Uitspraak ECLI:NL:RBLIM:2019:9052

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 09-10-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Limburg op 08-10-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBLIM:2019:9052, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 03/720560-13 (hoofdzaak), 03/720001-14, 03/661197-13, 03/700206-16, 03/700284-16, 03/866302-16 (gevoegde zaken)


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/720560-13 (hoofdzaak)Parketnummers gevoegde zaken: 03/720001-14, 03/661197-13, 03/700206-16, 03/700284-16, 03/866302-16
Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer dd 8 oktober 2019
in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,wonende te [adresgegevens verdachte] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. R.A. van der Horst, advocaat kantoorhoudende te Amsterdam.

ECLI:NL:RBLIM:2019:9052:DOC
nl

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/720560-13 (hoofdzaak)Parketnummers gevoegde zaken: 03/720001-14, 03/661197-13, 03/700206-16, 03/700284-16, 03/866302-16
Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer dd 8 oktober 2019
in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,wonende te [adresgegevens verdachte] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. R.A. van der Horst, advocaat kantoorhoudende te Amsterdam.

1

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 9 en 10 juli 2019. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Het onderzoek ter terechtzitting is formeel gesloten op 24 september 2019.

2

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt erop neer dat de verdachte:
Zaak met parketnummer 03/661197-13

in de periode van 16 maart 2011 tot en met 24 januari 2012 samen met anderen of alleen motorvoertuigen heeft gestolen, in één geval met geweld, dan wel die motorvoertuigen heeft geheeld;
Zaak met parketnummer 03/720560-13

in de periode van 4 april 2013 tot en met 17 juni 2013 samen met anderen of alleen motorvoertuigen heeft gestolen dan wel geheeld en dat hij deel heeft uitgemaakt van een criminele organisatie;
Zaak met parketnummer 03/720001-14

in de periode van 15 januari 2008 tot en met 17 juni 2013 samen met anderen of alleen motorvoertuigen heeft gestolen, in één geval met geweld, dan wel die motorvoertuigen en/of andere goederen heeft geheeld en dat hij motorvoertuigen heeft witgewassen;
Zaak met parketnummer 03/700206-16

in de periode van 3 september 2015 tot en met 1 maart 2016 motorvoertuigen heeft geheeld;
Zaak met parketnummer 03/700284-16

op of omstreeks 26 mei 2016 [benadeelde 3] heeft afgeperst en geprobeerd heeft [benadeelde 3] af te persen;
Zaak met parketnummer 03/866302-16

op 24 januari 2012 samen met anderen of alleen hennep heeft geteeld en in de periode van 1 november 2011 tot en met 24 januari 2012 energie heeft gestolen van [benadeelde 1] .
3

Het standpunt van de raadsman

De raadsman heeft naar voren gebracht dat een aantal verwijten te onduidelijk is tenlastegelegd. Dat betreft verwijten in de dagvaardingen die betrekking hebben op delictdossiers 7 en 15 (parketnummer 03/720001-14) en het verwijt van deelname aan een criminele organisatie (parketnummer 03/720560-13 onder feit 4). De dagvaardingen moeten daarom nietig worden verklaard ten aanzien van die feiten. De beschuldigingen zijn niet concreet genoeg geformuleerd en voldoen daarom volgens de raadsman niet aan het vereiste van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering.
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat er geen reden is de dagvaardingen op die punten nietig te verklaren.
Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verwerpt het verweer. De verwijten zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende feitelijk omschreven. Bestendige rechtspraak is dat de inhoud van het dossier mag worden betrokken bij de beoordeling van de stelling dat de beschuldiging te vaag is. De dossiers bevatten duidelijke processen-verbaal en kennisgevingen van inbeslagneming, gerangschikt per gestolen voertuig/gestolen voorwerp. In de dagvaarding met parketnummer 03/720001-14 is door de officier van justitie ook verwezen naar door hem relevant geachte pagina’s uit het dossier. Daaruit valt voldoende op te maken waar de verwijten betrekking op hebben.
Verder worden in het dossier andere verdachten genoemd, die met de verdachte zouden hebben samengewerkt, onder andere beschreven in delictdossier 13. Het zou wenselijk geweest zijn als de officier van justitie in de tenlastelegging van de criminele organisatie (parketnummer 03/720560-13 onder feit 4) ”namen en rugnummers” zou hebben vermeld, maar het is in deze zaak niet zo dat het ontbreken van details in de tenlastelegging de verdediging onmogelijk maakt. De raadsman heeft daarvan blijk gegeven door in zijn pleidooi aan te geven waarom het verwijt in zijn optiek niet hard gemaakt kan worden. Dat betekent dat de tenlastelegging ook op dit punt voldoet aan het vereiste van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering.

De dagvaardingen zijn op alle onderdelen geldig.

overwegingen

4

4.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte zich op grote schaal, in meerdere tijdvakken, schuldig heeft gemaakt aan voertuigcriminaliteit. In loodsen die de verdachte gebruikte, zijn veel gestolen motorvoertuigen aangetroffen, dan wel onderdelen van gestolen voertuigen. Ook werden losse autoradio’s aangetroffen en andere goederen die de eigenaren van gestolen auto’s in hun auto of bestelbus hadden achtergelaten, zoals identiteitspapieren, onderhoudsboekjes of gereedschap. De auto’s zelf waren dan kennelijk al overgedragen door de verdachte. De verdachte moet ofwel als dief van de voertuigen (inclusief goederen) worden aangemerkt dan wel als heler en/of als witwasser.De diefstallen werden in samenwerking met andere daders gepleegd. In twee gevallen is de diefstal gepaard gegaan met geweld. Er is geen bewijs dat de verdachte zelf geweld heeft toegepast. Wellicht moet op enkele onderdelen een deelvrijspraak gegeven worden. Alles overziend acht de officier van justitie alle feiten bewezen.
Enkele feiten konden direct door de politie worden geobserveerd. Er was sprake van een goed geoliede criminele organisatie, waarin de verdachte een centrale rol speelde. Deze organisatie heeft gedurende een langere periode voertuigen gestolen, vaak meerdere voertuigen per etmaal. Die voertuigen werden vervolgens “koud gezet” door ze onder te brengen in een loods van de verdachte. Daarna werden de voertuigen in razend snel tempo gestript of van een valse identiteit voorzien en doorverkocht. De verdachte heeft zich zo schuldig gemaakt aan diefstal, gewoonteheling, gewoontewitwassen en lidmaatschap van een criminele organisatie.

In een loods werd ook nog een hennepplantage aangetroffen die de officier van justitie aan de verdachte koppelt. Die hennepplantage werd van stroom voorzien via een illegale elektriciteitsaansluiting.

Tot slot is er volgens de officier van justitie voldoende bewijs dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan afpersing en een poging tot afpersing van de verhuurder van één van de loodsen, genaamd [benadeelde 3] .

4.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft volledige vrijspraak bepleit. Er is volgens hem hoe dan ook geen bewijs dat de verdachte zelf auto’s of andere voertuigen heeft gestolen. Heling, witwassen en hennepteelt kunnen evenmin bewezen worden. Er is onvoldoende bewijs om de verdachte als exclusieve gebruiker aan te merken van de loodsen waar gestolen voertuigen, voertuigonderdelen, persoonlijke spullen van slachtoffers en hennep zijn aangetroffen.Mocht de rechtbank de verdachte wel als gebruiker van de loodsen beschouwen, dan nog geldt dat de verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van de goederen in de loodsen, laat staan dat hij wist van de foute herkomst van die goederen. In de dossiers figureren vele andere personen die de in beslaggenomen goederen in de loodsen kunnen hebben geplaatst. Er is dus geen sprake van een crimineel samenwerkingsverband.
Tot slot heeft de raadsman betoogd dat de verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan (een poging tot) afpersing van [benadeelde 3] . [benadeelde 3] werd afgeperst door iemand anders. De verdachte was daar alleen zijdelings bij betrokken, omdat hijzelf bedreigd werd door die ander. [benadeelde 3] heeft een dubieuze en zelfs leugenachtige verklaring over de betrokkenheid van de verdachte afgelegd. Die verklaring vindt geen steun in andere bewijsmiddelen.

4.3
Het oordeel van de rechtbank

4.3.1.
De vrijspraak van het primair tenlastegelegde: overwegingen en conclusie van de rechtbank inzake de voertuigdiefstalzaken

Steler of heler?

De verdachte is in beeld gekomen bij de politie in meerdere opsporingsonderzoeken, in begin 2012, in april 2013 en in maart 2016. In deze onderzoeken zijn vervolgens doorzoekingen verricht in loodsen en in de woning van de verdachte. Er werden complete gestolen auto’s aangetroffen, onderdelen van gestolen auto’s, zoals motorblokken en chassisdelen, airbags, autoradio’s en spullen die de eigenaren in hun auto of bestelbus hadden liggen ten tijde van de diefstallen.
De rechtbank is van oordeel dat het dossier voldoende bewijs bevat om de verdachte als heler en/of witwasser van vrijwel al die goederen te veroordelen. Kort samengevat zal de rechtbank hierna bewezen achten dat de verdachte op grote schaal goederen heeft verworven, overgedragen of voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat die goederen van diefstal afkomstig waren. Die criminele herkomst werd ook nog verhuld, doordat bijvoorbeeld identificerende gegevens waren weggeslepen en/of opnieuw vals ingeslagen. Dat alles levert de misdrijven (gewoonte)heling en gewoontewitwassen op. Bewijs dat de verdachte zelf auto’s gestolen heeft, ontbreekt.

De officier van justitie heeft in veel gevallen de diefstal wél bewezen geacht. Hij heeft daarbij gewezen op de modus operandi en de kenmerkende werkwijze van meerdere daders, die met name uit de zaken uit 2013 en 2016 naar voren komt, maar waarvan ook de zaak uit 2012 een afspiegeling vormt. De verdachte moet als medepleger van de diefstallen worden beschouwd, aldus de officier van justitie.

De modus operandi bestond hierin dat door anderen auto’s gestolen werden, veelal net over de grens in Duitsland of België, waarna de auto’s op openbare plaatsen werden neergezet om te zien of er een volgsysteem actief werd. Korte tijd later werden de auto’s dan weer opgehaald en ondergebracht bij de verdachte in een loods. De auto’s werden vervolgens uit elkaar gehaald (strippen) of kregen een andere identiteit (omkatten). Voor dit laatste werden dan weer schade-auto’s opgekocht.

De verdachte werkte nauw samen met de stelers van de auto’s. In januari 2012 is dat nog niet zo duidelijk, maar in april 2013 kan de politie dat vastleggen met behulp van bijzondere opsporingsmethoden. De verdachte geldt niet als medepleger van de diefstallen, maar als een typische heler: hij neemt de gestolen auto’s over van de dieven ter verdere verwerking. Het stelen liet hij aan anderen over. Op dit punt kijkt de rechtbank juridisch anders tegen de feiten aan dan de officier van justitie. De verdachte werkte wel nauw samen met anderen, maar had juridisch een andere rol. Dat betekent dat de rechtbank de verdachte van de primaire verwijten, het stelen in vereniging, zal vrijspreken, in alle zaken. Voor zover bij de diefstal van een voertuig geweld is gebruikt, kan dat geweld dus ook niet op het conto van de verdachte worden geschreven.

De nauwe samenwerking tussen de verdachte en anderen verliep, zo blijkt verderop, geroutineerd. Men verrichtte kennelijk al eerder met elkaar vergelijkbare criminele activiteiten. Maar de rechtbank acht onvoldoende bewijs aanwezig voor het bestaan van een criminele organisatie. Dat vindt zijn oorzaak in het feit dat het dossier met betrekking tot dat verwijt per saldo slechts een momentopname bevat in april 2013 en geen bewijs hoe lang de verdachte met de overige betrokkenen actief is geweest. Voor een veroordeling op basis van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat het bewijs de conclusie toelaat dat de groep gestructureerd en duurzaam opereerde, over langere tijd dan enkele dagen derhalve. Op basis van het dossier kan daarover echter niets gezegd worden. Uit het gegeven dat er een grote hoeveelheid gestolen auto’s in handen van de verdachte is gekomen, volgt hooguit dat híj al veel langer bezig was. Aan het vereiste van een duurzame samenwerking is daarom niet voldaan, zodat de verdachte zal worden vrijgesproken van het verwijt van deelname aan een criminele organisatie.

Hierna zal de rechtbank het bewijs beschrijven ter zake van de heling en het witwassen en uiteenzetten waarom zij de verdachte daaraan schuldig acht.

De rechtbank komt nog terug op de modus operandi bij de gevoegde zaken met parketnummers 03/720560-13, 03/720001-14 en 03/700206-16 die zoals gezegd betrekking hebben op feiten in 2013 en 2016. De rechtbank zal het redengevende bewijs chronologisch weergeven en dus beginnen in 2012.

4.3.2
Overige vrijspraken

De rechtbank zal de verdachte ook vrijspreken van het telen van hennep en het stelen van elektriciteit (feiten met parketnummer 03/866302-16). De loods waarin een hennepplantage werd aangetroffen, betreft een andere loods dan de loods waarin op 24 januari 2012 gestolen auto’s werden aangetroffen. Er zijn aanwijzingen in het dossier dat de verdachte toegang had tot de loods met de hennepplantage, met nummer [adres 4] , maar de hennepplantage was ondergebracht in een aparte, goed verborgen ruimte en het dossier bevat geen bewijs dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de plantage, anders dan de verklaring van een getuige, genaamd [getuige 3] . Die enkele belastende verklaring levert onvoldoende bewijs op om de verdachte te veroordelen. Er zijn weliswaar door de politie bij het fouilleren van de verdachte notities aangetroffen die betrekking hebben op hennepteelt, maar die leveren geen directe link op met de aangetroffen hennepplantage. Bij gebrek aan wettig bewijs moet de verdachte dus worden vrijgesproken van het telen van hennep en het stelen van elektriciteit.
Tot slot zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van het helen van een bromfiets (feit 4 op de dagvaarding met parketnummer 03/720001-14). Bij de doorzoeking van de woning van de verdachte op 17 juni 2013 is een rijbewijs aangetroffen op naam van een persoon die aangifte had gedaan van de diefstal van haar bromfiets. Dit document werd aangetroffen in de slaapkamer van een van de kinderen van de verdachte op de zolder van de woning. Omdat het dossier de verdachte verder niet koppelt aan het stelen/helen van bromfietsen, maar alleen van (bestel)auto’s, is er onvoldoende bewijs om het helen van deze bromfiets en/of dit rijbewijs bewezen te achten.

4.3.3. Januari 2012: Gevoegde zaak met parketnummer 03/661197-13
_42720a86-0621-4479-8eb0-a899d3016de1

Inleiding

Op 24 januari 2012 werd de verdachte aangehouden in verband met een verdenking van betrokkenheid bij ladingdiefstallen. Tevens was er anonieme informatie die door het Team Criminele Inlichtingen betrouwbaar werd geacht. De verdachte zou volgens die informatie in een loods op het industrieterrein Haefland, in het complex [adres 2] te Brunssum, werken aan gestolen auto’s. Daarop heeft de politie een doorzoeking verricht in het bedrijfspand van de verdachte op het adres [adres 1] en loodsen doorzocht, gelegen aan [adres 2] , met nummers [adres 3] en [adres 4] . Tijdens het onderzoek werd bij toeval een relatie ontdekt tussen een inbeslaggenomen autosleutel en een auto die in beslag genomen was in een loods aan de [adres 6] te Brunssum.
Inbeslaggenomen auto bij het bedrijf [adres 1] en de herkomst van die auto diefstal
Een Volkswagen Golf met chassisnummer [VIN-nummer 1] toebehorende aan [benadeelde 5]
Op het bedrijfsterrein bij het bedrijf van de verdachte, genaamd [bedrijf verdachte 2] , gelegen op het adres [adres 1] in Brunssum, werd een personenauto in beslag genomen, een Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken 1] en met chassisnummer [VIN-nummer 2] . Het chassisnummer is een voertuigidentificatienummer, hierna afgekort met “VIN”.
In deze auto werden diverse bescheiden aangetroffen. Onder meer een afschrift van een brief van een verzekeringsmaatschappij en een groene kaart, op naam van [naam 1] , alsmede twee rekeningen gericht aan [bedrijf verdachte 1] , [adres 1] te Brunssum. Die laatste twee geschriften brengen deze auto in verband met de verdachte. De rekeningen/betalingsbewijzen waren aan de verdachte verstrekt door de eigenaar/verhuurder van het bedrijfspand, aldus de eigenaar die als getuige is gehoord.

De relatie tussen de auto en de verdachte blijkt ook uit andere getuigenverklaringen. Zo heeft een werkneemster van [bedrijf verdachte 2] verklaard dat de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 1] van haar baas, de verdachte, was. Zij heeft steeds de verdachte in deze auto zien rijden en eenmaal zijn vrouw. Een tweede getuige heeft verklaard dat de verdachte altijd in de Golf reed. Volgens deze getuige zou de verdachte de auto sinds half december 2011 in zijn bezit hebben. De getuige en de verdachte hebben toen de vering van de auto verlaagd. Voor zover de getuige wist, had de verdachte de auto met voorschade gekocht. Maar de getuige had die schade nooit gezien.

Wat was er nu aan de hand met de Golf? Aantreffen van een autowrak uit Duitsland

Uit het onderzoek naar de identiteit van de auto bleek dat het aangetroffen VIN niet door de fabrikant was aangebracht en dat het volledige VIN valselijk was ingeslagen. Tijdens het onderzoek is het oorspronkelijke door de fabrikant aangebrachte VIN zichtbaar geworden: [VIN-nummer 1] . Voor dit vervoermiddel was het Nederlandse kenteken [kenteken 2] afgegeven. Het gevoerde Duitse kenteken stond op naam van voornoemde [naam 1] . De auto was dus met andere woorden omgekat. Dat moest verhullen dat de auto eerder gestolen was. Namens de leasemaatschappij [benadeelde 5] was aangifte gedaan van diefstal. De diefstal van de auto met het Nederlandse kenteken [kenteken 2] en bijbehorend VIN [VIN-nummer 1] had plaatsgevonden op 27 oktober 2011 in Rotterdam. De auto was toen pas een paar maanden oud. Van enige (voor)schade aan die auto, waar voornoemde getuige van rept, blijkt uit het dossier en de aangifte niet.Het VIN dat valselijk was ingeslagen was afkomstig van een zwaar beschadigde Volkswagen Golf. Dit wrak werd op 24 januari 2012 op het buitenterrein van het perceel [adres 2] te Brunssum aangetroffen. De zwaar beschadigde Volkswagen Golf met VIN [VIN-nummer 2] betrof een vrij nieuwe auto, die voor het eerst toegelaten was op 27 januari 2011 en op 10 september 2011 beschadigd was ten gevolge van een ongeval. Volgens opgave had de auto 8.000 km gelopen. De reparatiekosten overtroffen de nieuwprijs van de auto, zodat die auto total loss was verklaard.De auto bleek door een Duitse verzekeringmaatschappij verkocht te zijn aan een bedrijf in Kerpen (Duitsland) voor een restwaardebedrag van 2.110 euro. De opkoper heeft het wrak vervolgens op 10 november 2011 verkocht aan de verdachte voor 3.200 euro. Het kenteken [kenteken 1] werd in opvolging van het oorspronkelijke kenteken ( [kenteken 3] ) toegekend op 21 december 2011, op naam van [naam 1] .
Waarom heeft de verdachte dat wrak gekocht en kwamen er twee auto’s op naam van [naam 1] ? Overwegingen en conclusies van de rechtbank ten aanzien van het bewijs

De rechtbank stelt vast dat de verdachte gebruikmaakte van een gestolen auto. Die auto stond niet op zijn naam. De tenaamgestelde, [naam 1] , bleek feitelijk twee auto’s te hebben: een omgekatte auto en een wrak. [naam 1] was echter niet degene die de auto’s in bezit had. Het wrak is immers aangetroffen nabij de loods [adres 2] , waar de verdachte ook in andere opzichten aan gekoppeld kan worden, waarover verderop in dit vonnis meer. De identiteit van het wrak was aangebracht in de auto die de verdachte gebruikte. Híj is degene die dit wrak gekocht heeft. Die koop vond plaats na de diefstal van een Golf in Rotterdam. Voor het wrak viel geen andere functie meer te bedenken, omdat het voertuig total loss was. Bij de koop kan de verdachte dus geen ander doel voor ogen hebben gehad dan het voor 3.200 euro kopen van een identiteit om een vergelijkbare, gestolen, gave auto in gebruik te kunnen nemen.Daarbij werd een extra dwaalspoor gecreëerd door niet het oorspronkelijke kenteken te gebruiken, maar een nieuw kenteken in Duitsland aan te vragen en [naam 1] naar voren te schuiven. Als namens [naam 1] later via een advocaat geprobeerd wordt de auto terug te krijgen van het openbaar ministerie zou de auto 26.000 km gereden hebben. Dat is een onmogelijk aantal kilometers, omdat het wrak geen 18.000 km gereden kan hebben na het ongeluk waarbij de schade was ontstaan. Bij die claim werd ook geen bewijs van aankoop overgelegd, alleen het kentekenbewijs op naam van [naam 1] . De rechtbank acht het dan ook onaannemelijk dat [naam 1] op enig moment feitelijk in bezit is geweest van de auto: noch van het wrak, noch van de gestolen auto.
Dat levert voor de rechtbank voldoende bewijs op dat de verdachte wist dat hij een gestolen auto voorhanden had. Dat levert het misdrijf opzetheling op. Verder is nog van belang, wat de overtuiging van de rechtbank sterkt, dat in de door de verdachte gebruikte gestolen Golf in de middenconsole een sleutel werd aangetroffen van weer een ander gestolen voertuig, waarover verderop in dit vonnis meer.

De Golf was ook niet de enige omgekatte auto in deze zaak. In de loods [adres 3] werd nog een voertuig aangetroffen dat voorzien was van een nieuwe identiteit, waarbij de auto ook op naam van [naam 1] was gezet.

Inbeslaggenomen bestelbus in de loods [adres 3] en de herkomst van dat voertuig diefstal Weer een omgekat voertuig een Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken 4]
In de loods [adres 3] werd een Volkswagen Transporter in beslag genomen met het kenteken [kenteken 5] en het VIN [VIN-nummer 3] . Tevens werd het kentekenbewijs in beslag genomen. Uit het onderzoek naar de identiteit van de bestelauto bleek dat het aangetroffen VIN niet door de fabrikant was aangebracht. Het gehele nummer was valselijk ingeslagen. Tevens was het VIN afwijkend van de identificatiesticker die in de motorruimte was geplakt. Tijdens het onderzoek is het door de fabrikant aangebrachte VIN zichtbaar geworden, te weten [VIN-nummer 4] . Voor dit vervoermiddel was het kenteken [kenteken 4] afgegeven. Deze bestelauto was volgens de aangever in Hogeloon gestolen tussen 27 en 28 april 2011.
De Transporter was dus omgekat. Kort voordat de verdachte werd aangehouden, werd door de politie gezien dat de verdachte inzittende was van de omgekatte bestelauto, met als bestuurder een persoon genaamd [getuige 1] . [getuige 1] heeft verklaard dat de auto eigendom was van de ex-vrouw van [getuige 1] , [naam 2] . Kort voor nieuwjaar 2011/2012 had [getuige 1] de auto gekocht van de verdachte, die eerst zelf met deze auto gereden had. De auto had toen een Duits kenteken.

Het omkatproces van de Transporter: de aankoop van een schadeauto

De verdachte heeft dus wederom de beschikking gehad over een gestolen, omgekatte auto. Ook hier is er bewijs dat de verdachte betrokken is geweest bij het verwerven van een nieuwe, legale identiteit waarmee de criminele herkomst van de gestolen bestelauto verhuld kon worden. Dat baseert de rechtbank op het volgende.De bestelauto met chassisnummer [VIN-nummer 3] stond van 30 oktober 2008 tot 24 november 2010 op naam van de [bedrijf 2] . Vervolgens is de bestelauto na een totaalschade verkocht aan de [bedrijf 3] te Meschede. De bestelauto had toen een restwaarde van 3.168,- euro. Hierna is de (schade)bestelauto verkocht aan het bedrijf [bedrijf 5] te Brunssum op 8 maart 2011 voor 1.932,77 euro. Na een buitengebruikstelling op 24 november 2010 (als gevolg van de schade derhalve) is de bestelauto op 16 mei 2011 weer toegelaten, op naam van [naam 1] . De bestelauto had toen het Duitse kenteken [kenteken 6] . Het oorspronkelijke kenteken op naam van de oorspronkelijke eigenaar [bedrijf 2] is overgezet naar het kenteken op naam van [naam 1] . Vanaf 21 december 2011 stond de bestelauto, nu met kenteken [kenteken 5] , op naam van voornoemde [naam 2] .
Op de rekening van [bedrijf 3] aan [bedrijf 5] staat als identiteitsnummer van de koper [bedrijf 5] : [identiteitsnummer 1] . Het vermelde burgerservicenummer [identiteitsnummer 1] behoort toe aan [naam broer verdachte] , zijnde de broer van de verdachte. Het bedrijf [bedrijf 5] houdt zich bezig met internationale beurs- en tentoonstellingsdeelnames en andere projecten/events.De broer van de verdachte is bij de rechter-commissaris gehoord en heeft verklaard dat deze Volkswagen hem niets zegt, dat hij deze auto nooit gekocht heeft en niet verklaren kan waarom zijn burgerservicenummer gebruikt is bij de koop.
Overwegingen en conclusies van de rechtbank ten aanzien van het bewijs

Hier is dus opnieuw sprake van de aankoop van een wrak, waarvan de identiteit is overgebracht naar een gestolen voertuig. Opnieuw kan de aankoop van het wrak gekoppeld worden aan de verdachte. Van een relatie van [naam 1] met [bedrijf 5] is niet gebleken, waar die relatie met de verdachte er wel is. Zijn eigen broer, eigenaar van [bedrijf 5] , wist kennelijk van niets. Diens bedrijf heeft ook niets van doen met auto’s. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat de verdachte het wrak heeft aangekocht: een onbruikbaar voertuig ten gevolge van totaalschade. De bestelauto komt echter, net zoals bij de Golf, niet op zijn naam te staan, maar op naam van [naam 1] , nadat het VIN van de schadeauto is overgeslagen in de gestolen bestelauto. [getuige 1] neemt de auto niet van [naam 1] over, maar van de verdachte. Dat alles betekent voor de rechtbank dat, net als bij voornoemde Golf, [naam 1] gefungeerd heeft als een schijnrechthebbende, waar de verdachte de feitelijke bezitter was. In samenhang bezien met het bewijs in het kader van de Volkswagen Golf dat hiervoor besproken is, levert dat voor de rechtbank voldoende bewijs op dat de verdachte wist dat hij een gestolen auto voorhanden had. Dat levert het misdrijf opzetheling op.
De koppeling van de verdachte aan de loods [adres 3]

Hiervoor blijkt al van aanwijzingen die de verdachte koppelen aan de loods met nummer [adres 3] gelegen aan [adres 3] . Er stond een wrak op het terrein bij de loods, dat de verdachte gekocht heeft en gebruikt heeft om een gestolen auto van een valse identiteit te voorzien. In de loods stond een bestelauto die op een vergelijkbare manier was omgekat. Er is bovendien meer bewijs dat maakt dat de rechtbank de verdachte als gebruiker van deze loods beschouwt.
Wie had de loods gehuurd?

De verhuurder van de loods met nummer [adres 3] , die de loods op zijn beurt weer gehuurd had van de eigenaar, heeft verklaard dat de verdachte de feitelijke huurder was. De verdachte is op 1 oktober 2011 bij de verhuurder gekomen met een persoon genaamd [aangever 2] , op wiens naam de huurovereenkomst gesloten werd. De verdachte had extra ruimte nodig om aan auto’s te sleutelen, maar het contract moest op naam van [aangever 2] worden gezet, die zich legitimeerde en zijn Duitse legitimatie en rijbewijs overhandigd had, maar die vervolgens nooit meer had opgehaald. De sleutel werd aan de verdachte overhandigd en de verhuurder had hem vaker gezien in de loods. “ [aangever 2] ” heeft de verhuurder nooit meer gezien.
Dat een huurder zijn originele identiteitsbewijzen achterlaat en niet meer ophaalt, is hoogst ongebruikelijk. Deze documenten zijn bij de doorzoeking van de loods door de politie aangetroffen. Onderzoek van de politie naar deze identiteitsdocumenten liet zien dat die op 26 juli 2011 in Aken (Duitsland) samen met de bestelauto van aangever [aangever 2] gestolen waren. De aangever is vervolgens door de rechter-commissaris gehoord en heeft verklaard dat hij niet degene is geweest die zich als huurder van de loods had gemeld en een huurovereenkomst had getekend.

Overig bewijs en overige bewijsoverwegingen van de rechtbank

Er is gelet op het voorgaande voldoende wettig bewijs dat de verdachte gebruikt gemaakt heeft van identiteitspapieren van een ander om te verhullen dat hij degene was die de loods feitelijk in gebruik had: een dwaalspoor. De raadsman heeft de rechtbank verzocht de verklaring van voornoemde verhuurder uit te sluiten van het bewijs, omdat die verklaring niet betrouwbaar zou zijn en het gebruik ervan ertoe zou leiden dat een bewezenverklaring in overwegende of zelfs uitsluitende mate zou komen te rusten op die verklaring, terwijl de verdediging niet in de gelegenheid is geweest die getuige nader te horen. Dat zou strijd opleveren met de relevante jurisprudentie op dit punt van de Hoge Raad en van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.
De rechtbank is echter van oordeel dat die situatie zich niet voordoet. Zij heeft al geconstateerd dat de verdachte dwaalsporen creëerde met betrekking tot twee gestolen auto’s. Daar sluit de verklaring van de verhuurder bij aan. De rechtbank ziet ook niet waarom die verklaring als onbetrouwbaar zou moeten worden aangemerkt. Enige relatie tussen deze verhuurder en autodiefstal is niet gebleken, dus er is geen reden aan te nemen dat de verhuurder geprobeerd heeft gestolen goederen aan de verdachte toe te schrijven om zo zelf buiten schot te blijven. De eigenaar van de loods, die niet wist dat de loods was onderverhuurd, heeft bovendien verklaard dat de verhuurder bij zijn weten niets met auto’s deed, daar waar de verdachte kennis had van Volkswagens en de eigenaar hielp bij een klus aan een Alfa. Er is dus geen reden de verhuurder te koppelen aan voertuigen en diens verklaring buiten beschouwing te laten. Daar komt nog het volgende bij.

De verklaring van de verhuurder vertoont weer overeenkomsten met de verklaring van een tweede getuige, [getuige 2] , die eveneens verklaard heeft over een door de verdachte geïnitieerd dwaalspoor. Deze getuige heeft de verdachte in een, volgende, gestolen auto gezien: een Volkswagen Tiguan, waarvan de autosleutel is aangetroffen in voornoemde omgekatte Golf van [benadeelde 5] . Deze auto komt hierna nog aan de orde. Volgens deze getuige was de verdachte hem op 10 december 2011 komen ophalen met de Tiguan. Ze hebben de Tiguan vervolgens samen in de loods aan de [adres 6] in box 2 ondergebracht. De getuige [getuige 2] heeft het huurcontract getekend op initiatief van de verdachte en met de verdachte afgesproken wat hij moest zeggen als de politie zou komen. De getuige moest dan zeggen dat hij de loods onderverhuurd had aan een persoon genaamd [naam 3] .

Er is tot slot nog een derde getuige, [getuige 4] , die naar aanleiding van de inval in de loods [adres 7] in april 2013 iets relevants heeft verklaard dat de verdachte aan de loods met nummer [adres 3] koppelt. Deze getuige heeft gezien dat de verdachte een zwarte Ferrari had, die de politie volgens de getuige vervolgens aantrof in de loods [adres 3] bij een inval, waarbij de getuige doelde op de inval op 24 januari 2012. Die Ferrari komt hierna in het vonnis aan de orde. Ook had deze getuige gezien dat de verdachte een autowrak heeft afgeladen. Dat betrof een Volkswagen Golf, wat weer past bij de praktijk van het omkatten van voornoemde Golf van [benadeelde 5] .

Uit alle puzzelstukken tezamen komt bewijs naar voren over het gedrag van de verdachte. Daaruit blijkt van een patroon. De verdachte trekt een rookgordijn op, niet alleen ten aanzien van de auto’s waarin hij rijdt, maar ook ten aanzien van de plaatsen waar die auto’s worden ondergebracht. Wanneer de rechtbank het bewijs, dat in onderlinge samenhang moet worden bezien, bij elkaar optelt, is er geen sprake van het trekken van een conclusie uit slechts de niet getoetste verklaring van één getuige. De conclusie dat de verdachte de loods met nummer [adres 3] feitelijk in gebruik had én dat hij daar gestolen voertuigen in aanwezig had, is gebaseerd op meer bewijs.

Dat alles betekent dat de rechtbank voldoende materiaal aanwezig acht om de opzetheling door de verdachte bewezen te achten van voornoemde goederen, alsmede van de overige aangetroffen goederen (auto’s en auto-onderdelen). De verdachte had willens en wetens gestolen zaken voorhanden. Daaraan kan niet afdoen dat andere personen, zoals de verhuurder, toegang hadden tot de loods, waarop de raadsman nog een verweer baseert.

Tot slot zij nog vermeld dat de rechtbank ervan uitgaat dat, voor zover er slechts onderdelen werden aangetroffen in de loods, de verdachte op enig moment de gehele auto moet hebben verworven. Ook wanneer er slechts een motorblok of dashboard werd gevonden, neemt de rechtbank aan dat de verdachte het gehele voertuig heeft geheeld.

Hierna zal de rechtbank nog de overige bewijsmiddelen weergeven per gestolen voertuig.

Vervolg inbeslaggenomen goederen in de loods [adres 3] en de herkomst van die goederen diefstal
Een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 7]

In de loods werd een Volkswagen Golf inbeslaggenomen met het VIN [VIN-nummer 5] . Van de aangetroffen auto waren het contactslot en de originele computer verwijderd. Uit het onderzoek naar de identiteit bleek dat het aangetroffen VIN door de fabrikant was aangebracht en in het nummer werden geen veranderingen geconstateerd. Voor deze personenauto was het Belgische kenteken [kenteken 7] afgegeven. De auto met dit kenteken en voornoemd VIN was volgens de aangeefster op 20 januari 2012 gestolen in Lummen (België).
Een Ferrari Mondial met kenteken [kenteken 8]

In de loods werd een zwarte Ferrari Mondial inbeslaggenomen met het VIN [VIN-nummer 6] . Van deze auto waren beide portiersloten geforceerd. Het contactslot was afgebroken en de bedrading van het slot was ‘kortgesloten’. Uit het onderzoek naar de identiteit van deze auto bleek dat het aangetroffen VIN door de fabrikant was aangebracht. In het nummer werden geen veranderingen geconstateerd. Voor deze personenauto was het kenteken [kenteken 8] afgegeven. De auto met dit kenteken en voornoemd VIN was volgens de aangever gestolen in Düsseldorf (Duitsland) in de periode van 21 juli 2011 tot en met 15 augustus 2011. Dit is de Ferrari waarop de verklaring van de getuige [getuige 4] betrekking heeft.
Een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 9]

In de loods werd een Volkswagen Golf inbeslaggenomen met het VIN [VIN-nummer 7] . Onder de bestuurdersstoel van deze auto lagen twee Duitse kentekenplaten, voorzien van het kenteken [kenteken 9] . De cilinder was uit het contactslot van deze auto verwijderd. Uit het onderzoek naar de identiteit van deze auto bleek dat het aangetroffen VIN door de fabrikant was aangebracht. In het nummer werden geen veranderingen geconstateerd. Voor deze personenauto was het kenteken [kenteken 9] afgegeven. De auto met dit kenteken en voornoemd VIN was volgens de aangever op 14 januari 2012 gestolen in Selfkant (Duitsland).
Een Volkswagen Multivan met kenteken [kenteken 10]

In de loods werd een Volkswagen Multivan inbeslaggenomen met het VIN [VIN-nummer 8] . In de laadruimte van deze auto werden twee Poolse kentekenplaten aangetroffen, voorzien van het kenteken [kenteken 10] . In het contactslot van de auto stak een speciaal nagemaakte sleutel. Uit het onderzoek naar de identiteit van deze auto bleek dat het aangetroffen VIN door de fabrikant was aangebracht. In het nummer werden geen veranderingen geconstateerd. Voor dit vervoermiddel was het Poolse kenteken [kenteken 10] afgegeven. Volgens de aangever was de auto met voornoemd kenteken en VIN gestolen in Eindhoven tussen 28 november 2011 en 29 november 2011.
Een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 11]

In de loods werd een Volkswagen Golf inbeslaggenomen met het VIN [VIN-nummer 9] . Uit het onderzoek naar de identiteit van de auto bleek dat het aangetroffen VIN door de fabrikant was aangebracht. In het nummer werden geen veranderingen geconstateerd. Voor dit vervoermiddel was het Belgische kenteken [kenteken 11] afgegeven. Volgens de aangever was de auto met voornoemd kenteken en VIN in Antwerpen (België) gestolen tussen 23 november 2011 en 24 november 2011.
Een Jaguar met kenteken [kenteken 12]

In de loods werd een auto van het merk Jaguar inbeslaggenomen, met het VIN [VIN-nummer 10] . Het contactslot van deze personenauto was afgebroken en de bedrading was ‘kortgesloten’. De portiersloten en het slot van het dashboardkastje waren geforceerd. Uit het onderzoek naar de identiteit bleek dat het aangetroffen VIN door de fabrikant was aangebracht. In het nummer werden geen veranderingen geconstateerd. Voor deze personenauto was het Duitse kenteken [kenteken 12] afgegeven. Volgens de aangever was de auto met voornoemd kenteken en VIN in Roermond gestolen op 15 januari 2012.
Een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 13]

In de loods werd een Volkswagen Golf inbeslaggenomen met het VIN [VIN-nummer 11] . Uit het onderzoek naar de identiteit van deze auto bleek dat het aangetroffen VIN door de fabrikant was aangebracht. In het nummer werden geen veranderingen geconstateerd. Voor deze personenauto was het Duitse kenteken [kenteken 13] afgegeven. Volgens de aangever was de auto met voornoemd kenteken en VIN op 1 oktober 2011 in Aken (Duitsland) gestolen.
Een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 14]

In de loods werd een motorblok inbeslaggenomen van een Volkswagen met registratienummer [VIN-nummer 12] . Op de dag van de inbeslagneming werden op het terrein, in een kamer tegenover de ingang van het perceel [adres 4] , onderdelen inbeslaggenomen, waaronder vijf portieren, een dashboard en een computerklok van een Volkswagen. Uit het onderzoek naar de identiteit van deze goederen bleken die van dezelfde auto afkomstig te zijn. Het nummer van het motorblok was door de fabrikant aangebracht. Er werden geen veranderingen in geconstateerd. In de andere onderdelen is een specifiek door de fabrikant aangebracht nummer aangetroffen. Alle goederen waren door de fabrikant ingebouwd in een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 14] en het VIN [VIN-nummer 13] . Volgens de aangever was de auto met voornoemd kenteken en VIN op 29 mei 2011 in Aken (Duitsland) gestolen.
Een Volkswagen Polo met kenteken [kenteken 15]

In de loods zijn inbeslaggenomen een motorblok van een Volkswagen met registratienummer [VIN-nummer 14] , een dashboard met bijrijdersairbag, een radio-/CD-speler, twee portieren en een achterklep van een Volkswagen Polo. Uit het onderzoek naar de identiteit van deze goederen bleek dat volgens mededeling van de fabrikant/importeur de motor en het dashboard met airbag geplaatst waren in een Volkswagen Polo met kenteken [kenteken 15] en met chassisnummer [VIN-nummer 15] . Volgens de aangever was de auto met dit kenteken en VIN op 15 of 16 juni 2011 in Urmond gestolen.
Inbeslaggenomen auto in de loods [adres 6] 16-18-181 en de herkomst van die auto diefstal
Een Volkswagen Tiguan met kenteken [kenteken 16]

In een loods op het adres [adres 6] te Brunssum werd een Volkswagen Tiguan inbeslaggenomen met kenteken [kenteken 16] en het VIN [VIN-nummer 16] . De inbeslagneming vond plaats in het onderzoek naar ladingdiefstallen en de auto werd ondergebracht in de loods van het bergingsbedrijf waarin de politie ook onderzoek verrichte naar de auto die in beslag was genomen op het terrein [adres 1] , de Volkswagen Golf van [benadeelde 5] , omgekat en voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 17] . Tijdens dat onderzoek werd in de Golf een autosleutel aangetroffen. De Tiguan die in de loods stond kon worden geopend met deze autosleutel. Uit het onderzoek naar de identiteit van de Tiguan bleek dat het aangetroffen VIN door de fabrikant was aangebracht en in het nummer werden geen veranderingen geconstateerd. Voor deze personenauto was het Duitse kenteken [kenteken 16] afgegeven. Beide kentekenplaten, voorzien van het kenteken [kenteken 16] werden in de kofferruimte van de auto aangetroffen.Volgens aangever [aangever 1] was de auto met voornoemd kenteken en VIN tussen 16 en 17 maart 2011 in Erkelenz (Duitsland) gestolen.
Verder is er voornoemde getuige [getuige 2] , die de verdachte in deze Tiguan heeft gezien. Dat was op 10 december 2011, toen de verdachte de getuige kwam ophalen. Ze hebben de Tiguan samen in de loods aan de [adres 6] in box 2 ondergebracht. De getuige heeft het huurcontract getekend op initiatief van de verdachte en met de verdachte afgesproken wat hij moest zeggen als de politie zou komen. De getuige moest dan zeggen dat hij de loods onderverhuurd had aan een persoon genaamd [naam 3] .

4.3.4. April en juni 2013 Zaken met parketnummers 03/720560-13 (hoofdzaak) en 03/720001-14 (gevoegde zaak)
_be620fb5-c003-42b4-9b61-da4e46ccdf60

Inleiding

Begin april 2013 deed de politie onderzoek naar een verdachte genaamd [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] werd ervan verdacht ramkraken gepleegd te hebben. In dit onderzoek werd gebruikgemaakt van bijzondere opsporingsbevoegdheden. De verdachte kwam op 3 en 4 april 2013 in beeld, toen een gestolen BMW door [medeverdachte 3] werd opgehaald uit een parkeergarage in Heerlen en werd overgebracht naar een loods gelegen aan [adres 2] te Brunssum. Op 5 april 2013 werd opnieuw gezien dat twee BMW’s werden overgebracht, waarop de politie de loods, met nummer [adres 7] , is binnengevallen. De BMW van 4 april 2013 werd niet meer teruggevonden, maar de andere twee BMW’s werden in de loods aangetroffen.
Naar aanleiding van de onderzoeksbevindingen van april 2013 besloot de politie om de verdachte op 17 juni 2013 aan te houden, waarna een doorzoeking is gevolgd van zijn woning aan de [adres 8] te Brunssum en het bedrijfspand van de verdachte, gelegen op het adres [adres 1] te Brunssum.

De resultaten van het opsporingsonderzoek, de doorzoekingen en het onderzoek naar de in beslaggenomen goederen, zal de rechtbank hierna beschrijven. Zij begint met de diefstal van de drie BMW’s. Hieruit kan namelijk een duidelijke werkwijze worden opgemaakt, waaruit de rechtbank ook andere conclusies kan trekken ten aanzien van de relatie tussen het beslag uit de loods en de verdachte.

Drie BMW’smodus operandi
4 april 2013 een BMW met kenteken [kenteken 18]
De diefstal

In de periode van 3 tot en met 4 april 2013 werd volgens de aangever een BMW gestolen in Würselen (Duitsland), met het kenteken [kenteken 18] . De aangever had de auto op 3 april achtergelaten en trof hem op 4 april om 8:00 uur ‘s morgens niet meer aan.
Wat gebeurde er vervolgens na de diefstal op 4 april 2013?

4 april 201312:55 uur: De politie zag dat een BMW met het kenteken [kenteken 18] in een parkeergarage stond, gelegen aan de Henri Dunantstraat in Heerlen. De auto stond geparkeerd in een hoek van de garage. De portieren waren niet afgesloten en de handgreep van het bestuurdersportier was beschadigd.
16:23 uur: [medeverdachte 3] maakte een afspraak met de verdachte. Ze zouden elkaar om half negen treffen: “gewoon op de ouwe plaats of anders op die andere plek, als het moest”. De verdachte zou nog laten weten waar.

18:59 uur: De verdachte belde met een onbekend gebleven Duitssprekende man. De verdachte gaf aan dat hij een 6er had, een diesel met leder en navi van het jaar 09 of 10.De politie relateerde dat de gestolen BMW met het kenteken [kenteken 18] een type X6 betrof, voorzien van een dieselmotor, lederen bekleding en navigatie. Gelet op de datum waarop de auto voorzien werd van een kenteken, zal het productiejaar 2010 zijn geweest.
19:57 uur: [medeverdachte 3] maakte met de verdachte een afspraak om negen uur. [medeverdachte 3] maakte op zijn beurt weer een afspraak met een derde, [medeverdachte 2] .

20:52 uur: Gezien werd dat de BMW uit de parkeergarage reed. De BMW werd vergezeld door een Volkswagen Golf waarin voornoemde [medeverdachte 3] als bestuurder herkend werd.

20:53 uur: [medeverdachte 3] belde de verdachte en zei dat ze om negen uur hadden afgesproken. De verdachte dacht dat ze om half tien hadden afgesproken. [medeverdachte 3] gaf aan dat hij niet kon wachten, waarop de verdachte aangaf dat [medeverdachte 3] dan terug moest rijden naar Brunssum en dat hij, de verdachte, hem dan hier moest overpakken. [medeverdachte 3] zei dat hij kwam.

21:00 uur: De auto’s verplaatsten zich van Kerkrade naar Brunssum en stopten bij een Mercedes Sprinter (kenteken [kenteken 19] ). Deze bus was geleased door [bedrijf verdachte 1] , het bedrijf van de verdachte. Bij deze bus werd de verdachte waargenomen. De bestuurders van de andere twee auto’s maakten contact met hem.

21:16 uur: Gezien werd dat de mannen richting een voertuig liepen, waarna de Volkswagen Golf en de Mercedes Sprinter achter elkaar wegreden.

Deze BMW is in het onderzoek van de politie niet meer aangetroffen. De volgende dag werd opnieuw waargenomen hoe gestolen BMW’s werden overgebracht.

5 april 2013 een BMW met kenteken [kenteken 20] en een BMW met kenteken [kenteken 21]
Op 4 april 2013 werd een BMW met kenteken [kenteken 20] gestolen in Heinsberg (Duitsland), waarvan aangifte werd gedaan door de eigenaar. De eigenaar had de auto op 4 april om 21:00 uur afgesloten achtergelaten. Om 22:15 uur bleek de auto te zijn weggenomen. Ook werd aangifte gedaan van diefstal in de periode van 4 tot en met 5 april 2013 in Aken (Duitsland) van een BMW met kenteken [kenteken 21] . De eigenaar had de auto op 4 april om 13:00 uur achtergelaten. Om 12:00 uur de volgende dag bleek de auto te zijn weggenomen.
Beide auto’s werden in de loods [adres 7] aangetroffen en in beslaggenomen.

Wat gebeurde er met deze auto’s tussen het stelen van deze auto’s en de inbeslagname?

5 april 2013 ‘s morgens11:17 uur: De politie zag de BMW met het kenteken [kenteken 20] in dezelfde parkeergarage in Heerlen aan de Henri Dunantstraat, wederom geparkeerd in een hoek van de parkeergarage. De portieren van het voertuig waren niet afgesloten. De handgreep van het bestuurdersportier was beschadigd.11:35 uur: De BMW met kenteken [kenteken 21] werd door de politie gezien op een parkeerplaats in Kerkrade. De handgreep van het bestuurdersportier was beschadigd.
5 april 2013 ‘s middags15:52 uur: [medeverdachte 3] werd gebeld door de verdachte. Ze spraken af om 9 uur rond de oude plek, omdat het volgens de verdachte dan al wat schemerig was.17:28 uur: De verdachte werd gebeld door een Duitssprekende man. Ze maakten een afspraak 20 minuten later.
5 april ‘s avonds18:18 uur: [medeverdachte 3] werd gebeld door een derde betrokkene, [medeverdachte 4] , die meedeelde dat hij [medeverdachte 2] erbij betrokken had. [medeverdachte 3] zei vervolgens dat [medeverdachte 4] hem om kwart over 8 moest ophalen.20:17 uur: Vervolgens werd een Volkswagen Polo met kenteken [kenteken 22] gezien, die over de Henri Dunantstraat te Heerlen reed in de richting van de John F. Kennedylaan te Heerlen. Achter de Polo reed de BMW met het kenteken [kenteken 20] .20:26 uur: De politie zag een Mercedes Sprinter met kenteken [kenteken 19] , de bus op naam van het bedrijf van de verdachte en waarbij de verdachte op 4 april 2013 werd gezien, het terrein van [adres 2] te Brunssum oprijden.20:34 uur: Gezien werd dat de BMW met het kenteken [kenteken 20] geparkeerd stond op het parkeerterrein van de Europalaan 487 te Brunssum. De bestuurder van de BMW stapte uit de BMW en stapte als passagier in de Polo met kenteken [kenteken 22] . Vervolgens reed de Polo weg.21:06 uur: De verdachte belde naar [medeverdachte 3] die zei dat hij over 5 minuten daar was.21:13 uur: Vervolgens zag de politie dat twee donkerkleurige personenauto’s, een Volkswagen Polo en een BMW, het terrein van [adres 2] te Brunssum opreden. 21:17 uur: Een donkerkleurige Polo reed vanaf het [adres 2] te Brunssum weg.21:19 uur: De Polo met kenteken [kenteken 22] en de BMW met kenteken [kenteken 20] reden het terrein van [adres 2] op.21:34 uur: De Mercedes Sprinter en de Polo reden het terrein [adres 2] weer af. De verbalisant zag dat de bestuurder van de Sprinter de toegangspoort afsloot.
De inval en wat er daarna gebeurde

22:00 uur: Vervolgens werd bij de bedrijfsloods aan [adres 2] door de politie de box met nummer [adres 7] betreden. De werkplaats was ingericht als een werkplaats van een garage. In de ruimte stonden voornoemde gestolen BMW’s met de kentekens [kenteken 20] en [kenteken 21] .22:09 uur: De verdachte belde naar voornoemde [medeverdachte 3] en gaf aan dat hij [medeverdachte 3] dringend moest zien: “Ik heb denk ik kerstfeest. (…) Ze zijn alles open aan het trekken.” Vervolgens spraken [medeverdachte 3] en de verdachte bij de verdachte thuis af.22:20 uur: Ook [medeverdachte 2] belde met de verdachte en zou naar de verdachte toekomen. De verdachte zei tegen [medeverdachte 2] dat hij naar het tankstation moest komen.22:30 uur: Een onbekende man belde de verdachte, nadat de verdachte geprobeerd had diens nummer te bellen. De verdachte gaf aan: “Ja, stront aan de knikker (…) alles is dicht momenteel dicht. Wat een ellende. (…) zeik à la crème.” De onbekende sprak met de verdachte af bij de verdachte thuis, omdat er spullen bij de verdachte weg moesten.22:36 uur: De verdachte belde vervolgens met nog een betrokkene, door de politie geïdentificeerd als [naam 4] , die de loods [adres 7] gehuurd had van de eigenaar. De verdachte deelde mee dat er echt stront aan de knikker was. Vervolgens instrueerde de verdachte de gebelde wat hij zeggen moest als men hem vragen kwam stellen. De gebelde moest zeggen dat hij “begin deze maand verhuurt aan die jongen die export met die auto-onderdelen heeft, waar die hem voor nodig had”. [naam 4] zei vervolgens: “Ja, oké, je kent me langer dan vandaag hè.”23:20 uur: Vanaf de telefoon in gebruik bij de verdachte werd een sms gestuurd naar hetzelfde Duitse telefoonnummer waar ’s middags contact mee geweest was, met de tekst: “Die kinder sind alle weg.”23:31 uur: Voornoemde [naam 4] zei tegen de verdachte dat hij zijn “lulijzer” beter weg kon doen.23:50 uur: De verdachte en [naam 4] spraken met elkaar af bij het station in Spaubeek.
6 april 201315:20 uur: Naar aanleiding van de inbeslagname in de loods [adres 7] te Brunssum werd een bericht geplaatst op teletekst van L1, de regionale radio- en televisiezender. Dit bericht werd geplaatst op de teletekstpagina 127 en vermeldde dat er in het bedrijfspand aan het [adres 7] onder andere gestolen auto’s waren aangetroffen.
16:16 uur: Vanaf de telefoon die in gebruik was bij de verdachte werd een sms-bericht gestuurd naar een ander nummer met de tekst: ‘L1 pagina 127’.

Conclusies en bewijsoverwegingen van de rechtbank ten aanzien van de gang van zaken in april 2013

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat de verdachte betrokken is geweest bij het onderbrengen van drie gestolen BMW’s in voornoemde loods. De auto’s werden eerst gestald in een parkeergarage of op de openbare weg. Later werden de auto’s opgehaald door [medeverdachte 3] en anderen en vervolgens overgenomen door de verdachte en de loods [adres 7] ingereden. De rechtbank gaat ervan uit dat [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] verantwoordelijk waren voor het stelen van de auto’s, gelet op het korte tijdsverloop tussen de diefstallen en het waarnemen van de auto’s door de politie in de parkeergarage en op de openbare weg in Kerkrade.De verdachte maakte afspraken met [medeverdachte 3] . In nauw overleg vond in een kort tijdsbestek de overbrenging van de auto’s plaats, ’s avonds, omdat het dan al wat schemerig was. Met andere woorden: omdat het risico op ontdekking dan minder groot zou zijn. De verdachte bood onderwijl één van de auto’s aan een onbekend gebleven Duitssprekende persoon aan.
Toen de politie vervolgens ingreep, liet de verdachte dit vrijwel direct aan [medeverdachte 3] en anderen weten en werd getracht de gevolgen van de inval te beperken. Er moesten dingen worden weggemaakt, de politie moest op een dwaalspoor worden gebracht door de huurder van de loods en er werden ontmoetingen afgesproken. Ook de Duitssprekende potentiële afnemer werd gewaarschuwd. Dat alles bij elkaar maakt dat de rechtbank concludeert dat de verdachte willens en wetens gestolen auto’s in ontvangst nam. Daaraan kan niet afdoen dat de verdachte niet op ieder moment tijdens de observaties van de politie is herkend. De observaties in combinatie met de telefoongesprekken geven een duidelijk beeld. Het gedrag van de verdachte levert het misdrijf opzetheling op. De verdachte heeft ter terechtzitting onvoldoende onderbouwd waarom voornoemde tapgesprekken heel anders, ontlastend, uitgelegd zouden moeten worden en dat alles wat duidt op voertuigcriminaliteit aan anderen moet worden toegeschreven en niet aan hem.
De gang van zaken laat zien dat [medeverdachte 3] en de verdachte goed op elkaar waren ingespeeld en niet voor de eerste keer afgesproken hadden om een auto over te brengen. De auto’s komen niet eens ter sprake in hun communicatie. Dat maakt dat de rechtbank, met de officier van justitie, uitgaat van een modus operandi, in de woorden van de officier van justitie: een goed geoliede machine. De routine in het handelen maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de overige aangetroffen gestolen goederen in de loods opzettelijk door de verdachte waren ondergebracht in die loods. De specifieke bewijsmiddelen zal de rechtbank hierna weergeven. Voor die koppeling is ook nog de verklaring van de getuige [getuige 4] als bewijs voorhanden. Deze getuige heeft namelijk verklaard dat de loods met nummer [adres 7] door de eigenaar verhuurd was aan [naam 4] , maar dat de verdachte de feitelijke gebruiker was van de loods.

Tot slot zij nog eens vermeld dat de rechtbank ervan uitgaat dat, voor zover er slechts onderdelen werden aangetroffen in de loods, de verdachte op enig moment de gehele auto moet hebben verworven. Dat betreft niet alleen de auto’s die nog vrijwel compleet werden aangetroffen, maar die al wel uit elkaar gehaald waren. Ook wanneer er slechts een motorblok, een autosleutel of alleen nog papieren werden gevonden, neemt de rechtbank aan dat de verdachte het gehele voertuig heeft geheeld.

Later, op 17 juni 2013, werd wederom een groot aantal voertuigen, onderdelen en persoonlijke spullen van aangevers aangetroffen, dit keer in de loods en op het terrein van het bedrijf van de verdachte. Tevens werd opnieuw een omgekatte Volkswagen aangetroffen. Ook in de woning van de verdachte werden nog enkele gestolen goederen aangetroffen. Voor al die goederen geldt dezelfde conclusie van de rechtbank. Zij vindt het ook ten aanzien van die goederen ongeloofwaardig dat de verdachte, die alles toeschrijft aan anderen die toegang hadden tot zijn bedrijf en/of woning, geen wetenschap zou hebben gehad van de aanwezigheid van die goederen en de herkomst ervan.

Nu het vele auto’s betreft is sprake van gewoonteheling. Bij een aantal auto’s is ook sprake van een witwasaspect, waarbij de nadruk ligt op het verhullen van de criminele herkomst. Door bijvoorbeeld het wegslijpen van identificerende gegevens of het aanbrengen van gestolen kentekenplaten werd de criminele herkomst van de goederen verhuld.

Hierna zal de rechtbank nog de overige bewijsmiddelen weergeven per gestolen voertuig.Vervolg bewijsmiddelen onderzoek loods [adres 7] Op 5 april inbeslaggenomen goederen en de herkomst van die goederen diefstal
In de loods [adres 7] werden naast de twee gestolen BMW’s de volgende gestolen goederen inbeslaggenomen. Het betrof een bestelbus, voertuigonderdelen en goederen die herleid konden worden tot gestolen auto’s.
Een Mercedes Sprinter met VIN [VIN-nummer 17] en een autosleutel afkomstig van een auto met kenteken [kenteken 23]

In de loods werd een Mercedes Sprinter aangetroffen die voorzien was van het kenteken [kenteken 24] . Uit het onderzoek aan dit voertuig bleek dat de bestelauto voorzien was van het VIN [VIN-nummer 17] . Het voertuig was voorzien van het kenteken [kenteken 24] , maar dit kenteken hoorde niet bij het voertuig. De kentekenplaten bleken gestolen te zijn. In het voertuig waren elektronische componenten afgebroken, dan wel omgehangen. Er waren twee contactsloten aanwezig, waarvan één met een sleutel. Het motorstuurapparaat en het elektronische stuurslot waren niet meer vast bevestigd. Een afgebroken stuurslot en een los motorstuurapparaat werden op de vloer aangetroffen.
In het aangetroffen VIN werden geen veranderingen geconstateerd. Het voertuig stond als ontvreemd gesignaleerd en van de diefstal van het voertuig, gepleegd in de periode van 4 en 5 april 2013 in Waldfeucht (Duitsland) was aangifte gedaan.

In de bestelbus werd ook nog een autosleutel aangetroffen. Deze sleutel bleek af fabriek geleverd als sleutel, nummer 2, bij een Mercedes Sprinter voorzien van het VIN [VIN-nummer 18] . Voor dit VIN was het Duitse kenteken [kenteken 23] opgegeven, ten name van [benadeelde 2] . Dit bedrijf heeft aangifte gedaan van de diefstal van twee sleutels in de periode van 3 tot 4 april 2013 te Gangelt (Duitsland).

Onderdelen van een BMW met kenteken [kenteken 25]

Aangetroffen werden:
Uit het onderzoek naar de identiteit van deze auto-onderdelen bleek dat het motorblok was voorzien van het motornummer [motornummer 1] . In dit nummer werden geen veranderingen geconstateerd. Dit motorblok werd oorspronkelijk gemonteerd in een BMW personenauto voorzien van het VIN [VIN-nummer 19] . Voor dit voertuig was het Duitse kenteken [kenteken 26] afgegeven. Deze auto bleek gestolen te zijn op 23 maart 2013 in Würselen (Duitsland), gelet op de aangifte die was gedaan.

In het dashboard, de portieren en het gedeelte chassis met labelnummer H010418 werden coderingen aangetroffen die volgens de fabrikant behoorden bij deze auto.In het chassis met labelnummer H010417 waren op de plaats waar normaliter het VIN aanwezig was, slijpsporen aanwezig. Na een behandeling werd het oorspronkelijke VIN zichtbaar, wederom behorend bij deze auto.
Een motorblok van een BMW met kenteken [kenteken 27]

Aangetroffen werd een motorblok met aangekoppelde versnellingsbak van het merk BMW (labelnummer H010307). Het blok was voorzien van motornummer [motornummer 2] . In dit nummer werden geen veranderingen geconstateerd. Dit motorblok werd door de fabrikant oorspronkelijk gemonteerd in een personenauto van het merk BMW met het VIN [VIN-nummer 20] . Voor dit voertuig was het Duitse kenteken [kenteken 27] afgegeven. De auto bleek volgens de aangifte te zijn gestolen op 23 maart 2013 in Würselen (Duitsland).
Onderdelen van een BMW met kenteken [kenteken 28]

Aangetroffen werden:
Het motorblok was voorzien van het motornummer [motornummer 3] . In dit nummer werden geen veranderingen geconstateerd. Het motorblok werd door de fabrikant oorspronkelijk gemonteerd in een personenauto van het merk BMW met het VIN [VIN-nummer 21] . Voor dit voertuig was het Duitse kenteken [kenteken 28] afgegeven.In het dashboard en chassisdeel werden coderingen aangetroffen die volgens de fabrikant behoorden bij ditzelfde VIN. De auto bleek volgens de aangifte te zijn gestolen in de periode van 22 tot en met 25 maart 2013 te Herzogenrath (Duitsland).
Onderdelen van een BMW met kenteken [kenteken 29]

Aangetroffen werden:
Het motorblok was voorzien van het motornummer [motornummer 4] . In dit nummer werden geen veranderingen geconstateerd. Dit motorblok werd oorspronkelijk gemonteerd in een personenauto van het merk BMW met het VIN [VIN-nummer 22] . Voor dit voertuig was het Duitse kenteken [kenteken 29] afgegeven. In het dashboard, de portieren en het chassisgedeelte werden coderingen aangetroffen die volgens de fabrikant behoorden bij ditzelfde VIN. De auto bleek volgens de aangifte gestolen in Heerlen op 29 maart 2013.

Op 17 juni 2013 werd in het onderzoek een bestelbus van het merk/type Mercedes Sprinter met kenteken [kenteken 19] aangetroffen. Deze stond op naam van een leasebedrijf. De eigenaar van dit bedrijf verklaarde dat de Mercedes Sprinter geleased was aan de verdachte en er waren voor dit voertuig boetes binnengekomen die werden geadresseerd aan het bedrijf van de verdachte, gelegen [adres 1] te Brunssum.In de Mercedes Sprinter werden diverse navigatiesystemen aangetroffen, waaronder een navigatiesysteem van het merk TomTom. Uit onderzoek bleek dat in dit navigatiesysteem als thuisadres het adres [adres 9] in Aachen stond opgeslagen. Dit is het adres van de aangever.
Onderdelen van een BMW met kenteken [kenteken 30]

Aangetroffen werden:
Het motorblok was voorzien van het motornummer [motornummer 5] . In dit nummer werden geen veranderingen geconstateerd. Dit motorblok werd oorspronkelijk gemonteerd in een personenauto van het merk BMW met het VIN [VIN-nummer 23] . In de portieren werden coderingen aangetroffen die volgens de fabrikant behoorden bij ditzelfde VIN. Volgens de aangifte was een auto met dit VIN en met kenteken [kenteken 30] op 19 maart 2013 in Urmond gestolen.

Onderdelen van een BMW met kenteken [kenteken 31]

Aangetroffen werden:
In deze portieren werden coderingen aangetroffen die volgens de fabrikant, behoorden bij het VIN [VIN-nummer 24] . Dit betrof een personenauto van het merk/type BMW 335I Coupé. Voor dit voertuig was het Duitse kenteken [kenteken 31] afgegeven. Volgens de aang