Uitspraak ECLI:NL:RBLIM:2019:6445

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 11-07-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Limburg op 12-07-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBLIM:2019:6445, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 7826185 AZ VERZ 19-58, 7828129 AZ VERZ 19-60


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Burgerlijk recht

Zaaknummers 7826185 AZ VERZ 19-58 en7828129 AZ VERZ 19-60
Beschikking van 12 juli 2019

in de verzoeken van

[verzoeker] ,

wonend in [adresgegevens verzoeker] ,verzoekende partij in de zaak met zaaknummer 7826185 AZ VERZ 19-58,verwerende partij in de zaak met zaaknummer 7828129 AZ VERZ 19-60,gemachtigde mr. H.A.A. Berendsen,
tegen

de stichting,gevestigd in (6417 CC) Heerlen aan de Ruys de Beerenbroucklaan 29A,verwerende partij in de zaak met zaaknummer 7826185 AZ VERZ 19-58,verzoekende partij in de zaak met zaaknummer 7828129 AZ VERZ 19-60,gemachtigde mr. J.L. Coenegracht.
Partijen zullen hierna [verzoeker] en Innovo genoemd worden.

ECLI:NL:RBLIM:2019:6445:DOC
nl

RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Burgerlijk recht

Zaaknummers 7826185 AZ VERZ 19-58 en7828129 AZ VERZ 19-60
Beschikking van 12 juli 2019

in de verzoeken van

[verzoeker] ,

wonend in [adresgegevens verzoeker] ,verzoekende partij in de zaak met zaaknummer 7826185 AZ VERZ 19-58,verwerende partij in de zaak met zaaknummer 7828129 AZ VERZ 19-60,gemachtigde mr. H.A.A. Berendsen,
tegen

de stichting,gevestigd in (6417 CC) Heerlen aan de Ruys de Beerenbroucklaan 29A,verwerende partij in de zaak met zaaknummer 7826185 AZ VERZ 19-58,verzoekende partij in de zaak met zaaknummer 7828129 AZ VERZ 19-60,gemachtigde mr. J.L. Coenegracht.
Partijen zullen hierna [verzoeker] en Innovo genoemd worden.

1

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
in het verzoek van de zijde van [verzoeker]

in het verzoek van de zijde van Innovo

De verzoeken zijn gezamenlijk behandeld ter zitting op dinsdag 9 juli 2019, waar beide partijen hun standpunten nader hebben toegelicht aan de hand van een pleitnota.

-

het op 11 juni 2019 ter griffie ontvangen verzoekschrift

het op 1 juli 2019 ter griffie ontvangen verweerschrift

de op 4 juli 2019 ter griffie ontvangen nadere producties 17 en 18

-

het op 11 juni 2019 ter griffie ontvangen verzoekschrift

het op 1 juli 2019 ter griffie ontvangen verweerschrift.

1.2.
Ten slotte is beschikking bepaald in beide verzoeken.
2

2.1.
Innovo is een koepelorganisatie voor ruim veertig scholen voor primair onderwijs in Zuid- en Midden-Limburg. Een van die scholen is De Pyler te Heerlen, die zich richt op speciaal onderwijs.
2.2.
[verzoeker] is op 1 augustus 1998 bij (de rechtsvoorganger van) Innovo in dienst getreden als schooldirecteur bij De Pyler, laatstelijk tegen een bruto maandloon van € 5.715,00 exclusief emolumenten. De Pyler (voorheen: de Zonnewijzer) heeft drie afdelingen met ieder een eigen locatiedirecteur ( [naam directeur 1] , [naam directeur 2] en [naam directeur 3] ), die hiërarchisch onder de schooldirecteur staan.
2.3.
Vanaf het schooljaar 2012-2013 heeft [verzoeker] jaarlijks een zogenoemde “Eigen verklaring schooldirecteur” ondertekend, waarmee hij steeds (jegens Innovo) heeft verklaard dat:• er geen andere geldstromen bestaan dan de met de kas- en bankstaten (aan Innovo) verantwoorde inkomsten en uitgaven,• er geen uitgaven of verstrekkingen zijn gedaan aan personen die onderworpen zijn aan heffingen ingevolge (loon)belasting- en/of sociale verzekeringswetten,• er geen aan de school gelieerde rechtspersoon bestaat (bijv. een steunstichting) waarvan het resultaat niet wordt verantwoord en geconsolideerd binnen de Innovo-cijfers,• er geen overige informatie van de school is die relevant is voor het opmaken van de jaarstukken maar niet schriftelijk bekend is bij het CvB.
2.4.
Op 18 februari 2013 heeft [verzoeker] (samen met de drie locatiedirecteuren) een stichting opgericht met de naam Stichting Zonnewijzer Oudersbelang (verder ook wel te noemen SZO). Op de bankrekening van SZO werden vanaf dat moment ouderbijdragen, (gemeentelijke) subsidies en opbrengsten van diverse schoolprojecten geïnd.
2.5.
Naar aanleiding van een ontvangen melding over een vermoeden van onregel-matigheden bij het beheer van de financiële middelen van De Pyler dan wel van het in strijd handelen met financiële regelingen van Innovo, heeft Innovo een onderzoek gestart. In dat kader heeft het College van Bestuur van Innovo op 21 januari 2019 een gesprek met [verzoeker] gevoerd, van welk gesprek een verslag is gemaakt. Het gesprek werd afgesloten met de mededeling van Innovo dat een onderzoek begonnen zou worden naar de diverse geldstromen binnen De Pyler en SZO en met het verzoek aan [verzoeker] om alle desbetreffende relevante zaken uit eigen beweging naar voren te brengen.
2.6.
Nadat Innovo in het kader van voornoemd onderzoek in de administratie van SZO vier herhaaldelijk voorkomende maar onbekende rekeningnummers ontdekte, waarvan er een het rekeningnummer bleek te zijn waarop [verzoeker] in het verleden zijn loon ontving, heeft Innovo op 29 januari 2019 een tweede gesprek met [verzoeker] gevoerd over het beheer van de financiële middelen van De Pyler. Aan het einde van dat gesprek heeft Innovo aan [verzoeker] te kennen gegeven voornemens te zijn om hem te schorsen en zich van advies te voorzien door Hoffmann Bedrijfsrecherche (verder te noemen: Hoffmann). Ook van dit gesprek is een verslag gemaakt. Het voornemen om [verzoeker] te schorsen is bij brief van 29 januari 2019 aan hem bevestigd.
2.7.
Op 31 januari 2019 heeft Innovo Hoffmann opdracht gegeven onderzoek te doen naar mogelijke financiële en overige onregelmatigheden binnen de Pyler en SZO alsmede betrokkenheid van [verzoeker] daarbij.
2.8.
Bij aangetekende brief van 8 februari 2019 heeft Innovo [verzoeker] te kennen gegeven hem formeel met behoud van loon te schorsen conform art. 3.16 CAO PO. Daarbij is aangekondigd dat de uitkomst van een (nog nader te verrichten onderzoek) kan leiden tot ontslag.
2.9.
Op 9 april 2019 heeft Hoffmann mondeling verslag gedaan van haar bevindingen aan Innovo en is een verslag overgelegd van een gesprek dat Hoffmann met [verzoeker] heeft gevoerd op 2 april 2019. Dat verslag is door [verzoeker] mede ondertekend. Uit dat verslag worden de navolgende passages aangehaald:
“U vraagt wat ik u kan vertellen over de Stichting Zonnewijzer Oudersbelang. Wij hebben als directie deze stichting in 2012 of 2013 opgericht. Het doel was om gelden die wij via diensten op alle mogelijke manieren kregen binnen de school te houden. Het CvB heeft de nodige wisselingen gehad, die op verschillende manieren omgingen met geld van de scholen. We moeten ook 14 procent van het totale begrotingsbedrag afdragen. Er komt een bepaald bedrag van het Ministerie per kind beschikbaar, dat betaald wordt aan de school. Van dat bedrag dient de school 14 procent af te dragen. Iedere keer werden ook de reserves van de school afgeroomd. Ik vind dat ik wel moet afdragen, maar er zijn op een gegeven moment grenzen. Dat is de hoofdzakelijke reden van de oprichting van de stichting.We zijn begonnen om de ouderbijdragen binnen te laten komen op de bankrekening van destichting. Vervolgens zijn er allerlei subsidies binnengekomen die wij van de gemeente Heerlen krijgen. Dat is onder andere voor het fietsproject. Om de jongeren te leren werken hebben we een klus- en fietsproject opgericht. Dat kost ook een hoop geld. Daar heb je ook veel materiaal en gereedschappen voor nodig. Er zijn in de loop der tijd verschillende opbrengsten op de stichting binnengekomen.(…)Wie er vanaf het begin op de hoogte waren van het bestaan van de stichting? Dat was het Directieteam, zoals ik eerder noemde. Verder niemand. De rolverdeling binnen de stichting is direct na oprichting wel gemaakt, maar ik weet nu even niet meer hoe die precies was. Wie er in de statuten staan vermeld? Dezelfde heren die genoemd zijn. Ik ben kort na de oprichting uit de stichting gestapt, omdat wij vanaf die tijd moesten tekenen dat wij geen geldstromen zouden beheren. Daarom hebben we een oud collega, [naam 1] , gevraagd om het voorzitterschap van mij over te nemen. Ja, ik was de voorzitter inderdaad. Ik weetniet meer of [naam 2] of [naam 3] het secretariaat heeft overgenomen. [naam 4] was algemeen lid. We hebben van tevoren niet over de verdeling nagedacht. Ja, er was inderdaad ook een penningmeester. Dat was dan ook [naam 3] of [naam 2] . (…)”
2.10.
Op 11 april 2019 heeft Innovo [verzoeker] in een gesprek op staande voet ontslagen. Die opzegging heeft Innovo dezelfde dag per aangetekende brief bevestigd. Daarin staat onder meer het navolgende:
“INNOVO heeft Hoffmann Bedrijfsrecherche BV (hierna: "Hoffmann) ingeschakeld teneinde mogelijke financiële en overige onregelmatigheden binnen De Pyler en Stichting Zonnewijzer Oudersbelang, alsmede uw betrokkenheid hierbij te onderzoeken. U bent uitgebreid gehoord door Hoffman. Op 9 april 2019 heeft Hoffmann verslag gedaan van haar bevindingen.Op basis daarvan stellen wij de navolgende feiten vast:
I. Begin 2013 heeft u (mede) Stichting Zonnewijzer Oudersbelang opgericht met als doel om financiële stromen buiten het zicht van INNOVO te houden en interne (financiële) regelgeving te omzeilen. Het doel was, naar eigen zeggen, "om gelden die wij via diensten op alle mogelijke manieren kregen binnen de school te houden";II. U bent welbewust afspraken met betrekking tot de financiële bedrijfsvoering van De Pyler niet nagekomen. Vanaf het schooljaar 2012-2013 tekende u ieder schooljaar de Eigen Verklaring Schooldirecteur. Hiermee verklaarde u in strijd met de waarheid (onder andere) expliciet dat er geen aan De Pyler gelieerde rechtspersonen bestaan waar onderwijsgelden in omgaan en eveneens geen sprake is van inkomsten buiten het zicht van INNOVO om;III. U bent doelbewust afgetreden als voorzitter van Stichting Zonnewijzer Oudersbelang omdat u de Eigen Verklaring Schooldirecteur van INNOVO diende te ondertekenen. Er vonden wisselingen in het bestuur van Stichting Zonnewijzer Oudersbelang plaats die enkel op papier voor een nieuwe situatie zorgden. U bent namelijk ook na uw aftreden in hoofdzaak dan wel in belangrijke mate betrokken gebleven bij het financiële beheer van stichting Zonnewijzer Oudersbelang. Onder andere was u verantwoordelijk voor de financiële transacties, beschikte u over een bankpas, beheerde u contante gelden en nam u primair de - al dan niet financiële - beleidsbeslissingen. Dat u aftrad als voorzitter zorgde dan ook slechts voor een papieren werkelijkheid;IV. U heeft welbewust na augustus 2013 vanuit De Pyler dan wel de Stichting Zonnewijzer Oudersbelang aan derden gefactureerd dan wel laten factureren, ondanks dat u door INNOVO schriftelijk nadrukkelijk is medegedeeld dat uitsluitend vanuit INNOVO mag worden gefactureerd;V. U heeft welbewust en op stelselmatige wijze gelden die toebehoren aan INNOVO respectievelijk De Pyler vanuit de Stichting Zonnewijzer Oudersbelang overgemaakt op verschillende privérekeningen van uzelf en uw familieleden. Hieromtrent heeft u INNOVO nimmer geïnformeerd. Daarnaast heeft u verschillende privé-aankopen betaald met aan INNOVO respectievelijk De Pyler toebehorende gelden en heeft u ten onrechte reeds door de Stichting Zonnewijzer Oudersbelang betaalde kosten als privé-uitgaven gedeclareerd bij Innovo. Hierdoor heeft u zich een aanzienlijk bedrag (van tienduizenden euro’s) aan onderwijsgelden van INNOVO respectievelijk de Pyler toegeëigend (…)”.
3

het verzoek van [verzoeker]

3.1.
[verzoeker] verzoekt primair, samengevat, vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst, onder veroordeling van Innovo om hem weer tot de arbeid toe te laten (onder verbeurte van een dwangsom) en tot doorbetaling van het loon met emolumenten en vermeerderd met rente en wettelijke verhoging. Subsidiair verzoekt [verzoeker] , samengevat, de veroordeling van Innovo tot betaling van een billijke vergoeding (€ 167.509,20), de gefixeerde schadevergoeding (€ 25.431,23 bruto) en de transitievergoeding (€ 83.748,00 bruto), allemaal met wettelijke verhoging en wettelijke rente.
het verzoek van Innovo

3.2.
Innovo verzoekt een verklaring voor recht inhoudende dat [verzoeker] haar een dringende reden voor ontslag op staande voet heeft gegeven en daarom schadeplichtig is ex art. 7:677 lid 2 en 3 sub a BW (de gefixeerde schadevergoeding). Tevens verzoekt zij de veroordeling van [verzoeker] tot betaling van die schadevergoeding, ten behoeve waarvan in het kader van de eindafrekening reeds een bedrag is ingehouden en waarvan thans nog € 11.487,59 bruto resteert, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 april 2019 tot aan de dag van voldoening, een en ander onder verwijzing van [verzoeker] in de proceskosten en de nakosten.
overwegingen

4

4.1.
Onweersproken staat vast dat [verzoeker] vanaf het schooljaar 2012-2013 jaarlijks de “Eigen verklaring schooldirecteur” zoals genoemd onder 2.3 willens en wetens in strijd met de waarheid heeft ingevuld en ondertekend. [verzoeker] wist van het bestaan van de mede door hemzelf opgerichte stichting SZO, waarvan hij erkent dat die is opgericht met als doel de binnenkomende gelden uit het zicht van Innovo te houden. Reeds met dit enkele feit heeft [verzoeker] Innovo een dringende reden gegeven om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Dat [verzoeker] vanaf medio 2013 het voorzitterschap van SZO aan een derde heeft overgedragen, doet daaraan niet af.
4.2.
Daarbij komt het volgende. Op 9 april 2019 heeft Innovo kennisgenomen van de bevindingen van Hoffmann en op 11 april 2019 heeft Innovo [verzoeker] op basis van die bevindingen ontslagen. Dat is onverwijld. Op 19 april 2019 is het (definitieve) rapport van Hoffmann verschenen, dat op basis van uitvoerig onderzoek onomwonden concludeert tot fraude, bedrog en zelfverrijking door [verzoeker] . [verzoeker] heeft de resultaten van het onderzoek van Hoffmann grotendeels als juist erkend, althans niet - dan slechts op onderdelen - gemotiveerd bestreden, maar heeft vooral een alternatief scenario gegeven voor de feiten en omstandigheden zoals die door Hoffmann na ampel onderzoek zijn vastgesteld.
4.3.
Tot uitgangspunt moet hoe dan ook worden genomen, dat SZO in 2013 door onder meer [verzoeker] in het leven is geroepen met het hiervóór genoemde oogmerk. Locatiedirecteur [naam directeur 3] heeft in dat verband verklaard dat het de bedoeling was om een dam op te werpen tegen het voortdurend door Innovo afromen van het surplus van de school en dat de betreffende gelden buiten de begroting van Innovo moesten worden gehouden, bevestigt ook locatiedirecteur [naam directeur 1] . Meerdere betrokkenen verklaren tegen Hoffmann dat een vehikel als deze stichting niet ongebruikelijk was in onderwijsland, zeker in die tijd. Hoe dat ook zij, vaststaat dat [verzoeker] steeds voor de betalingen van de stichting heeft zorggedragen; niemand anders bemoeide zich daarmee. Ook staat vast, dat [verzoeker] , kort gezegd, in de loop van de jaren successievelijk bedragen van de stichtingsrekening naar zijn privérekening is gaan overmaken, als ook naar rekeningen van zijn echtgenote, zoon en/of dochter. Hoffmann heeft het in totaal door [verzoeker] naar ‘eigen’ rekeningen overgemaakte bedrag becijferd op ruim € 95.000,00. [verzoeker] heeft nu aangevoerd dat hij dat heeft gedaan om te voorkomen dat de stichting over haar banksaldo belastinggelden moest afdragen. [verzoeker] zou de betreffende bedragen vervolgens steeds contant hebben opgenomen en - uiteindelijk - in diverse coupures zijn gaan bewaren in een zich in de kelder van De Pyler bevindende kluis. Dat alles - zo benadrukt [verzoeker] - juist in het belang van de school en haar leerlingen.
4.4.
Voor deze lezing van [verzoeker] is geen enkel bewijs in het dossier aangetroffen. Volgens verschillende medewerkers van De Pyler, waaronder de conciërge [naam conciërge] , was de kluis waarnaar [verzoeker] verwijst in werkelijkheid een archiefkast die werd gebruikt voor het opbergen van dossiers en stond deze kast altijd open. Volgens [naam conciërge] heeft hij pas medio januari 2019 aan [verzoeker] op diens verzoek een sleutel van de betreffende kluis gegeven en heeft hij de kluis op verzoek van [verzoeker] pas in die periode leeggemaakt. Dat valt niet te rijmen met de lezing van [verzoeker] , maar de kantonrechter heeft geen reden aan de verklaring van [naam conciërge] te twijfelen. Zij vindt immers ook steun in ander bewijsmateriaal. Van belang daarbij is dat op 29 januari 2019 door het bestuur van Innovo in de betreffende kluis ruim € 99.000,00 in contanten in een plastic tas is aangetroffen, terwijl [verzoeker] op 23 januari 2019 omstreeks 17:21 uur een plastic tas met inhoud in de kluis heeft achtergelaten (blijkens camerabeelden). Daar is - uitgaande van het relaas van onder meer [naam conciërge] - geen andere redelijke verklaring voor dan dat [verzoeker] , die op het punt stond door Innovo te worden ontmaskerd, de leeggehaalde rekening te elfder ure alsnog (cash) wilde aanzuiveren. [verzoeker] wist immers sinds 21 januari 2019 dat er een onderzoek naar de geldstromen van SZO liep.
4.5.
Nog los van het feit dat er, zoals gezegd, geen bewijs voor dat motief is, wil [verzoeker] de kantonrechter dus doen geloven dat hij van de school is overgegaan tot een handelwijze die er in de kern op neerkomt dat hij als directeur, in strijd met interne regelgeving, als ook zelfs met straf- en belastingwetgeving, gedurende een reeks van jaren de (buiten het zicht van zijn werkgever aangehouden) stichtingsrekening ten gunste van zijn privérekening en die van zijn gezin heeft afgeroomd - daarbij gebruikmakend van een systeem van nota bene vervalste facturen - (die) bedragen daarna weer (contant) zou hebben opgenomen, om vervolgens al die bankbiljetten op een geheime plek te bewaren, dat alles ten faveure van de school en haar leerlingen, maar verder zonder enige vorm van boekhouding en dus oncontroleerbaar. De kantonrechter acht dat volkomen ongeloofwaardig. Dat [verzoeker] geen andere dan valse - of zoals hij beweert: zelfs edelmoedige - motieven voor ogen heeft gestaan, vindt ook steun in de gedane privéaankopen met geld van SZO, zoals de autobanden, de CO2-meter, de aanhanger, en andere onverkwikkelijke kwesties, waar hij onbeschroomd de school voor eigen kosten heeft (willen) laten opdraaien. Dat dit als onhandig moet worden afgedaan of op vergissingen berust, is alleen gezien het aantal voorvallen al onaannemelijk. Het beeld dat uit het dossier oprijst is dat van een schooldirecteur die bij gebrek aan een effectief systeem van (collegiaal) toezicht vrijelijk over significante geldsommen kon beschikken, tegen welke verleiding hij zich niet bestand heeft getoond. Dat valt om velerlei redenen te betreuren, niet in de laatste plaats omdat [verzoeker] capaciteiten als schoolbestuurder verder door niemand ooit in twijfel zijn getrokken.
4.6.
Op grond van het bovenstaande zal het verzoek van [verzoeker] worden afgewezen.
4.7.
[verzoeker] zal als de in zijn verzoek het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Innovo tot de datum van dit vonnis begroot op € 600,00 aan salaris gemachtigde.
4.8.
Op grond van dezelfde overwegingen zal de door Innovo verzochte verklaring voor recht ter zake van de dringende reden gegeven worden.
4.9.
De omvang van de door Innovo gevorderde gefixeerde schadevergoeding ex art. 7:677 lid 2 en 3 sub a BW is door haar met de nagekomen productie 17 nader toegelicht en daarna niet meer door [verzoeker] betwist. Deze zal derhalve worden toegewezen, zodat bij een separate verklaring voor recht op dit punt geen belang meer bestaat.
4.10.
[verzoeker] zal als de in het verzoek van Innovo in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Innovo tot de datum van dit vonnis begroot op € 721,00 bestaand uit € 600,00 aan salaris gemachtigde en € 121,00 aan griffierecht.
4.11.
De gevorderde nakosten zullen op de hierna in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen.
beslissing

5

De kantonrechter

in het verzoek van [verzoeker]

5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Innovo tot de datum van dit vonnis begroot op € 600,00;
5.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in het verzoek van Innovo

5.4.
verklaart voor recht dat [verzoeker] Innovo een dringende reden voor ontslag op staande voet heeft gegeven;
5.5.
veroordeelt [verzoeker] om aan Innovo € 11.487,59 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 april 2019 tot aan de dag van voldoening;
5.6.
veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Innovo tot de datum van dit vonnis begroot op € 721,00;
5.7.
veroordeelt [verzoeker] onder de voorwaarde dat hij niet binnen twee weken na aanschrijving door Innovo volledig aan de beslissingen onder 5.5. en 5.6. voldoet, tot betaling van de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op € 100,00 aan salaris gemachtigde;
5.8.
verklaart de beslissingen onder 5.5. en 5.6. en 5.7. uitvoerbaar bij voorraad;
5.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers en is in het openbaar uitgesproken. RK