Uitspraak ECLI:NL:RBMNE:2019:1498

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 12-04-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Midden-Nederland op 11-04-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBMNE:2019:1498, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 16/706755-17 (P)


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrechtZittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/706755-17 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 11 april 2019

in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [1977] te [geboorteplaats] ,ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [woonplaats] .

ECLI:NL:RBMNE:2019:1498:DOC
nl

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrechtZittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/706755-17 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 11 april 2019

in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [1977] te [geboorteplaats] ,ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [woonplaats] .
1

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 4 juli 2018, 10 december 2018, 6 maart 2019 en 28 maart 2019.De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J.R.F. Esbir Wildeman en van hetgeen verdachte en haar raadsman, mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.
2

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1: in de periode van 1 januari 2012 tot en met 11 september 2017 te Nieuwegein, Maarssen en/of in Nederland en/of Europa, samen met anderen een gewoonte heeft gemaakt van witwassen;

feit 2: in de periode van 1 maart 2017 tot en met 11 september 2017 in Nieuwegein, Maarsen en/of in Nederland en/of Europa heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

3

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4

4.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
Ten aanzien van feit 2: de criminele organisatie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte samen met medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die als oogmerk had het plegen van oplichtingen. De officier van justitie heeft zich daarbij gebaseerd op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien. Volgens de officier van justitie kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de organisatie (gewoonte)witwassen als oogmerk had. Verdachte moet van dat deel van de tenlastelegging dan ook worden vrijgesproken.
Witwassen, feit 1

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van feit 1 op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan zowel opzettelijk gewoontewitwassen als eenvoudig witwassen. Over het opzettelijk witwassen heeft de officier opgemerkt dat de samenhang tussen de bewijsmiddelen ten aanzien van de eenvoudige kasopstelling en de deelname aan een criminele organisatie het vermoeden rechtvaardigt dat veel geldstromen/vermogen in de ten laste gelegde periode hun oorsprong vinden in (oplichtings)misdrijf. Verdachte heeft vervolgens aannemelijk gemaakt dat een deel van het vermogen haar niet toebehoort (een grote hoeveelheid aangetroffen sieraden ter waarde van € 75.712,-). De officier van justitie houdt daar in het voordeel van verdachte rekening mee. Dat geldt niet voor het overige vermogen en de geldstromen. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte wist van de illegale herkomst van het geld. Nu zij dit geld gedurende een substantiële periode heeft witgewassen, kan worden bewezen dat zij een gewoonte van het witwassen heeft gemaakt. De officier van justitie heeft partiële vrijspraak gevorderd ten aanzien van het medeplegen, nu niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en een ander.Ook het witwassen in de zin van artikel 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht (hierna Sr) kan wettig en overtuigend worden bewezen, met dien verstande dat kan worden bewezen dat verdachte een bedrag van € 15.700,- heeft witgewassen. De officier van justitie acht de verklaring van getuige [getuige 1] ongeloofwaardig.
4.2
Het standpunt van de verdediging

Artikel 359a-verweer

Ondanks vele verzoeken is getuige [getuige 1] gehoord zonder dat de verdediging in de gelegenheid is gesteld daarbij aanwezig te zijn. Dat betekent dat sprake is van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv.) Het recht op een eerlijk proces is een essentieel strafvorderlijk beginsel dat strekt tot bescherming van de belangen van verdachte. Dit recht is als gevolg van voormeld vormverzuim ernstig geschonden, nu een – door de rechtbank ondersteund – verzoek van de verdediging door het Openbaar Ministerie is genegeerd. Dit heeft geleid tot een getuigenverklaring die mogelijk (ten onrechte) als nadelig voor verdachte kan worden gekwalificeerd. Het vormverzuim kan slechts in beperkte mate worden hersteld door de aangetroffen (€ 15.700,-) en betaalde/gestorte geldbedragen (€ 200.296,-) van het bewijs uit te sluiten. Dit betreffen immers de bedragen die verdachte van getuige [getuige 1] heeft ontvangen. Het uitsluiten van de verklaring van [getuige 1] is geen optie, omdat het Openbaar Ministerie dan zou worden ‘beloond’ voor het schenden van de rechten van de verdediging.Indien de rechtbank van oordeel is dat het witwasvermoeden door de getuigenverklaring van [getuige 1] niet genoegzaam is ontkracht, verzoekt de raadsman de rechtbank getuige [getuige 1] opnieuw – in aanwezigheid van de raadsman – te horen.
Ten aanzien van feit 2: de criminele organisatie

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van feit 2, nu niet kan worden bewezen dat verdachte deelnam aan de eventuele criminele organisatie. Verdachte en [medeverdachte 1] hadden veel contact met elkaar, met name over hun kinderen en kleinkind. Daarnaast hielp verdachte [medeverdachte 1] wel eens met wat administratieve, neutrale zaken, omdat hij analfabeet is. Uit de bewijsmiddelen kan echter niet worden afgeleid dat zij contact hadden over het verrichten van illegale handelingen. Verdachte had in de ten laste gelegde periode nauwelijks tot geen contact met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Verder is niet gebleken dat verdachte op de hoogte was van eventuele criminele activiteiten van medeverdachte(n), laat staan dat zij onvoorwaardelijk opzet had op het oogmerk van de eventuele criminele organisatie.
Ten aanzien van feit 1: (gewoonte)witwassen en eenvoudig witwassen

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 ten laste gelegde.Ten aanzien van het opzettelijk (gewoonte)witwassen heeft de raadsman aangevoerd dat het aan het Openbaar Ministerie om te bewijzen dat de inkomsten uit witwassen afkomstig zijn. Pas wanneer er een gerechtvaardigd vermoeden bestaat dat sprake is van witwassen, mag van de verdachte een verklaring worden verlangd. De waarde van de inboedel van verdachte is ten onrechte in de kasopstelling meegenomen, omdat niet kan worden vastgesteld dat deze in de ten laste gelegde periode is aangeschaft. Daar komt bij dat verdachte – zoals vereist – min of meer concrete en verifieerbare verklaringen gegeven voor de geldstromen en de herkomst van haar overige vermogen. Deze verklaringen vinden steun in de getuigenverklaringen van [getuige 1] , [getuige 12] , [getuige 2] en [getuige 3] en [getuige 4] . Het Openbaar Ministerie is er niet in geslaagd deze verklaringen te ontkrachten.Ten aanzien van het ten laste gelegde (gewoon) witwassen is van belang dat het enkele voorhanden hebben van geldbedragen die uit eigen misdrijf afkomstig zijn, niet als eenvoudig witwassen kan worden gekwalificeerd indien geen handeling is verricht die erop is gericht deze geldbedragen veilig te stellen. Een dergelijke handeling is door verdachte niet verricht. Daar komt nog bij dat uit de bewijsmiddelen überhaupt niet is gebleken dat verdachte geld heeft verdiend met het plegen van enig strafbaar feit.
4.3
Het oordeel van de rechtbank

Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis worden de bewijsmiddelen ten aanzien van feit 2 onder de eerste paragraaf (4.3.1.) weergegeven en worden tussendoor reeds korte bewijsoverwegingen opgenomen. Paragraaf 4.3.2. betreft een algehele bewijsoverweging ten aanzien van feit 2. In de paragrafen 4.3.3. en 4.3.4. wordt het bewijs voor feit 1 weergegeven en besproken. De bewijsmiddelen worden telkens slechts gebruikt voor het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben. De rechtbank gaat op grond van wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

4.3.1.
Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 2



Aanleiding

Naar aanleiding van informatie van het Team Criminele Inlichtingen over mogelijke criminele activiteiten van medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) is de politie eenheid Midden-Nederland een onderzoek (09Piano) naar hem gestart. Er is een bevel tot observatie van [medeverdachte 2] verstrekt en ter ondersteuning daarvan is op 3 maart 2017 een baken geplaatst onder de auto (op naam van) van [medeverdachte 2] , een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] (hierna: de Volkswagen). De gesprekken die in de auto van verdachte (de Volkswagen) zijn gevoerd, zijn van 19 mei 2017 tot en met 17 september 2017 opgenomen door middel van OVC-apparatuur (Opname Vertrouwelijke Communicatie).
Het contact tussen verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]

Uit voormeld onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 2] regelmatig contact had met [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ). Over deze contacten is – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende geverbaliseerd:Op 7 maart 2017 heeft het observatieteam de Volkswagen met twee mannen vanuit Amsterdam naar Maarssen gevolgd. De bestuurder werd herkend als [medeverdachte 2] . In Maarssen is waargenomen dat de twee mannen bij [adres] te [woonplaats] naar binnen gingen. Later op diezelfde dag werd [medeverdachte 2] in gezelschap van [medeverdachte 1] gecontroleerd in Amsterdam.
Uit de bakengegevens van de Volkswagen bleek dat de auto op 13 maart 2017 stil stond bij het Carlton President Hotel in Utrecht. De verbalisant die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gecontroleerd had [de rechtbank begrijpt: op 7 maart 2017], herkende aan de hand van de camerabeelden van het Carlton hotel [de rechtbank begrijpt: beelden van 13 maart 2017] de kleine man als [medeverdachte 1] en de lange man als [medeverdachte 2] . Op diezelfde beelden is te zien dat [medeverdachte 1] in een Peugeot rijdt die op naam staat van [verdachte] .

Er is vervolgens onderzoek gedaan naar mogelijke telefoonnummers van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Hierover is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:Op 24 maart 2017 is driemaal een IMSI-scan uitgevoerd op [medeverdachte 2] . Hieruit kwam een IMEI-nummer naar voren dat was gekoppeld aan telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ). De gesprekken die met dit nummer zijn gevoerd zijn opgenomen. Te zien was dat nummer * [telefoonnummer] vrijwel uitsluitend telefonisch contact had met de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna * [telefoonnummer] ).
Op 28 maart 2017 wordt in een gesprek tussen telefoonnummers * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: * [telefoonnummer] : He [bijnaam]* [telefoonnummer] : (Vrouwenstem) Hij zit op de wc volgens mij. We hadden het net over jou. Nog wat nieuws?* [telefoonnummer] : Nee, van die ene kant nog niet.* [telefoonnummer] : (Vrouwenstem) Nee, ja bij ons ook niet zo geloof ik.* [telefoonnummer] : Ja, ik heb wel een telefoonnummer gekregen van die ene uit Spanje nou, die wil ik morgen samen met hem bellen want volgens mij praat ie alleen maar Spaans.* [telefoonnummer] : (Vrouwenstem) Oh maar dat kan hij wel een beetje, toch?* [telefoonnummer] : Ja, dan kan hij even communiceren en horen wat ie er van vindt weet je?* [telefoonnummer] : (Vrouwenstem) Ja nou is er ook eentje in Italië die ze wilt hebben. (Vrouw roep hard): [naam] (fon) kom effe hier! Maar nu vroeg (…) net of ik effe foto's van alles wilde maken en dan even over mijn Whats App. Ik zeg je denkt toch zeker niet dat ik op mijn achterhoofd ben gevallen?* [telefoonnummer] : Nee, dat moet je niet doen.* [telefoonnummer] : (Vrouwenstem) Nee, en ook van die boekjes. Nou dat ken je vergeten hoor. Mafkees, dat had ie even moeten doen op zijn eigen telefoon, toen die hier was. * [telefoonnummer] : Oh, dus die ene van die scheve is terug gekomen op zijn bod?* [telefoonnummer] : Nee, nee, nee die mensen niet gekomen, dat was een bijdehand joh, die wilde dat jij bij hun kantoor, nou daar begin ik niet aan. Snap je? Ik zal hem wel even geven. (Vrouw roept): [naam] , [medeverdachte 2] is aan de lijn. [medeverdachte 2] . * [telefoonnummer] : Hallo! Niet al die namen schreeuwen in je werktelefoon! * [telefoonnummer] : (Vrouwenstem) Oh ja sorry, ik zal het onthouden.
* [telefoonnummer] : (Mannenstem) Hallo. Heb je wat gehoord van die andere? (…)* [telefoonnummer] : Maar die van Spanje praat slecht Engels, dus morgen moet jij effe met hem praten in het Spaans. Dat is die ene die 740 had geboden.
Verdachte heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:Ik woon op het adres [adres] in [woonplaats] met mijn kinderen en kleinkind. [medeverdachte 1] is de vader van mijn kinderen. Hij was vanaf eind januari 2017 echt veel bij mij thuis. [medeverdachte 1] wordt bijna altijd [bijnaam] genoemd. Ik heb wel eens contact gehad met [medeverdachte 2] . Ik heb wel eens een telefoon opgenomen die bij ons thuis lag en dan moest ik iets doorgeven.
In een proces-verbaal van bevindingen betreffende het baken dat onder de Volkswagen is geplaatst, is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:Op 6 april 2017 stond de auto van [medeverdachte 2] stil in zijn directe woonomgeving. Te zien was dat de auto naar Mijdrecht reed. De auto reed om 13.22 uur weg uit Mijdrecht. Te zien was dat de auto zich verplaatste naar Antwerpen, waar langdurig werd stilgestaan. De auto reed terug naar Nederland en stond enige tijd stil ter hoogte van het adres [adres] in [woonplaats] .In een tapgesprek tussen de gebruikers van telefoonnummers * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] wordt op 6 april 2017 om 13:30:59 uur – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: * [telefoonnummer] : Hey [bijnaam] . * [telefoonnummer] : Ben je thuis [bijnaam] ?* [telefoonnummer] : Nee, ik rij net weg uit Mijdrecht. * [telefoonnummer] : Of zit je netjes uit Mijdrecht?* [telefoonnummer] : Klein stukje, hoezo?* [telefoonnummer] : Omdat wij die dingen daar gaan ophalen.* [telefoonnummer] : Welke ding?* [telefoonnummer] : Overkant sukkel! Jij weet je toch? Die 700 euro.* [telefoonnummer] : Maar uhh met welke met de overkant waar bedoel je dan? Bee Eee (fon) toch?* [telefoonnummer] : Wij geven…Wij geven hier, wij vangen daar.* [telefoonnummer] : Ja..maakt niet uit hoe laat wil je rijden?* [telefoonnummer] : Ik ga nu rijden die mensen zijn bij mij hier man. Niet bij mij wachten maar de snelweg richting Breda. Op die eerste benzinepomp wachten mij.
Bewijsoverweging ten aanzien van telefoonnummers * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer]

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, vast dat [medeverdachte 1] in de ten laste gelegde periode gebruik heeft gemaakt van telefoonnummer * [telefoonnummer] en dat [medeverdachte 2] de gebruiker was van telefoonnummer * [telefoonnummer] . Verder concludeert de rechtbank dat verdachte degene is die de telefoon met telefoonnummer * [telefoonnummer] op 28 maart 2017 opnam en even later doorgaf aan [medeverdachte 1] . Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis, zal de rechtbank bij het weergeven van tapgesprekken in plaats van voormelde telefoonnummers de namen van [medeverdachte 1] (* [telefoonnummer] ) en [medeverdachte 2] (* [telefoonnummer] ) weergeven.

Op 6 april 2017 om 14.39 uur wordt – zakelijk weergegeven- het volgende gesprek gevoerd tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] : [medeverdachte 1] : [bijnaam] weet je wat ik heb gedaan? (…) [medeverdachte 2] : Nee ik denk jij zorgt dat ik ergens sta of iemand anders ze in ieder geval kunnen overstappen. [medeverdachte 1] : Jij blijven met die dikke bij die auto’s. En [naam] , [verdachte] en die andere met die andere auto. [medeverdachte 2] : Ja. [medeverdachte 1] : En dan gelijk wegwezen.
In een proces-verbaal van bevindingen betreffende beelden BP is – zakelijk weergegeven- het volgende geverbaliseerd:Op beelden van tankstation BP Hespelaar in Den Hout van 6 april 2017 werd door mij, verbalisant, het volgende bevonden:17:27:09 uur: ik herken de man als [medeverdachte 1] . Ik zie dat [medeverdachte 1] de BP binnenloopt.17:27:18 uur: ik herken de man als [medeverdachte 2] . Ik zie dat vlak na [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] vanaf dezelfde richting als [medeverdachte 1] de BP inloopt. 17:27:41 uur: ik zie een NN-vrouw vanaf dezelfde richting als de mannen de winkel inlopen. Ik zie dat de vrouw gelijkenis vertoont met [verdachte] . Ik zie de vrouw met [medeverdachte 2] praten.
Verdachte heeft ter terechtzitting – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:Het klopt dat ik op de beelden van BP Hespelaar van 6 april 2017 te zien ben.Ik maak gebruik van telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna * [telefoonnummer] ).
Op 10 april 2017 bellen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] om 10.44 uur met elkaar. Zij zeggen – zakelijk weergegeven – het volgende: [medeverdachte 2] : He [bijnaam] . Is jouw vrouw thuis? [medeverdachte 1] : Ja. [medeverdachte 2] : Oke, want zij moet bellen voor mij, misschien dat ik die goeie wel kan krijgen maar ik kan zelf niet bellen snap je. Dan eh rij ik naar jouw vrouw toe. Zorg dat zij een telefoonnummer heb met een werknummer ja.
Een half uur later, om 11.16 uur, belt [medeverdachte 2] met de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ) . Zij zeggen – zakelijk weergegeven – het volgende: [medeverdachte 2] : Heb je [bijnaam] al gebeld of niet? Heb je een telefoon met een nummer? Kun je mij een nummer sms’en want dit is jouw werktelefoon toch? * [telefoonnummer] : Ja. Ja is goed.
Op 19 mei 2017 belt [medeverdachte 1] met de gebruiker van telefoonnummer * [telefoonnummer] . In het gesprekwordt – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: [medeverdachte 1] vraagt naar het e-mailadres. NN-vrouw * [telefoonnummer] zegt . [medeverdachte 1] zegt: [verdachte] niet door de….
Op 29 mei 2017 belt [medeverdachte 1] nogmaals met de gebruiker van telefoonnummer * [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: [medeverdachte 1] : [verdachte] geef haar twee en een half duizend. NN-vrouw: Oke is goed.
In een proces-verbaal van een OVC-gesprek van 5 juli 2017 is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:Ik herken de stemmen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aan hun intonatie, manier van spreken en stemgeluid. [medeverdachte 1] : [medeverdachte 2] , [medeverdachte 2] , da’s jou probleem. [medeverdachte 2] : Da’s geen probleem voor mij. Jouw vrouw bemoeit zich met alle fucking shit. [medeverdachte 1] : We zijn een groep. [medeverdachte 2] : Jouw vrouw voelt zich sterk. Gaat jouw vrouw tegen mij zeggen: je kan gewoon praten hoor, die buurvrouw weet wat wij doen.
Bewijsoverweging ten aanzien van telefoonnummers * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer]

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, vast dat verdachte gebruik maakte van de telefoonnummers * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] . Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis, zal de rechtbank bij het weergeven van tapgesprekken in plaats van voormelde telefoonnummers (* [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] ) de naam van [verdachte] weergeven.

Bezoek aan Spanje in mei 2017

Verdachte heeft bij de rechter-commissaris in 2018 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:Door mij is weleens geld opgehaald in Spanje, samen met [medeverdachte 1] . Dat was vorig jaar mei of juni.
Verdachte belt [medeverdachte 1] op 18 mei 2017 tweemaal. In deze gesprekken wordt het volgende gezegd: [verdachte] vraagt waar [medeverdachte 1] is. Hij zou toch auto's gaan kijken. [verdachte] zegt die Spaanse even te bellen. Die Spaanse [naam] . [medeverdachte 1] zegt dat als hij nog een keer belt, zij de secretaresse is en moet zeggen dat [naam] niet aanwezig is. Hij is in een meeting en belt straks terug. [verdachte] zegt oké is goed.
Verdachte wordt op 19 mei 2017 door [medeverdachte 1] gebeld. Hierover is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd: [medeverdachte 1] zegt dat [bijnaam] niet opneemt. [medeverdachte 1] vraagt: het is toch [naam] ? [verdachte] zegt ja. [verdachte] moet van [medeverdachte 1] zeggen dat meneer [naam] in een meeting is en dat hij binnen (ntv) minuten contact opneemt. Vervolgens moet [verdachte] [medeverdachte 1] bellen.
In tapgesprekken tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] van 19 mei 2017 wordt – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: [medeverdachte 1] : Die mensen wachten niet weet je. (Op de achtergrond zegt [verdachte] : er zijn nog maar 4 tickets, morgenochtend tien voor half acht). (…) [medeverdachte 2] : Maar luister jouw vrouw gaat daar morgen heen zeg je.Moet ik kijken voor een ticket voor morgen? [medeverdachte 1] : Zij kijkt jou (…). [medeverdachte 2] : Maar ze moet ook kijken vanuit Eindhoven. (Op de achtergrond zegt [verdachte] : Eindhoven is gevaarlijk). [medeverdachte 2] : Eindhoven is de beste plek om te vliegen. Ik heb vijfhonderdduizend en een miljoen gebracht vanaf Eindhoven.
In een proces-verbaal waarin OVC-gesprekken van 19 mei 2017 zijn uitgewerkt is – zakelijk weergegeven – het volgende opgenomen:Wij, verbalisanten, herkennen de stemmen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aan hun intonatie, manier van spreken en stemgeluid. [medeverdachte 2] : Ze hebben maar 100 gebracht [medeverdachte 1] : Alleen 100 gebracht. [medeverdachte 2] : Vieze leugenaars die Spanjaarden.
[medeverdachte 2] heeft bij de politie – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: Ik heb een relatie met [C] . Wij hebben samen drie kinderen.
[medeverdachte 2] spreekt op 19 mei 2017 in zijn auto met [C] . In een proces-verbaal waarin dit OVC-gesprek is uitgewerkt is – zakelijk weergegeven – het volgende opgenomen:Wij, verbalisanten, herkennen de stemmen van [C] en [medeverdachte 2] aan hun intonatie, manier van spreken en stemgeluid. [medeverdachte 2] : Ik moet zondag naar Spanje. Geld halen. Is wel jammer, die man zou tweehonderdvijftig brengen maar heeft maar honderd gebracht. (…) [medeverdachte 2] : Ja dus eh beetje minder weer, maar geld is geld. (…) [C] : Morgenochtend moet mama papa wegbrengen met de auto. [medeverdachte 2] : Nee we nemen hem mee. Hij moet leren om geld te halen. Hij moet leren hoe het werkt. Hij is mijn protegé he. Hij gaat doen wat ik doe, hij wordt gewoon een fucking oplichter.
Op 25 mei 2017 belt verdachte met [medeverdachte 1] . Zij zeggen – zakelijk weergegeven –- het volgende: [medeverdachte 1] : Ik wacht op een telefoontje. Is het al genomen, begrijp je wat ik bedoel? [verdachte] : Oke, Ik moet eerst zeker weten dat ze het gewoon aan jou geven.(…) [medeverdachte 1] : Eh, tien procent ja. [verdachte] : Nou oke, en waarom heb je niet vijf gezegd dan tien? (…) En ik weet niet om hoeveel het is. [medeverdachte 1] : Vijfhonderd. Eentje van die, twee van die bedoel ik. Van die andere kant. [verdachte] : In totaal voor vijf? [medeverdachte 1] : Vijfhonderdduizend die zijn van ons. [verdachte] : Oke dan. Ja woensdag kan die pas uitbetalen. Kijk hun kunnen het aanpakken. (…) en woensdag heb je hem terug. Op mijn garantie, kan je zeggen. [medeverdachte 1] : Kan jij bellen met (…). Kijken is die aanwezig nu. [verdachte] : Oké, is goed.
Op 28 mei 2017 belt [medeverdachte 1] met verdachte. In dit gesprek wordt – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: [medeverdachte 1] vraagt aan [verdachte] een sms naar die man te sturen. Hij hoort vandaag van ons wanneer hij die kan vangen. Zo dadelijk zeggen tegen hem! Oke is goed, zegt [verdachte] .
Afspraak in het [naam] hotel op 15 mei 2017

In een proces-verbaal over een mogelijk ander telefoonnummer van [medeverdachte 1] is – zakelijk weergegeven –het volgende geverbaliseerd:Bij het uitluisteren van de gesprekken met het telefoonnummer * [telefoonnummer] (in gebruik bij [medeverdachte 2] ), waarbij er contact is met het telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna * [telefoonnummer] ), hoorde ik dat de persoon die gebruik maakt van dit nummer verdachte [medeverdachte 1] was. Ik merk op dat ik de afgelopen maanden diverse gesprekken heb beluisterd, die zijn gevoerd tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft een zeer kenmerkende stem. Hij spreekt met een Slavisch accent. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] spraken elkaar in deze gesprekken aan met de naam " [bijnaam] ”. Verdachte [medeverdachte 1] werd ook met de naam [bijnaam] aangesproken.Verder zag ik dat de gesprekken via het telefoonnummer * [telefoonnummer] voornamelijk in de Roma taal werden gevoerd. Beide tolken die in het onderzoek PIANO werkzaam zijn herkenden de stem van verdachte [medeverdachte 1] als de gebruiker van het telefoonnummer * [telefoonnummer] .
Bewijsoverweging

De rechtbank is er op grond van voormelde bewijsmiddelen –in onderling verband bezien – van overtuigd dat [medeverdachte 1] gebruik maakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank bij het weergegeven van tapgesprekken in plaats van voormeld telefoonnummer de naam [medeverdachte 1] weergeven.

Op 10 mei 2017 belt [medeverdachte 1] met een onbekende man (NN-man9058). In dit gesprek wordt –zakelijk weergegeven –het volgende gezegd: [medeverdachte 1] : Wie client komt als eerste?NN-man: Eerst de man die het hotel voor 2 miljoen verkoopt. Je bent [naam] (fon) en ik ben [naam] . We zijn partners.
Op 14 mei 2017 belt [medeverdachte 1] met dezelfde onbekende man. Zij zeggen – zakelijk weergegeven – het volgende: NN-man: Ik heb morgen een afspraak om 14.00 uur. [medeverdachte 1] : Wat verkoopt die?NN-man: Het is een Nederlandse man en verkoopt een vakantiehuis in Spanje voor 70000.
Verdachte ontvangt een sms van de NN-man met daarin – onder meer – het volgende: [getuige 5] . [naam] .
Op 15 mei 2017 wordt verdachte door [medeverdachte 1] gebeld. Zij zeggen – zakelijk weergegeven – het volgende: [medeverdachte 1] : Stuur mij even die adres van die hotel die A. Hoe heet die nou (…) [verdachte] : Andaz! Andaz! Prinsengracht.
Een paar minuten later stuurt verdachte [medeverdachte 1] een sms met het adres van het Andaz hotel in Amsterdam.

De politie heeft in september 2017 een e-mail ontvangen van [getuige 5] waarin – zakelijk weergegeven – het volgende is geschreven:Wij hebben op 15 mei j.1. om 14.00 uur een afspraak gehad met [naam] in het Andaz-hotel in Amsterdam, Prinsengracht 587. Eigenlijk zou [naam] er ook bij zijn, maar die was al naar een andere afspraak. Ons werd al vrij snel duidelijk dat het geen zuivere koffie was. Zijn voorstel was om € 200.00,- zwart te betalen. Ook was hij totaal niet geïnteresseerd in ons huis. Er werd echt benadrukt dat we via een transport naar Barcelona of Amsterdam het cash geld zouden moeten ophalen. Wij hebben toen gezegd dat we alleen verder wilden praten als we alles via de bank/notaris zouden kunnen regelen. Nadat dat duidelijk was voor hem pakte hij zijn koffertje en vertrok. [naam] had een getint uiterlijk. [getuige 5] , [naam] .
In een proces-verbaal van bevindingen over [naam] staat – zakelijk weergegeven – het volgende:Op 11 september 2017 een doorzoeking plaats in de woning [adres] te [woonplaats] . Tijdens deze doorzoeking is een visitekaartje aangetroffen van [naam] van de onderneming [onderneming] .
[getuige 6] heeft bij de politie – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:Ik woon aan de [adres] in [woonplaats] . [verdachte] is mijn dochter. [medeverdachte 1] heeft een sleutel van mijn woning in [woonplaats] . Ik heb aan hem een ruimte in mijn woning beschikbaar gesteld.
Afspraken in het Mariott hotel op 29 juni 2017

Op 26 juni 2017 belt nummer [telefoonnummer] (hierna * [telefoonnummer] ) met [medeverdachte 2] . In dit gesprek wordt – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: [medeverdachte 2] : Ja [bijnaam] * [telefoonnummer] : Jij morgen auto kijken of niet? [medeverdachte 2] : Nee, 29e. * [telefoonnummer] : Oke.
Op 28 juni 2017 spreken [medeverdachte 2] en de gebruiker van telefoonnummer * [telefoonnummer] nogmaals met elkaar. Zij zeggen – zakelijk weergegeven – het volgende: [medeverdachte 2] : He luister eens, jij hebt die kaartjes nog van eh, van jou zelf bij jou? * [telefoonnummer] : Van mij... [naam] (fon) [medeverdachte 2] : Nee die andere. * [telefoonnummer] : Jawel. [medeverdachte 2] : Jij moet jouw vrouw netjes op het kaartje een telefoonnummer laten schrijven waar jij bereikbaar bent, als we morgen dat kaartje geven, dan sta jij gelijk met die klant in contact, snap je? Schakelen we die makelaar uit. We hebben 2 afspraken, dus laat effe die telefoonnummers erop schrijven, 2 kaartjes.* [telefoonnummer] : Oke.
Op 28 juni 2017 om 23.23 uur spreken [medeverdachte 2] en de gebruiker van telefoonnummer * [telefoonnummer] elkaar opnieuw. Er wordt – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: [medeverdachte 2] : Ha [bijnaam] ! Wat is er met jouw telefoon? Ik denk ze luisteren mee. * [telefoonnummer] : Nee ze luisteren niet mee. Hoe laat kunnen wij twee auto’s? [medeverdachte 2] : Ja morgen twee auto’s….achter mekaar.Van tien uur tot twee uur, bij diezelfde makelaar, dus ik ben morgen om tien uur bij jou ja? * [telefoonnummer] : Ok.
Op 29 juni 2017 heeft een observatie plaatsgevonden. Daarover is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:

09.43
uur: Ik zag dat een man die ik herkende als [medeverdachte 2] zijn woning in [woonplaats] verliet en wegreed in zijn Volkswagen.

09.58
uur: Ik zag dat [medeverdachte 1] op straat stond ter hoogte van de [adres] te [woonplaats] . Hij liep de woning binnen. Op dat moment kwam de Volkswagen aangereden en zag ik dat [medeverdachte 2] uitstapte en perceel [adres] binnenliep.

10.00
uur: Ik zag dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] naar buitenkwamen en allebei in de Volkswagen stapten en wegreden.

10.31
uur: Ik zag dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] het Marriot-hotel in Amsterdam binnenliepen.

10.43
uur: Ik zag dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en drie andere personen allen rond een tafel zaten en in gesprek waren.

11.01
uur: Ik zag dat [medeverdachte 1] een witte geopende envelop liet zien aan NN1 en NN2.


Bewijsoverweging ten aanzien van telefoonnummer * [telefoonnummer]

De rechtbank stelt op grond van voormelde bewijsmiddelen vast dat telefoonnummer * [telefoonnummer] in de onder feit 2 ten laste gelegde periode werd gebruikt door medeverdachte [medeverdachte 1] . Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank bij het weergeven van tapgesprekken in plaats van ‘* [telefoonnummer] ’ de naam [medeverdachte 1] weergeven.

In het proces-verbaal OVC van 29 juni 2017 is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:29 juni 2017 vanaf 10.00 uur: [medeverdachte 1] : Welke komt nu, die van 5 miljoen of… [medeverdachte 2] : Allebei…Welke eerst weet ik niet, eentje is 5,5 en die andere is 13,5. Ja wat wij kunnen zeggen, wij gaan niet over de prijs onderhandelen, weetje, wij moeten die mensen toch eh, maar ja dat is jouw ding.Jawel ik heb met die makelaar gesproken. Hij is lastig man. Maar ik heb wel gezegd, dat op het moment dat jij gaat praten, hoe jij zaken doet, moeten wij weg.... [medeverdachte 1] : Wat zei hij? [medeverdachte 2] : Nee is geen probleem. Als jij een goed gevoel hebt kun je hem mee betrekken in die principe weet je. [medeverdachte 1] : Maar met die mensen heb jij niet gesproken? [medeverdachte 2] : Jawel met die makelaar. Makelaar heet [getuige 7] , heer [getuige 7] .(…) [medeverdachte 2] : Mag je volgende keer deze doen [medeverdachte 1] : Die is gebrand, weet je hoeveel in Amsterdam is gepakt. [medeverdachte 2] : Tuurlijk, overal pakken ze. Ik probeer te zoeken naar een plek waar we nog normaal kunnen komen. [medeverdachte 2] : Weet je nog wat je naam was?
Gesprek buiten de auto in parkeergarage. Portieren worden afgesloten. Op de achtergrond wordt gezegd: [medeverdachte 2] : [naam] (fonetisch) [medeverdachte 1] : [naam] , [naam] [medeverdachte 2] : Je hoeft alleen maar [naam] te zeggen. Je hoeft niet je voornaam te zeggen. [medeverdachte 1] : [naam] .
Gesprek tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] na de afspraak. Zij zeggen – zakelijk weergegeven – het volgende: [medeverdachte 1] : Weet je wat jij moet zeggen tegen hem. Goed luisteren he meneer. Jij krijgt van ons twee procent. Dan houdt ie zijn bek dicht begrijp je wat ik bedoel? Zo moet jij het zeggen. [medeverdachte 2] : Ja nou maar ik denk niet dat hij eh gevoelig is daarvoor. Die man heeft geld. Dan zeg ik liever geven we jou nog een paar procenten meer om die zaak te laten doorgaan, want wij denken op lange termijn niet alleen maar aan tak tak wisselen. [medeverdachte 1] : Nee maar ik kan niet ..(ntv).. [medeverdachte 2] : Nee dat weet ik maar ja ik denk we doen die makelaar even alleen pakken. (…) [medeverdachte 2] : Daarom ga ik hem ook heel duidelijk zeggen nee wij willen niks wisselen niks omwisselen.. Alleen als wij het hotel kopen dan willen wij die transactie doen.
[medeverdachte 1] belt met persoon die hij [naam] (fon) noemt en zegt – zakelijk weergegeven – het volgende: [medeverdachte 1] : We hebben naar de afspraak gegaan en we zijn klaar, en van één hadden we voor één gevraagd en van die andere vijfhonderd. Als nu die mediator goed doet dat is het okay.
[medeverdachte 2] neemt het telefoongesprek over. Hij zegt – zakelijk weergegeven – hetvolgende: [medeverdachte 2] : Ja, nu ga ik met makelaar praten. We willen deze deal sluiten en dit project kopen en alleen als we het kopen, dan gaan we dat doen, privé en zo. Het is een mooi project, het was die van 13 miljoen.Ik ga hem zo bellen en dan ga ik alleen maar proberen hem uit te schakelen door te zeggen, alleen als we het project kopen, dan doen we dat met die betaling en dat wisselen. (einde telefoongesprek)
[medeverdachte 2] : Had jij de indruk dat die makelaar wel eens van iets gehoord had? [medeverdachte 1] : Nee. Hij praatte over vijfhonderd. Over is moeilijk te geven die vijfhonderdjes. Niemand wil dat hebben. [medeverdachte 2] : Maar ze hebben die procedure goed begrepen? [medeverdachte 1] : Ja tuurlijk(…)Die andere man heb ik in die envelop was 5000 der in. Ik zeg kijk maar dat is ook ..(ntv).. hij pakt die het is goed zo. (…) [medeverdachte 1] : Bel maar die makelaar weet je is ..(ntv).. Duidelijk zeggen tegen hem, voor ons het is niet wisselen zonder onroerend goed kopen. [medeverdachte 2] : Ik kan nu bellen. Kan je meeluisteren, alleen moet jij je mond houden.
Er wordt uitgebeld. Telefoongesprek tussen [medeverdachte 2] en de makelaar. [medeverdachte 2] zegt, zakelijk weergegeven: [medeverdachte 2] : Ja, ik ben op zoek naar de heer [getuige 7] (fon). U spreekt met [naam] (fon). Hallo, meneer [getuige 7] ! Wat ik u alleen nog even heel duidelijk wilde maken is dat het ons niet gaat om het wisselen. Wij hebben deze projecten nodig, wij willen dit hotel graag kopen zodat we verder kunnen met het geld. Daarom zeggen we dat zo. En wij investeren graag want als u projecten hebt van 20 of 30 miljoen, het maakt niet uit hoe hoog, wij hebben belangstelling. U hebt nu enigszins de procedure meegekregen. Ik hoop dat u ook behulpzaam kunt zijn om de klanten zover te krijgen. Maar de procedure is zoals we zeggen, op de dag dat wij komen, op de dag dat er geruild wordt of gewisseld, hoe je het ook maar noemt, op dat moment krijgen ze meteen de aanbetaling. Einde telefoongesprek. [medeverdachte 1] : Toen jij tegen hem zei “interesseren wisselen", wat zei die? [medeverdachte 2] : Nee nee hij zegt: ik ga mij niet met wisselen bemoeien zei die. [medeverdachte 1] : Dat is het belangrijkste.
In een proces-verbaal van bevindingen over de afspraak in het Mariott hotel op 29 juni 2017 is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd: [medeverdachte 2] belt op 3 juli 2017 vanuit zijn auto met een persoon genaamd [naam] : [medeverdachte 2] : Ja, het kan alleen maar dat ze iets weten van de manier waarop onze vriend de deal wil sluiten. Dat ze weten van een aantal gevallen.
[medeverdachte 2] belt daarna een NNman en zegt het volgende: [medeverdachte 2] : Hallo meneer [D] , goedendag, met [naam] . Wij zijn enigszins in shock over de heer [getuige 7] .
[medeverdachte 2] wordt vervolgens weer gebeld door een persoon genaamd [naam] . [medeverdachte 2] zegt – zakelijk weergegeven – het volgende: [medeverdachte 2] : Ik heb [D] gesproken en hij heeft de afspraak afgezegd. [getuige 7] heeft tegen hem gezegd dat hij het een beetje had uitgezocht, en toen zei hij dat hij vermoedt dat het om fraude gaat.Ik was er natuurlijk ook niet bij, want we zijn apart gegaan, maar ik wist op grond van de procedure dat hij natuurlijk om omwisselen had gevraagd. Het omwisselen van biljetten.Je ziet gewoon dat als je het op deze manier doet, dat het dan niks wordt. Om de zaak te redden van de kant van [bedrijf 1] , dan kan je alleen…Nou zijn de mensen natuurlijk op de hoogte gebracht. Nu kunnen we alleen maar zeggen tegen [D] om hem zoet te houden dat het een actie van de heer [E] zelf was, dat de [bedrijf 1] er niet van op de hoogte was, anders raak je iedere klant kwijt. [naam] : (ntv) visitekaartje… [medeverdachte 2] : Nee, had hij wel. Het is alleen maar een naam en een kaartje, daarvan kunnen ze altijd zeggen dat hij dat op eigen…op eigen idee gedaan, niet namens de [bedrijf 1] .
De identiteit van de personen met wie [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hun eerste afspraak hadden is vastgesteld. Het betroffen [F] en [G] . [F] is president en CEO van het [hotel] , Duitsland.

[getuige 7] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:Ik ben op 29 juni 2017 bij twee ontmoetingen geweest in een hotel in Amsterdam, onder andere met het echtpaar [echtpaar] . Ik was de bemiddelende makelaar. Ik moest in opdracht van het echtpaar [echtpaar] hun hotel verkopen. Bij de eerste ontmoeting was aanwezig de makelaar Dr. [naam] van de firma [firma] , twee jonge mannen, investeerders van de [bedrijf 1] . Van één van die mannen heb ik het visitekaartje gekopieerd. Dat staat op naam van [naam] . Dr. [naam] heeft deze ontmoeting geregeld.
[getuige 7] heeft bij zijn verklaring een e-mail gevoegd van een medewerker van [firma] aan [getuige 7] waarin – zakelijk weergegeven – het volgende staat: Geachte heer [getuige 7] ,De heer Dr. [naam] ontvangt u op 29 juni 2017 graag met beide verkopers in het hotel Arena Atlas in Amsterdam.Met vriendelijke groet, [naam] .
Op 11 september 2017 is de woning van de medeverdachten [medeverdachte 2] en [C] doorzocht. Hierover is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:Op een USB-stick die in de woning is aangetroffen stonden bestanden met de namen BahrainAngebote. In één van die bestanden staan ‘Angebote’ omschreven. Angebot009 betreft het [hotel] . Bij [medeverdachte 1] [de rechtbank begrijpt: tijdens doorzoeking op het adres [adres] te Maarssen] is een visitekaartje aangetroffen van [naam] .
Afspraken met de heer [getuige 8]

[medeverdachte 2] heeft van 7 juli 2017 tot en met 11 juli 2017 een aantal gesprekken gevoerd met telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna * [telefoonnummer] ). Over telefoonnummer * [telefoonnummer] is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:Nummer * [telefoonnummer] is gebruikt door [medeverdachte 1] . Zijn stem is door verbalisanten, werkzaam in onderzoek PIANO, herkend aan zijn Slavische accent en manier van spreken. [medeverdachte 2] en de gebruiker van telefoonnummer * [telefoonnummer] noemden elkaar [bijnaam] .
Bewijsoverweging ten aanzien van telefoonnummer * [telefoonnummer]

De rechtbank stelt op grond van voormelde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, vast dat telefoonnummer * [telefoonnummer] van 7 tot en met 11 juli 2017 werd gebruikt door [medeverdachte 1] . [medeverdachte 2] en de gebruiker van * [telefoonnummer] noemen elkaar [bijnaam] , zoals [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in gesprekken via andere telefoonnummers ook doen. Daar komt nog bij dat twee verbalisanten de stem van [medeverdachte 1] herkennen. Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank bij het weergeven van tapgesprekken het telefoonnummer * [telefoonnummer] vervangen voor de naam [medeverdachte 1] .

In de gesprekken tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in de periode van 7 juli 2017 tot en met 11 juli 2017 wordt – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd:7 juli 2017 [medeverdachte 1] : [bijnaam] , morgen is een auto te kijken aan die overkant, ga jij kijken? [medeverdachte 2] : Ligt eraan of het interessant is. [medeverdachte 1] : Interessant? 300 euro. [medeverdachte 1] zegt dat een huis met zonnepanelen bekeken moet worden, ongeveer 200 kilometer in België. [medeverdachte 2] zegt dat ze het naar maandag moeten verplaatsen.
9 juli 2017[medeverdachte 2] moet het adres nog krijgen van [medeverdachte 1] van wat hij morgen moet bekijken en vraagt of iemand het adres in zijn brievenbus wil gooien. [medeverdachte 1] vraagt op welke naam? [medeverdachte 2] zegt [naam] .

In een proces-verbaal over de gesprekken tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] staat – zakelijk weergegeven – het volgende: [medeverdachte 1] stuurt [medeverdachte 2] op 9 juli 2017 een sms met de tekst: ‘7 place de baulers 1301 baulert’. Dit adres blijkt van een restaurant in België dat ene [getuige 8] te koop had staan.
[medeverdachte 2] belt [medeverdachte 1] opnieuw op 9 juli 2017 en zegt, zakelijk weergegeven: [medeverdachte 2] : Ik geef jouw vrouw net een telefoonnummer waar ze het adres naar toe moet sturen, hoe kan je nou naar deze sturen? [medeverdachte 1] : Verkeerd, verkeerd. [medeverdachte 2] : Ja, maar dan is mijn, waarom brand je mijn telefoon jongen, jezus christus!
In een proces-verbaal van bevindingen inzake een OVC-gesprek van 10 juli 2017 is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:Telefoon gaat over. Alleen [medeverdachte 2] is te horen. Ik herken de stem van [medeverdachte 2] aan zijn intonatie, manier van spreken en stemgeluid. [medeverdachte 2] : Hey [bijnaam] (…)Spreekt hij alleen [medeverdachte 3] ? Ja ok. Nee, [naam] , maar wat is jouw naam? Ik moet jouw naam ff weten he, [naam] , en mijn naam [naam] . Ok.
Een paar uur later op 10 juli 2017 bellen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met elkaar. Zij zeggen – zakelijk weergegeven – het volgende: [medeverdachte 1] : Ben jij terug? [medeverdachte 2] : Ja ik ben onderweg. Wat dacht jij nou wat het was? [medeverdachte 1] : Die zonnepanelen. [medeverdachte 2] : Nee man een restaurant met een huis daarboven. Maar was dit die ene van die 300? Ik denk wel dat ie geld heeft. [medeverdachte 1] : Ja. Hij heb gezegd 3 totale bedrag zou voor hem een beetje moeilijk zijn, maar hij zei heel duidelijk, stuur maar die experts dan kijken wij wat wij hebben.
[getuige 8] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: Een investeerder heeft mij een prijsvoorstel gedaan voor de overname van het restaurant en het privédeel. Ik heb een ontmoeting met hem gehad in hotel Arena in Amsterdam. Om hem te helpen bij de aankoop van het huis heeft hij mij gevraagd om hem te helpen door mij een bepaald bedrag á contant te geven en dat ik dat bedrag weer aan hem zou overmaken op zijn bankrekening en dat ik dan een percentage zou krijgen. De koper heeft mij laten weten dat hij een expert naar mij toe zou sturen om het huis en restaurant te bekijken. Daarna is iemand naar het restaurant gekomen die zich voordeed als een expert. Hij sprak geen [medeverdachte 3] . Hij heeft het pand bekeken en is vertrokken. Ik heb nog een paar keer contact gehad met die mensen, voornamelijk om nogmaals te proberen om contant geld tegen overboekingen te ruilen. Ik heb ze gevraagd geen contact meer met mij op te nemen om te proberen geld te wisselen.
In een proces-verbaal van bevindingen wordt – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:De Belgische politie ontving van [getuige 8] een visitekaartje dat hij had gekregen tijdens een ontmoeting over de verkoop van zijn restaurant. Op dit visitekaartje stonden de gegevens: [naam] van [bedrijf 2] : [e-mail] .com. Het visitekaartje dat [getuige 8] ontving kwam overeen met de visitekaartjes van [bedrijf 2] die tijdens doorzoeking in de woning van [medeverdachte 1] [de rechtbank begrijpt: [adres] te [woonplaats] ] werden gevonden.
Op 17 juli 2017 belt verdachte met de gebruiker van telefoonnummer * [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: * [telefoonnummer] : Ik heb wel een doos gevonden, een pasje, 2 pasjes eigenlijk. [verdachte] : Maar dat is gewoon die ene, zelfde gewoon, maar volgens mij zit daar dus een ander nummer op, begrijp je? Dat is het eerste bedrijf, maar met een ander nummer die jij eraf hebt gepleurd, en dat bedrijf bestaat gewoon nog, zo heb je het gedaan volgens mij. * [telefoonnummer] : Huh? [verdachte] : Iemand had gebeld een keer en toen ik zei hallo, toen vroeg die aan mij weet jij wie of wat [bedrijf 2] (fon) is? Want volgens mij is die ding niet echt snap je?* [telefoonnummer] : Oh. [verdachte] : En toen heb jij een nieuwe nummer, die nummer heb jij weggegooid begrijp je?* [telefoonnummer] : Oke. Oke. [verdachte] : Maar laat dat voor de zekerheid even checken dat dat [naam] (fon) is begrijp je wat ik bedoel?
Afspraken met de heer [getuige 10]

In een proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] van januari 2018 is – zakelijk weergegeven – het volgende opgenomen: [medeverdachte 3] : Ik heb [medeverdachte 2] ongeveer 15 keer ontmoet het afgelopen jaar.Verbalisant: Op 23 mei heeft u een gesprek met [medeverdachte 2] in diens auto. In dit gesprek geeft u aan dat [getuige 9] zwijgt als het graf. Wat bedoelt u? [medeverdachte 3] : Ik heb [medeverdachte 2] uitgelegd dat als [getuige 9] dingen zou gaan doen, dat zij dat niet verder zou vertellen.Verbalisant: Uit een opgenomen gesprek in de auto van [medeverdachte 2] van 14 juni 2017 blijkt dat jullie het hebben over een telefoonscript. Wat kunt u vertellen over dit script? [medeverdachte 3] : Dat heb ik al verklaard dacht ik. (…) Toen heb ik een belscriptje geschreven voor die dames.Verbalisant: In het OVC gesprek van 14 juni 2017 zegt [medeverdachte 2] dat u nog veel meer kan doen als u [getuige 9] inzet. Op de [adres] te [woonplaats] werkte een mevrouw genaamd [getuige 9] . Is zij deze [getuige 9] ? [medeverdachte 3] : Ja.
In een proces-verbaal bevindingen naar het onderzoek van de identiteit van een gesprekspartner van [medeverdachte 2] , wordt – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:Tijdens de OVC-gesprekken van 23 mei, 14 juni en 16 juni 2017 spreekt [medeverdachte 2] met een NNman1. In de gesprekken wordt gesproken over een werkplek aan de [adres] in [woonplaats] waar NNman1 vaak zit. NNman1 wordt in één van de gesprekken [medeverdachte 3] genoemd. De identiteit van NNman1 die te horen is op de OVC kan worden vastgesteld als [medeverdachte 3] .
Bewijsoverweging ten aanzien van de identiteit van NN-man1

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat de NN-man1 met wie [medeverdachte 2] in de Volkswagen op onder meer 23 mei en 14 juni 2017 spreekt, [medeverdachte 3] is. Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank bij het weergeven van OVC-gesprekken met NN-man1 de naam ‘ [medeverdachte 3] ’ vermelden in plaats van ‘NN-man1’.
Op 23 mei 2017 vindt een OVC-gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] (NN-man1). In dit gesprek wordt– zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: [medeverdachte 2] : Eigenlijk ben je altijd wel op zoek naar iets wat misschien legaal vermogen brengt. (…) Nu even terug naar dat van ons. Hoe gaan we dat doen? [medeverdachte 3] : Ja ik ga ff kijken naar die adressen of er eventueel een sponsor eh deel bij zit. Ik ga natuurlijk kijken naar een eh soort real estate bedrijfje. [medeverdachte 2] : Zouden [bedrijf 3] (fon) toch gebruiken voor iets? Toch ook voor nu jouw eh jouw ijshockeyverhaal zeg maar? [medeverdachte 3] : Ja ja. [medeverdachte 2] : Ik zorg dat eh morgen dat briefpapier komt van [bedrijf 3] (fon). [medeverdachte 3] : Ik kan in Soest gaan zitten en werken. Daar loopt ook een juffrouw rond, [getuige 9] (fon). Die zwijgt als het graf. Die weet dat ik wel eens een beetje met ondeugende dingetjes bezig ben en dat vindt ze prima. En die weet toch niet de finesses van het verhaal dus.. [medeverdachte 2] : Nee is ook niet, tot het moment dat jij het uit handen geeft is er ook helemaal niets aan de hand. Zijn we gewoon met een legit verhaal bezig. Op het moment dat ik ze bij mijn mensen breng ja dan eh.. [medeverdachte 3] : Is het andere koek. [medeverdachte 2] : Wordt het een soort andere versie van het verhaal. Ik zorg dat die enveloppen komen, briefpapier, jij deed alleen effe die voor die voorbrief effe iets aanpassen he? [medeverdachte 3] : Ja. [medeverdachte 2] : Vijftig van alles? [medeverdachte 3] : Ja dan kunnen we wel effe vooruit voorlopig. [medeverdachte 2] : Ja in Duitsland en die andere landen. Dan willen we toch wel ergens geld gaan maken nou. Als je dan een brief maakt naar hun (…) dat we willen investeren in spelers. [medeverdachte 3] : Ja ja.
Op 14 juni 2017 vindt – zakelijk weergegeven – het volgende OVC-gesprek plaats: [medeverdachte 3] : Je moet [getuige 9] en mij laten bellen. Er moet natuurlijk wel een scriptje worden gemaakt.(…) [medeverdachte 3] : Dat is niet de insteek van het gesprek. Telefoongesprek wat wij doen, wij zijn gewoon werknemer van [bedrijf 3] Invest (fon), wij wekken interesse, wij zeggen eh u wordt gebeld of benaderd, wij sturen eerst informatie weet je wel. [medeverdachte 2] : Als het nodig is liever niet. Het liefst zo min mogelijk informatie, daarom wilde ik ook die informatie uit die brief hebben. Dat klinkt raar, maar hoe minder informatie ze hebben, hoe sterker wij zijn, want dan kunnen we overal eigen invulling aan geven. (…) [medeverdachte 2] : Alleen dan vragen we een kleine dienst van ze, ja, bij de ene zal het 100 ruggen zijn, bij de ander zal het, ik zeg altijd zo, een klant vanaf 100 ruggen is oke. Dat klinkt misschien een beetje eh…maar 50 ruggen, weet je, als je bij mensen 25 of 50 ruggen wegneemt, die gaan er veel meer poespas over maken. [medeverdachte 3] : Ja bij die clubs begrijp ik het, die willen daar geen publiciteit over. [medeverdachte 2] : Die clubs houden het stil. Hotels, iedereen eigenlijk weet je.(…)Dus we nodig mensen uit, maar de reden dat we in persoon willen praten omdat wij eh, je weet zelf al, in iedere markt en zeker ook in de sportbereik, daar gaat een boel cashgeld in om, contant geld, we noemen het geen zwart geld, gewoon contant geld. We willen bij elkaar komen om te praten over dat wij een stuk contant of officieel kunnen doen. ALTIJD officieel moet je erbij zeggen, maar ook gedeelte contant kunnen doen, op een chique manier. ALS ze dan nee zeggen, dan moet je zeggen, we hebben ook nog een officiële weg. Zo probeer je ze naar beneden te krijgen ja? We zeggen we hebben altijd een plan A en B, bij een woning gaat er een gedeelte zo en een gedeelte gaat zo, bij dit soort transacties ook, wij vragen of er een gedeelte cash kan, als ze daar geen moeite mee hebben, maakt dat de klant al interessanter, ze weten nog niet waar, ze weten nog niet hoe, ze weten nog niet wat, snap je? Dat is het stukje wat jij moet doen, wat ik dus ook doe, dan breng je mensen naar beneden. [getuige 9] zou het voorwerk kunnen doen, bellen, en dan zou jij gewoon…. [medeverdachte 3] : Het opvolgen. [medeverdachte 2] : Als dat zover is, dan wil ik naar de Amsterdam Arena rijden, daar zitten van die business, kijken we wat de mogelijkheden zijn, want daarnaast zit het ook het Marriot, want die gaan we gebruiken om te ontvangen, geven we een adres door, moet je niet gelijk doen, maar vlak voor eh de afspraak. Als je op een gegeven moment een paar klanten gepakt hebt daarzo of die zijn beschadigd, dan moeten we een andere locatie gebruiken. (…) Na 3 of 4 telefoontjes weet je welke kans je ze moet geven. We willen graag full package bij jullie reclame maken en natuurlijk een voorstel voor de sponsoring. We willen graag gebruik maken van jullie expertise, hun belangrijk maken…datzelfde, dat verhaaltje geldt voor Pietje, Klaasje, iedereen. [medeverdachte 3] : Dat begrijp ik. Je moet ze even triggeren. [medeverdachte 2] : Ja. Als het verhaal goed is, je kan ze wat documentatie sturen, ook voor dat hotel zometeen, maken we een mooie brief, wat onze bedoeling is, dat we een bedrijf zijn.
In een proces-verbaal waarin een OVC-gesprek van 5 juli 2017 is uitgewerkt staat – zakelijk weergegeven – het volgende: [medeverdachte 2] : Luister, nou komt volgende week die sponsering. Die mensen hebben een rapportje gemaakt. Voor 500.000 kunnen jullie sponseren. Hoe gaan wij dan? Wij zeggen ja is een beetje weinig, moet een beetje meer worden. [medeverdachte 1] : Je moet een show maken, dat moet. [medeverdachte 2] : Ja precies. Dan komen wij misschien bij een miljoen of 750.000. Maar dan, wat gaan we doen om het geld te pakken te krijgen?Hoe wil je ze aanpakken? Moeten wij weer grote sheine, kleine sheine wisselen, waarom? We hebben alleen maar grote sheinen? Wat gaan we zeggen? We hebben natuurlijk vanuit het bouwbedrijf, dus je gaat zeggen dat je kleine sheinen moet hebben om die mensen te betalen. Maar waarom is het voor hun nodig om ons te helpen dan? [medeverdachte 1] : Voor die sponsoring. Wanneer komen ze zei je? [medeverdachte 2] : Woensdag.
In een proces-verbaal waarin een OVC-sessie van 12 juli 2017 is uitgewerkt is – zakelijk weergegeven – het volgende opgenomen: 12 juli 2017. Alleen de stem van [medeverdachte 2] is te horen. [medeverdachte 2] : Oke er stond een mailtje van een meneer die vandaag komt en die vroeg naar de namen van de personen die hij gaat ontmoeten. Dan kun je misschien als enige eventjes [naam] neerzetten.(…)Nee, [naam] , deze man heet ook [getuige 10] . Doe maar [naam] . In de briefdinges staat ook een A.
12 juli 2017, later op de dag: [medeverdachte 2] : Ik heb een andere man gesproken die zegt dat die ook die MT 103 geeft voor 10.000 euro. Ik ben nog met die man in onderhandeling. [medeverdachte 1] : 103 of 113? [medeverdachte 2] : 103. Weet je, ik denk werkelijk waar, met die sponsoring, luister, we hebben twee, je moet het apart zien. Ik heb [bedrijf 3] . Dit is mijn bedrijf. Ik ben deze [naam] (fon). [bedrijf 3] is dat ja? Wij bouwen villa’s, appartementen, overal in de hele wereld ja? Jij met jouw bedrijf, jij bent mijn bank, jij financiert dat, jij bent de man van het geld. Klaar, weet je? Oke, we willen reclame maken voor dit bedrijf, bij jullie, dat is de procedure, we willen een contract aangaan, oke, wat kost het? 500.000, ehm, luister ik heb alleen een klein probleem, is het voor jullie een probleem om… [medeverdachte 1] : (onderbrekend) cash geven. [medeverdachte 2] : Je kent jouw story en dan ga je verder, oke, als cash geen probleem is, is het dan voor jullie ook geen probleem om mij te helpen. Ik heb veel geïnvesteerd. Kunnen jullie voor mij grote naar kleine omzetten, ik betaal jullie commissie. Als zij zeggen, nee we kunnen niets zwart doen, we gaan niet gelijk, dan doen we niet gelijk kapot maken, dan zeggen we, oke, als jullie alles officieel willen [medeverdachte 1] : Alles officieel. [medeverdachte 2] : Nee dat is ook een optie ja? We gaan kijken maar is het voor jullie een probleem als wij jullie 250.000 extra geven op de rekening en dan geven jullie ons kleine scheinen [de rechtbank begrijpt: het Duitse woord voor biljetten], maar…dan komt die maar, maar op het moment dat het op jullie rekening staat of dat jullie zien dat het op jullie rekening komt, met die MT103, dan willen wij die geld zien, dan willen wij die geld hebben…ja toch? Wij zeggen, wij willen investeren in talenten, spelers,. We investeren een miljoen, twee miljoen. Kijken hoe ze reageren (…). En dan kunnen wij geen vijfhonderdjes, wij hebben teveel vijfhonderdjes en u weet, overal vijfhonderdjes is problemen. Wij moeten 20% inleggen van het bedrag wat wij u geven, als het een miljoen is dan is dat twee ton. (…) [medeverdachte 1] : tweehonderdjes.(…)hotel of.. [medeverdachte 2] : Andere, die bij de Arena. Die ene heet [getuige 10] . [medeverdachte 1] : Deutsche? [medeverdachte 2] : Ja. Dus we zeggen, we praten wel met andere clubs, maar gaan maar met één club in zee. Maar als ze niet geïnteresseerd zijn, niet gelijk branden weet je, dan geven we ze andere optie weet je, want als die andere wel met die MT103 komt voor 10 ruggen, hoeven we ze niet gelijk te branden. [medeverdachte 1] : 103? [medeverdachte 2] :: 103 maar daar moet je helemaal niet over praten, je moet zeggen een bank. [medeverdachte 1] : Tuurlijk.
De rechtbank merkt op dat met de term MT 103 kennelijk wordt bedoeld: een digitaal bericht in het internationale betalingsverkeer waarmee een betaling kan worden bevestigd.
_d51c7bf0-2503-4460-8d66-6e349e232810

[medeverdachte 2] wordt in zijn auto gebeld door een NN-man. [medeverdachte 2] neemt op zegt het volgende: [medeverdachte 2] : Koon.Ah, hallo [getuige 10] . Ik had u nog een keer gebeld om te bedanken dat u bent gekomen.
In een OVC-gesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] van 25 juli 2017 wordt – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: [medeverdachte 1] : Maar wat wou hij nou? Je hebt hem gesproken? [medeverdachte 2] : Ja. Ik zeg kunnen jullie de procedure doen zoals meneer [naam] heeft voorgesteld. [medeverdachte 1] : Tuurlijk.
[medeverdachte 1] : Wat is jouw naam ook alweer? [medeverdachte 2] : [naam] . Nou gaat ie wel over. Mijn naam is [naam] en zijn naam is [getuige 10] .
[medeverdachte 1] : Goedendag, meneer [getuige 10] , met meneer [naam] . Ik ben hier bij [naam] . We zitten een beetje te overleggen, maar kan niet zoveel aan de telefoon, snap je? We kunnen beter weer een ontmoeting hebben samen en het dan regelen. Ik ben de 17e weer terug.

In de woning van [medeverdachte 1] en verdachte [de rechtbank begrijpt: [adres] te [woonplaats] ] is een telefoon aangetroffen. Met die telefoon vond op 25 juli 2017 een uitgaand gesprek plaats naar een nummer dat opgeslagen is met de naam [getuige 10] . Het nummer komt overeen met het telefoonnummer van [getuige 10] .

Op 17 augustus 2017 om 08.26 uur spreken [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de auto van [medeverdachte 2] met elkaar. In het proces-verbaal van bevindingen waarin dit gesprek is uitgewerkt staat – zakelijk weergegeven – het volgende:

08.26
uur

[medeverdachte 2] : Goedemorgen. Heb je een nieuw kaartje van jezelf bij je? [medeverdachte 1] : Ja. Van [naam] . [medeverdachte 2] : Jij bent toch [naam] daar? [medeverdachte 1] : Ja.
12.03
uur

[medeverdachte 2] : Als die man jou belt morgen? En je begrijpt hem niet goed genoeg… [medeverdachte 1] : [verdacht