffer 1]

[slachtoffer 2]

Dit vonnis is gewezen door mr. R.B. Eigeman, voorzitter, mrs. M. Ferschtman en H. Bakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.T. Feenstra, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 september 2019.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

16/036710-19:

[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] op of omstreeks 2 januari 2019 te Lelystad tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 1] (gevestigd aan de [adres] ) en/of [slachtoffer 1] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of mededader(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 2 januari 2019 te Lelystad opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door zijn mobiele telefoon aan die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] ter beschikking te stellen en/of zijn telefoonnummer als contactpersoon bij de maaltijdbestelling bij [benadeelde 1] op te (laten) geven en/of voorafgaand en/of na de poging diefstal met geweld contact te onderhouden met die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] ;
16/079270-19:

hij op of omstreeks 8 januari 2019 te Lelystad tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, enig(e) geldbedrag(en) en/of een of meerdere pakjes sigaretten,in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 2] , heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
EN/OF

hij op of omstreeks 8 januari 2019 te Lelystad tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) en/of een of meerdere pakjes sigaretten, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 2] toebehoorde, door
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 2] op of omstreeks 8 januari 2019 te Lelystad, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, enig(e) geldbedrag(en) en/of een of meerdere pakjes sigarettenin elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichelf en/of andere deelnemers aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door
EN/OF

[medeverdachte 2] op of omstreeks 8 januari 2019 te Lelystad, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) en/of een of meerdere pakjes sigaretten, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde, te weten aan [benadeelde 2] toebehoorde, door
Ontvankelijkheid officier van justitie

_3268b805-3d97-42c8-a5e4-43b913392696
1

Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 7 mei 2019, genummerd 2019050713556143 25Queens (voor feit 1) en 25Oldham (voor feit 2), opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 1080 voor feit 1 en 10 tot en met 1226 voor feit 2. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

_b97c2e78-3171-4c19-9424-049f951069d6
2

Pagina’s 1001 en 1002 (25Queens feit 1).

_7202fd91-50c7-4d21-a826-0c2e04d16342
3

Pagina’s 214, 215 en 217 (25Queens feit 1).

_3c121175-2140-4f17-a951-10c09c9ab541
4

Pagina 1040 (25Queens feit 1).

_3579d022-549d-4587-adea-f2111964ab6f
5

Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 27 augustus 2019.

_e3d18ac1-9d7a-47b6-b1f0-d2ddb2afeb61
6

Pagina’s 1000 en 1001 (25Oldham feit 2).

_11f9cc10-88ef-4da6-bb14-db0111dc44c0
7

Pagina 1009 (25Oldham feit 2).

_0605805a-6df4-4e78-80a8-fd59c031a61e
8

Pagina’s 1073 tot en met 1080 (25Oldham feit 2).

_3833c9c2-94ff-456e-bae9-8d55f15a72f2
9

Verklaring van verdachte ter terechtzitting op 27 augustus 2019.

_2e8d6691-c6ed-4eae-abc4-b67038ae83e4
10

Pagina’s 1156, 1157, 1158, 1161, 1163 en 1164 (25Oldham feit 2)

_af610fce-490d-453c-9434-b0dd180f3ac5
11

Pagina 221 (25Oldham feit 2).