Uitspraak ECLI:NL:RBLIM:2019:7316

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 08-08-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Limburg op 08-08-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBLIM:2019:7316, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 03/014516-19


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/014516-19

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 8 augustus 2019

in de strafzaak tegen
[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1977,wonende te [adres] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. F.A. Dronkers, advocaat, kantoorhoudende te Roermond.

ECLI:NL:RBLIM:2019:7316:DOC
nl

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/014516-19

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 8 augustus 2019

in de strafzaak tegen
[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1977,wonende te [adres] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. F.A. Dronkers, advocaat, kantoorhoudende te Roermond.

1

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 juli 2019. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
2

De tenlastelegging, na wijziging tenlastelegging, is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
feit 1: in de periode van 10 februari 2018 tot en met 26 maart 2018 in de gemeente Beesel kinderporno heeft vervaardigd, gekregen en/of in bezit heeft gehad.

feit 2: op 9 februari 2018 in Reuver een mobiele telefoon heeft gestolen dan wel verduisterd.

feit 3: in de periode van 10 februari 2018 tot en met 26 maart 2018 in de gemeente Beesel door misbruik van overwicht en/of misleiding een minderjarige heeft gedwongen tot ontuchtige handelingen.

overwegingen

3

3.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd feit 1, feit 2 subsidiair en feit 3 wettig en overtuigend bewezen te verklaren, gelet op de aangifte, de aangetroffen foto’s en de bekennende verklaring van de verdachte.
3.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 2 primair en dat feit 1, feit 2 subsidiair en feit 3 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
_01ccc0ac-a823-4a3b-9490-9190caaecb0d

De rechtbank zal alle feiten, zoals gevorderd, bewezen verklaren. De rechtbank zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, omdat de verdachte die feiten heeft bekend en namens hem geen vrijspraak is bepleit (artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Ten aanzien van feit 1:

De rechtbank acht het feit bewezen gelet op:

Ten aanzien van feit 2 primair en subsidiair:

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de primair ten laste gelegde diefstal niet kan worden bewezen en spreekt de verdachte hiervan vrij.
De rechtbank acht de subsidiair ten laste gelegde verduistering bewezen gelet op:

Ten aanzien van feit 3:

De rechtbank acht het feit bewezen gelet op:

- het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het onderzoek aan de telefoon van verdachte;- het proces-verbaal van beschrijving kinderpornografisch materiaal.
- het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het onderzoek aan de telefoon van verdachte;- het proces-verbaal van beschrijving kinderpornografisch materiaal.
-

de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting;

de aangifte van [aangever] namens [slachtoffer 1];

-

de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting;

de aangifte van [slachtoffer 2].

-

de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting;

de aangifte van [aangever] namens [slachtoffer 1];

3.4
De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
feit 1:

in de periode van 10 februari 2018 tot en met 26 maart 2018 in de gemeente Beesel, meermalen, telkens afbeeldingen, te weten digitale foto's - en een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen, te weten een GSM (merk/type Samsung S5) - van seksuele gedragingen, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum 2] ) en een onbekende jongen met een leeftijd tussen de 11 en 14 jaar, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehadwelke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:het telkens geheel of gedeeltelijk naakt laten poseren van/door een persoon, die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon (gedeeltelijk) naakt is en/of poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd passen, waarbij door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden, waarbij de afbeeldingen aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking hebben en strekken tot seksuele prikkeling;
(te weten in ieder geval de foto's met bestandsnamen: [bestandsnaam 1] / [bestandsnaam 2] / [bestandsnaam 3] / [bestandsnaam 4] ; zoals beschreven op blz. 38-39 van het eind-proces-verbaal)

feit 2 subsidiair:

op 9 februari 2018 te Reuver, gemeente Beesel, opzettelijk een mobiele telefoon (Samsung Galaxy S5), dat toebehoorde aan [slachtoffer 2] en welk goed verdachte als gevonden voorwerp, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

feit 3:

in de periode van 10 februari 2018 tot en met 26 maart 2018 in de gemeente Beesel, door misleiding, te weten door zich in strijd met de waarheid tijdens app/chat/internet-gesprekken voor te doen als een minderjarige jongen (van 15 jaar) genaamd [alias] , [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] , een persoon van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen een of meer ontuchtige handelingen te plegen, bestaande die ontucht daarin dat verdacht die [slachtoffer 1] (via whats app berichten/chat/internet-gesprekken) telkens heeft bewogen tot

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

- het tonen van haar geslachtsdeel en/of borsten, en- het laten in-/aannemen van posities/houdingen om haar geslachtsdeel en/of borsten prominent voor verdachte in beeld te laten komen.
4

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
Ten aanzien van feit 1:
een afbeelding en gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben.

Ten aanzien van feit 2 subsidiair:
verduistering.

Ten aanzien van feit 3:
door misleiding een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5

Psycholoog dr. D.J. Burck heeft over de geestvermogens van de verdachte op 17 mei 2019 een rapport uitgebracht. Deze deskundige heeft geconcludeerd dat er bij de verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling in de vorm van een gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met vermijdende en antisociale kenmerken. Daarnaast is bij de verdachte sprake van een ziekelijke ontwikkeling in de vorm van een gespecificeerde parafiele stoornis te weten een pedohebefiele stoornis. Dit was ook het geval ten tijde van het ten laste gelegde. De stoornissen hebben verdachtes gedragskeuzes en gedragingen beïnvloed en de psycholoog adviseert hem de feiten 1 en 3, dat wil zeggen het in bezit hebben van kinderporno en seksueel misbruik van een minderjarige door overwicht en/of misleiding, verminderd toe te rekenen. Dit is anders wat betreft het onder feit 2 ten laste gelegde. Volgens de psycholoog bestaat er geen verband tussen de stoornissen en de diefstal van de telefoon en dit feit kan de verdachte volledig worden toegerekend.
De rechtbank neemt het advies van de deskundige over en acht verdachte verminderd toerekeningsvatbaar ten aanzien van feit 1 en feit 3.

Nu overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die verdachtes strafbaarheid uitsluiten, is de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde.

6

6.1
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van tweehonderdveertig uur te vervangen door honderdtwintig dagen hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. De officier van justitie heeft gevorderd aan deze proeftijd reclasseringstoezicht, een locatieverbod voor Reuver, meewerken aan ambulante behandeling bij FPP De Horst, het COSA-traject en/of een nader te bepalen sociale vaardigheidstraining en meewerken aan controle gegevensdragers als bijzondere voorwaarden te verbinden. Omdat, als er geen behandeling plaats vindt, gevaar bestaat voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, heeft de officier van justitie verzocht de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
6.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangegeven zich te kunnen vinden in de rapportages van de deskundige en de reclassering en in de conclusies die getrokken zijn. De raadsman heeft verzocht het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf zoals geëist door de officier van justitie achterwege te laten, gelet op de korte pleegperiode, de beperktheid van de foto’s en de persoonlijkheid van de verdachte. Ten aanzien van de hoogte van de gevorderde taakstraf heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
6.3
Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft een mobiele telefoon verduisterd en hij heeft die mobiele telefoon gebruikt om via chatgesprekken en app-verkeer een meisje van nog maar negen jaar oud te bewegen tot het maken van seksueel getinte foto’s. Daarbij heeft de verdachte zich uitgegeven voor een vijftienjarige jongen, terwijl hij in werkelijkheid op dat moment veertig jaar oud was. Om haar te overtuigen zegt de verdachte dat hij foto’s van een ontbloot geslachtsdeel van een minderjarige jongen heeft gedownload van het internet met de bedoeling om die foto desgevraagd te versturen. De verdachte heeft zodoende kinderporno in zijn bezit gehad en hij heeft zich schuldig gemaakt aan het bewegen van het meisje tot het plegen van ontuchtige handelingen door haar te misleiden. Samen met de verduistering van de mobiele telefoon zijn dit drie ernstige strafbare feiten. Op het moment van het plegen van deze feiten heeft de verdachte geen oog gehad voor de gevolgen voor zijn slachtoffers. Uit de toelichting op de vordering van de benadeelde partij blijkt wel hoe ingrijpend de gevolgen voor het meisje zijn geweest. De rechtbank houdt hier ten nadele van verdachte rekening mee.

Met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden van verdachte houdt de rechtbank in het voordeel van de verdachte rekening met het feit dat hij niet eerder door de strafrechter is veroordeeld. Verder heeft de verdachte zijn spijt betuigd, waarin hij oprecht lijkt, en hij heeft verklaard dat hij de foto’s niet verder heeft verspreid.

Zoals hiervoor onder par. 5 is besproken, adviseert de psycholoog die de verdachte heeft onderzocht de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten voor feit 1 en feit 3 (het in bezit hebben van kinderporno en seksueel misbruik van een minderjarige door overwicht en/of misleiding). Als gevolg van de stoornissen is de verdachte structureel beperkt in zijn mogelijkheden om sociale contacten aan te gaan. Door zijn overwegend extemaliserende copingsstijl kan hij vermijden zijn problemen onder ogen te zien, maar hij lost ze er ook niet mee op. Toen in de periode van het ten laste gelegde de spanning over zijn sociale isolement opliep, schoten zijn copingsvaardigheden tekort en is hij vervallen in impulsief en antisociaal gedrag, waarmee hij de spanning op een indirecte manier kon ontladen. Zowel het stelen van de telefoon als de chatgesprekken kunnen op deze manier begrepen worden. Volgens de psycholoog is het risico op herhaling van soortgelijke zedendelicten matig tot hoog. Er wordt een ambulante behandeling voor de duur van ten minste twee jaar geadviseerd, met als doel de verdachte inzicht te geven in zijn persoonlijkheidsproblematiek en seksuele deviantie en hem handvatten te bieden om daar beter mee om te gaan. Een dergelijke behandeling zou volgens de psycholoog plaats kunnen vinden in het kader van een (deels) voorwaardelijke straf, waarbij de verdachte tevens onder toezicht van de reclassering wordt gesteld.

De reclassering schat in haar rapport van 11 juli 2019 het recidiverisico in als gemiddeld-hoog. De verdachte is op 15 februari 2019 gestart met een behandeling gericht op seksueel grensoverschrijdend gedrag bij Forensisch Psychiatrische Polikliniek De Horst. De verwachting is dat de verdachte nog zeker een jaar in behandeling zal zijn. Er moet nog worden vastgesteld of de verdachte geschikt is voor deelname aan het COSA traject. Verdachte is hiervoor wel gemotiveerd.

De reclassering adviseert bij een veroordeling een voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen: meldplicht bij reclassering, ambulante behandeling door FPP de Horst of een soortgelijke zorgverlener en het vermijden van kinderporno. Het toezicht op deze voorwaarde kan onder andere bestaan uit controles van computers en andereapparatuur. De verdachte zal moeten meewerken aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek.
Alles afwegend en rekening houdend met wat in soortgelijke zaken wordt opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf samen met een forse onvoorwaardelijke taakstraf passend en geboden is. De rechtbank komt tot een lagere straf dan de officier van justitie heeft gevorderd. Zonder af te doen aan de ingrijpende gevolgen voor het slachtoffer, overweegt de rechtbank dat er verschillen bestaan in het soort kinderporno. Daarbij weegt mee dat het foto’s betreft van lichaamsdelen in erotische poses en niet van seksuele handelingen. Ook weegt de rechtbank mee dat de pleegperiode relatief kort is en dat de verdachte heeft bezworen dat hij de foto’s niet heeft verspreid.

De rechtbank zal, gelet op de ernst van de feiten, aan de verdachte opleggen een taakstraf voor de duur van honderdtachtig uren, te vervangen door negentig dagen hechtenis. Gelet op het belang van behandeling niet alleen voor de verdachte zelf maar ook ter bescherming van de maatschappij, zal de rechtbank daarnaast een gevangenisstraf voor de duur van negentig dagen waarvan negenentachtig dagen voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van drie jaar en met daaraan gekoppeld de door de reclassering gestelde voorwaarden, de deelname aan het COSA traject (indien de reclassering dat noodzakelijk acht) en een locatieverbod voor de gemeente Beesel.
Anders dan door de officier van justitie geëist ziet de rechtbank geen aanleiding om de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

7

7.1
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

heeft zich gevoegd als benadeelde partij en vordert een schadevergoeding van € 16,49 voor geleden materiële schade als gevolg van feit 2. Daarnaast heeft de benadeelde partij verzocht het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag.
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De verdediging heeft de vordering van de benadeelde partij niet betwist.
De rechtbank oordeelt als volgt.

Ontvankelijkheid

Het ten laste gelegde feit is bewezen verklaard. Het is een strafbaar feit en aan de verdachte zal voor dat feit een straf worden opgelegd. Door dit feit is aan de benadeelde partij rechtstreeks schade toegebracht. De benadeelde is ontvankelijk in zijn vordering.
Inhoudelijke beoordeling

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij toewijzen, aangezien deze vordering niet is betwist. De rechtbank zal de schade dan ook vaststellen op een bedrag van € 16,49. Het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 9 februari 2018 tot de dag der algehele voldoening.
Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade. De rechtbank zal verdachte daarom veroordelen tot betaling van dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 9 februari 2018 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de staat een bedrag van € 16,49, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 1 dag, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 9 februari 2018 tot de dag der algehele voldoening, te betalen ten behoeve van [slachtoffer 2] , zoals hierna in het dictum genoemd.
De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig het hiervoor overwogene, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

7.2
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

heeft zich gevoegd als benadeelde partij en vordert een schadevergoeding van in totaal € 2.600,00 voor geleden immateriële schade als gevolg van feit 1 en feit 3. Daarnaast heeft de benadeelde partij verzocht het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Ontvankelijkheid

De ten laste gelegde feiten zijn bewezen verklaard. Het zijn strafbare feiten en aan de verdachte zal voor die feiten een straf worden opgelegd. Door deze feiten is aan de benadeelde partij rechtstreeks schade toegebracht. De benadeelde is ontvankelijk in haar vordering.
Inhoudelijke beoordeling

De rechtbank overweegt dat gelet op de aard van het bewezenverklaarde het een ervaringsregel is dat daardoor bij een slachtoffer immateriële schade van enige omvang wordt veroorzaakt. De rechtbank heeft gelet op de uitspraken van rechters in vergelijkbare gevallen. De rechtbank zal daarom de schade vaststellen op een bedrag van € 750,00. De benadeelde partij zal ten aanzien van het overig gevorderde deel niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering desgewenst nog wel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 26 maart 2018 tot de dag der algehele voldoening.
Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade. De rechtbank zal verdachte daarom veroordelen tot betaling van dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 26 maart 2018 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de staat een bedrag van € 750,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 15 dagen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 26 maart 2018 tot de dag der algehele voldoening, te betalen ten behoeve van [slachtoffer 1] , zoals hierna in het dictum genoemd.
De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig het hiervoor overwogene, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

8

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 24c, 36f, 57, 240b, 248a en 321 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9

De rechtbank:
Vrijspraak

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

o het seksueel getint communiceren met minderjarigen;o gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen;o gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd.De veroordeelde bespreekt tijdens de gesprekken met de reclassering hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen. Het toezicht op deze voorwaarde kan onder andere bestaan uit controles van computers en andere apparatuur. De veroordeelde werkt mee aan ;
Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

Dit vonnis is gewezen door mr. F.L.G. Geisel, voorzitter, mr. M.J.H. van den Hombergh en mr. J.B.J. Driessen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.A.E. van de Venne, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 augustus 2019.BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is, na wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat

feit 1:

hij in of omstreeks de periode van 10 februari 2018 tot en met 26 maart 2018 in de gemeente Beesel, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens afbeeldingen, te weten digitale foto's - en/of een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen, te weten een GSM (merk/type Samsung S5) - van seksuele gedragingen, waarbij ( telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] ( geboren [geboortedatum 2] ) en/of een onbekende jongen met een leeftijd tussen de 11 en 14 jaar, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit gehadwelke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:het ( telkens) geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon, die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon (gedeeltelijk) naakt is en/of poseert in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen, (waarbij) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling;
(te weten in ieder geval de foto's met bestandsna(a)m(en): [bestandsnaam 1] / [bestandsnaam 2] / [bestandsnaam 3] / [bestandsnaam 4] ; zoals beschreven op blz. 38-39 van het eind-proces-verbaal)

(art. 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht)

feit 2hij op of omstreeks 9 februari 2018 te Reuver, in de gemeente Beesel, een mobiele telefoon (merk/type Samsung Galaxy S5), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
(art. 310 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair:

hij, op of omstreeks 9 februari 2018 te Reuver, gemeente Beesel, opzettelijk een mobiele telefoon (Samsung Galaxy S5), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte als gevonden voorwerp, in elk geval ander dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

(art. 321 Wetboek van Strafrecht)

feit 3:

hij in of omstreeks de periode van 10 februari 2018 tot en met 26 maart 2018 in de gemeente Beesel, in elk geval in Nederland, door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding, te weten door zich in strijd met de waarheid ( tijdens app/chat/internet-gesprekken) voor te doen als een minderjarige jongen ( van 15 jaar ) genaamd [alias] , [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] , een persoon van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen een of meer ontuchtige handelingen te plegen en/of van verdachte te dulden, en bestaande die ontucht daarin dat verdacht die [slachtoffer 1] (via whats app berichten/chat/internet-gesprekken) (telkens ) heeft bewogen tot
(art 248a Wetboek van Strafrecht)

- spreekt de verdachte vrij van het onder ten laste gelegde feit;
- stelt voorts de volgende , waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:de veroordeelde zal zich tijdens de proeftijd niet bevinden binnen , zolang de reclassering dit nodig acht;
- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

- het tonen van haar geslachtsdeel en/of borsten, en/of- het laten in-/aannemen van posities/houdingen om haar geslachtsdeel en/of borsten (prominent) (voor verdachte) in beeld te laten komen;
-

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

-

verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

verklaart de verdachte strafbaar;

-

veroordeelt de verdachte tot een van , waarvan , met een proeftijd van drie (3) jaren;

bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:

-

zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of

ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

-

veroordeelt de verdachte tot een voor de duur van ;

beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van ;

-

wijst gedeeltelijk toe de vordering van de benadeelde partij ;

veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling ten behoeve van voornoemde benadeelde partij te betalen een bedrag van ;

-

legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van 16,49 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 9 februari 2018 tot de dag der algehele voldoening, subsidiair ten behoeve van voornoemd slachtoffer met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van 16,49 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 9 februari 2018 tot de dag der algehele voldoening ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen;

veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;

-

wijst gedeeltelijk toe de vordering van de benadeelde partij ;

veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling ten behoeve van voornoemde benadeelde partij te betalen een bedrag van ;

-

legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van 750,00 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 26 maart 2018 tot de dag der algehele voldoening, subsidiair ten behoeve van voornoemd slachtoffer met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van 750,00 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 26 maart 2018 tot de dag der algehele voldoening ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen;

veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;

verklaart de benadeelde partij voor .

loweralpha

de veroordeelde dient zich na het ingaan van de proeftijd te melden bij de en zal zich daarna blijven melden zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

de veroordeelde laat zich behandelen door of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;

de veroordeelde dient deel te nemen aan (de intakeprocedure voor) het , zulks ter beoordeling aan de reclassering;

e veroordeelde dient zich op welke wijze dan ook te onthouden van:

_01ccc0ac-a823-4a3b-9490-9190caaecb0d
1

Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, Dienst Regionale Recherche (Lb), Afdeling Thematische Opsporing (Lb), Team Kinderporno, proces-verbaalnummer PL2300-2018043767, gesloten d.d. 7 januari 2019, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 99.

_56be3229-b735-4593-8fd9-e15f4eacdd99
2

Proces-verbaal van aangifte d.d. 29 mei 2018, pagina’s 82 tot en met 88.

_3d2a7cac-9924-4e66-ae69-6e3a875e0652
3

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 juni 2018, pagina’s 63 tot en met 78.

_ff0fd357-2e1a-48f8-9de1-caf0936ad3c3
4

Proces-verbaal van beschrijving kinderpornografisch materiaal d.d. 27 december 2018, pagina’s 37 tot en met 39.

_59d59e7e-1381-49ae-b2b7-4e8599504183
5

Proces-verbaal van aangifte d.d. 26 maart 2018, pagina’s 40 tot en met 43.

_f84bb1d9-09a9-4eb6-be8a-5bab79bdf617
6

Proces-verbaal van aangifte d.d. 29 mei 2018, pagina’s 82 tot en met 88.

_a84cebc2-1abc-46cb-b1b2-064e9fc4d819
7

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 juni 2018, pagina’s 63 tot en met 78.

_66714aa0-a414-4615-bace-51bfe4d41669
8

Proces-verbaal van beschrijving kinderpornografisch materiaal d.d. 27 december 2018, pagina’s 37 tot en met 39.