Uitspraak ECLI:NL:RBMNE:2019:1497

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 12-04-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Midden-Nederland op 11-04-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBMNE:2019:1497, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 16/706066-17 (P)


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrechtZittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/706066-17 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 11 april 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,
geboren op [1964] te [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië),ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [woonplaats] .

ECLI:NL:RBMNE:2019:1497:DOC
nl

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrechtZittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/706066-17 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 11 april 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,
geboren op [1964] te [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië),ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [woonplaats] .
1

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 4 juli 2018, 10 december 2018, 6 maart 2019 en 28 maart 2019.De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J.R.F. Esbir Wildeman en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. A.M.J. Comans, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
2

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1: in de periode van 1 januari 2012 tot en met 11 september 2017 te Nieuwegein, Maarssen en/of in Nederland en/of Europa, samen met anderen een gewoonte heeft gemaakt van witwassen;

feit 2: in de periode van 1 maart 2017 tot en met 11 september 2017 in Nieuwegein, Maarsen en/of in Nederland en/of Europa heeft deelgenomen aan een criminele organisatie;

feit 3: op 11 september 2017 in Nieuwegein samen met anderen valse bankbiljetten in euro’s, Zwitserse francs en/of Engelse ponden in voorraad heeft gehad, met het oogmerk om deze als echt en onvervalst uit te geven.

3

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4

4.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen.
Ten aanzien van feit 2: de criminele organisatie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte samen met medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die als oogmerk had het plegen van oplichtingen. De officier van justitie heeft zich daarbij gebaseerd op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien. Volgens de officier van justitie kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat de organisatie (gewoonte)witwassen als oogmerk had. Verdachte moet van dat deel van de tenlastelegging dan ook worden vrijgesproken.
Ten aanzien van feit 1: witwassen

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van feit 1 op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan zowel opzettelijk gewoontewitwassen als eenvoudig witwassen. Over het opzettelijk witwassen heeft de officier opgemerkt dat de samenhang tussen de bewijsmiddelen ten aanzien van de eenvoudige kasopstelling en de deelname aan een criminele organisatie het vermoeden rechtvaardigt dat de geldstromen in de ten laste gelegde periode hun oorsprong vinden in (oplichtings)misdrijf. Uit OVC- en tapgesprekken blijkt dat verdachte wist van de illegale herkomst van het geld. Nu hij dit geld gedurende een substantiële periode heeft witgewassen, kan worden bewezen dat hij een gewoonte van het witwassen heeft gemaakt. De officier van justitie heeft partiële vrijspraak gevorderd ten aanzien van het medeplegen, nu niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en een ander.Ook het eenvoudig witwassen kan volgens de officier van justitie wettig en overtuigend worden bewezen, met dien verstande dat kan worden bewezen dat verdachte een bedrag van € 126.500,- (gewoon) heeft witgewassen.
Ten aanzien van feit 3: vals geld

Volgens de officier kan ook het onder feit 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend worden bewezen. Uit de bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, blijkt dat verdachte een grote hoeveelheid vals geld in voorraad heeft gehad die hij als echt en onvervalst wilde uitgeven. Uit tapgesprekken blijkt dat hij wist dat het om valse biljetten ging.
4.2
Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 2: de criminele organisatie

De raadsman heeft ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde opgemerkt dat onvoldoende duidelijk is of sprake was van een gemeenschappelijk , nu verdachten zich – ook afzonderlijk van elkaar – met verschillende vormen van oplichting zouden bezig houden. Dat betekent ook dat het nog maar de vraag is of kan worden bewezen dat verdachte aan een . Indien de rechtbank toch bewezen acht dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, kan niet worden bewezen dat hij dat als oprichter, leider of bestuurder heeft gedaan. Hierbij is van cruciaal belang dat verdachte analfabeet is en dat – onder meer – niet kan worden vastgesteld dat hij wetenschap had van de inhoud van hetgeen door de eventuele organisatie op schrift zou zijn gesteld, waaronder mails, visitekaartjes, afspraakbevestigingen en leningsovereenkomsten. Tot slot heeft de raadsman er nog op gewezen dat geen van de gestelde misdrijven is voltooid.
Ten aanzien van feit 1: witwassen

De raadsman heeft (partiële) vrijspraak bepleit.De raadsman heeft allereerst aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het (gewoon) witwassen van de geldbedragen die in de woning van medeverdachte [medeverdachte 2] zijn aangetroffen. De woning is niet van verdachte en het feit dat hij nog veel contact heeft met [medeverdachte 2] en regelmatig in haar woning verblijft, maakt niet dat verdachte de in de woning aangetroffen bedragen op 11 september 2017 voorhanden had. Tussen verdachte en [medeverdachte 2] is immers geen sprake van een gezamenlijke huishouding. Bovendien heeft [medeverdachte 2] verklaard dat zij de aangetroffen € 15.700,- van haar minnaar heeft gekregen. Daar komt nog bij dat uit het dossier niet is gebleken dat in de ten laste gelegde periode voltooide oplichtingen of andere delicten zijn gepleegd waarmee het aangetroffen geld zou kunnen zijn verdiend, aldus de raadsman. Verdachte moet dan ook van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.
Ten aanzien van het opzettelijk (gewoonte)witwassen heeft de raadsman – zo begrijpt de rechtbank – partiele vrijspraak bepleit. Er lijkt sprake te zijn van een dubbeltelling met betrekking tot de getaxeerde kleding en goederen, nu onduidelijk is of de taxatiewaarde met de aanschafwaarde is verminderd. Daar komt nog bij dat enkel op grond van de goede staat van de goederen (met name sieraden en kleding) – ten onrechte – is aangenomen dat alle aan verdachte toegerekende goederen in de onderzoeksperiode zijn aangeschaft. De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de in de eenvoudige kasopstelling opgenomen prepaidkaart (€ 400,-), de contante geldbedragen die op naam van verdachte zijn gestuurd en de aan verdachte toegerekende kosten voor brandstof, voeding en de aanschaf van de Volkswagen Golf (kenteken [kenteken] ).
Ten aanzien van feit 3: vals geld

De raadsman heeft (partiële) vrijspraak bepleit van het onder 3 ten laste gelegde.Het valse geld is in de woning van de moeder van medeverdachte [medeverdachte 2] aangetroffen. Verdachte stond niet op het adres ingeschreven en verbleef daar evenmin. Hij had op één slaapkamer in de woning wel een grote hoeveelheid kleding opgeslagen. Dat betekent dat hooguit kan worden gesteld dat verdachte wetenschap had van het valse geld dat op díe slaapkamer is aangetroffen. Dat in een andere slaapkamer een vingerafdruk van verdachte is aangetroffen op plastic folie waarin valse biljetten zaten, maakt het voorgaande niet anders, nu het een verplaatsbaar spoor betreft. Het geld dat (ook in de slaapkamer met kleding van verdachte) is aangetroffen is echter zo onmiskenbaar vals, dat niet kan worden gesteld dat het geld was bedoeld om als echt en onvervalst te doen uitgeven, aldus de raadsman.
4.3
Het oordeel van de rechtbank

Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis worden de bewijsmiddelen ten aanzien van de feiten 2 en 3 onder de paragraaf 4.3.1. weergegeven en worden tussendoor reeds korte bewijsoverwegingen opgenomen. Paragraaf 4.3.2. betreft een algehele bewijsoverweging ten aanzien van feit 2 en paragraaf 4.3.3. betreft een algehele bewijsoverweging ten aanzien van feit 3. In de paragrafen 4.3.4. en 4.3.5. wordt het bewijs voor feit 1 weergegeven en besproken. De bewijsmiddelen worden telkens slechts gebruikt voor het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben. De rechtbank gaat op grond van wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.
4.3.1.
Bewijsmiddelen ten aanzien van de feiten 2 en 3

(criminele organisatie en vals geld)

Aanleiding

Naar aanleiding van informatie van het Team Criminele Inlichtingen over mogelijke criminele activiteiten van medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) is de politie eenheid Midden-Nederland een onderzoek (09Piano) naar hem gestart. Er is een bevel tot observatie van [medeverdachte 1] verstrekt en ter ondersteuning daarvan is op 3 maart 2017 een baken geplaatst onder de auto (op naam van) van [medeverdachte 1] , een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] (hierna: de Volkswagen).
Contacten met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]

Uit voormeld onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 1] regelmatig contact had met verdachte. Over deze contacten is – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende geverbaliseerd:Op 7 maart 2017 heeft het observatieteam de Volkswagen met twee mannen vanuit Amsterdam naar Maarssen gevolgd. De bestuurder werd herkend als [medeverdachte 1] . In Maarssen is waargenomen dat de twee mannen bij [adres] te [woonplaats] naar binnen gingen. Later op diezelfde dag werd [medeverdachte 1] in gezelschap van [verdachte] gecontroleerd in Amsterdam.
Uit de bakengegevens van de Volkswagen bleek dat de auto op 13 maart 2017 stil stond bij het Carlton President Hotel in Utrecht. De verbalisant die [verdachte] en [medeverdachte 1] gecontroleerd had [de rechtbank begrijpt: op 7 maart 2017], herkende aan de hand van de camerabeelden van het Carlton hotel [de rechtbank begrijpt: beelden van 13 maart 2017] de kleine man als [verdachte] en de lange man als [medeverdachte 1] .

Op beelden van het Carlton President Hotel in Utrecht van 22 maart 2017 is te zien dat twee personen de Volkswagen uitstappen. Te zien is dat de bijrijder, die de verbalisant op latere beelden herkent als [verdachte] en de bestuurder, die de verbalisant herkent als [medeverdachte 1] , richting de ingang van het hotel lopen.

Er is vervolgens onderzoek gedaan naar mogelijke telefoonnummers van verdachte en [medeverdachte 1] . Hierover is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:Op 24 maart 2017 is driemaal een IMSI-scan uitgevoerd op [medeverdachte 1] . Hieruit kwam een IMEI-nummer naar voren dat was gekoppeld aan telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ). De gesprekken die met dit nummer zijn gevoerd zijn opgenomen. Te zien was dat nummer * [telefoonnummer] vrijwel uitsluitend telefonisch contact had met de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna * [telefoonnummer] ).
Op 28 maart 2017 wordt in een gesprek tussen telefoonnummers * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: * [telefoonnummer] : He [bijnaam]* [telefoonnummer] : (vrouwenstem) (lacht) hij zit op de wc volgens mij. We hadden het net over jou. Nog wat nieuws?* [telefoonnummer] : Nou ja ik heb wel een telefoonnummer gekregen van die ene uit Spanje. (…)* [telefoonnummer] : (vrouwenstem) Ik zal hem wel even geven. (Vrouw roept): [naam] , [medeverdachte 1] is aan de lijn. [medeverdachte 1] . * [telefoonnummer] : Hallo! Niet al die namen schreeuwen in je werktelefoon! * [telefoonnummer] : (vrouwenstem) Oh ja sorry ik zal het onthouden.
* [telefoonnummer] : (mannenstem) Hallo. Heb je wat gehoord van die andere?* [telefoonnummer] : Maar die van Spanje praat slecht Engels, dus morgen moet jij effe met hem praten in het Spaans. Dat is die ene die 740 had geboden.
[medeverdachte 2] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:Ik woon op het [adres] in [woonplaats] met mijn kinderen en kleinkind. [verdachte] is mijn ex-partner en de vader van mijn kinderen. Hij was vanaf eind januari 2017 echt veel bij mij thuis. [verdachte] wordt bijna altijd [bijnaam] genoemd. Ik heb wel eens contact gehad met [medeverdachte 1] . Ik heb wel eens een telefoon opgenomen die bij ons thuis lag en dan moest ik iets doorgeven.
In een tapgesprek tussen de gebruikers van telefoonnummers * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] wordt op 6 april 2017 om 13:30:59 uur – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: * [telefoonnummer] : Hey [bijnaam] . * [telefoonnummer] : Ben je thuis [bijnaam] ?* [telefoonnummer] : Nee, ik rij net weg uit Mijdrecht. * [telefoonnummer] : Of zit je netjes uit Mijdrecht?* [telefoonnummer] : Klein stukje, hoezo?* [telefoonnummer] : Omdat wij die dingen daar gaan ophalen.* [telefoonnummer] : Welke ding?* [telefoonnummer] : Overkant sukkel! Jij weet je toch? Die 700 euro.* [telefoonnummer] : Maar uhh met welke met de overkant waar bedoel je dan? Bee Eee (fon) toch?* [telefoonnummer] : Wij geven…Wij geven hier, wij vangen daar.* [telefoonnummer] : Ja..maakt niet uit hoe laat wil je rijden?* [telefoonnummer] : Ik ga nu rijden die mensen zijn bij mij hier man. Niet bij mij wachten maar de snelweg richting Breda. Op die eerste benzinepomp wachten mij.
Bewijsoverweging ten aanzien van telefoonnummers * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer]

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, vast dat verdachte in de ten laste gelegde periode gebruik heeft gemaakt van telefoonnummer * [telefoonnummer] en dat medeverdachte [medeverdachte 1] de gebruiker was van telefoonnummer * [telefoonnummer] . Verder concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 2] degene is die de telefoon met telefoonnummer * [telefoonnummer] op 28 maart 2017 opnam en even later doorgaf aan verdachte. Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis, zal de rechtbank bij het weergeven van tapgesprekken in plaats van voormelde telefoonnummers de namen van verdachte ( [verdachte] -* [telefoonnummer] ) en [medeverdachte 1] (* [telefoonnummer] ) weergeven.

In een proces-verbaal van bevindingen betreffende beelden BP is – zakelijk weergegeven- het volgende geverbaliseerd:Op beelden van tankstation BP Hespelaar in Den Hout van 6 april 2017 werd door mij, verbalisant, het volgende bevonden:17:27:09 uur: ik herken de man als [verdachte] . Ik zie dat [verdachte] de BP binnenloopt.17:27:18 uur: ik herken de man als [medeverdachte 1] . Ik zie dat vlak na [verdachte] , [medeverdachte 1] vanaf dezelfde richting als [verdachte] de BP inloopt. 17:27:41 uur: ik zie een NN-vrouw vanaf dezelfde richting als de mannen de winkel inlopen. Ik zie dat de vrouw gelijkenis vertoont met [medeverdachte 2] . Ik zie de vrouw met [medeverdachte 1] praten.
Op 10 april 2017 bellen [medeverdachte 1] en verdachte om 10.44 uur met elkaar. Zij zeggen – zakelijk weergegeven – het volgende: [medeverdachte 1] : He [bijnaam] . Is jouw vrouw thuis? [verdachte] : Ja. [medeverdachte 1] : Oke, want zij moet bellen voor mij, misschien dat ik die goeie wel kan krijgen maar ik kan zelf niet bellen snap je. Dan eh rij ik naar jouw vrouw toe. Zorg dat zij een telefoonnummer heb met een werknummer ja.
Een half uur later, om 11.16 uur, belt [medeverdachte 1] met telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna* [telefoonnummer] ). Zij zeggen – zakelijk weergegeven – het volgende: [medeverdachte 1] : Heb je [bijnaam] al gebeld of niet? Heb je een telefoon met een nummer? Kun je mij een nummer sms’en want dit is jouw werktelefoon toch? * [telefoonnummer] : Ja. Ja is goed.
[medeverdachte 2] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:Ik maak zelf gebruik van telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna * [telefoonnummer] ).
Op 19 mei 2017 belt verdachte met de gebruiker van telefoonnummer * [telefoonnummer] . In het gesprekwordt – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: [verdachte] vraagt naar het e-mailadres. NN-vrouw * [telefoonnummer] zegt . [verdachte] zegt: [medeverdachte 2] niet door de….
Op 29 mei 2017 belt verdachte nogmaals met de gebruiker van telefoonnummer * [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: [verdachte] : [medeverdachte 2] geef haar twee en een half duizend. NN-vrouw: Oke is goed.
In een proces-verbaal van een OVC – gesprek van 5 juli 2017 is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:Ik herken de stemmen van [verdachte] en [medeverdachte 1] aan hun intonatie, manier van spreken en stemgeluid. [verdachte] : [medeverdachte 1] , [medeverdachte 1] , da’s jou probleem. [medeverdachte 1] : Da’s geen probleem voor mij. Jouw vrouw bemoeit zich met alle fucking shit. [verdachte] : We zijn een groep. [medeverdachte 1] : En dan jouw vrouw voelt zich sterk. Gaat jouw vrouw tegen mij zeggen: je kan gewoon praten hoor, die buurvrouw weet wat wij doen. Jouw vrouw vindt het interessant om zo te praten.
Bewijsoverweging ten aanzien van telefoonnummers * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer]

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, vast dat medeverdachte [medeverdachte 2] gebruik maakte van de telefoonnummers * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] . Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis, zal de rechtbank bij het weergeven van tapgesprekken in plaats van voormelde telefoonnummers (* [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] ) de naam van [medeverdachte 2] (* [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] ) weergeven.

Bezoek aan het Marriot hotel op 31 maart 2017

Verdachte ( [verdachte] ) belt [medeverdachte 1] op 31 maart 2017 om 15.48 uur. Zij zeggen – zakelijk weergegeven – het volgende: [verdachte] : Ik ben onderweg [medeverdachte 1] : Hoe laat zijn die mensen daar [verdachte] : Die mensen is onderweg, die mensen willen niemand zien behalve mij. Om mij komt ie alleen begrijp je. En die man wat brengt ie voor ons (ntv). Wij moeten alleen 25 euro geven dus van die 80 euro (fon). [medeverdachte 1] : Dat snap ik, maar dat ik jou alleen zetten, vind je dat verstandig? [verdachte] : Nee sukkel, jij toch beneden? (…)Je begrijpt wat ik bedoel. Jij blijven compleet apart. Heb ik geteld, alles is correct. Komen jullie, hij controleert die, alles is correct, jij jouweg. Wij onze weg.
In een proces-verbaal van observatie van 31 maart 2017 wordt – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:De Volkswagen Golf reed op de Tesselschadestraat in Amsterdam. Ik herkende de bestuurder als [verdachte] . Ik zag dat een man die ik herkende als subject [medeverdachte 1] op de Tesselschadestraat liep. Ik zag dat [medeverdachte 1] het Marriott hotel inging. Ik zag dat [verdachte] over de Tesselschadestraat te Amsterdam heen en weer liep. (…)Ik zag vervolgens dat [medeverdachte 1] en [verdachte] om 17.23 uur gezamenlijk in de richting van de Golf liepen. Ik zag dat de Golf vertrok en dat [medeverdachte 1] de bestuurder was. [verdachte] zat ook in de auto.
Over het bezoek aan het Marriott hotel in Amsterdam van 31 maart 2017 is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:Omstreeks 17.21 uur kwam een melding binnen van een vechtpartij die in het Marriot hotel tussen twee mannen (genaamd [A] en [B] ) had plaatsgevonden in verband met een oplichting. Uit de beelden van de bewakingscamera’s bleek dat er opnamen waren gemaakt van:• [B] die met een koffer naast [A] het Marriott hotel inloopt. Door hen wordt meerdere keren naar de koffer gewezen. • [verdachte] die het hotel inloopt en contact heeft met [B] en [A] .• [medeverdachte 1] die aan komt lopen en kijkt naar (onder meer) [A] en [verdachte] en aan een tafel in de hoek gaat zitten.• [A] die [B] begint te duwen en [verdachte] die toekijkt. [verdachte] die richting [B] loopt en op de koffer wijst.• [verdachte] en [B] die vervolgens recht tegenover elkaar staan.
Bezoek aan Spanje in mei 2017

[medeverdachte 2] heeft bij de rechter-commissaris in 2018 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:Door mij is weleens geld opgehaald in Spanje, samen met [verdachte] . Dat was vorig jaar mei of juni.
[medeverdachte 2] belt verdachte op 18 mei 2017. In dit gesprek wordt het volgende gezegd: [medeverdachte 2] zegt die Spaanse ing (fon) zit even te bellen. Die Spaanse [naam] . Twee keer achter elkaar. [verdachte] zegt dat als hij nog een keer belt, zij de secretaresse is en moet zeggen dat [naam] niet aanwezig is. Hij is in een meeting en belt straks terug. [medeverdachte 2] zegt Okee is goed. [medeverdachte 2] wordt op 19 mei 2017 door verdachte gebeld. Hierover is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd: [verdachte] zegt dat [bijnaam] niet opneemt. [verdachte] vraagt: het is toch [naam] ? [medeverdachte 2] zegt ja. [medeverdachte 2] moet van [verdachte] zeggen dat meneer [naam] in een meeting is en dat hij binnen ntv minuten contact opneemt. Vervolgens moet [medeverdachte 2] [verdachte] bellen.
In tapgesprekken tussen [medeverdachte 1] en verdachte van 19 mei 2017 wordt – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: [medeverdachte 1] : Moet ik kijken voor een ticket voor morgen? [verdachte] : Kijk maar voor vroeg. Zij kijkt jou (ntv). [medeverdachte 1] : Maar ze moet ook kijken vanuit Eindhoven. Eindhoven is de beste plek om te vliegen. Ik heb vijfhonderdduizend en een miljoen gebracht vanaf Eindhoven.
De gesprekken die in de auto van [medeverdachte 1] (de Volkswagen) zijn gevoerd, zijn van 19 mei 2017 tot en met 17 september 2017 opgenomen door middel van OVC-apparatuur (Opname Vertrouwelijke Communicatie). In een proces-verbaal waarin OVC-gesprekken van 19 en 20 mei 2017 zijn uitgewerkt is – zakelijk weergegeven – het volgende opgenomen:Wij, verbalisanten, herkennen de stemmen van [verdachte] en [medeverdachte 1] aan hun intonatie, manier van spreken en stemgeluid.19 mei 2017: [medeverdachte 1] : Ze hebben maar 100 gebracht [verdachte] : Alleen 100 gebracht [medeverdachte 1] : Vieze leugenaars die Spanjaarden.
[medeverdachte 1] heeft bij de politie – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: Ik heb een relatie met [C] . Wij hebben samen drie kinderen.
[medeverdachte 1] spreekt op 19 mei 2017 in zijn auto met [C] . In een proces-verbaal waarin dit OVC-gesprek is uitgewerkt is – zakelijk weergegeven – het volgende opgenomen:Wij, verbalisanten, herkennen de stemmen van [C] en [medeverdachte 1] aan hun intonatie, manier van spreken en stemgeluid. [medeverdachte 1] : Ik moet zondag naar Spanje. Geld halen. Is wel jammer, die man zou tweehonderdvijftig brengen maar heeft maar honderd gebracht. [medeverdachte 1] : Ja dus eh beetje minder weer, maar geld is geld. [C] : Morgenochtend moet mama papa wegbrengen met de auto. [medeverdachte 1] : Nee we nemen hem mee. Hij moet leren om geld te halen. Hij moet leren hoe het werkt. Hij is mijn protegé he. Hij gaat doen wat ik doe, hij wordt gewoon een fucking oplichter. Hij wordt gewoon zoals ik ben. Hij gaat gewoon ook knaken verdienen weet je.
Op 28 mei 2017 belt verdachte met [medeverdachte 2] . In dit gesprek wordt – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: [verdachte] vraagt aan [medeverdachte 2] een sms naar die man te sturen. Hij hoort vandaag van ons wanneer hij die kan vangen vandaag of morgen. Zo dadelijk zeggen tegen hem! Oke, zegt [medeverdachte 2] . Ze vraagt aan [verdachte] of hij hem heeft gesproken. Ja, zegt [verdachte] . En wat zeiden ze, vraagt [medeverdachte 2] .Ook vandaag of morgen, zegt [verdachte] . Oke is goed, zegt [medeverdachte 2] .
Afspraken in het Mariott hotel op 29 juni 2017

Op 26 juni 2017 belt nummer [telefoonnummer] (hierna * [telefoonnummer] ) met [medeverdachte 1] . In dit gesprek wordt – zakelijk weergegeven- het volgende gezegd: [medeverdachte 1] : Ja [bijnaam] * [telefoonnummer] : Jij morgen auto kijken of niet? [medeverdachte 1] : Nee, 29e. * [telefoonnummer] : Oke.
Op 28 juni 2017 spreken [medeverdachte 1] en de gebruiker van telefoonnummer * [telefoonnummer] nogmaals met elkaar. Zij zeggen – zakelijk weergegeven – het volgende: [medeverdachte 1] : He luister eens, jij hebt die kaartjes nog van eh, van jou zelf bij jou? * [telefoonnummer] : Van mij... [naam] (fon) [medeverdachte 1] : Nee die andere. * [telefoonnummer] : Jawel. [medeverdachte 1] : Jij moet jouw vrouw netjes op het kaartje een telefoonnummer laten schrijven waar jij bereikbaar bent, als we morgen dat kaartje geven, dan sta jij gelijk met die klant in contact, snap je? Schakelen we die makelaar uit. We hebben 2 afspraken, dus laat effe die telefoonnummers erop schrijven, 2 kaartjes.* [telefoonnummer] : Oke.
Op 28 juni 2017 om 23.23 uur spreken [medeverdachte 1] en de gebruiker van telefoonnummer * [telefoonnummer] elkaar opnieuw. Er wordt – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: [medeverdachte 1] : Ha [bijnaam] ! Wat is er met jouw telefoon? Ik denk ze luisteren mee. * [telefoonnummer] : Nee ze luisteren niet mee. Hoe laat kunnen wij twee auto’s? [medeverdachte 1] : Ja morgen twee auto’s….achter mekaar.Van tien uur tot twee uur, bij diezelfde makelaar, dus ik ben morgen om tien uur bij jou ja? * [telefoonnummer] : Ok.
Op 29 juni 2017 heeft een observatie plaatsgevonden. Daarover is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:



09.43
uur: Ik zag dat een man die ik herkende als [medeverdachte 1] zijn woning in Nieuwegein verliet en wegreed in zijn Volkswagen.

09.58
uur: Ik zag dat [verdachte] op straat stond ter hoogte van de [adres] te [woonplaats] . Hij liep de woning binnen. Op dat moment kwam de Volkswagen aangereden en zag ik dat [medeverdachte 1] uitstapte en perceel [adres] binnenliep.

10.00
uur: Ik zag dat [medeverdachte 1] en [verdachte] naar buitenkwamen en allebei in de Volkswagen stapten en wegreden.

10.31
uur: Ik zag dat [medeverdachte 1] en [verdachte] het Marriot-hotel in Amsterdam binnenliepen.

10.43
Ik zag dat [medeverdachte 1] en [verdachte] en drie andere personen allen rond een tafel zaten en in gesprek waren.

11.01
Ik zag dat [verdachte] een witte geopende envelop liet zien aan NN1 en NN2.


Bewijsoverweging ten aanzien van telefoonnummer * [telefoonnummer]

De rechtbank stelt op grond van voormelde bewijsmiddelen vast dat telefoonnummer * [telefoonnummer] in de onder feit 2 ten laste gelegde periode werd gebruikt door verdachte. Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank bij het weergeven van tapgesprekken in plaats van ‘* [telefoonnummer] ’ de naam [verdachte] weergeven.

In het proces-verbaal OVC van 29 juni 2017 is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:29 juni 2017 vanaf 10.00 uur: [verdachte] : Welke komt nu, die van 5 miljoen of… [medeverdachte 1] : Allebei… [verdachte] : Ja maar welke [medeverdachte 1] : Welke eerst weet ik niet, eentje is 5,5 en die andere is 13,5. Ja wat wij kunnen zeggen, wij gaan niet over de prijs onderhandelen, weetje, wij moeten die mensen toch eh, maar ja dat is jouw ding.Jawel ik heb met die makelaar gesproken. Hij is lastig man. Maar ik heb wel gezegd, dat op het moment dat jij gaat praten, hoe jij zaken doet, moeten wij weg.... [verdachte] : Wat zei hij? [medeverdachte 1] : Nee is geen probleem. Als jij een goed gevoel hebt kun je hem mee betrekken in die principe weet je. [verdachte] : Maar met die mensen heb jij niet gesproken? [medeverdachte 1] : Jawel met die makelaar. Makelaar heet [getuige 1] , heer [getuige 1] .(…) [medeverdachte 1] : Mag je volgende keer deze doen [verdachte] : Die is gebrand, weet je hoeveel in Amsterdam is gepakt [medeverdachte 1] : Tuurlijk, overal pakken ze. Ik probeer te zoeken naar een plek waar ze, waar we nog normaal kunnen komen [medeverdachte 1] : Weet je nog wat je naam was?
Gesprek buiten de auto in parkeergarage. Portieren worden afgesloten. Op de achtergrond wordt gezegd: [medeverdachte 1] : [naam] (fonetisch) [verdachte] : [naam] , [naam] [medeverdachte 1] : Je hoeft alleen maar [naam] te zeggen. Je hoeft niet je voornaam te zeggen. [verdachte] : [naam] .
Gesprek tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] na de afspraak. Zij zeggen – zakelijk weergegeven – het volgende: [verdachte] : Weet je wat jij moet zeggen tegen hem. Goed luisteren he meneer. Jij krijgt van ons twee procent. Dan houdt ie zijn bek dicht begrijp je wat ik bedoel? Zo moet jij het zeggen. [medeverdachte 1] : Ja nou maar ik denk niet dat hij eh gevoelig is daarvoor. Die man heeft geld. Dan zeg ik liever geven we jou nog een paar procenten meer om die zaak te laten doorgaan, want wij denken op lange termijn niet alleen maar aan tak tak wisselen. [verdachte] : Nee maar ik kan niet ..(ntv).. [medeverdachte 1] : Nee dat weet ik maar ja ik denk we doen die makelaar even alleen pakken. (…) [medeverdachte 1] : Daarom ga ik hem ook heel duidelijk zeggen nee wij willen niks wisselen niks omwisselen.. Alleen als wij het hotel kopen dan willen wij die transactie doen.
[verdachte] belt met persoon die hij [naam] (fon) noemt en zegt – zakelijk weergegeven – het volgende: [verdachte] : We hebben naar de afspraak gegaan en we zijn klaar, en van één hadden we voor één gevraagd en van die andere vijfhonderd. Als nu die mediator goed doet dat is het okay.
[medeverdachte 1] neemt het telefoongesprek over. Hij zegt – zakelijk weergegeven – hetvolgende: [medeverdachte 1] : Ja, nu ga ik met makelaar praten. We willen deze deal sluiten en dit project kopen en alleen als we het kopen, dan gaan we dat doen, privé en zo. Het is een mooi project, het was die van 13 miljoen.Ik ga hem zo bellen en dan ga ik alleen maar proberen hem uit te schakelen door te zeggen, alleen als we het project kopen, dan doen we dat met die betaling en dat wisselen. (einde telefoongesprek)
[medeverdachte 1] : Had jij de indruk dat die makelaar wel eens van iets gehoord had? [verdachte] : Nee. Hij praatte over vijfhonderd. Over is moeilijk te geven die vijfhonderdjes. Niemand wil dat hebben. [medeverdachte 1] : Maar ze hebben die procedure goed begrepen? [verdachte] : Ja tuurlijk(…)Die andere man heb ik in die envelop was 5000 der in. Ik zeg kijk maar dat is ook ..(ntv).. hij pakt die het is goed zo. (…) [verdachte] : Bel maar die makelaar weet je is ..(ntv).. Duidelijk zeggen tegen hem, voor ons het is niet wisselen zonder onroerend goed kopen. [medeverdachte 1] : Ik kan nu bellen. Kan je meeluisteren, alleen moet jij je mond houden.
Er wordt uitgebeld. Telefoongesprek tussen [medeverdachte 1] en de makelaar. [medeverdachte 1] zegt, zakelijk weergegeven: [medeverdachte 1] : Ja, ik ben op zoek naar de heer [getuige 1] (fon). U spreekt met [naam] (fon). Hallo, meneer [getuige 1] ! Wat ik u alleen nog even heel duidelijk wilde maken is dat het ons niet gaat om het wisselen. Wij hebben deze projecten nodig, wij willen dit hotel graag kopen zodat we verder kunnen met het geld. Daarom zeggen we dat zo. En wij investeren graag want als u projecten hebt van 20 of 30 miljoen, het maakt niet uit hoe hoog, wij hebben belangstelling. U hebt nu enigszins de procedure meegekregen. Ik hoop dat u ook behulpzaam kunt zijn om de klanten zover te krijgen. Maar de procedure is zoals we zeggen, op de dag dat wij komen, op de dag dat er geruild wordt of gewisseld, hoe je het ook maar noemt, op dat moment krijgen ze meteen de aanbetaling. Einde telefoongesprek. [verdachte] : Toen jij tegen hem zei “interesseren wisselen", wat zei die? [medeverdachte 1] : Nee nee hij zegt: ik ga mij niet met wisselen bemoeien zei die. [verdachte] : Dat is het belangrijkste.
In een proces-verbaal van bevindingen over de afspraak in het Mariott hotel op 29 juni 2017 is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd: [medeverdachte 1] belt op 3 juli 2017 vanuit zijn auto met een persoon genaamd [naam] : [medeverdachte 1] : Ja, het kan alleen maar dat ze iets weten van de manier waarop onze vriend de deal wil sluiten. Dat ze weten van een aantal gevallen.
[medeverdachte 1] belt daarna een NNman en zegt het volgende: [medeverdachte 1] : Hallo meneer [D] , goedendag, met [naam] . Wij zijn enigszins in shock over de heer [getuige 1] .
[medeverdachte 1] wordt vervolgens weer gebeld door een persoon genaamd [naam] . [medeverdachte 1] zegt – zakelijk weergegeven – het volgende: [medeverdachte 1] : Ik heb [D] gesproken en hij heeft de afspraak afgezegd. [getuige 1] heeft tegen hem gezegd dat hij het een beetje had uitgezocht, en toen zei hij dat hij vermoedt dat het om fraude gaat.Ik was er natuurlijk ook niet bij, want we zijn apart gegaan, maar ik wist op grond van de procedure dat hij natuurlijk om omwisselen had gevraagd. Het omwisselen van biljetten.Je ziet gewoon dat als je het op deze manier doet, dat het dan niks wordt. Om de zaak te redden van de kant van [bedrijf 1] , dan kan je alleen…Nou zijn de mensen natuurlijk op de hoogte gebracht. Nu kunnen we alleen maar zeggen tegen [D] om hem zoet te houden dat het een actie van de heer [H] zelf was, dat de [bedrijf 1] er niet van op de hoogte was, anders raak je iedere klant kwijt. [naam] : (ntv) visitekaartje… [medeverdachte 1] : Nee, had hij wel. Het is alleen maar een naam en een kaartje, daarvan kunnen ze altijd zeggen dat hij dat op eigen…op eigen idee gedaan, niet namens de [bedrijf 1] .
De identiteit van de personen met wie [medeverdachte 1] en [verdachte] hun eerste afspraak hadden is vastgesteld. Het betroffen [E] en [F] . [E] is president en CEO van het [hotel] , Duitsland.

[getuige 1] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:Ik ben op 29 juni 2017 bij twee ontmoetingen geweest in een hotel in Amsterdam, onder andere met het echtpaar [echtpaar] . Ik was de bemiddelende makelaar. Ik moest in opdracht van het echtpaar [echtpaar] hun hotel verkopen. Bij de eerste ontmoeting was aanwezig de makelaar Dr. [naam] van de firma [firma] , twee jonge mannen, investeerders van de [bedrijf 1] . Van één van die mannen heb ik het visitekaartje gekopieerd. Dat staat op naam van [naam] . Dr. [naam] heeft deze ontmoeting geregeld.
[getuige 1] heeft bij zijn verklaring een e-mail gevoegd van een medewerker van [firma] aan [getuige 1] waarin – zakelijk weergegeven – het volgende staat: Geachte heer [getuige 1] ,De heer Dr. [naam] ontvangt u op 29 juni 2017 graag met beide verkopers in het hotel Arena Atlas in Amsterdam.Met vriendelijke groet, [naam] .
Op 11 september 2017 is de woning van [medeverdachte 1] en [C] doorzocht. Hierover is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:Op een USB-stick die in de woning is aangetroffen stonden bestanden met de namen BahrainAngebote. In één van die bestanden staan ‘Angebote’ omschreven. Angebot009 betreft het [hotel] . Bij [verdachte] [de rechtbank begrijpt: tijdens doorzoeking op het adres [adres] te [woonplaats] ] is een visitekaartje aangetroffen van [naam] .
Afspraken met de heer [getuige 2]

[medeverdachte 1] heeft van 7 juli 2017 tot en met 11 juli 2017 een aantal gesprekken gevoerd met telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna * [telefoonnummer] ). Over telefoonnummer * [telefoonnummer] is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:Nummer * [telefoonnummer] is gebruikt door [verdachte] . Zijn stem is door verbalisanten, werkzaam in onderzoek PIANO, herkend aan zijn Slavische accent en manier van spreken. [medeverdachte 1] en de gebruiker van telefoonnummer * [telefoonnummer] noemden elkaar [bijnaam] .
Bewijsoverweging ten aanzien van telefoonnummer * [telefoonnummer]

De rechtbank stelt op grond van voormelde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, vast dat telefoonnummer * [telefoonnummer] van 7 tot en met 11 juli 2017 werd gebruikt door verdachte. [medeverdachte 1] en de gebruiker van * [telefoonnummer] noemen elkaar [bijnaam] , zoals [medeverdachte 1] en verdachte in gesprekken via andere telefoonnummers ook doen. Daar komt nog bij dat twee verbalisanten de stem van verdachte herkennen. Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank bij het weergeven van tapgesprekken het telefoonnummer * [telefoonnummer] vervangen door de naam [verdachte] .

In de gesprekken tussen [medeverdachte 1] en verdachte in de periode van 7 juli 2017 tot en met 11 juli 2017 wordt – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd:7 juli 2017 [verdachte] : [bijnaam] , morgen is een auto te kijken aan die overkant, ga jij kijken? [medeverdachte 1] : Ligt eraan of het interessant is. [verdachte] : Interessant? 300 euro. [verdachte] zegt dat een huis met zonnepanelen bekeken moet worden, ongeveer 200 kilometer in België. [medeverdachte 1] zegt dat ze het naar maandag moeten verplaatsen.
9 juli 2017 [medeverdachte 1] moet het adres nog krijgen van [verdachte] van wat hij morgen moet bekijken en vraagt of iemand het adres in zijn brievenbus wil gooien. [verdachte] vraagt op welke naam? [medeverdachte 1] zegt [naam] .
In een proces-verbaal over de gesprekken tussen [medeverdachte 1] en verdachte staat – zakelijk weergegeven – het volgende: [verdachte] stuurt [medeverdachte 1] op 9 juli 2017 een sms met de tekst: ‘7 place de baulers 1301 baulert’. Dit adres blijkt van een restaurant in België dat ene [getuige 2] te koop had staan.
[medeverdachte 1] belt verdachte opnieuw op 9 juli 2017 en zegt, zakelijk weergegeven: [medeverdachte 1] : Ik geef jouw vrouw net een telefoonnummer waar ze het adres naar toe moet sturen, hoe kan je nou naar deze sturen? [verdachte] : Verkeerd, verkeerd. [medeverdachte 1] : Ja, maar dan is mijn, waarom brand je mijn telefoon jongen, jezus christus!
In een proces-verbaal van bevindingen inzake een OVC-gesprek van 10 juli 2017 is – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:Telefoon gaat over. Alleen [medeverdachte 1] is te horen. Ik herken de stem van [medeverdachte 1] aan zijn intonatie, manier van spreken en stemgeluid. [medeverdachte 1] : Hey [bijnaam] (…)Spreekt hij alleen [medeverdachte 3] ? Ja ok. Nee, [naam] , maar wat is jouw naam? Ik moet jouw naam ff weten he, [naam] , en mijn naam [naam] . Ok.
Een paar uur later op 10 juli 2017 bellen verdachte en [medeverdachte 1] met elkaar. Zij zeggen – zakelijk weergegeven – het volgende: [verdachte] : Ben jij terug? [medeverdachte 1] : Ja ik ben onderweg. Wat dacht jij nou wat het was? [verdachte] : Die zonnepanelen. [medeverdachte 1] : Nee man een restaurant met een huis daarboven. Maar was dit die ene van die 300? Ik denk wel dat ie geld heeft. [verdachte] : Ja. Hij heb gezegd 3 totale bedrag zou voor hem een beetje moeilijk zijn, maar hij zei heel duidelijk, stuur maar die experts dan kijken wij wat wij hebben.
[getuige 2] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: Een investeerder heeft mij een prijsvoorstel gedaan voor de overname van het restaurant en het privédeel. Ik heb een ontmoeting met hem gehad in hotel Arena in Amsterdam. Om hem te helpen bij de aankoop van het huis heeft hij mij gevraagd om hem te helpen door mij een bepaald bedrag á contant te geven en dat ik dat bedrag weer aan hem zou overmaken op zijn bankrekening en dat ik dan een percentage zou krijgen. De koper heeft mij laten weten dat hij een expert naar mij toe zou sturen om het huis en restaurant te bekijken. Daarna is iemand naar het restaurant gekomen die zich voordeed als een expert. Hij sprak geen [medeverdachte 3] . Hij heeft het pand bekeken en is vertrokken. Ik heb nog een paar keer contact gehad met die mensen, voornamelijk om nogmaals te proberen om contant geld tegen overboekingen te ruilen. Ik heb ze gevraagd geen contact meer met mij op te nemen om te proberen geld te wisselen.
In een proces-verbaal van bevindingen wordt – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:De Belgische politie ontving van [getuige 2] een visitekaartje dat hij had gekregen tijdens een ontmoeting over de verkoop van zijn restaurant. Op dit visitekaartje stonden de gegevens: [naam] van [bedrijf 2] : [e-mail] .com. Het visitekaartje dat [getuige 2] ontving kwam overeen met de visitekaartjes van [bedrijf 2] die tijdens doorzoeking in de woning van [verdachte] [de rechtbank begrijpt: [adres] te [woonplaats] ] werden gevonden.
Op 17 juli 2017 belt [medeverdachte 2] met de gebruiker van telefoonnummer * [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: * [telefoonnummer] : Ik heb wel een doos gevonden, een pasje, 2 pasjes eigenlijk. [medeverdachte 2] : Maar dat is gewoon die ene, zelfde gewoon, maar volgens mij zit daar dus een ander nummer op, begrijp je? Dat is het eerste bedrijf, maar met een ander nummer die jij eraf hebt gepleurd, en dat bedrijf bestaat gewoon nog, zo heb je het gedaan volgens mij. * [telefoonnummer] : Huh? [medeverdachte 2] : Iemand had gebeld een keer en toen ik zei hallo, toen vroeg die aan mij weet jij wie of wat [bedrijf 2] (fon) is? Want volgens mij is die ding niet echt snap je?* [telefoonnummer] : Oh. [medeverdachte 2] : En toen heb jij een nieuwe nummer, die nummer heb jij weggegooid begrijp je?* [telefoonnummer] : Oke. Oke.
Afspraken met de heer [getuige 3]

In een proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] van januari 2018 is – zakelijk weergegeven – het volgende opgenomen: [medeverdachte 3] : Ik heb [medeverdachte 1] ongeveer 15 keer ontmoet het afgelopen jaar.Verbalisant: Op 23 mei heeft u een gesprek met [medeverdachte 1] in diens auto. In dit gesprek geeft u aan dat [getuige 4] zwijgt als het graf. Wat bedoelt u? [medeverdachte 3] : Ik heb [medeverdachte 1] uitgelegd dat als [getuige 4] dingen zou gaan doen, dat zij dat niet verder zou vertellen.Verbalisant: Uit een opgenomen gesprek in de auto van [medeverdachte 1] van 14 juni 2017 blijkt dat jullie het hebben over een telefoonscript. Wat kunt u vertellen over dit script? [medeverdachte 3] : Dat heb ik al verklaard dacht ik. (…) Toen heb ik een belscriptje geschreven voor die dames.Verbalisant: In het OVC gesprek van 14 juni 2017 zegt [medeverdachte 1] dat u nog veel meer kan doen als u [getuige 4] inzet. Op de [adres] te [woonplaats] werkte een mevrouw genaamd [getuige 4] . Is zij deze [getuige 4] ? [medeverdachte 3] : Ja.
In een proces-verbaal bevindingen naar het onderzoek van de identiteit van een gesprekspartner van [medeverdachte 1] , wordt – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:Tijdens de OVC-gesprekken van 23 mei, 14 juni en 16 juni 2017 spreekt [medeverdachte 1] met een NNman1. In de gesprekken wordt gesproken over een werkplek aan de [adres] in [woonplaats] waar NNman1 vaak zit. NNman1 wordt in één van de gesprekken [medeverdachte 3] genoemd. De identiteit van NNman1 die te horen is op de OVC kan worden vastgesteld als [medeverdachte 3] .
Bewijsoverweging ten aanzien van de identiteit van NN-man1

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat de NN-man1 met wie [medeverdachte 1] in de Volkswagen op onder meer 23 mei en 14 juni 2017 spreekt, [medeverdachte 3] is. Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank bij het weergeven van OVC-gesprekken met NN-man1 de naam ‘ [medeverdachte 3] ’ vermelden in plaats van ‘NN-man1’.
Op 23 mei 2017 vindt een OVC-gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] (NN-man1). In dit gesprek wordt– zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: [medeverdachte 1] : Eigenlijk ben je altijd wel op zoek naar iets wat misschien legaal vermogen brengt. (…) Nu even terug naar dat van ons. Hoe gaan we dat doen? [medeverdachte 3] : Ja ik ga ff kijken naar die adressen of er eventueel een sponsor eh deel bij zit. Ik ga natuurlijk kijken naar een eh soort real estate bedrijfje. [medeverdachte 1] : Zouden [bedrijf 3] (fon) toch gebruiken voor iets? Toch ook voor nu jouw eh jouw ijshockeyverhaal zeg maar? [medeverdachte 3] : Ja ja. [medeverdachte 1] : Ik zorg dat eh morgen dat briefpapier komt van [bedrijf 3] (fon). [medeverdachte 3] : Ik kan in [woonplaats] gaan zitten en werken. Daar loopt ook een juffrouw rond, [getuige 4] (fon). Die zwijgt als het graf. Die weet dat ik wel eens een beetje met ondeugende dingetjes bezig ben en dat vindt ze prima. En die weet toch niet de finesses van het verhaal dus.. [medeverdachte 1] : Nee is ook niet, tot het moment dat jij het uit handen geeft is er ook helemaal niets aan de hand. Zijn we gewoon met een legit verhaal bezig. Op het moment dat ik ze bij mijn mensen breng ja dan eh.. [medeverdachte 3] : Is het andere koek. [medeverdachte 1] : Wordt het een soort andere versie van het verhaal. Ik zorg dat die enveloppen komen, briefpapier, jij deed alleen effe die voor die voorbrief effe iets aanpassen he? [medeverdachte 3] : Ja. [medeverdachte 1] : Vijftig van alles? [medeverdachte 3] : Ja dan kunnen we wel effe vooruit voorlopig. [medeverdachte 1] : Ja in Duitsland en die andere landen. Dan willen we toch wel ergens geld gaan maken nou. Als je dan een brief maakt naar hun (…) dat we willen investeren in spelers. [medeverdachte 3] : Ja ja.
Op 14 juni 2017 vindt – zakelijk weergegeven – het volgende OVC-gesprek plaats: [medeverdachte 3] : Je moet [getuige 4] en mij laten bellen. Er moet natuurlijk wel een scriptje worden gemaakt.(…) [medeverdachte 3] : Dat is niet de insteek van het gesprek. Telefoongesprek wat wij doen, wij zijn gewoon werknemer van [bedrijf 3] Invest (fon), wij wekken interesse, wij zeggen eh u wordt gebeld of benaderd, wij sturen eerst informatie weet je wel. [medeverdachte 1] : Als het nodig is liever niet. Het liefst zo min mogelijk informatie, daarom wilde ik ook die informatie uit die brief hebben. Dat klinkt raar, maar hoe minder informatie ze hebben, hoe sterker wij zijn, want dan kunnen we overal eigen invulling aan geven. (…) [medeverdachte 1] : Alleen dan vragen we een kleine dienst van ze, ja, bij de ene zal het 100 ruggen zijn, bij de ander zal het, ik zeg altijd zo, een klant vanaf 100 ruggen is oke. Dat klinkt misschien een beetje eh…maar 50 ruggen, weet je, als je bij mensen 25 of 50 ruggen wegneemt, die gaan er veel meer poespas over maken. [medeverdachte 3] : Ja bij die clubs begrijp ik het, die willen daar geen publiciteit over. [medeverdachte 1] : Die clubs houden het stil. Hotels, iedereen eigenlijk weet je.(…)Dus we nodig mensen uit, maar de reden dat we in persoon willen praten omdat wij eh, je weet zelf al, in iedere markt en zeker ook in de sportbereik, daar gaat een boel cashgeld in om, contant geld, we noemen het geen zwart geld, gewoon contant geld. We willen bij elkaar komen om te praten over dat wij een stuk contant of officieel kunnen doen. ALTIJD officieel moet je erbij zeggen, maar ook gedeelte contant kunnen doen, op een chique manier. ALS ze dan nee zeggen, dan moet je zeggen, we hebben ook nog een officiële weg. Zo probeer je ze naar beneden te krijgen ja? We zeggen we hebben altijd een plan A en B, bij een woning gaat er een gedeelte zo en een gedeelte gaat zo, bij dit soort transacties ook, wij vragen of er een gedeelte cash kan, als ze daar geen moeite mee hebben, maakt dat de klant al interessanter, ze weten nog niet waar, ze weten nog niet hoe, ze weten nog niet wat, snap je? Dat is het stukje wat jij moet doen, wat ik dus ook doe, dan breng je mensen naar beneden. [getuige 4] zou het voorwerk kunnen doen, bellen, en dan zou jij gewoon…. [medeverdachte 3] : Het opvolgen. [medeverdachte 1] : Als dat zover is, dan wil ik naar de Amsterdam Arena rijden, daar zitten van die business, kijken we wat de mogelijkheden zijn, want daarnaast zit het ook het Marriot, want die gaan we gebruiken om te ontvangen, geven we een adres door, moet je niet gelijk doen, maar vlak voor eh de afspraak. Als je op een gegeven moment een paar klanten gepakt hebt daarzo of die zijn beschadigd, dan moeten we een andere locatie gebruiken. (…) Na 3 of 4 telefoontjes weet je welke kans je ze moet geven. We willen graag full package bij jullie reclame maken en natuurlijk een voorstel voor de sponsoring. We willen graag gebruik maken van jullie expertise, hun belangrijk maken…datzelfde, dat verhaaltje geldt voor Pietje, Klaasje, iedereen. [medeverdachte 3] : Dat begrijp ik. Je moet ze even triggeren. [medeverdachte 1] : Ja. Als het verhaal goed is, je kan ze wat documentatie sturen, ook voor dat hotel zometeen, maken we een mooie brief, wat onze bedoeling is, dat we een bedrijf zijn.
In een proces-verbaal waarin een OVC-gesprek van 5 juli 2017 is uitgewerkt staat – zakelijk weergegeven – het volgende: [medeverdachte 1] : Luister, nou komt volgende week die sponsering. Die mensen hebben een rapportje gemaakt. Voor 500.000 kunnen jullie sponseren. Hoe gaan wij dan? Wij zeggen ja is een beetje weinig, moet een beetje meer worden. [verdachte] : Je moet een show maken, dat moet. [medeverdachte 1] : Ja precies. Dan komen wij misschien bij een miljoen of 750.000. Maar dan, wat gaan we doen om het geld te pakken te krijgen?Hoe wil je ze aanpakken? Moeten wij weer grote sheine, kleine sheine wisselen, waarom? We hebben alleen maar grote sheinen? Wat gaan we zeggen? We hebben natuurlijk vanuit het bouwbedrijf, dus je gaat zeggen dat je kleine sheinen moet hebben om die mensen te betalen. Maar waarom is het voor hun nodig om ons te helpen dan? [verdachte] : Voor die sponsoring. Wanneer komen ze zei je? [medeverdachte 1] : Woensdag.
In een proces-verbaal waarin een OVC-sessie van 12 juli 2017 is uitgewerkt is – zakelijk weergegeven – het volgende opgenomen: 12 juli 2017. Alleen de stem van [medeverdachte 1] is te horen. [medeverdachte 1] : Oke er stond een mailtje van een meneer die vandaag komt en die vroeg naar de namen van de personen die hij gaat ontmoeten. Dan kun je misschien als enige eventjes [naam] neerzetten.(…)Nee, [naam] , deze man heet ook [naam] . Doe maar [naam] . In de briefdinges staat ook een A.
12 juli 2017, later op de dag: [medeverdachte 1] : Ik heb een andere man gesproken die zegt dat die ook die MT 103 geeft voor 10.000 euro. Ik ben nog met die man in onderhandeling.(…)Weet je, ik denk werkelijk waar, met die sponsoring, luister, we hebben twee, je moet het apart zien. Ik heb [bedrijf 3] . Dit is mijn bedrijf. Ik ben deze [naam] (fon). [bedrijf 3] is dat ja? Wij bouwen villa’s, appartementen, overal in de hele wereld ja? Jij met jouw bedrijf, jij bent mijn bank, jij financiert dat, jij bent de man van het geld. Klaar, weet je? Oke, we willen reclame maken voor dit bedrijf, bij jullie, dat is de procedure, we willen een contract aangaan, oke, wat kost het? 500.000, ehm, luister ik heb alleen een klein probleem, is het voor jullie een probleem om… [verdachte] : (onderbrekend) cash geven. [medeverdachte 1] : Je kent jouw story en dan ga je verder, oke, als cash geen probleem is, is het dan voor jullie ook geen probleem om mij te helpen. Ik heb veel geïnvesteerd. Kunnen jullie voor mij grote naar kleine omzetten, ik betaal jullie commissie. Als zij zeggen, nee we kunnen niets zwart doen, we gaan niet gelijk, dan doen we niet gelijk kapot maken, dan zeggen we, oke, als jullie alles officieel willen [verdachte] : Alles officieel. [medeverdachte 1] : Nee dat is ook een optie ja? We gaan kijken maar is het voor jullie een probleem als wij jullie 250.000 extra geven op de rekening en dan geven jullie ons kleine scheinen [de rechtbank begrijpt: het Duitse woord voor bankbiljetten], maar…dan komt die maar, maar op het moment dat het op jullie rekening staat of dat jullie zien dat het op jullie rekening komt, met die MT103, dan willen wij die geld zien, dan willen wij die geld hebben…ja toch? Wij zeggen, wij willen investeren in talenten, spelers,. We investeren een miljoen, twee miljoen. Kijken hoe ze reageren (…). En dan kunnen wij geen vijfhonderdjes, wij hebben teveel vijfhonderdjes en u weet, overal vijfhonderdjes is problemen. Wij moeten 20% inleggen van het bedrag wat wij u geven, als het een miljoen is dan is dat twee ton. (…) [verdachte] : tweehonderdjes.(…)hotel of.. [medeverdachte 1] : Andere, die bij de Arena. Die ene heet [getuige 3] . [verdachte] : Deutsche? [medeverdachte 1] : Ja. Dus we zeggen, we praten wel met andere clubs, maar gaan maar met één club in zee. Maar als ze niet geïnteresseerd zijn, niet gelijk branden weet je, dan geven we ze andere optie weet je, want als die andere wel met die MT103 komt voor 10 ruggen, hoeven we ze niet gelijk te branden. [verdachte] : 103? [medeverdachte 1] :: 103 maar daar moet je niet over praten, je moet zeggen een bank. [verdachte] : Tuurlijk.
De rechtbank merkt op dat met de term MT 103 kennelijk wordt bedoeld: een digitaal bericht in het internationale betalingsverkeer waarmee een betaling kan worden bevestigd.
_e8308f9a-7958-402f-9393-8f4edc0be07f

Even later voert [medeverdachte 1] een telefoongesprek met een man wiens stem en taalgebruik ik herkende als NNman1 uit eerdere OVC gesprekken [de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3] ].[medeverdachte 1] : Ik kom net uit het gesprek, mocht de heer in kwestie nou jou gaan bellen, dan moet je altijd duidelijk maken dat je van de procedure niets afweet. [medeverdachte 3] : Ja. Ik hou mij op de vlakte. [medeverdachte 1] : Want dan gaat hij tegenstrijdigheden vinden en dat willen we niet.
Na het gesprek met [medeverdachte 3] wordt [medeverdachte 1] gebeld door een NN-man. [medeverdachte 1] neemt op zegt het volgende: [medeverdachte 1] : [naam] .Ah, hallo [naam] . Ik had u nog een keer gebeld om te bedanken dat u bent gekomen.
In een OVC-gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] van 25 juli 2017 wordt – zakelijk weergegeven – het volgende gezegd: [verdachte] : Maar wat wou hij nou? Je hebt hem gesproken? [medeverdachte 1] : Ja. Ik zeg kunnen jullie de procedure doen zoals meneer [naam] heeft voorgesteld. [verdachte] : Tuurlijk.
[verdachte] : Wat is jouw naam ook alweer? [medeverdachte 1] : [naam] . Nou gaat ie wel over. Mijn naam is [naam] en zijn naam is [naam] .
[verdachte] : Goedendag, meneer [naam] , met meneer [naam] . Ik ben hier bij [naam] . We zitten een beetje te overleggen, maar kan niet zoveel aan de telefoon, snap je? We kunnen beter weer een ontmoeting hebben samen en het dan regelen. Ik ben de 17e weer terug.

In de woning van verdachte en [medeverdachte 2] [de rechtbank begrijpt: [adres] te [woonplaats] ] is een telefoon aangetroffen. Met die telefoon vond op 25 juli 2017 een uitgaand gesprek plaats naar een nummer dat opgeslagen is met de naam [naam] . Het nummer komt overeen met het telefoonnummer van [getuige 3] .

Op 17 augustus 2017 om 08.26 uur spreken verdachte en [medeverdachte 1] in de auto van [medeverdachte 1] met elkaar. In het proces-verbaal van bevindingen waarin dit gesprek is uitgewerkt staat – zakelijk weergegeven – het volgende:

08.26
uur

[medeverdachte 1] : Goedemorgen. Heb je een nieuw kaartje van jezelf bij je? [verdachte] : Ja. Van [naam] . [medeverdachte 1] : Jij bent toch [naam] daar? [verdachte] : Ja.
12.03
uur

[medeverdachte 1] : Als die man jou belt morgen? En je begrijpt hem niet goed genoeg… [verdachte] : [medeverdachte 2] is daar. [medeverdachte 1] : Oh dan kun je met [medeverdachte 2] . [verdachte] : Wat is jouw naam met die man? [medeverdachte 1] : [naam] .
[getuige 3] heeft een getuigenverklaring afgelegd. Hij heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:Ik heb op 12 juli en 17 augustus 2017 ontmoetingen gehad met [naam] en [naam] . Op 12 juli 2017 in een hotel in Amsterdam en op 17 augustus in een hotel op Schiphol. De heer [naam] trad op namens [bedrijf 3] en de heer [naam] namens [bedrijf 2] , Liechtenstein. De concrete aanvraag werd telefonisch gedaan door ene [naam] , die namens [bedrijf 3] naar belangstelling had geïnformeerd voor een compleet sponsorship in de beroepssport en met name in de ijshockey. De aanvraag had betrekking op [naam] . We hebben besloten dat ik hetaanbod in de vorm van een sponsorcontract bij de tweede ontmoeting zou overleggen. Het was bijzonder vreemd dat er over werd gesproken dat wij een deelbedrag in contanten zouden ontvangen. U vraagt mij hoe de heren [naam] en [naam] reageerden toen ik zei dat ik geen contant geld in ontvangst kon nemen.De heer [naam] probeerde steeds weer oplossingen te berde te brengen hoe het geheel toch afgewikkeld zou kunnen worden. Hij liet mij ook weten dat zulke contante betalingen naar zijn mening in de sportwereld gebruikelijk waren en dat hij dit al vaak zo had gedaan. Er is door [naam] gesproken over geld wisselen. Wij zijn toen tot de conclusie gekomen dat wij niet zouden gaan samenwerken. Vervolgens zijn een aantal pogingen gedaan door de heer [naam] om mij te bellen. Wanneer ik probeerde [bedrijf 3] te bellen kreeg ik [naam] aan de lijn of een mevrouw die mij doorverbond.
[medeverdachte 3] heeft in januari 2018 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: [medeverdachte 1] begon tegen mij over een mogelijk zakelijk voorstel. Iets in de sportwereld. Ik moest administratieve werkzaamheden uitvoeren zoals mailings en follow up en ik moest een brief verzorgen. Ik heb contact gehad met [getuige 3] van een ijshockeyclub. Ik heb ook belscripts gemaakt. Er was een mailbox van [bedrijf 3] . [medeverdachte 1] kwam ermee dat ik [naam] genoemd zou worden. Dat vond ik raar, omdat ik de naam [naam] zou gebruiken. [naam] van [bedrijf 3] ben ik.Over de doorzoeking in de woning van [medeverdachte 1] op 11 september 2017 is verder – zakelijk weergegeven – het volgende geverbaliseerd:In de woning zijn USB-sticks aangetroffen. Op deze gegevensdragers is het volgende aangetroffen:- een word-bestand met de naam: [word-bestand] .docx.- een brief waarin [naam] zich voorstelt als investeerder in voetbalspelers namens [bedrijf 3] . [bedrijf 3] is met tussen ‘e’ geschreven, terwijl in het logo bovenaan de brief [bedrijf 3] is gespeld zonder tussen ‘e’, als [bedrijf 3] .
_a29ff139-8e66-4095-8e34-19983849286d

_77e6b9cb-9a9c-499c-bd09-d69f40b4ed62

In een ander proces-verbaal inzake de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] op 11 september 2017 is – zakelijk weergegeven – het volgende opgenomen:In de woning van [medeverdachte 1] is een laptop aangetroffen. Op deze laptop zijn onder meer de volgende bestanden aangetroffen:- een word-bestand met de naam ‘ [naam] ’. Het betreft een in het Engels opgestelde brief op briefpapier van de [bedrijf 1] waarin wordt aangegeven dat [naam] mag optreden als vertegenwoordiger van de bedrijven [bedrijf 1] Ltd en [bedrijf 4] Ltd. - een leningsovereenkomst tussen [bedrijf 1] en [bedrijf 4] als lening gever en (…) als lening nemer voor een lening van 5,6 miljoen euro. In deze leningsovereenkomst wordt aangegeven dat zodra de lening nemer op het scherm ziet dat de lening gever het bedrag heeft overgemaakt, hij meteen 10% van het bedrag in bitcoins als onderpand dient te storten ten gunste van [bedrijf 1] en [bedrijf 4] . [naam] wordt opgegeven als geautoriseerde representant.
Voormelde leningsovereenkomst is als bijlage bij het proces-verbaal inzake de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] gevoegd. In de leningsovereenkomst staat – zakelijk weergegeven – het volgende:The borrower is obligated to check that swift MT103 one way is on the screen and then to make payment of equity in bitcoins from bitcoin Wallet to the bitcoin Wallet of the Lender.
In een proces-verbaal waarin een OVC-gesprek van 5 juli 2017 is uitgewerkt, is – zakelijk weergegeven – het volgende opgenomen: [medeverdachte 1] : Wij