Uitspraak ECLI:NL:RBLIM:2018:12334

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 27-12-2018. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Limburg op 28-12-2018, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBLIM:2018:12334, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 03/005722-03


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/005722-03 (vordering verlenging TBS)Datum uitspraak: 28 december 2018
Tegenspraak

Beslissing van de meervoudige kamer op een vordering van het openbaar ministerie in het arrondissement Limburg

De op 1 november 2018 ter griffie van de rechtbank ingekomen vordering strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] ,thans verblijvende in FPC dr. [naam 3] te Groningen,hierna te noemen: [verdachte] .
Raadsman is mr. A.R. Ytsma, advocaat kantoorhoudende te Haarlem.

ECLI:NL:RBLIM:2018:12334:DOC
nl

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/005722-03 (vordering verlenging TBS)Datum uitspraak: 28 december 2018
Tegenspraak

Beslissing van de meervoudige kamer op een vordering van het openbaar ministerie in het arrondissement Limburg

De op 1 november 2018 ter griffie van de rechtbank ingekomen vordering strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] ,thans verblijvende in FPC dr. [naam 3] te Groningen,hierna te noemen: [verdachte] .
Raadsman is mr. A.R. Ytsma, advocaat kantoorhoudende te Haarlem.

1

In het dossier bevinden zich onder andere:
-

de vordering van de officier van justitie d.d. 1 november 2018;

het met betrekking tot [verdachte] opgemaakte verlengingsadvies d.d. 2 oktober 2018 van [naam 1] (GZ-psycholoog/orthopedagoog en behandelcoördinator Helperdiep 4/5) en [naam 2] (psychiater, directeur behandelzaken en plaatsvervangend hoofd van de inrichting), verbonden aan FPC dr. [naam 3] ;

de omtrent [verdachte] gehouden wettelijke aantekeningen over de periode van 14 september 2016 tot en met 4 oktober 2018;

het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 31 januari 2005 in de strafzaak tegen [verdachte] met (ressorts-)parketnummer 20/003004-04;

de beslissing van deze rechtbank d.d. 28 december 2016 in de zaak met parketnummer 03/005722-03, waartegen hoger beroep is ingesteld;

de beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 24 mei 2017 met zaaknummer P17/0024;

de e-mail met bijlage van mr. Ytsma d.d. 12 december 2018.

De vordering van de officier van justitie houdt in dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege zal verlengen voor de duur van twee jaren.

procesverloop

2

Bij het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 31 januari 2005 is [verdachte] ter beschikking gesteld. De maatregel terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van moord (viervoudig), terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eiste.
De hiervoor genoemde delicten betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

De termijn van de terbeschikkingstelling is gaan lopen op 21 december 2010.

De terbeschikkingstelling is bij beslissing van deze rechtbank d.d. 21 december 2012 en 30 december 2014, en voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank d.d. 28 december 2016 (bekrachtigd bij beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 24 mei 2017) met twee jaren verlengd.
(GZ-psycholoog/orthopedagoog en behandelcoördinator), verbonden aan FPC dr. [naam 3] .
3

In voornoemd advies van FPC dr. [naam 3] is - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende gesteld:
‘Er is bij betrokkene nog altijd sprake van een narcistische persoonlijkheidsstoornis en obsessief-compulsieve trekken, waarbij de afgelopen periode wel gezien wordt dat deze problematiek minder scherp op de voorgrond staat, dat hij vaardigheden probeert toe te passen om minder controle uit te oefenen op zijn omgeving en meer kwetsbare kanten kan laten zien. Als de spanning wat toeneemt, of zich situaties voordoen die nieuw zijn, neemt de controlebehoefte toe. Hiervoor zal nog geruime tijd aandacht moeten blijven bestaan. (p.21)

In december 2016 werd een machtiging voor begeleid verlof aangevraagd, welke machtiging in april 2017 werd verleend. In december 2017 is besloten om een machtiging onbegeleid verlof aan te vragen. Deze machtiging is op 19 juni 2018 verleend. Betrokkene werd in navolging daarvan eind juni 2018 overgeplaatst naar de resocialisatieafdeling Helperdiep 4. De overplaatsing is goed verlopen, betrokkene wordt op de resocialisatieafdeling gezien als goed gestemd, coöperatief en gemotiveerd voor zijn resocialisatietraject. De verloven verlopen naar wens en er is sprake van een goede dagbesteding; betrokkene verwacht op korte termijn aan de slag te kunnen bij een ontmoetingscafé in het centrum van Groningen. (p.2)

In de komende periode, belopende een termijn van minimaal tussen de negen en twaalf maanden, zal getoetst worden hoe het resocialisatietraject verloopt en hoe betrokkene omgaat met zijn kwetsbaarheden. Indien dit goed verloopt, zal gekoerst worden op overplaatsing naar een eigen woning middels transmuraal verlof en daarna proefverlof. De verwachting is dat betrokkene in de toekomst weer zelfstandig kan functioneren in de maatschappij. Wel moet worden benadrukt dat betrokkene nog langdurig (ambulante) ondersteunende therapie zal moeten blijven volgen. (pagina 21)

Thans wordt het recidiverisico in geval van voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging ingeschat als matig. Het recidiverisico in geval van beëindiging van het toezicht of van de maatregel wordt ingeschat als matig-hoog. (pagina 18)

Aangezien het traject van transmuraal verlof en proefverlof nog de nodige tijd in beslag zal nemen, adviseren wij de terbeschikkingstelling met dwangverpleging te verlengen met twee jaren.’ (pagina 2)

Geadviseerd wordt de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.

In raadkamer is [naam 1] als deskundige gehoord. Zij heeft - zakelijk weergegeven - verklaard dat het voor [verdachte] van belang is dat hij contact maakt en houdt met zijn emotionele binnenwereld. Tezamen met het risico van zelfoverschatting en controlebehoefte, zijn dit de factoren die gemonitord dienen te worden in het verdere verloop van het resocialisatietraject. De kliniek is van mening dat het resocialisatietraject geleidelijk dient te verlopen; eerst zal transmuraal verlof aangevraagd worden en bij een positief verloop vervolgens proefverlof. De verwachting van de kliniek is dat het proefverlof op zijn vroegst in maart-april 2020 verleend zal worden. Het gehele traject zal de duur van één jaar aldus ruim overschrijden. Om te toetsen of het resocialisatietraject voortvarend genoeg ter hand wordt genomen, met inachtneming van de kernproblematiek van [verdachte] , heeft de kliniek een second-opinion aangevraagd. Twee gedragsdeskundigen van het NIFP zullen binnen een aantal maanden advies uitbrengen over (onder meer) het tempo waarin het resocialisatietraject verloopt. Naar verwachting zal daarbij tevens een risicotaxatie worden gedaan.

4

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering. Gelet op het rapport van FPC dr. [naam 3] en de toelichting van de deskundige in raadkamer is het niet realistisch om te verwachten dat binnen een termijn van één jaar een voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege in zicht komt.
5

De raadsman heeft primair bepleit dat gelet op de omstandigheid dat de kliniek thans een second-opinion heeft aangevraagd omtrent de voortvarendheid van het resocialisatietraject en de uitkomst van dit onderzoek ongewis is, een verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar het meest passend is. Indien de onafhankelijke gedragsdeskundigen dat aangewezen achten, dient over één jaar een rapport van de reclassering voorhanden te zijn in verband met de voorwaarden verbonden aan een voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.Subsidiair heeft de raadsman een ‘kale’ verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege bepleit voor de duur van één jaar.
overwegingen

6

De rechtbank dient allereerst te beoordelen of de algemene veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen nog steeds vereist dat de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
De rechtbank verenigt zich wat betreft het recidiverisico met het verlengingsadvies van FPC dr. [naam 3] . [verdachte] lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, te weten een narcistische persoonlijkheidsstoornis, met obsessief-compulsieve persoonlijkheidstrekken. In geval van voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging wordt het recidiverisico als matig ingeschat en bij beëindiging van de maatregel van terbeschikkingstelling als matig tot hoog. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Met betrekking tot de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling overweegt de rechtbank als volgt. [verdachte] is recent overgeplaatst naar de resocialisatieafdeling. In de komende periode zal [verdachte] de tijdens de behandeling opgedane kennis en vaardigheden in de praktijk moeten brengen, waarbij het van belang is dat hij verbinding maakt en houdt met zijn emotionele binnenwereld en zijn kwetsbaarheden bespreekbaar maakt met zijn begeleiders. De kliniek opteert daarbij voor de weg van de geleidelijkheid. Aanvankelijk zal transmuraal verlof aangevraagd worden. Indien [verdachte] deze fase succesvol doorloopt, zal proefverlof worden aangevraagd. De verwachting van de kliniek is dat het proefverlof op zijn vroegst in maart-april 2020 verleend zal worden. De rechtbank overweegt dat daarmee in beginsel voldoende aanleiding bestaat de terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaren te verlengen. Gelet echter op de omstandigheid dat de kliniek zelf bij het NIFP een herbeoordeling heeft aangevraagd omtrent de voortgang van het resocialisatietraject en de uitkomst van dit onderzoek ongewis is, is de rechtbank van oordeel dat een verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar passend is. De rechtbank kan dan over één jaar - met inachtneming van de uitkomsten van het onafhankelijke onderzoek van de gedragsdeskundigen - de stand van zaken opnieuw beoordelen.
beslissing

7

De rechtbank:
- verlengt de termijn gedurende welke [verdachte] ter beschikking is gesteld met verpleging van overheidswege met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. V.P. van Deventer, voorzitter, mr. F.L.G. Geisel enmr. M.J.H. van den Hombergh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Bouts, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 december 2018.
Buiten staat

Mr. V.P. van Deventer en mr. M.J.H. van den Hombergh zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.