Uitspraak ECLI:NL:RBLIM:2019:5263

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 06-06-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Limburg op 06-06-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBLIM:2019:5263, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 03/659045-18


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659045-18

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 juni 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,wonende te [adresgegevens verdachte] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. R.D. Maessen en mr. S.F.J. Bergmans, beiden advocaat kantoorhoudende te Sittard.

ECLI:NL:RBLIM:2019:5263:DOC
nl

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659045-18

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 juni 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,wonende te [adresgegevens verdachte] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. R.D. Maessen en mr. S.F.J. Bergmans, beiden advocaat kantoorhoudende te Sittard.

1

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 mei 2019. De verdachte en zijn raadslieden zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Op 23 mei 2019 is het onderzoek op de zitting formeel gesloten.
De zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de strafzaken tegen de medeverdachten:

-

[medeverdachte 1] met de parketnummers 03/659401-17 en 03/661028-19;

[medeverdachte 2] met parketnummer 03/659400-17;

[medeverdachte 3] met parketnummer 03/659407-17;

[medeverdachte 4] met parketnummer 03/659046-18;

[medeverdachte 5] met parketnummer 03/702540-18.

2

Ter terechtzitting van 29 juni 2018 heeft de rechtbank de vordering nadere omschrijving tenlastelegging van de officier van justitie toegewezen. Deze nader omschreven tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
feit 1:

feit 2:

overwegingen

3

3.1
Een korte inleiding

Op 22 november 2017 deed de politie een inval in een loods op het adres [adres] te Velden. Hierbij werd een in werking zijnde inrichting voor de productie van BMK en amfetamine aangetroffen. In deze loods waren drie personen aanwezig. Een van deze personen lukte het om aan de politie te ontkomen. De twee anderen werden op heterdaad aangehouden. Uiteindelijk heeft de officier van justitie zes personen vervolgd voor de strafrechtelijke betrokkenheid bij dit zogenoemde drugslaboratorium, onder wie de verdachte.
3.2
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij vooral op de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] over de rol van de verdachte. Deze medeverdachte noemt de verdachte als een van de hoofdpersonen en omschrijft daarbij de werkwijze en de verhouding tussen de betrokkenen die deze typering in de ogen van de officier van justitie rechtvaardigt.
Ter ondersteuning van de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] heeft de officier van justitie gewezen op:

Alles in elkaars verband bezien is er voldoende bewijs voor beide feiten, aldus de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 42 maanden met aftrek van voorarrest.

-

de relatie tussen de verdachte enerzijds en de Peugeot Partner en Peugeot Expert anderzijds, welke bestelauto’s bij en/of in de directe omgeving van het adres [adres] zijn gezien;

de relatie tussen de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] , geboren op [geboortegegevens medeverdachte 3] .

3.3
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de verdachte van beide feiten vrij te spreken. Hiertoe heeft zij onder meer aangevoerd dat:
-

aan de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] geen bewijswaarde toekomt en deze dan ook niet voor het bewijs dienen te worden gebezigd, nu zij inhoudelijk tegenstrijdig en inconsistent zijn en omdat zij op onderdelen feitelijk en aantoonbaar onjuist zijn;

de overige inhoud van het dossier tekort schiet voor een bewezenverklaring.

3.4
Het oordeel van de rechtbank

Op grond van het dossier stelt de rechtbank vast dat in de avond van 22 november 2017 in een loods op het perceel [adres] te Velden een in werking zijnde inrichting is aangetroffen bestemd voor de vervaardiging van BMK, alsmede voor de vervaardiging van amfetamine uit BMK met de Leuckartmethode.
In deze loods zijn onder meer de volgende stoffen aangetroffen: BMK, amfetamine, ‑formylamfetamine, methanol, mierenzuur, fosforzuur, formamide, zwavelzuur, caustic soda en amfetaminesulfaat. De rechtbank stelt vast dat dit allemaal stoffen zijn die voor de productie van BMK en amfetamine noodzakelijk zijn.

Op diezelfde avond zijn twee verdachten aangehouden, te weten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , geboren op 2 september 1972. Een week later is een derde verdachte, [medeverdachte 3] , geboren op [geboortegegevens medeverdachte 3] , aangehouden.

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft in de loop van het onderzoek, na zich aanvankelijk te hebben beroepen op zijn zwijgrecht, diverse verklaringen afgelegd. Hoewel deze verklaringen niet alle even consistent zijn en op onderdelen innerlijk tegenstrijdig, komt er een beeld uit naar voren van verschillende personen die bij de opbouw en exploitatie van het drugslaboratorium betrokken zouden zijn.

In zijn verklaringen noemt [medeverdachte 1] de verdachte als een van de betrokkenen. Zo zou de verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 4] :

Met andere woorden, volgens medeverdachte [medeverdachte 1] was de verdachte een van de initiatiefnemers en leiders.

De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat zij de verklaringen van [medeverdachte 1] cruciaal acht voor het bewijs van de tenlastegelegde feiten. De verdediging heeft aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is voor een bewezenverklaring, omdat de verklaringen van [medeverdachte 1] niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt en het overige bewijs onvoldoende is.

De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van beide tenlastegelegde feiten. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

Hoewel [medeverdachte 1] uitgebreid heeft verklaard over de rol van de verdachte, vindt de rechtbank in het dossier geen, althans onvoldoende, steunbewijs om tot een bewezenverklaring te komen. Weliswaar zou kunnen worden verdedigd dat de verklaringen van [medeverdachte 1] op enkele (ondergeschikte) punten steun vinden in andere bewijsmiddelen, maar niet op de essentiële onderdelen die zouden moeten duiden op de betrokkenheid van de verdachte bij het aangetroffen amfetaminelaboratorium:

Het enkele feit dat de verdachte medeverdachte [medeverdachte 3] , geboren op [geboortegegevens medeverdachte 3] , kent levert geen bewijs op. Hetzelfde geldt voor het gegeven dat de verdachte een keer als bestuurder is gezien van de, bij het drugslaboratorium betrokken, Peugeot Partner, een bestelauto die kennelijk door verschillende mensen is gebruikt.

Al met al is er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende overtuigend bewijs voor een bewezenverklaring.

-

de loods van [medeverdachte 1] hebben gehuurd;

aan [medeverdachte 1] hebben aangegeven wat er aan de loods verbouwd moest worden en deze verbouwing hebben gefinancierd;

de in de loods aangetroffen goederen hebben besteld en betaald;

de beslissingen hebben genomen ten aanzien van het drugslaboratorium.

-

Hoewel de verdachte volgens [medeverdachte 1] vele malen in en bij de loods op het adres [adres] te Velden is geweest, zijn van hem ter plaatse geen sporen aangetroffen: geen DNA-materiaal en evenmin vingerafdrukken.

Hoewel er tijdens het onderzoek diverse keren is geobserveerd, is de verdachte nooit op het adres [adres] te Velden gezien.

Andere betrokkenen hebben niet verklaard over de betrokkenheid van de verdachte.

Er is geen (ander) technisch bewijs (zoals de resultaten uit telefoontaps of uitgelezen telefoons) waaruit enige betrokkenheid van de verdachte blijkt.

beslissing

4

De rechtbank:
Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.M.M. Gijselaers, voorzitter, mr. R. Verkijk en mr. G.L.A.M. van Doveren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Goevaerts, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 juni 2019.

Buiten staat

Mr. R. Verkijk en mr. G.L.A.M. van Doveren zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat

feit 1

hij in of omstreeks de periode van 19 oktober 2017 tot en met 22 november 2017 te [adres] , gemeente Venlo, in elk geval binnen het arrondissement Limburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervaardigd en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of aanwezig heeft gehad een hoeveelheid amfetamine, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 2

hij in of omstreeks de periode van 19 oktober 2017 tot en met 22 november 2017 te [adres] , gemeente Venlo, in elk geval binnen het arrondissement Limburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) hoeveelheid/ hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of amfetamine (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,
zich of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen tot dat feit / die feiten heeft trachten te verschaffen door in/binnen voornoemde periode een hoeveelheid BMK te produceren,

EN/OF,

een aantal voorwerpen en/of stoffen voorhanden heeft gehad, (waaronder ondermeer)-circa 25 liter BMK op een sterk waterige vloeistof, en/of-circa 150 liter BMK, en/of-circa 325 liter amfetamine in methanol, en/of -circa 150 liter BMK en N-formylamfetamine in zwak zure vloeistof, en/of-circa 330 liter BMK en een lage concentratie N-formylamfetamine in een zwak zure vloeistof, en/of-circa 120 liter BMK, en/of-circa 120 liter N-formylamfetamine, en/of-circa 825 kilogram brokken vermoedelijk zout van BMK-glycidezuur, en/of-circa 4 liter metanol, en/of-circa 380 liter mierenzuur, en/of-circa 80 liter methanol, en/of-circa 60 liter N-formylamfetamine, en/of-circa 1040 liter fosforzuur, en/of-circa 200 liter formamide, en/of-circa 10 liter (verdund) zwavelzuur, en/of-circa 835 kilogram caustic soda, en/of-circa 15 liter amfetamine in zwak alkalische waterige vloeistof,
waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die goederen bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en).