Uitspraak ECLI:NL:RBLIM:2019:1242

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 12-02-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Limburg op 11-02-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBLIM:2019:1242, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 03/659355-16


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659355-16

Tegenspraak (gemachtigde raadsman)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 februari 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
De verdachte wordt bijgestaan door mr. Y. Quint, advocaat kantoorhoudende te Eindhoven.

ECLI:NL:RBLIM:2019:1242:DOC
nl

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659355-16

Tegenspraak (gemachtigde raadsman)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 februari 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
De verdachte wordt bijgestaan door mr. Y. Quint, advocaat kantoorhoudende te Eindhoven.

1

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 januari 2019. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
De zaak is gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de strafzaak tegen [medeverdachte 1] met parketnummer 03/659354-16 en [medeverdachte 2] met parketnummer 03/659356-16.

Namens de benadeelde partij, een persoon onder nummer 742990, is als gemachtigde verschenen [gemachtigde] . De vordering van de benadeelde partij is behandeld en toegelicht door de gemachtigde.

2

Ter terechtzitting van 28 januari 2019 heeft de rechtbank de vordering nadere omschrijving tenlastelegging van de officier van justitie toegewezen. Deze tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
feit 1:

feit 2:

feit 3:

overwegingen

3

3.1
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de feiten 1 primair, 2 en 3 bewezen in die zin dat de verdachte de diefstal met bedreiging met geweld en het aanwezig hebben van hennep heeft gepleegd tezamen en in vereniging met de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en dat hij de bedreiging heeft gepleegd tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte 1] .
Hiertoe heeft zij verwezen naar:

Verder heeft de officier van justitie naar voren gebracht dat de onder 1 tenlastegelegde diefstal met geweld een voortdurend delict betreft: ‘vanaf de ripdeal tot en met het schieten op verbalisant 742990’ en dat het meest aannemelijke scenario is dat de verdachte het wapen in de auto heeft gegeven aan [medeverdachte 1] .

-

de verklaringen van [medeverdachte 2] en [naam] , alsmede de bevindingen van de verbalisanten, welke bewijsmiddelen elkaar onderling steunen;

de verklaring van de verdachte, met dien verstande dat hij zijn rol tijdens de diefstal met geweld/ripdeal verwisselt met die van [medeverdachte 1] ;

het aantreffen van een knalpatroon in de vluchtauto en een knalpatroon op de weg (op een van de plaatsen delict) en de uitkomst van het technisch onderzoek waaruit blijkt dat deze patronen uit hetzelfde wapen afkomstig zijn;

het aantreffen van de hennep in de vluchtauto.

3.2
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van de feiten 1 primair, 1 subsidiair en 2. Ten aanzien van een bewezenverklaring van feit 3 heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Ter onderbouwing van het standpunt van de verdediging met betrekking tot de feiten 1 en 2 heeft de raadsman het volgende aangevoerd.

Ten aanzien van feit 1

Behalve de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] is er geen bewijs dat erop duidt dat er een ripdeal heeft plaatsgevonden waarvan [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] het slachtoffer zouden zijn geworden. In de eerste plaats is er geen aangifte gedaan van een beroving. In de tweede plaats heeft de vrouw van [medeverdachte 3] niets gehoord over een ripdeal. In de derde plaats heeft de verbalisant onder nummer 742990 geen vuurwapen gezien bij de verdachte. In de vierde plaats kan de verklaring van de verdachte waarin hij heeft aangegeven dat [medeverdachte 1] bij de ripdeal aanwezig is geweest en erover heeft verteld, niet voor het bewijs worden gebruikt, nu deze verklaring aantoonbaar onjuist is. En tot slot heeft [medeverdachte 2] verklaard dat de slachtoffers van de beweerde beroving rustig waren en heeft ook de politie later die dag geen paniek waargenomen bij [medeverdachte 3] , terwijl dit wel in de lijn der verwachting zou hebben gelegen na een beroving.
Kortom, er is één bron op grond waarvan een bewezenverklaring van feit 1 primair of subsidiair gebaseerd zou kunnen worden, te weten de verklaring van [medeverdachte 2] , terwijl deze verklaring op onderdelen aantoonbaar onjuist en ongeloofwaardig is.

Ten aanzien van feit 2

Er zijn geen objectieve bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de verdachte vanuit de auto met een wapen heeft gedreigd. Evenmin heeft hij de bedreiging met een ander medegepleegd. Niet blijkt immers dat hij tijdens de vlucht in de auto een wapen aan een ander heeft gegeven. Daarnaast verschillen de verklaringen over wat de verdachte in de auto zou hebben gezegd zodanig dat daaraan geen conclusies verbonden kunnen worden. Er kan dan ook niet worden vastgesteld dat de verdachte aan een ander orders heeft gegeven om te schieten.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
_9fd25abd-2375-4cab-876a-10a4622d8cb5

3.3.1
De bewijsmiddelen (1)

Op 25 september 2016 waren verschillende verbalisanten, onder wie verbalisant [verbalisant] en een verbalisant bekend onder nummer 742990, belast met een overlast gerelateerde projectdienst voor de eenheid Limburg, basisteam Venlo-Beesel.
In dit kader heeft verbalisant [verbalisant] onder meer gerelateerd:Op 25 september 2016, omstreeks 12:30 uur, vatte ik vanaf de kruising van de [straatnaam 1] met het [straatnaam 2] post op een personenauto van het merk Volkswagen, type Golf, zwart van kleur en voorzien van het Belgische kenteken [kenteken] . Ik zag dat deze personenauto stond geparkeerd op een oprit van een woning aan de [straatnaam 3] , vermoedelijk huisnummer [X] . Ik zag dat de voorzijde van de Volkswagen Golf wees in de richting van de [straatnaam 3] . Ik had direct zicht op de bijrijderszijde en een gedeelte van de voorzijde van voornoemde personenauto. Ik zag dat er geen personen in de auto zaten.Op enig moment zag ik dat een man vanuit de tuin / oprit van voornoemde woning naar de bestuurderszijde van de Volkswagen Golf rende. Ik zag dat deze man een zilverkleurige grote tas in zijn handen had en deze tas vervolgens in de Volkswagen Golf legde. Ik zag dat de man vervolgens terug rende naar de tuin van de woning alwaar de Volkswagen Golf geparkeerd stond. Een aantal seconden daarna zag ik opnieuw een man vanuit de tuin / oprit van voornoemde woning naar de bestuurderszijde van de Volkswagen Golf rennen. Ik zag dat deze man eenzelfde zilverkleurige grote tas in zijn handen had en deze tas in de Volkswagen Golf legde. Ik zag dat deze man vervolgens terug rende naar de tuin van de woning alwaar de Volkswagen Golf geparkeerd stond. Voorts zag ik dat twee personen in de Volkswagen Golf stapten en met hoge snelheid wegreden naar de [straatnaam 4] .Ik zag dat collega 742990 direct achter de Volkswagen Golf aan reed. Ik reed vervolgens achter 742990 aan. Op het moment dat ik voornoemde woning voorbij reed, zag ik dat er twee personen met versnelde pas vanaf de oprit van de woning richting de [straatnaam 1] liepen. Het waren twee blanke mannen van ongeveer 50 jaar oud.
De verbalisant onder nummer 742990 heeft onder meer gerelateerd:Op 25 september 2016, omstreeks 12:30 uur, hoorde ik dat collega [verbalisant] mij portofonisch mededeelde: ‘De Golf staat nu op de [straatnaam 3] . Hij staat achteruit ingeparkeerd op de oprit van een woning.’Direct daarop parkeerde ik mijn onopvallend dienstvoertuig op het [straatnaam 2] met zicht op de betreffende Volkswagen Golf, voorzien van het Belgische kenteken [kenteken] . Ik had zicht op de bijrijderszijde van de Volkswagen Golf. Ik zag dat collega [verbalisant] recht tegenover mij stond op de kruising [straatnaam 2] met de [straatnaam 1] .Vanuit mijn positie zag ik vervolgens dat er een man vanuit de tuin / binnenplaats, alwaar de Volkswagen Golf stond geparkeerd, naar de Volkswagen Golf rende. Ik zag dat deze man grote grijze / zilveren pakketten in zijn handen had. Ik zag dat deze man de pakketten snel, met een gooiende beweging, in de Volkswagen Golf plaatste. Vervolgens zag ik dat er nog een man vanuit eerder genoemde tuin of binnenplaats naar de Volkswagen Golf rende. Ik zag dat beide mannen vervolgens haastig in de Volkswagen Golf stapten en met hoge snelheid wegreden vanaf de oprit. Die eerste man stapte als bestuurder in. De tweede man stapte als bijrijder in, rechtsvoor. Ik zag dat de Volkswagen Golf met hoge snelheid vanuit de [straatnaam 3] via de [straatnaam 11] de [straatnaam 1] op reed in de richting van de [straatnaam 4] . Vervolgens ben ik achter de Volkswagen Golf aangereden. Op de hoek van de [straatnaam 5] met de [straatnaam 4] zag ik dat de Volkswagen Golf rechtsaf reed en vervolgens op de [straatnaam 5] abrupt tot stilstand kwam. Direct hierna zag ik twee mannen die vanuit de richting van de aldaar gelegen snackbar naar de Volkswagen Golf renden. Ik zag dat deze mannen haastig achterin de Volkswagen Golf stapten. Nadat de mannen waren ingestapt zag ik dat de Volkswagen Golf zijn weg vervolgde over de [straatnaam 5] .Nadat de Volkswagen Golf de kruising van de [straatnaam 6] met de [straatnaam 7] was gepasseerd zag ik dat de remlichten van de Volkswagen Golf oplichtten. Ik zag dat de Volkswagen Golf zijn snelheid enorm minderde en stapvoets voor mij bleef rijden. Er waren geen aanwijzingen in het verkeer die aanleiding gaven om de snelheid dusdanig te minderen.Direct hierna zag ik dat aan de bijrijderszijde een hand naar buiten stak. Die hand zag ik ter hoogte van de achterzijde van die auto. Het leek erop dat die hand van rechtsachter uit de Volkswagen stak. Ik zag dat deze hand een voorwerp vast had. Ik zag vervolgens dat zowel de hand als het voorwerp in mijn richting wees. Ik zag dat er een aantal malen een trekkende beweging werd gemaakt, terwijl de inzittende het voorwerp in zijn hand hield. Vervolgens zag ik dat het voertuig wederom met hoge snelheid wegreed. Tegelijkertijd zag ik dat de eerder genoemde trekkende bewegingen bleven doorgaan. Ik herkende op dat moment dergelijke bewegingen als bewegingen die gemaakt worden bij het gebruik van een handvuurwapen. Ik zag dat zowel de hand als het voorwerp na iedere trekkende beweging licht omhoog sloeg en vervolgens weer in mijn richting wees. Ik herkende dit als zijnde de terugslag en het opwaarts kantelen van de loop van een handvuurwapen. Ik zag dat voornoemde schietbeweging zich meer dan tweemaal herhaalde. Ik heb ongeveer tien van deze trekkende bewegingen zien maken. Dit was tussen de kruising van de [straatnaam 6] met de [straatnaam 8] en het NS-station van Blerick. Op dat moment schrok ik. Ik bleef voor mijn eigen veiligheid afstand houden.Daaropvolgend heb ik meer afstand genomen van de Volkswagen Golf die op dat moment met hoge snelheid op de [straatnaam 6] op mij uitliep.Op het moment dat ik in de bocht reed van de oprit A73 zag ik dat de Volkswagen Golf de bocht nagenoeg was uitgereden. Door de bochtvorming werd de absolute afstand tussen mij en de Volkswagen Golf kleiner, te weten ongeveer 50 meter. Ik zag dat het achterste raam aan de bijrijderszijde van de Volkswagen Golf open stond. Voorts zag ik dat er een hand uit dit raam stak. Ik zag dat deze hand een op een handvuurwapen gelijkend voorwerp vasthield en de loop van dit voorwerp in mijn richting wees. Ik zag dat de loop van dit voorwerp vervolgens nauwkeurig werd bijgesteld in mijn richting. Ik zag dat de hand vervolgens meerdere schietbewegingen maakte zoals eerder beschreven. Ik hoorde op dat moment bij iedere schietbeweging een doffe knal. Ik herkende het geluid van de doffe knallen als het geluid van een schot uit een vuurwapen. Uit angst voor mijn eigen veiligheid ben ik daarop met mijn hoofd achter het stuur van mijn dienstvoertuig gezakt. De eerder genoemde doffe knallen hoorde ik op dat moment zeker drie keer.De Volkswagen Golf reed hard weg over de A73. Op gepaste afstand trachtte ik de Volkswagen Golf te volgen. Ik zag dat de Volkswagen Golf de afslag Sevenum passeerde en nog verder op mij uitliep. Daarna ben ik de Volkswagen Golf uit het zicht verloren.
Uit het Proces-verbaal van de Rijksrecherche blijkt dat er vervolgens een achtervolging ontstond met meerdere politievoertuigen. Deze achtervolging eindigde uiteindelijk op de [straatnaam 9] te Weert waar de Volkswagen Golf tot stilstand kwam.

De inzittenden van de Volkswagen Golf werden op 25 september 2016 aangehouden. Dit waren:

Op 25 september 2016 is de Volkswagen Golf met het Belgische kenteken [kenteken] inbeslaggenomen. Op 27 september 2016 is een onderzoek ingesteld in deze personenauto. Tijdens dit onderzoek werd een hoeveelheid vermoedelijk verdovende middelen aangetroffen die werd veiliggesteld en inbeslaggenomen voor nader onderzoek. De partij bestond uit drie zilveren sealbags met gripzakken:

De plantdelen, waaraan de hars niet was onttrokken, werden door de verbalisanten herkend als materiaal van het geslacht Cannabis, beter bekend als hennep. De MMC Cannabis-test gaf een reactie, indicatief voor THC, zijnde de werkzame stof in hennep.Iedere gripzak bevatte één kilogram henneptoppen.
Door verschillende onderzoekers van het bureau Forensische Opsporing werd een sporenonderzoek ingesteld.

Tijdens een sporenonderzoek, waarbij onder andere een speurhond explosieven werd ingezet, werd een verschoten huls 9mm aangetroffen met bodemstempel p.a. knall 9mm g.f.l. (AAJJ9914NL). Deze verschoten huls werd voor nader onderzoek verstuurd naar het NFI (Nederlands Forensisch Instituut).Deze huls is verschoten met een vuurwapen, vermoedelijk met een semiautomatisch werkend gas/alarmpistool.Deze huls had voor het verschieten een knallading.
Op de achterbank van de Volkswagen Golf [kenteken] werd een verschoten huls aangetroffen die op 26 september 2016 ter beschikking werd gesteld aan forensische opsporing Limburg voor nader onderzoek (AAKV9931NL). Deze huls heeft bodemstempel 9mm p.a. knall RWS. Deze verschoten huls werd voor nader onderzoek verstuurd naar het NFI.Deze huls is verschoten met een vuurwapen, vermoedelijk met een semiautomatisch werkend gas/alarmpistool.Deze huls had voor het verschieten een knallading.
Door het NFI is vergelijkend hulsonderzoek gedaan naar voornoemde hulzen (AAJJ9914NL en AAKV9931NL). Het NFI heeft geconcludeerd dat de bevindingen van het onderzoek waarschijnlijker zijn wanneer de hulzen zijn verschoten met één en hetzelfde vuurwapen dan wanneer de hulzen zijn verschoten met twee vuurwapens van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken.

[medeverdachte 2] heeft tegenover de politie onder meer het volgende verklaard:Op 25 september 2016 kreeg ik omstreeks 09:00 uur / 09:30 uur een sms’je van [bijnaam verdachte] . [bijnaam verdachte] wilde mij per se spreken en zien. Ik reed met mijn neef [naam] naar McDonald’s in Weert. Wij waren daar in de ochtend. Ik zag dat [bijnaam verdachte] samen met een vriend van hem, genaamd [bijnaam medeverdachte 1] , ook de McDonald’s binnen liep. [naam] en ik moesten in de auto stappen. Dit was een zwarte Volkswagen Golf. We moesten iets gaan ophalen bij twee Hollanders. Op een gegeven moment kwamen we aan in Venlo of Eindhoven en daar zijn we even gestopt en werden [naam] en [bijnaam medeverdachte 1] door [bijnaam verdachte] afgezet. [bijnaam verdachte] zei dat wij even met die mensen gingen praten. Ik en [bijnaam verdachte] reden naar een woning om te praten met twee oudere Nederlandse mannen. Ik was in de woning van die oudere mensen en op een gegeven moment werden er grote zilveren zakken met wiet gepakt. Vervolgens moesten wij naar de Albert Heijn of Delhaize om folie, plastic zakken, te gaan halen. Nadat wij de folie hadden opgehaald, reden ik en [bijnaam verdachte] terug naar de woning van die oudere mensen.Terug in de woning van die Hollanders moest ik van [bijnaam verdachte] een soort envelop geven aan de Hollanders. Deze envelop kreeg ik van [bijnaam verdachte] in de auto en hij zei dat ik de envelop af moest geven. Ik zag op de envelop getallen en een euroteken staan. Ik overhandigde de envelop aan een van die Nederlanders. Ik dacht dat wij betaalden voor de wiet die ik eerder in die woning had gezien.Toen ik de envelop wilde geven aan een van de Hollanders, zag ik dat [bijnaam verdachte] in de woning opeens een geweer had. Met het pistool was hij heel dreigend naar die twee Hollanders. Hij heeft met dat wapen in de richting van die mannen gewezen. Eigenlijk ontstond er meteen een rip deal. Nadat het wapen was getrokken werden er dingen ingeladen in de auto. Ook heb ik een koelkastje in de vorm van een kluisje in de auto gezet, in de kofferbak. Dit lag in een heel klein kamertje bij het terrasje.Vervolgens reden we weg. We reden naar links en haalden [bijnaam medeverdachte 1] en [naam] op en toen plankgas. Ik zat voor aan de rechterzijde. [bijnaam verdachte] reed in de Volkswagen Golf. [bijnaam medeverdachte 1] zat rechts achter en [naam] zat links, achter [bijnaam verdachte] .Er was een persoon de hele tijd achter ons aan het rijden. Op een gegeven moment zei [bijnaam verdachte] : ‘Schiet met het geweer.’ En die jongen achter mij begon te schieten uit het raam. Die zat rechts achter mij. Het raam was opengedaan en hij zat te schieten. Toen waren de politieagenten gekomen. Ik zag dat de persoon die achter mij zat, dat was [bijnaam medeverdachte 1] , uit het raam begon te schieten in de richting van die auto. Ik hoorde schieten en kogels.
[naam] heeft tegenover de politie onder meer verklaard:U mag mij [naam] noemen.In de ochtend op zondag (de rechtbank begrijpt: 25 september 2016) werd ik door [medeverdachte 2] gewekt. [medeverdachte 2] vroeg me of ik mee naar Weert ging. Ik moest hem daar afzetten. Hij moest in Weert iemand spreken. Hij had me nodig om hem weg te brengen. [medeverdachte 2] en ik zijn in mijn auto naar Weert gereden. We zijn naar de McDonald’s in Weert, eigenlijk Nederweert, gegaan. Toen wij daar binnen waren kwam er een jongen aan. Ik weet wel dat hij een bijnaam heeft. Dat is [bijnaam verdachte] . Ik heb hen (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2] en [bijnaam verdachte] ) gevraagd wat nu eigenlijk de bedoeling was. Zij reageerden dat ze ergens wiet gingen halen om te roken.Ik zag dat [medeverdachte 2] in de Volkswagen Golf stapte en riep tegen mij dat ik mee moest gaan. Ik ben hierop ingestapt in de auto. Ik zat linksachter in de auto. De bestuurder van de Volkswagen Golf was [bijnaam verdachte] . [medeverdachte 2] zat op de bijrijdersstoel. Een vierde persoon zat naast mij, achterin. Hij zat dus rechts achter.Op een gegeven moment moesten ik en degene die naast mij zat achterin uitstappen. Er werd mij gezegd door [bijnaam verdachte] dat ik ook uit moest stappen en dat ze zo terugkwamen.Op een gegeven moment kwamen ze weer aan rijden. Ik zag dat [bijnaam verdachte] achter het stuur zat en zeer gehaast reageerde. Ik zag dat hij met hoge snelheid kwam aanrijden. Hij, [bijnaam verdachte] , schreeuwde tegen ons dat we snel in moesten stappen. Ik heb dit dan ook gedaan. Ik zag dat we met hoge snelheid wegreden. Ik zag dat er in de auto verschillende zakken lagen. Dit waren zilverkleurige zakken. Een van die zakken was doorzichtig en ik zag dat deze vol zat met wiet. Ik herkende de wiet. Ik rook het. [bijnaam verdachte] reed echt heel erg gevaarlijk. Toen we onderweg waren zag ik nog een opvallende politieauto rijden. Niet lang daarna hoorde ik [bijnaam verdachte] roepen dat een opvallende politiewagen achter ons aan reed. Ik zag en voelde daarna dat [bijnaam verdachte] nog harder ging rijden.Op een gegeven moment hoorde ik dat [bijnaam verdachte] naar de jongen die naast me zat riep dat hij ‘ze’ bang moest maken. Ik zag dat die jongen die naast me zat met een geweer zwaaide uit de auto. Ik herkende dit als een wapen. Ik kan u zeggen dat dit geen echt wapen was. Ik hoorde dat [bijnaam verdachte] zei dat het toch geen echte was. Het was een pistool. Het was een kort handwapen. Ik hoorde aan het geluid dat het geen echte was.Op een gegeven moment is [bijnaam verdachte] de macht over het stuur verloren. Toen kwam de Volkswagen Golf tot stilstand.
[verdachte] heeft verklaard dat zijn bijnaam ‘ [bijnaam verdachte] ’ is. De bijnaam van [medeverdachte 1] (opmerking rechtbank: [medeverdachte 1] ) is ‘ [bijnaam medeverdachte 1] ’.

- [medeverdachte 1] op de [straatnaam 9] te Weert;- [medeverdachte 2] op de [straatnaam 9] te Weert;- [verdachte] op de [straatnaam 9] te Weert;- [naam] op de [straatnaam 10] te Weert.
- Plaats delict: Oprit [straatnaam 6] -A73 Blerick:
- Plaats delict: Weert, [straatnaam 9] :
-

henneptoppen, verpakt in twee aparte plastic gripzakken (SIN AAIK7078NL);

henneptoppen, verpakt in twee aparte plastic gripzakken (SIN AAGM9598NL);

henneptoppen, verpakt in één aparte plastic gripzak (SIN AAGM9596NL).

3.3.2
De bewijsoverwegingen (1)

Ten aanzien van feit 1

Op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 2] en [verdachte] twee oudere Nederlandse mannen in een woning gelegen aan de [straatnaam 3] te Venlo hebben beroofd van vijf kilogram hennep. Daarbij hebben zij ook een koelkastje in de vorm van een kluisje meegenomen. Bij deze beroving heeft [verdachte] dreigend een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gericht op de twee Nederlandse mannen, waarna [medeverdachte 2] en [verdachte] beiden diverse goederen - in ieder geval drie zakken hennep en een koelkastje - in de auto hebben geladen en met de auto op de vlucht zijn geslagen.
De vraag is of de verdachte en [medeverdachte 2] deze diefstal met bedreiging met geweld tezamen en in vereniging met elkaar hebben gepleegd.

In dit verband stelt de rechtbank voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Gelet op bovenvermelde bewijsoverweging oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering van de diefstal met bedreiging met geweld tegen de twee oudere Nederlandse mannen. Daarnaast stelt de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen vast dat tijdens de vlucht met de auto door medeverdachte [medeverdachte 1] met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, waarschijnlijk een semiautomatisch werkend gas/alarmpistool, is gericht en is geschoten in de richting van de auto van politieagent 742990. Dit deed de medeverdachte nadat de verdachte, die de auto bestuurde, hem had gezegd dat hij met het geweer moest schieten en/of ze bang moest maken én de verdachte hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld door fors snelheid te minderen met zijn auto.
Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat, hoewel er geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering - de verdachte heeft immers niet zelf met het wapen gedreigd - de bijdrage van de verdachte aan het tenlastegelegde van zodanig gewicht is dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. De voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] ten aanzien van deze bedreiging met geweld is dan ook komen vast te staan.

Ten aanzien van feit 2

Gelet op hetgeen hiervoor, in het kader van de onder 1 primair tenlastegelegde diefstal met bedreiging met geweld, is overwogen over het dreigen met geweld tegen de politieagent 742990, acht de rechtbank bewezen dat de verdachte de onder 2 tenlastegelegde bedreiging heeft medegepleegd. Hiervoor wordt verwezen naar de bewezenverklaring onder het kopje 3.4.
Ten aanzien van feit 3

Gelet op bovengenoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte de vijf kilogram hennep die hij had gestolen, samen met anderen, te weten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , opzettelijk heeft vervoerd.
3.3.3
De bewijsmiddelen (2)

De vraag die de rechtbank nu nog dient te beantwoorden is of er voldoende bewijs is dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] de twee oudere Nederlandse mannen zijn over wie [medeverdachte 2] heeft verklaard. Hieronder zullen enkele relevante bewijsmiddelen puntsgewijs worden opgesomd.
A. [medeverdachte 3] heeft onder meer verklaard:Ik woon in Venlo, [straatnaam 3] . Ik bevond mij op 25 september 2016 tussen 12:00 uur en 12:30 uur in mijn woning. Op die dag is in de ochtend mijn broer [medeverdachte 4] op bezoek geweest.
B.Verbalisant 742990 heeft gerelateerd dat hij met zekerheid kan verklaren dat de Volkswagen Golf met het Belgische kenteken [kenteken] op 25 september 2016 stond op de oprit van het adres [straatnaam 3] te Venlo.
C.In de kofferbak van de inbeslaggenomen Volkswagen Golf met het Belgische kenteken [kenteken] lag een ijskastje met het model van een kleine safe. Foto’s van dit ijskastje zijn getoond aan [medeverdachte 3] tijdens zijn verhoor door de politie op 4 oktober 2016. Hij herkende de koelkast / het ijskastje. Hij heeft hierover verklaard dat deze lag bij de poort van hun plaats; de poort van de woning.
D.De inbeslaggenomen drie sealbags en vijf gripzakken werden onderzocht op de aanwezigheid van dactyloscopische sporen. Het onderzoek werd verricht op de buitenzijde van de zilverkleurige sealbags en de plastic gripzakken. Op een van de zilveren sealbags (SIN AAGM9596NL) werden twee vingerafdrukken (SIN AAJJ9863NL) aangetroffen. Het dactyloscopisch onderzoek hiernaar heeft geleid tot de individualisatie van deze sporen op [medeverdachte 4] , geboren op [geboortegegevens medeverdachte 4] . Er is zowel een zeer grote mate van overeenkomst geconstateerd als de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen tussen het spoor en de afbeelding van de rechter ringvinger respectievelijk rechter middelvinger van [medeverdachte 4] voornoemd.Deze bevindingen liggen geheel in de lijn der verwachting wanneer het spoor van de donor (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 4] ) afkomstig is. De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon is verwaarloosbaar klein.
E.Op 25 september 2016 werd in de woning op het adres [straatnaam 3] te Venlo op het aanrecht in de keuken een iPhone aangetroffen (goednummer 848309). Er werd een onderzoek ingesteld naar de gegevens op deze iPhone. Uit de gegevens bleek dat:
-

de apple-ID was: ‘ [naam apple-ID] ’;

bij de WhatsApp-berichten stond dat de eigenaar ‘ [medeverdachte 3] ’ was;

op 25 september 2016 om 12.32.31 uur met dit toestel het alarmnummer 112 werd gebeld en dat dit contact vijf seconden lang was geweest;

zes minuten later met dit toestel werd gebeld naar het telefoonnummer [telefoonnummer] ;

op 25 september 2016 om 19.01.36 uur door telefoonnummer [telefoonnummer] werd ingebeld via WhatsApp. In dit bericht werd gevraagd: ‘Zwart golfke?’

3.3.4
De bewijsoverwegingen (2)

Naar aanleiding van de onder het vorige kopje opgesomde bewijsmiddelen overweegt de rechtbank dat:
Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, logischerwijs niet tot een andere conclusie leiden dan dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] de personen zijn die op de [straatnaam 3] te Venlo door [medeverdachte 2] en de verdachte van de hennep zijn beroofd.

Overigens wordt elk bewijsmiddel - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

-

verbalisant 742990 er zeker van is dat de Volkswagen Golf met het Belgische kenteken [kenteken] , in welke auto [medeverdachte 2] en de verdachte zijn gevlucht, stond op de oprit van de woning aan de [straatnaam 3] te Venlo;

[medeverdachte 3] woont op het adres [straatnaam 3] te Venlo en op de betreffende datum tussen 12:00 uur en 12:30 uur in zijn woning was;

[medeverdachte 4] in de ochtend van 25 september 2016 in de woning van [medeverdachte 3] op het adres [straatnaam 3] te Venlo is geweest;

op één van de zakken met henneptoppen die door [medeverdachte 2] en de verdachte zijn weggenomen twee vingerafdrukken van [medeverdachte 4] zijn aangetroffen;

het koelkastje, in de vorm van een safe, dat is aangetroffen in de kofferbak van de Volkswagen Golf met het Belgische kenteken [kenteken] , afkomstig is vanaf het perceel [straatnaam 3] te Venlo;

met de telefoon van [medeverdachte 3] om 12:32 uur, dus direct na de beroving, vijf seconden lang is gebeld met het alarmnummer 112, terwijl dit een logische actie is na een beroving;

met de telefoon van [medeverdachte 3] omstreeks 12:38 uur is gebeld met telefoonnummer [telefoonnummer] en dat om 19:01 uur met dit nummer is ingebeld via WhatsApp en dat in dit bericht is gevraagd: ‘Zwart golfke?’, hetgeen overeenkomt met de auto waarin [medeverdachte 2] en de verdachte zijn gevlucht;

twee blanke mannen van, op zijn minst, middelbare leeftijd tijdens dan wel na het wegrijden van de Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken] met versnelde pas vanaf de oprit van de woning liepen, terwijl [medeverdachte 4] destijds 46 jaar oud was en [medeverdachte 3] 59 jaar oud.

3.3.5
De bespreking van enkele standpunten van de verdediging en/of de officier van justitie

De verdediging heeft aangevoerd dat er behalve de verklaring van [medeverdachte 2] geen bewijs is dat er een ripdeal heeft plaatsgevonden waarvan [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] het slachtoffer zouden zijn geworden. Daarnaast heeft de verdediging aangevoerd dat de verklaring van [medeverdachte 2] ongeloofwaardig is.
Naar aanleiding hiervan overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank acht de eerste verklaring van [medeverdachte 2] , de verklaring die hij op 1 oktober 2016 heeft afgelegd, geloofwaardig. Deze verklaring is authentiek en vindt op belangrijke onderdelen steun in de bevindingen van de verbalisanten 742990 en [verbalisant] , de verklaring van [naam] en het aantreffen van de hennep en het koelkastje in de vorm van een kluis/safe in de Volkswagen Golf waarmee de verdachten op de vlucht zijn geslagen. Het feit dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] geen aangifte hebben gedaan van de beroving doet hieraan niet af. Het niet doen van aangifte door de broers [medeverdachten 3 en 4] is goed te verklaren. Zij hadden dan namelijk moeten toegeven dat zij zelf een misdrijf hadden gepleegd. Dat [medeverdachte 2] heeft verklaard dat de slachtoffers rustig bleven, maakt niet dat zijn verklaring ongeloofwaardig is.

Het standpunt van de verdediging dat de verklaring van [medeverdachte 2] aantoonbaar onjuist is, waar hij heeft verklaard over het parkeren van de auto in een garage, wordt niet door de rechtbank gedeeld. [medeverdachte 2] heeft dit verklaard op 1 oktober 2016 (p. 523). Tijdens zijn verhoor op 4 oktober 2016 heeft hij echter uitgelegd wat hij bedoelt met garage: ‘Dat was gewoon een poort. Die ging open. Die poort kon je opzij schuiven. Daar kon je gewoon in rijden. Dan kwam je meteen bij het terrasje. Dat was een terrasje met muren eromheen.’ (p. 528) Op grond hiervan kan dan ook niet worden aangenomen dat de verklaring van [medeverdachte 2] op dit punt aantoonbaar onjuist is.

De overige door de verdediging gevoerde bewijsverweren missen relevantie dan wel vinden hun weerlegging in de gebezigde bewijsmiddelen.

De officier van justitie heeft nog naar voren gebracht dat het meest aannemelijke scenario is dat de verdachte het wapen in de auto heeft doorgegeven aan medeverdachte Khach. Naar het oordeel van de rechtbank is voor dit scenario echter geen bewijs.

3.3.6
Conclusie

De rechtbank acht de feiten 1 primair, 2 en 3 bewezen, zoals hieronder weergegeven onder het kopje ‘De bewezenverklaring’.
3.4
De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
feit 1 primair

op 25 september 2016 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vijf kilogram hennep, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders, welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en een politieman, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s),
feit 2

op 25 september 2016 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een ander, een politieman heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte, tezamen en in vereniging met zijn mededader, opzettelijk dreigend met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de richting van een personenauto geschoten en gericht waarin voornoemd persoon reed;
feit 3

op 25 september 2016 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft vervoerd een hoeveelheid van ongeveer vijf kilogram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is tenlastegelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 4] gericht heeft en- met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de richting van een personenauto heeft geschoten en gericht waarin die politieman reed;
4

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
feit 1 primair

diefstal, vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
feit 2

medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, in eendaadse samenloop gepleegd met feit 1 primair;
feit 3

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6

6.1
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 58 maanden met aftrek van voorarrest.
Ter onderbouwing van haar eis heeft de officier van justitie enerzijds verwezen naar de strafvorderingsrichtlijnen van het openbaar ministerie voor een overval in een woning met als strafverzwarende omstandigheden het medeplegen en het dreigen met een vuurwapen. Anderzijds heeft zij gewezen op de oriëntatiepunten die de rechtbank hanteert in geval van een woningoverval.Verder heeft de officier van justitie bij haar eis betrokken de impact die de bedreiging heeft gehad op verbalisant 742990 en de strafvorderingsrichtlijnen van het openbaar ministerie met betrekking tot de aanwezigheid van hennep.Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn met vier maanden, heeft de officier van justitie strafvermindering van twee maanden toegepast.
Overigens heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat sprake is van eendaadse samenloop tussen de feiten 1 primair en 2.

6.2
Het standpunt van de verdediging

Hoewel de verdediging zich ten aanzien van de eventuele strafoplegging heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, heeft de raadsman aangevoerd dat de eis van de officier van justitie buitenproportioneel is en onbegrijpelijk in het licht van de rol van de verdachte en het tijdsverloop in deze zaak.
6.3
Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Op zondag 25 september 2016 heeft de verdachte zich met zijn mededader begeven naar de [straatnaam 3] in Venlo. Kennelijk had hij een afspraak om hennep te kopen. In plaats daarvan heeft hij een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getrokken en heeft hij samen met zijn mededader, onder bedreiging van dit wapen, vijf kilogram hennep gestolen. Vervolgens zijn beiden er in een auto met hoge snelheid vandoor gegaan, waarbij zij werden achtervolgd door een politieagent. Na onderweg nog kort te zijn gestopt om twee anderen te laten instappen, is de verdachte, met de politie op zijn hielen, op de vlucht geslagen. Hierbij heeft hij vele verkeersregels overtreden en daarmee herhaaldelijk gevaarlijke verkeerssituaties veroorzaakt om aan zijn achtervolger(s) te ontkomen.

Tijdens de vlucht heeft de verdachte tegen een van de inzittenden van de auto gezegd dat hij de achtervolger bang moest maken en dat hij moest schieten. Hierop heeft die inzittende verschillende keren met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gericht op en geschoten in de richting van de achtervolgende auto. Dit heeft een grote impact gehad op de politieagent die de achtervolgende auto bestuurde. Deze agent wist niet dat het geen echt vuurwapen was. Hij was ervan overtuigd dat er met een vuurwapen op hem werd geschoten en hij vreesde voor zijn leven. In de toelichting op zijn vordering tot schadevergoeding heeft de politieagent dan ook geschreven dat hij direct na het incident zeer emotioneel was en dat de tranen hem over de wangen rolden. Omdat de beelden van het voorval in de dagen erna voorbij bleven komen, voelde hij zich onrustig en alles behalve prettig. Door zijn chef is hij een week uit de dienst gehaald om tot rust te komen. Maanden na het incident was het voor de agent nog steeds moeilijk om het incident uit zijn hoofd te zetten. Voor zijn gevoel heeft hij de dood in de ogen gekeken.

De door de verdachte gepleegde feiten zijn ernstige misdrijven. De enige passende reactie hierop is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Met betrekking tot de strafmaat merkt de rechtbank het volgende op.

De officier van justitie heeft gewezen op de strafvorderingsrichtlijnen van het openbaar ministerie, alsmede op de oriëntatiepunten van de Rechtspraak met betrekking tot een woningoverval. De rechtbank is echter van oordeel dat de oriëntatiepunten voor een woningoverval niet zonder meer van toepassing zijn in geval van een ripdeal. De rechtbank acht voor alle feiten samen, waarbij zij betrekt dat de bedreiging van feit 2 opgaat in de bedreiging met geweld van feit 1, een gevangenisstraf van 30 maanden passend en geboden. Hierbij houdt de rechtbank uitdrukkelijk rekening met het feit dat geen gebruik is gemaakt van een echt vuurwapen.

Met betrekking tot het tijdsverloop wordt het volgende overwogen.

De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

Overschrijding van de redelijke termijn wordt in beginsel gecompenseerd door vermindering van de straf die zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop het volgende.

De aanvang van de redelijke termijn is 25 september 2016, de dag van verdachtes aanhouding. Van bijzondere omstandigheden als hierboven genoemd is geen sprake.

Gelet op het vorenstaande is de redelijke termijn met ruim vier maanden overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding matiging van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben. De rechtbank zal daarom aan de verdachte een gevangenisstraf opleggen van 29 maanden (in plaats van 30 maanden). Hiervan zal de tijd worden afgetrokken die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.


7

7.1
De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij 742990 heeft een immateriële schadevergoeding gevorderd van € 2.000,-- terzake van de feiten 1 primair en 2, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast heeft de benadeelde partij verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.2
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot volledige hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast heeft zij gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.3
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet uitgelaten over de vordering van de benadeelde partij.
7.4
Het oordeel van de rechtbank

Er is sprake geweest van de bedreiging met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp waarbij geschoten is op de benadeelde partij. De benadeelde heeft op moment van handelen gevreesd voor zijn leven. Gelet op de ernst van de normschending en de gevolgen en impact daarvan op de benadeelde is de rechtbank van oordeel dat vergoeding van immateriële schade aan de orde is. Ondanks deze vaststelling is de rechtbank niet in staat om ook de hoogte van de immateriële schade volledig vast te stellen. Zij zal daarom een bedrag toewijzen van € 1.000,-- als schadebedrag dat de benadeelde partij in ieder geval heeft geleden. Dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente. Bovendien zal het toe te wijzen bedrag hoofdelijk worden opgelegd. Voor het overige gedeelte van de vordering, alsmede voor de eventueel nog niet gevorderde (toekomstige) schade, kan de benadeelde partij zich wenden tot de burgerlijke rechter.
Voorts legt de rechtbank aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk op voor een bedrag van € 1.000,-- opdat de inning van het verschuldigde bedrag de benadeelde partij uit handen wordt genomen door de Staat. Het opleggen van deze maatregel is mogelijk, nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor deze schade die door het strafbare feit is toegebracht.

8

De beslissing berust op de artikelen 36f, 47, 55, 57, 63, 285 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
beslissing

9

De rechtbank:
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 4] gericht heeft/hebben gehouden en/of- met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op, althans in de richting van, een personenauto heeft/hebben geschoten en/althans gericht waarin die politieman, althans die persoon bekend onder nummer 742990 reed en/althans zich bevond;
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 4] gericht heeft/hebben gehouden;
Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. C. Wapenaar en mr. M.A. Teeuwissen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Goevaerts, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 februari 2019.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat

feit 1 primair

hij op of omstreeks 25 september 2016 in de gemeente Venlo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vijf kilogram hennep, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [medeverdachte 3] en/of voornoemde [medeverdachte 4] en/of een politieman, althans een persoon bekend onder nummer 742990, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders,
feit 1 subsidiair

hij op of omstreeks 25 september 2016 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] heeft gedwongen tot de afgifte van vijf kilogram hennep, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij,verdachte, en/of zijn mededaders,
feit 2

hij op of omstreeks 25 september 2016 in de gemeente Venlo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een politieman, althans een persoon bekend onder nummer 742990, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op, althans in de richting van, een personenauto geschoten en/althans gericht waarin voornoemd persoon reed en/althans zich bevond;
feit 3

hij op of omstreeks 25 september 2016 in de gemeente Venlo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer vijf kilogram hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
-

verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;

-

verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

verklaart de verdachte strafbaar;

-

veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 primair, 2 en 3 tot een gevangenisstraf van 29 maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

-

wijst de vordering van de benadeelde partij 742990, woonplaats kiezende te Maastricht, politie Eenheid Limburg, ten aanzien van de feiten 1 primair en 2 gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 1.000,-- te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 25 september 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

bepaalt dat voor zover dit bedrag door een mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is en dat zij dit gedeelte van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, 742990, van € 1.000,-- bij niet betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 25 september 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen.

_9fd25abd-2375-4cab-876a-10a4622d8cb5
1

Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, DR Nrd-M Limburg d.d. 1 februari 2017 met onderzoeksnummer LB1R016098 SFINX, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 913.

_0bf6d58a-1d42-4283-86de-e1cfbcf265a5
2

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 september 2016 op pagina 151.

_3f9a5910-441e-4b83-8231-b0f5a9718eeb
3

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 september 2016 op pagina 148.

_852db590-93f5-4415-83f2-98d0533f3486
4

Het proces-verbaal van verhoor aangever 742990 d.d. 5 oktober 2016 op pagina 250.

_23a5307b-e7e3-4101-b210-55fb4322fcf3
5

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 september 2016 op de pagina’s 148 en 149.

_17142afd-4b5b-4cc5-97fc-c94c9e03480d
6

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 oktober 2016 op pagina 251.

_90129ac1-d032-44dd-a895-18dc6fd5ffae
7

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 september 2016 op pagina 149.

_803bb185-be25-4735-b6f5-88ac711c6412
8

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 oktober 2016 op pagina 252.

_58c1f883-84f9-42fe-8c54-b59595d6ed01
9

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 september 2016 op pagina 150.

_b4b5c038-3d40-42d5-b89e-98092799fda8
10

Het proces-verbaal van de Rijksrecherche, onderzoek Muggia, nummer 20160093 d.d. 29 mei 2017, met bijlagen, pagina 4. Dit proces-verbaal maakt geen onderdeel uit van het proces-verbaal van politie dat is genoemd in voetnoot 1.

_81180a26-e26a-4a1f-abe5-b0d5e088803a
11

Het proces-verbaal aanhouding van [medeverdachte 1] d.d. 27 september 2016 op pagina 42.

_2917f294-ac14-47e5-8876-d2d68df3803e
12

Het proces-verbaal aanhouding van [medeverdachte 2] d.d. 25 september 2016 op pagina 67.

_a18d2bd0-3d32-4cfc-9e5b-7864ffcedee6
13

Het proces-verbaal aanhouding van [verdachte] d.d. 27 september 2016 op pagina 82.

_cc0a4dd6-facf-48ec-bb34-e61ef810e2ec
14

Het proces-verbaal aanhouding van [naam] d.d. 25 september 2016 op pagina 58.

_984c3fc3-8666-49b2-bc51-ce554c407161
15

De kennisgeving van inbeslagneming op pagina 636.

_abf511ff-d0a8-4ff1-a3bd-961e13f68300
16

Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 18 oktober 2016 op de pagina’s 444-446.

_3b914a27-8a2f-44a5-b3db-5ac18bf0f284
17

Het proces-verbaal relaterende de sporenafhandeling en conclusie inzake een schietincident in Venlo en Weert d.d. 12 april 2017 op pagina 663.

_418908ca-7bde-4f8c-b891-2f7d43ca3b21
18

Het proces-verbaal relaterende de sporenafhandeling en conclusie inzake een schietincident in Venlo en Weert d.d. 12 april 2017 op pagina 667.

_a86ca248-4968-4ec7-84b7-da51f472e0ec
19

Het proces-verbaal relaterende de sporenafhandeling en conclusie inzake een schietincident in Venlo en Weert d.d. 12 april 2017 op de pagina’s 667 en 668.

_c4d81caf-430a-43bc-94a7-f4b7c662ca88
20

Het deskundigenrapport van het NFI ‘Munitieonderzoek naar aanleiding van een schietincident in Venlo op 25 september 2016’ d.d. 6 december 2016 met zaaknummer 2016.10.03.150 op de pagina’s 868 en 869.

_84cbc889-9f55-4f0d-a190-506afa431dfc
21

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 1 oktober 2016 op de pagina’s 522 en 523.

_08e227e8-6fc5-4497-a07d-21892f033b81
22

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 4 oktober 2016 op pagina 529.

_d3ec4769-81fa-468f-b0e4-f8c87e86d2e7
23

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 1 oktober 2016 op pagina 523.

_4b1e37d2-a371-4445-9120-eed6c9ab986d
24

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 4 oktober 2016 op pagina 529.

_5bf7b575-798e-4c0b-84b4-86e97599aeca
25

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 1 oktober 2016 op pagina 524.

_000d8205-fb98-4202-90bc-9342c654ee02
26

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam] d.d. 26 september 2016 op de pagina’s 483, 486-489.

_3344f885-9a97-4309-a78f-6a108c5f5beb
27

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 26 september 2016 op de pagina’s 538 en 539.

_daba790c-c333-456e-b5d2-32a8f69fd17c
28

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 26 september 2016 op de pagina’s 579 en 580.

_e537d838-b565-47d8-9dba-449f99599986
29

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 4 oktober 2016 op pagina 585.

_1248fe48-9500-4dbb-9205-43045f2be6a5
30

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 oktober 2016 op pagina 154.

_7cd2846a-03f3-415e-a76c-b592fed48d16
31

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 september 2016 op pagina 262 en de foto’s op pagina 266.

_89987446-1306-43ca-8495-7e6db6013810
32

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 4 oktober 2016 op pagina 584 en de foto’s op pagina 588.

_8db227d4-e564-4c3a-a6ef-1056f4b76012
33

Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 18 oktober 2016 op pagina 446.

_12702add-c790-4715-a1a4-89e99ea3b621
34

Het proces-verbaal onderzoek stuk van overtuiging op de pagina’s 447 en 448 in combinatie met het rapport dactyloscopisch onderzoek op de pagina’s 455 en 456 respectievelijk het rapport dactyloscopisch onderzoek op de pagina’s 459 en 460.

_a73cd937-6bdf-4506-a319-87fbbc33de31
35

Voornoemde rapporten op de pagina’s 456 en 460.

_34a9f9f8-55a6-42c6-9841-731cb6fb644a
36

De kennisgeving van inbeslagneming op pagina 645.

_e3c23431-9311-4f44-a41e-3b2091317033
37

Het proces-verbaal d.d. 18 oktober 2016 op pagina 402.

_827e634d-7f82-4968-a53e-044a7afd31e1
38

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 oktober 2016 op pagina 400.