Uitspraak ECLI:NL:RBLIM:2020:2348

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 25-03-2020. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Limburg op 25-03-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBLIM:2020:2348, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 03/866226-18


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/866226-18

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 maart 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [Geboorteplaats] op [Geboortedatum] ,wonende te [Adres 1] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. H.E.P. van Geelkerken, advocaat kantoorhoudende te Brunssum.

ECLI:NL:RBLIM:2020:2348:DOC
nl

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/866226-18

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 maart 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [Geboorteplaats] op [Geboortedatum] ,wonende te [Adres 1] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. H.E.P. van Geelkerken, advocaat kantoorhoudende te Brunssum.

1

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 maart 2020. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
2

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven en na wijziging van de tenlastelegging, op neer dat de verdachte:
primair:

subsidiair

meer subsidiair:

uiterst subsidiair:

overwegingen

3

3.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde niet bewezen, wegens het ontbreken van bewijs voor het seksueel binnendringen. Wel acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer] . De officier van justitie beoordeelt de aangifte door de moeder van [slachtoffer] , en het studioverhoor van [slachtoffer] als betrouwbaar. De verklaring van [slachtoffer] vindt voldoende steun in ander bewijsmateriaal, terwijl de verklaringen van de verdachte volgens de officier van justitie ongeloofwaardig zijn.
3.2
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft algehele vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. De verdachte ontkent enige ontuchtige handelingen te hebben gepleegd met [slachtoffer] . De verdediging heeft verder aangevoerd dat de verklaring van [slachtoffer] onbetrouwbaar is en dat er bovendien onvoldoende steunbewijs is voor die verklaring. Tegenover de – volgens de verdediging – onbetrouwbare verklaringen van de stiefvader en moeder van [slachtoffer] staan verklaringen van diverse getuigen die de ontkennende verklaring van de verdachte ondersteunen.
3.3
Het oordeel van de rechtbank

Aan de verdachte is een zedendelict ten laste gelegd. In zedenzaken is het vaak zo dat er een belastende verklaring van het slachtoffer is, waartegenover een ontkennende verklaring van de verdachte staat. Dat is in deze zaak ook het geval. Er is een belastende verklaring van [slachtoffer] , terwijl de verdachte het feit ontkent. Op grond van de wet is de enkele verklaring van een getuige – in dit geval dus die van [slachtoffer] – onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Voor een bewezenverklaring is nodig dat het dossier bewijsmateriaal uit andere bron bevat dat haar verklaring op specifieke punten ondersteunt. Hiervoor is niet voldoende dat getuigen 'van horen zeggen' verklaren over wat zij destijds van [slachtoffer] hebben gehoord. De bron van hun verklaringen blijft dan immers steeds alleen [slachtoffer] .
De rechtbank moet in deze zaak eerst beoordelen of de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar is en vervolgens of deze verklaring voldoende steun vindt in ander bewijsmateriaal.

Op 24 augustus 2017 was [slachtoffer] met onder andere haar moeder en stiefvader aan het barbecueën. [slachtoffer] was toen zes jaar. Op enig moment heeft zij een frikandel vergeleken met de penis van verdachte. Daarna heeft ze – op vragen van haar moeder – verteld dat verdachte bij tante [Naam 1] thuis zijn penis aan haar heeft laten zien. Haar moeder heeft haar nog enkele vragen gesteld, waaronder de vraag of ze ook haar "muske" (hiermee bedoelt ze de vagina) heeft laten bekijken. Moeder heeft op 29 augustus 2017 aangifte gedaan en heeft onder meer verklaard dat het gebeurd moet zijn op 12 augustus 2017 tijdens een verjaardagsfeest in het huis van [Naam 1] [slachtoffer] . [slachtoffer] is op 11 september 2017 in de kindvriendelijke studio gehoord. Over de betrouwbaarheid van de tijdens dit – woordelijk uitgewerkt – studioverhoor afgelegde verklaring van [slachtoffer] heeft rechtspsycholoog [Naam 2] op 14 januari 2020 in opdracht van de verdediging een rapport uitgebracht.

De rechtbank stelt vast dat de verklaring van [slachtoffer] op het eerste gezicht leeftijdsadequaat lijkt. Ze verklaart oprecht en authentiek en verbetert de verhoorder wanneer die in haar ogen niet goed weergeeft wat zij heeft gezegd. Ook komt hetgeen ze in het studioverhoor heeft verteld in grote lijnen overeen met wat ze volgens haar moeder tegen haar heeft verteld. Toch ziet de rechtbank redenen om aan de betrouwbaarheid van haar verklaring te twijfelen. Dat is niet omdat de rechtbank denkt dat [slachtoffer] liegt maar omdat niet kan worden uitgesloten dat de herinnering van [slachtoffer] is beïnvloed. De rechtbank heeft daarover het volgende overwogen.

Hoewel [slachtoffer] vrij snel, binnen een maand, in de studio is verhoord, sluit de rechtbank niet uit dat haar in de periode na de barbecue en voor het studioverhoor onbedoeld suggestieve vragen zijn gesteld door mensen in haar omgeving. [slachtoffer] zegt zelf ook dat ze er de hele week met haar moeder over gepraat heeft. Ook is onduidelijk in welke context [slachtoffer] tijdens de barbecue de opmerking over de penis van verdachte heeft gemaakt en of en welke opmerkingen van anderen daaraan vooraf zijn gegaan. Als [slachtoffer] tijdens haar verhoor bevraagd wordt hoe het kwam dat ze de opmerking maakte, zegt ze dat iemand anders ook zoiets zei. Wie ze bedoelt, is onverstaanbaar.

[slachtoffer] verklaart daarnaast dat de verdachte . Onduidelijk is wat ze hiermee bedoelt, of dit werkelijk gebeurd is, en zo ja wanneer. Onduidelijk blijft ook of haar moeder hierover iets tegen [slachtoffer] heeft gezegd en wat dat dan was. Dit is niet nader onderzocht en moeder is hierover niet door de politie bevraagd. De rechtbank sluit niet uit dat [slachtoffer] verhalen over de verdachte heeft gehoord die haar verklaring hebben beïnvloed.

Moeder verklaart in de aangifte dat de stiefvader van [slachtoffer] geflipt is en begon te schelden zodra hij hoorde wat [slachtoffer] vertelde. Hij is ook meteen naar de verdachte toe gegaan om verhaal te halen. Die woede moet indruk hebben gemaakt op [slachtoffer] , iets wat naar het oordeel van de rechtbank ook haar latere verklaring kan hebben beïnvloed.

[Naam 2] , ingeschreven in het Nederlands Register voor Gerechtelijk Deskundigen (NRGD) als , heeft op verzoek van de verdediging ook onderzoek gedaan naar de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer] , ofwel over de waarschijnlijkheid dat deze verklaring het gevolg is van een alternatief scenario, waarin geen sprake is geweest van ontuchtige handelingen. Hij merkt in de conclusie van zijn rapport op dat er vanaf het moment dat door [slachtoffer] de eerste opmerking (de vergelijking met de penis van verdachte tijdens een barbecue) is gemaakt, er sprake lijkt te zijn van enkele factoren die het optreden van een onjuiste verklaring in de hand werken. Hij noemt hierbij met name de suggestieve gerichte bevraging door de moeder van [slachtoffer] en het feit dat ook tijdens het studioverhoor van [slachtoffer] op sommige momenten een cruciale suggestieve vraag is gesteld. De waarschijnlijkheid van een gesuggereerd (maar dus incorrect) antwoord kan dan toenemen tot 60%. Dat betekent niet dat de kans op een valse verklaring in dit geval 60% is, maar het betekent volgens [Naam 2] wel dat er een niet te verwaarlozen kans bestaat dat [slachtoffer] belastend zou verklaren, ook als er geen sprake is geweest van onzedelijke handelingen.

Dit alles maakt dat de rechtbank er niet omheen kan dat de verklaring van [slachtoffer] mogelijk niet betrouwbaar is en dat haar verklaring niet overeenkomt met wat er daadwerkelijk is gebeurd.

Daar komt nog bij dat het dossier alleen steunbewijs bevat voor de omstandigheid dat [slachtoffer] en de verdachte op 12 augustus 2017 tijdens de verjaardag van een familielid een tijd boven zijn geweest in een slaapkamer, waarvan de deur overigens open stond, en dat daar door [slachtoffer] en de verdachte met de lego en (mogelijk) de Wii is gespeeld. Niemand heeft iets aan [slachtoffer] gemerkt op de avond van het feest zelf en in de periode tot twee weken daarna, toen de barbecue was. Meerdere getuigen hebben juist verklaard dat [slachtoffer] , toen zij en de verdachte op de avond van het feest weer beneden waren gekomen, zelfs zeer aanhankelijk was richting de verdachte. Pas na twee weken is zij haar verhaal gaan doen.

Dit alles overwegend is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende bewijs voorhanden is om met zekerheid te kunnen vaststellen dat de verdachte ontuchtige handelingen met [slachtoffer] heeft gepleegd. De rechtbank acht het primair, subsidiair, meer subsidiair en uiterst subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en zal de verdachte daarom hiervan vrijspreken.

4

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 126,40 aan materiële schade en € 2.750,00 aan immateriële schade.
De rechtbank komt, gelet op de vrijspraak, niet toe aan een beoordeling van deze vordering. De benadeelde partij wordt daarom in haar vordering niet-ontvankelijk verklaard.

beslissing

5

- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde;
- uittrekken en/of naar beneden doen van zijn verdachtes broek en/of onderbroek en/of- ontbloten van zijn, verdachtes, penis in het bijzijn van die [slachtoffer] en/of- tonen van zijn, verdachtes, penis aan die [slachtoffer] en/of- betasten van zijn, verdachtes, penis en/of zich aftrekken in het bijzijn van die [slachtoffer] en/of- aan die [slachtoffer] toevoegen van (de) woorden (van de strekking): "Durf jij ook mijn pielie aan te raken?" en/of "Wil je er bij mij aan likken?" en/of "Ik wil aan jouw musch likken." en/of- naar beneden doen van de panty en/of de onderbroek van die [slachtoffer] en/of- likken aan de vagina van die [slachtoffer] ;
De rechtbank:
Vrijspraak

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux, voorzitter, mr. R. Verkijk en mr. F.J.W.M. Tas, rechters, in tegenwoordigheid van mr. drs. B.C. van Wijmen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 25 maart 2020.

Buiten staat

Mr. F.J.W.M. Tas is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging

Na wijziging van de tenlastelegging is aan de verdachte ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 12 augustus 2017 in de gemeente Landgraaf, in elk geval in Nederland,meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer] , geboren op 9 oktober 2010, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het meermalen, althans eenmaal, (telkens) likken van de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] ;
Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:hij op of omstreeks 12 augustus 2017 in de gemeente Landgraaf, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer] , geboren op 9 oktober 2010, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het meermalen, althans eenmaal, (telkens)
Meer subsidiair: hij op of omstreeks 12 augustus 2017 in de gemeente Landgraaf, in elk geval in Nederland, een persoon, van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen, immers heeft de verdachte meermalen, althans eenmaal (telkens) in het bijzijn van [slachtoffer] (geboren op 9 oktober 2010) zijn, verdachtes, broek en/of onderbroek uitgetrokken en/of naar beneden gedaan en/of zijn penis ontbloot en/of getoond aan die [slachtoffer] en/of zijn penis betast en/of zich afgetrokken althans aftrekkende bewegingen gemaakt;
Uiterst subsidiair:hij op of omstreeks 12 augustus 2017 in de gemeente Landraaf, in elk geval in Nederland, de eerbaarheid heeft geschonden op een niet openbare plaats, te weten (een slaapkamer in) een woning aan de [Adres 2] te Landgraaf, terwijl een ander, [slachtoffer] (geboren op 9 oktober 2010), daarbij haars ondanks tegenwoordig was, door meermalen, althans eenmaal zijn, verdachtes broek en/of onderbroek uit te trekken en/of naar beneden te doen en/of zijn penis te ontbloten en/of te tonen aan die [slachtoffer] en/of zijn penis te betasten en/of zich af te trekken althans aftrekkende bewegingen te maken.
-

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, tot heden begroot op nihil.