Uitspraak ECLI:NL:RBGEL:2019:5000

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 07-11-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Gelderland op 07-11-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBGEL:2019:5000, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 740379-18


Bron: Rechtspraak




RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/740379-18Datum uitspraak : 7 november 2019
Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem,
raadsman: mr. A. de Haan, advocaat te Utrecht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 8 november 2018, 10 januari 2019, 14 maart 2019, 2 mei 2019, 29 juli 2019, 26 en 27 september 2019 en 7 november 2019.

De rechtbank merkt op dat de in het procesdossier genoemde meisjes in de tenlastelegging, ter terechtzitting en daarom ook in dit vonnis niet bij naam worden genoemd, maar een nummer hebben gekregen. Dit om de privacy van de (minderjarige) meisjes te beschermen. De namen van de meisjes staan vermeld op bijlage 2 die aan dit vonnis gehecht.

ECLI:NL:RBGEL:2019:5000:DOC
nl



RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/740379-18Datum uitspraak : 7 november 2019
Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem,
raadsman: mr. A. de Haan, advocaat te Utrecht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 8 november 2018, 10 januari 2019, 14 maart 2019, 2 mei 2019, 29 juli 2019, 26 en 27 september 2019 en 7 november 2019.

De rechtbank merkt op dat de in het procesdossier genoemde meisjes in de tenlastelegging, ter terechtzitting en daarom ook in dit vonnis niet bij naam worden genoemd, maar een nummer hebben gekregen. Dit om de privacy van de (minderjarige) meisjes te beschermen. De namen van de meisjes staan vermeld op bijlage 2 die aan dit vonnis gehecht.

1

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
_e7cf7f77-a3fc-4130-a71e-6b17943a0dfb

- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 1)”, p. 321-322;- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 680.
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 110-112;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 2)”, p. 329-330;- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 606 en p. 679.
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 294;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 1)”, p. 315-322;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal van herkenning, p. 349-350;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 3)”, p. 344-347;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 366;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 5)”, p. 377-308;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal van aangifte, p. 397-399;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 6)”, p. 409 en p. 411;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal van aangifte, p. 422-424;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 7)”, p. 434-437;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 294;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 8)”, p. 446-448;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 294;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 1)”, p. 314-323;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 110-112;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 2)”, p. 328-330;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal van herkenning, p. 349-350;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 3)”, p. 344-347;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 366;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 5)”, p. 376-308;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal van aangifte, p. 397-399;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 6)”, p. 409-412;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal van aangifte, p. 422-424;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 7)”, p. 431-437;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 294;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 8)”, p. 442-448;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal (de rechtbank begrijpt: meisje 10), p. 473;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 10)”, p. 466-468;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal aanlopen (de rechtbank begrijpt: meisje 11), p. 478;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 11)”, p. 475-477;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal (de rechtbank begrijpt: gezin meisje 12), p. 392;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 12)”, p. 481-483;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal (de rechtbank begrijpt: gezin meisje 13), p. 392;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 13)”, p. 485-488;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal aanlopen (de rechtbank begrijpt: meisje 14), p. 498-499;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 14)”, p. 491-495;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal aanlopen (de rechtbank begrijpt: meisje 16), p. 504;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 15)”, p. 501-503;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal aanlopen (de rechtbank begrijpt: meisje 16), p. 504;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 16)”, p. 507-509;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 17)”, p. 512-514;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal aanlopen (de rechtbank begrijpt: meisjes 18 en 21), p. 523-524;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 18)”, p. 518-521;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal (de rechtbank begrijpt: meisje 19), p. 530-531;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 19)”, p. 526-528;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal aanlopen (de rechtbank begrijpt: meisje 20), p. 536-537;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 20)”, p. 533-535;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal aanlopen (de rechtbank begrijpt: meisjes 18 en 21), p. 523-524;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 21)”, p. 539-541;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal aanlopen (de rechtbank begrijpt: meisje 22), p. 551-552;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 22)”, p. 544-547;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 561;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 23)”, p. 554-557;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal aanlopen (de rechtbank begrijpt: meisje 24), p. 572-573;- het proces-verbaal van onderzoek betreffende een aantal kennelijk zelf vervaardigde afbeeldingen: “(de rechtbank begrijpt: meisje 24)”, p. 564-566;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal van beschrijving kinderpornografisch materiaal, p. 264-266 en p. 269-273;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
- het proces-verbaal van bevindingen (foto’s toilet), p. 194;- het proces-verbaal van bevindingen (over heimelijke opnames), p. 287-290;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2019.
Verdachte wordt er ten eerste van beschuldigd dat hij op één of meerdere momenten het lichaam van meisje 1, dat toen de leeftijd van 12 jaar nog niet had bereikt, seksueel is binnengedrongen. Vervolgens wordt hij beschuldigd van het plegen van één of meerdere ontuchtige handelingen met meisje 2, dat toen de leeftijd van 16 jaar nog niet had bereikt, en van datzelfde feit op meerdere tijdstippen met (de) meisje(s) 1, 3, 5, 6, 7 en 8. Ook wordt verdachte beschuldigd van een gewoonte maken van het vervaardigen en het in bezit hebben van kinderporno van de meisjes 1 tot en met 24 en van het downloaden van kinderporno. Ten slotte wordt verdachte beschuldigd van het heimelijk vervaardigen van afbeeldingen van één of meer perso(o)n(en).

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1 die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

1a. De geldigheid van de dagvaarding onder feit 4

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van het tenlastegelegde onder feit 4 aangevoerd dat de zinsnede ‘waaronder bijvoorbeeld’ verwijst naar een groot aantal andere afbeeldingen die niet nader feitelijk zijn omschreven in de tenlastelegging, waardoor de tenlastelegging op dit punt onvoldoende feitelijk is. Dit maakt dat de rechtbank de woorden ‘waaronder bijvoorbeeld’ zou moeten wegstrepen, waardoor een onleesbare tenlastelegging overblijft. De dagvaarding is daarmee op dat punt nietig. Hetzelfde geldt voor de zinsnede ‘onder wie het/de op de slachtofferlijst genoemde meisje(s) genummerd 1 tot en met 24 (volledige personalia bij rechtbank en verdediging bekend)’.
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat van nietigheid geen sprake is, omdat de wijze waarop feit 4 ten laste is gelegd voldoet aan de wijze die de Hoge Raad voorstaat.
De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat de tenlastelegging ertoe dient te strekken dat voor de procesdeelnemers de inzet van het geding en de te volgen beslissingsstructuur met de vereiste duidelijkheid wordt vastgelegd. Ten aanzien van een tenlastelegging die ziet op het op grote(re) schaal voorhanden hebben van kinderporno, heeft de Hoge Raad in zijn arresten van 20 december 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BS1739) en 24 juni 2014 (ECLI:NL:HR:2014:1497) enkele uitgangspunten geformuleerd die erop neerkomen dat de steller van de tenlastelegging zich bij voorkeur zou moeten beperken tot het beschrijven van een selectie van een gering aantal (representatieve) afbeeldingen - zo mogelijk ten hoogste vijf - zonder in de tenlastelegging zelf enige aanduiding van of verwijzing op te nemen naar een wellicht grotere hoeveelheid waarvan die afbeeldingen deel uitmaken. In zijn arrest van 12 december 2017 (ECLI:NL:HR:2017:3124) heeft de Hoge Raad daarbij overwogen dat ten aanzien van elk van die afbeeldingen de tenlastelegging hetzij een concrete beschrijving dient te bevatten, hetzij de vindplaats van die beschrijving in het dossier dient te vermelden.
De rechtbank is van oordeel dat de in de tenlastelegging meermalen voorkomende zinsnede ‘waaronder bijvoorbeeld’ verwijst naar een grotere hoeveelheid waarvan de afbeeldingen deel uitmaken. Deze zinsnede zal de rechtbank dan ook wegstrepen onder ‘de bewezenverklaring’. Voorts is de rechtbank, gelet op het hiervoor geschetste kader, van oordeel dat de tenlastelegging onder feit 4 vervolgens nog steeds voldoet aan de vereiste duidelijkheid, aangezien de afbeeldingen onder feit 4 zo zijn omschreven dat de procesdeelnemers op basis van het dossier kunnen herleiden welke specifieke afbeelding is bedoeld. Van een nietige dagvaarding is dan ook geen sprake en het wegstrepen van de zinsnede ‘waaronder bijvoorbeeld’ maakt dit niet anders. De zinsnede ‘waaronder het/de op de slachtofferlijst genoemde meisje(s) genummerd 1 tot en met 24 (volledige personalia bij rechtbank en verdediging bekend)’ ziet de rechtbank niet als een verwijzing naar een grotere hoeveelheid waarvan de afbeeldingen deel uitmaken, maar als een voor de duidelijkheid van de tenlastelegging noodzakelijke zin gelet op de op 26 september 2019 toegestane wijziging tenlastelegging.

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde onder de feiten 1, 2, 3, 4 en 5. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.
Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het tenlastegelegde onder de feiten 2 en 5 heeft de verdediging geen bewijsverweer gevoerd. De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 vrijspraak bepleit van het meermalen seksueel binnendringen bij meisje 1. Betreffende het tenlastegelegde onder feit 3 heeft de verdediging geconcludeerd dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het plegen van ontucht met alle genoemde meisjes, maar dat partiële vrijspraak dient te volgen ten aanzien van een aantal feitelijke handelingen uitgesplitst per meisje.Ten aanzien van het tenlastegelegde onder feit 4 heeft de verdediging vrijspraak bepleit van het in bezit hebben van kinderporno van de meisjes 4 en 9, omdat van beide meisjes geen afbeeldingen zijn aangetroffen op de in beslag genomen gegevensdragers. Ook is vrijspraak bepleit van dat deel van de tenlastelegging dat ziet op foto 6b in fotomap 06a, ten aanzien van meisje 1, omdat een vinger tussen de billen nog geen anaal penetreren oplevert. De verdediging heeft voorts aangevoerd dat foto 6 “SAM_1467.JPG” in fotomap 09a ten aanzien van meisje 7 niet voldoet aan de omschrijving in de tenlastelegging en dat niet eenvoudig kan worden vastgesteld welke foto precies is bedoeld, aangezien alle foto’s op pagina 435 van het dossier dezelfde benaming hebben. Ten slotte heeft de verdediging partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van verschillende afbeeldingen genoemd op de tenlastelegging onder feit 4, omdat deze afbeeldingen niet voldoen aan de omschrijving ‘poseren’, dan wel omdat de afbeeldingen niet hebben te gelden als kinderporno.
De beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Op één of meer tijdstippen

Verdachte heeft bekend dat hij op 1 mei 2016 zijn vinger in de anus van meisje 1 heeft gebracht. De verdediging heeft betwist dat daarnaast sprake is geweest van het seksueel binnendringen van het lichaam van meisje 1 op 19 september 2015. De rechtbank heeft op foto 4g van fotomap 06a, van 19 september 2015, waargenomen dat er een vinger tussen de billetjes is te zien. Uit deze waarneming van de rechtbank kan niet de conclusie worden getrokken dat de vinger in de anus is gebracht. Die conclusie volgt evenmin uit wat de politie heeft beschreven ten aanzien van deze foto. Het enkele brengen van een vinger tussen de billen is naar het oordeel van de rechtbank nog geen seksueel binnendringen van het lichaam. De anderszins luidende conclusie van de officier van justitie vindt geen steun in de jurisprudentie. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het meermalen seksueel binnendringen van het lichaam van meisje 1. Het eenmalig seksueel binnendringen van het lichaam is op basis van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen.
Feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Op basis van de aangehaalde bewijsmiddelen is feit 2 naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3

Meisje 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Op basis van de aangehaalde bewijsmiddelen is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met meisje 1 ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestaan uit het ontbloten en betasten van de schaamstreek, de billen en de anus en het houden van zijn ontblote penis bij het gezicht, de billen en in de hand van meisje 1.

Meisje 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Op basis van de aangehaalde bewijsmiddelen is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met meisje 3 ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestaan uit het ontbloten en betasten van de billen, het ontbloten van de borsten en het houden van zijn ontblote penis bij het gezicht van meisje 3.

Meisje 5

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Op basis van de aangehaalde bewijsmiddelen is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met meisje 5 ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestaan uit het ontbloten van de schaamstreek en de billen en het houden van zijn ontblote penis bij het gezicht van meisje 5.

Meisje 6

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Op basis van de aangehaalde bewijsmiddelen is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met meisje 6 ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestaan uit het ontbloten van de schaamstreek en het ontbloten en betasten van de billen van meisje 6.

Meisje 7

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Op basis van de aangehaalde bewijsmiddelen is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met meisje 7 ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestaan uit het ontbloten van de schaamstreek en het houden van zijn ontblote penis bij het gezicht van meisje 7.

Meisje 8

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Op basis van de aangehaalde bewijsmiddelen is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met meisje 8 ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestaan uit het ontbloten van de billen en het houden van zijn ontblote penis bij het gezicht en het lichaam van meisje 8.

Feit 4

Overwegingen vooraf

De verdediging heeft gesteld dat ten aanzien van een aantal van de genoemde afbeeldingen onder de categorie ‘poseren’ in geen van die genoemde gevallen sprake is van poseren, omdat de foto’s te beschouwen zijn als heimelijke foto’s waarbij de meisjes in kwestie niet wisten dat zij werden gefotografeerd en daardoor geen houding of pose hebben aangenomen. Voorts heeft de verdediging ten aanzien van dezelfde afbeeldingen gesteld dat zij niet voldoen aan de definitie van kinderporno zoals vastgelegd in de richtlijn 2011/92/EU en evenmin aan de criteria die de Hoge Raad stelt.
De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van alle foto’s, genoemd onder de categorie ‘poseren’, sprake is van poseren. Uit de hierna onder de bewijsmiddelen aan te halen beschrijvingen van die foto’s, leidt de rechtbank af dat door de wijze waarop de betreffende foto’s zijn genomen of bewerkt, de fotograaf de verschillende meisjes een bepaalde positie heeft laten innemen waardoor de focus van de foto’s is komen te liggen op de blote of bedekte geslachtsdelen, billen, anus of borsten van de meisjes.

Voor wat betreft de vraag of de door de verdediging ter discussie gestelde afbeeldingen kinderpornografisch zijn, geldt het volgende. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 7 december 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BO6446 en herhaald in het arrest van 10 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1359) uiteengezet dat artikel 240b Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) vooreerst ziet op een afbeelding van een gedraging van expliciet seksuele aard, zoals aan de hand van de afbeelding zelf kan worden vastgesteld, waaronder begrepen het op zinnenprikkelende wijze tonen van de geslachtsdelen of de schaamstreek. Voorts ziet artikel 240b Sr op een afbeelding die weliswaar niet een gedraging van expliciet seksuele aard in de hiervoor aangegeven zin toont, maar die, gelet op de wijze waarop zij tot stand is gekomen eveneens strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling. Hierbij kan het gaan om een afbeelding van iemand in een houding of omgeving die weliswaar op zichzelf of in andere omstandigheden “onschuldig” zouden kunnen zijn, maar die in het concrete geval een onmiskenbaar seksuele strekking heeft. Daarbij heeft de Hoge Raad nog opgemerkt dat voor de toepassing van artikel 240b Sr niet noodzakelijk is dat vaststaat dat de jeugdige is geschaad. De verdediging heeft met een beroep op de tweede categorie gesteld dat een aantal afbeeldingen niet als kinderpornografisch is te bestempelen en heeft hierbij verwezen naar de wetsgeschiedenis van artikel 240b Sr, zoals naar is verwezen in het arrest van de Hoge Raad van 22 maart 2005 (ECLI:NL:HR:2005:AS5874).

De rechtbank overweegt dat de aangehaalde wetsgeschiedenis inmiddels deels is achterhaald door het arrest van 2010 voor zover het gaat om het al dan niet noodzakelijk zijn van schadelijkheid voor de jeugdige. Voor het overige strijdt de wetsgeschiedenis naar het oordeel van de rechtbank niet met de arresten van 2010 en 2014. Ten aanzien van de beoordeling van een afbeelding volgt uit de wetsgeschiedenis namelijk dat het daarbij gaat om het karakter van die afbeelding en de context waarin zij is geplaatst. Hieronder zal de rechtbank per ter discussie gestelde afbeelding aan de hand van het kader zoals geschetst door de Hoge Raad in de arresten van 2010 en 2014 beoordelen of sprake is van een kinderpornografische afbeelding.

Meisje 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Meisje 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Meisje 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Meisje 4

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de betrokkenheid van meisje 4 bij feit 4. De rechtbank is van oordeel dat de enkele bekennende verklaring van verdachte dat hij ook foto’s van meisje 4 heeft vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad onvoldoende is voor een bewezenverklaring. De aangifte is niet uit eigen waarneming gedaan, maar nadat aan aangever door de politie is meegedeeld dat zijn dochter zou voorkomen in het onderzoek. Er zijn geen foto’s aangetroffen op de gegevensdragers van verdachte van meisje 4. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het vervaardigen en het in bezit hebben van afbeeldingen van meisje 4.
Meisje 5

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Meisje 6

De verdediging heeft ten aanzien van foto 2 “img_2014_07_12_093900_7.jpg” in fotomap 13 aangevoerd dat niet vaststaat dat het meisje op de foto meisje 6 betreft. De rechtbank is van oordeel dat meisje 6 op genoemde foto niet is herkend door haar vader en niet door verdachte. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het vervaardigen en het in bezit hebben van deze genoemde foto van meisje 6.
Voor de overige foto’s die ten aanzien van meisje 6 ten laste zijn gelegd onder feit 4, is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

Meisje 7

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Meisje 8

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Meisje 9

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het in bezit hebben van kinderporno van meisje 9, aangezien van haar geen foto’s zijn aangetroffen op de gegevensdragers van verdachte.
Meisje 9 heeft in haar aangifte verklaard dat zij zestien of zeventien jaar oud was toen het WhatsApp-contact met verdachte seksueel getint werd. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat meisje 9 eind zeventien was toen zij met hem seksfoto’s en -filmpjes van haarzelf heeft uitgewisseld via WhatsApp. De rechtbank is op basis hiervan van oordeel dat verdachte kinderpornografisch materiaal van meisje 9 in zijn bezit heeft gehad. Dat op de gegevensdragers van verdachte geen materiaal ten aanzien van meisje 9 is aangetroffen, doet daar niet aan af.

Meisje 10

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

De verdediging heeft ten aanzien van foto 1b in fotomap 14 het kinderpornografische karakter betwist. Uit de aangehaalde bewijsmiddelen volgt dat op de foto van meisje 10 de onderbuik, haar schaamlippen in/onder een bikinibroekje en de voorkant van de bovenbenen zichtbaar zijn. De focus van de foto ligt door het camerastandpunt op het bikinibroekje met daarin/-onder de schaamlippen van het meisje. De rechtbank is van oordeel dat deze foto weliswaar niet een gedraging van expliciet seksuele aard toont, maar dat de wijze waarop de foto tot stand is gekomen (ter plekke zo gemaakt of later uitgesneden) strekt tot het opwekken van een seksuele prikkeling. Dit geldt temeer nu uit de overige bewezenverklaring van feit 4 volgt dat verdachte zich destijds veelvuldig bezighield met het maken van kinderpornografische foto’s en dat blijkens de deskundigenrapporten bij hem toen sprake was van een pedofiele stoornis en hij desgevraagd op zitting heeft bevestigd een voorkeur te hebben voor minderjarige meisjes.De foto heeft dan ook in het concrete geval een onmiskenbaar seksuele strekking en is om die reden kinderpornografisch van aard.
Meisje 11

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

De verdediging heeft aangevoerd dat foto 1a in fotomap 16 een afbeelding betreft waar voor de gemiddelde kijker aanstonds blijkt dat het gaat om een gemanipuleerde afbeelding. Uit de aangehaalde bewijsmiddelen volgt dat in plaats van een volwassen vrouw, meisje 11 een stijve penis in haar mond heeft en dat de focus van de foto door het camerastandpunt op het pijpen ligt. De rechtbank is van oordeel dat door het manipuleren van de foto een afbeelding van de minderjarige is ontstaan die een onmiskenbaar seksuele strekking heeft gekregen. De foto is dan ook kinderpornografisch van aard. Het door de verdediging aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 8 december 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3483) acht de rechtbank in dit verband niet relevant, aangezien het in dat arrest gaat om afbeeldingen van schilderijen, in plaats van om een digitale bewerking van twee bestaande personen zoals in het onderhavige geval.

Meisje 12

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Meisje 13

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.Bewijsmiddelen:
Meisje 14

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

De verdediging heeft ten aanzien van foto 1d in fotomap 5a het kinderpornografische karakter betwist. Uit de aangehaalde bewijsmiddelen volgt dat van meisje 14 de billen in een bikini en een deel van de achterkant van de benen zichtbaar is. Het meisje staat gebukt voorover gebogen en haar knieën staan bijna in een hoek van negentig graden, waardoor de billen naar achteren uitsteken. Door het camerastandpunt ligt de focus van de foto op de hand van het meisje dichtbij het bikinibroekje. De rechtbank is van oordeel dat deze foto weliswaar niet een gedraging van expliciet seksuele aard toont, maar dat de wijze waarop de foto tot stand is gekomen (ter plekke zo gemaakt of later uitgesneden) strekt tot het opwekken van een seksuele prikkeling. Het meisje heeft naar het oordeel van de rechtbank op de foto een houding die onnatuurlijk is om vast te leggen, met name omdat alleen de billen en benen te zien zijn van het meisje. Dit geldt temeer nu uit de overige bewezenverklaring van feit 4 volgt dat verdachte zich destijds veelvuldig bezighield met het maken van kinderpornografische foto’s en dat blijkens de deskundigenrapporten bij hem toen sprake was van een pedofiele stoornis en hij desgevraagd op zitting heeft bevestigd een voorkeur te hebben voor minderjarige meisjes. De foto heeft dan ook in het concrete geval een onmiskenbaar seksuele strekking en is om die reden kinderpornografisch van aard.

Meisje 15

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

De verdediging heeft ten aanzien van foto 2 in fotomap 19 het kinderpornografische karakter betwist. Uit de aangehaalde bewijsmiddelen volgt dat meisje 15 op de foto voorover gebogen staat, waardoor zij inkijk in haar shirtje heeft van bovenaf. Door het camerastandpunt van de foto ligt de focus op het behaatje dat zij draagt. Het meisje is vanaf een klein gedeelte van haar hoofd tot haar buik zichtbaar. De rechtbank is van oordeel dat deze foto weliswaar niet een gedraging van expliciet seksuele aard toont, maar dat de wijze waarop de foto tot stand is gekomen (ter plekke zo gemaakt of later uitgesneden) strekt tot het opwekken van een seksuele prikkeling. Het meisje heeft naar het oordeel van de rechtbank op de foto een houding die onnatuurlijk is om vast te leggen, met name omdat kennelijk niet het hele hoofd van het meisje op de foto staat. Dit geldt temeer nu uit de overige bewezenverklaring van feit 4 volgt dat verdachte zich destijds veelvuldig bezighield met het maken van kinderpornografische foto’s en dat blijkens de deskundigenrapporten bij hem toen sprake was van een pedofiele stoornis en hij desgevraagd op zitting heeft bevestigd een voorkeur te hebben voor minderjarige meisjes. De foto heeft dan ook in het concrete geval een onmiskenbaar seksuele strekking en is om die reden kinderpornografisch van aard.

Meisje 16

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

De verdediging heeft ten aanzien van foto 1b in fotomap 20 het kinderpornografische karakter betwist. Uit de aangehaalde bewijsmiddelen volgt dat meisje 16 vanaf ongeveer haar buik tot ongeveer halverwege haar linker bovenbeen zichtbaar is op de foto. Haar hoofd is niet in beeld. Zij draagt een bikinibroekje en door het camerastandpunt ligt de focus van de foto op de bedekte schaamstreek. De rechtbank is van oordeel dat deze foto weliswaar niet een gedraging van expliciet seksuele aard toont, maar dat de wijze waarop de foto tot stand is gekomen (ter plekke zo gemaakt of later uitgesneden) strekt tot het opwekken van een seksuele prikkeling. Het meisje heeft naar het oordeel van de rechtbank op de foto een houding die onnatuurlijk is om vast te leggen, met name omdat haar hoofd niet zichtbaar is. Dit geldt temeer nu uit de overige bewezenverklaring van feit 4 volgt dat verdachte zich destijds veelvuldig bezighield met het maken van kinderpornografische foto’s en dat blijkens de deskundigenrapporten bij hem toen sprake was van een pedofiele stoornis en hij desgevraagd op zitting heeft bevestigd een voorkeur te hebben voor minderjarige meisjes. De foto heeft dan ook in het concrete geval een onmiskenbaar seksuele strekking en is om die reden kinderpornografisch van aard.

Meisje 17

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Meisje 18

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Meisje 19

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Meisje 20

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Meisje 21

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Meisje 22

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Meisje 23

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Meisje 24

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Gedownloade kinderporno

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Conclusie

Op basis van wat hiervoor is beschreven en de aangehaalde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het vervaardigen en/of het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen van de meisjes 1 tot en met 3 en de meisjes 5 tot en met 24 in de ten laste gelegde periode. Daarnaast heeft verdachte zich in die periode schuldig gemaakt aan het downloaden van 34.355 kinderpornografische afbeeldingen. Gelet op de lange periode en de grote hoeveelheid materiaal, is de rechtbank van oordeel dat verdachte van het plegen van het feit een gewoonte heeft gemaakt.
Feit 5

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:

Op basis van de aangehaalde bewijsmiddelen is feit 5 naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen.

3


Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij (op één tijdstip) in de periode van 1 augustus 2013 tot en met 1 mei 2016 te Alem, gemeente Maasdriel, , met een meisje op de slachtofferlijst aangeduid als 'meisje 1' (volledige personalia bij rechtbank en verdediging bekend), die de leeftijd van twaalf jaar nog niet had bereikt, één handeling heeft gepleegd, bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van dat meisje, waaronder het brengen van één van zijn vingers in haar anus ;

2.

hij in de periode van 24 juli 2018 tot en met 25 juli 2018 te Alem, gemeente Maasdriel, met een meisje op de slachtofferlijst aangeduid als 'meisje 2' (volledige personalia bij rechtbank en verdediging bekend), die toen de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt, buiten echt, meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, door de broek en onderbroek van dat meisje opzij te schuiven en de vagina en de borsten van dat meisje te fotograferen;

3.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 januari 2012 tot en met 25 juli 2018 te Alem, gemeente Maasdriel, met meerdere meisjes die de leeftijd van zestien jaar nog niet hadden bereikt, te weten de op de slachtofferlijst genoemde meisjes genummerd 1, 3, 5, 6, 7 en 8 (volledige personalia bij rechtbank en verdediging bekend), buiten echt, (telkens) ontuchtige handelingen heeft gepleegd te weten het ontbloten en/of betasten van de vagina, althans de schaamstreek, en/of de billen en/of de anus en/of borsten van meer van die meisjes en/of het houden van zijn ontblote penis bij de vagina en/of de billen en/of de mond, in ieder geval het lichaam van meer van die meisjes;

4.

hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 26 juli 2018 te Alem, gemeente Maasdriel, in ieder geval in Nederland, meerdere afbeeldingen/multimediafiles van seksuele gedragingen waarbij personen waren betrokken die de leeftijd van 18 jaar nog niet hadden bereikt, en gegevensdragers bevattende die afbeeldingen/multimediafiles (waaronder een Iphone 7 en een PC CoolerMaster), in zijn bezit heeft gehad en/of meerdere van die afbeeldingen/multimediafiles heeft vervaardigd en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst (sociale media) de toegang toe heeft verschaft, terwijl op die afbeeldingen/multimediafiles seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waaronder de op de slachtofferlijst genoemde meisjes genummerd 1 tot en met 3 en 5 tot en met 24 (volledige personalia bij rechtbank en verdediging bekend), waren betrokken schijnbaar was/waren betrokkentussen de billen en/ofwaaronder bijvoorbeeld/of()(onder meer)/ofheeft/waaronder bijvoorbeeld/of()één of meer meisjes, te weten (onder meer)()/ofheeft/waaronder bijvoorbeeld

enhet houden van een volwassen penis bij en/of tegen de hand en/of het gezicht en/of het ontblote onderlichaam van meisjes 1, 3, 5, 7 en 8 die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt; (-foto 4f "SAM_1837.JPG" in fotomap 06a (meisje 1) -foto 4b "4fee4f8d9db30b5025edc3aa8959f710ce3a3422" in fotomap 04 (meisje 3) -foto 8b "SAM_0921.JPG" in fotomap 07a (meisje 5) -foto 5b "SAM_1467.JPG" in fotomap 09a (meisje 7) -foto 6a "418.jpg" in fotomap 08a (meisje 8) enhet poseren met nadruk op de blote en/of bedekte geslachtsdelen en/of billen en/of anus en/of borsten van meisjes 1, 2, 3, 5, , 7, 8, 10, 14, 15, 16, 22, 23 en 24 die de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt; (-foto's 1a "IMG_2140.JPG"en 2 "SAM_0321.JPG" in fotomap 6a (meisje 1) -foto 1c "IMG_0045.HEID" in fotomap 03 (meisje 2) -foto 5a "sectors_1809616-1811919.jpg" in fotomap 04 (meisje 3) -foto 1a "sectors_1185528-1191287.jpg" in fotomap 07a (meisje 5) -foto 6 "SAM_ 1467.JPG" in fotomap 09a (meisje 7) -foto 3a "IMG_3741.JPG" in fotomap 08a (meisje 8) -foto 1b "43DE1B9D578C07C542467C490D79A71A.JPG" in fotomap 14 (meisje 10) -foto 1d "IMG_5598.JPG" in fotomap 05 (meisje 14)-foto 2 “img_2014_09_30) 163900_10.jpt” in fotomap 19 (meisje 15)-foto 1b “_SCF9348.jpg” in fotomap 20 (meisje 16)-foto 3b “IMG_7813.JPG” in fotomap 11 (meisje 22)-foto 2b “img3.jpg” in fotomap 15 (meisje 23)-foto 1a en 1b “IMG_1490.JPG” (meisje 24))en/ofhet, na digitale bewerking van afbeeldingen, schijnbaar (deels) naakt poseren van meisje 3, 5, 6, 11, 12, 13, 17, 18, 19, 20, 21 en 24, die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in de nabijheid van een (stijve) penis en/of in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij hun leeftijd past waarbij de afbeeldingen (aldus) telkens een onmiskenbaar seksuele strekking hebben en/of strekken tot seksuele prikkeling (zgn. virtuele kinderporno);(-foto 2 “***1.jpg” in fotomap 04 (meisje 3)-foto 02b “Thumb_992_4264” in fotomap 07a (meisje 5)-foto 5 “img.jpg” in fotomap 13 (meisje 6)-foto 1a “***2.psd” in fotomap 16 (meisje 11)-foto 2 “***3.psd” in fotomap 17 (meisje 12)-foto 1 “***4.psd” in fotomap 18 (meisje 13)-foto 1b “***5.psd” in fotomap 21 (meisje 17)-foto 2b “***6.jpg” in fotomap 22 (meisje 18)-foto 1b “***7 blow.psd” in fotomap 24 (meisje 19)-foto 1b “suck.psd” in fotomap 26 (meisje 20)-foto 1b “***8 1.jpg” in fotomap 23 (meisje 21)-foto 2b “IMG_1490.JPG” in fotomap 12 (meisje 24)
***1: naam meisje 3***2: naam meisje 11***3: naam meisje 12***4: naam meisje 13***5: naam meisje 17***6: naam meisje 18***7: naam meisje 19***8: naam meisje 21)

het met een penis oraal, vaginaal en/of anaal van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de vinger/hand en/of met een voorwerp vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de mond/tong vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een penis oraal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met een voorwerp vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met een voorwerp zichzelf vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt; foto in fotomap 27, volgnummer 1
en

het met de/een penis van het geslachtsdeel en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een voorwerp en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een vinger/hand, voorwerp en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/ofen/of het met de/een vinger/hand en/of voorwerp zichzelf betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt; in fotomap 27, volgnummer 2
en

het van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt; waaronder bijvoorbeeld Laura_Series 5 088.JPG
en
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling; waaronder bijvoorbeeld CM02_DSC074.jpgPrivate Daughter Mellony stolen pedo lolita pthc hussyfan preteen nude (10yo) 38.JPG
en

het op het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of waarbij op dat gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling; waaronder bijvoorbeeld 2a.JPG
terwijl verdachte van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;

5.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 26 juli 2018, in Alem, gemeente Maasdriel, gebruik makende van een technisch hulpmiddel (een camera/mobiele telefoon), waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk van personen, aanwezig in de woning van verdachte aan de Leimuidenstraat 18 in Alem (gemeente Maasdriel), afbeeldingen (foto’s/filmpjes) heeft vervaardigd.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
4

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Ten aanzien van feit 2:

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

Ten aanzien van feit 3:

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 4:

Een afbeelding en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.

Ten aanzien van feit 5:

Gebruik maken van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning, een afbeelding vervaardigen, meermalen gepleegd.

5

De feiten zijn strafbaar.

6

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

overwegingen

7

- het uittreksel justitiële documentatie van 8 augustus 2019;- een multidisciplinair rapport van drs. [naam 1] en drs. [naam 2] , psychologen, van 31 januari 2019 en van [naam 3] , psychiater, van 26 februari 2019;- een multidisciplinair rapport van drs. [naam 4] , psycholoog, van 27 augustus 2019 en van [naam 5] , psychiater, van 27 augustus 2019;- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland van 4 september 2019.


- categorie 1: bezit en vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen (het bezit of digitaal bewerken/manipuleren van afbeeldingen tot kinderpornografische afbeeldingen): € 750,-;- categorie 2: bezit en vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen (het bezit van zowel digitaal gemanipuleerde beelden als het vervaardigen van ‘eigen materiaal’ (de rechtbank begrijpt: foto’s die verdachte heeft gemaakt van de door hem met het slachtoffer gepleegde ontuchtige handelingen): € 1.500,-;- categorie 3: bezit en vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen + ernstige (psychische) gevolgen: € 2.000,-;- categorie 4: het eenmalig (tijdens de slaap) plegen van ontuchtige handelingen: € 2.500,-;- categorie 5: het meermalen (tijdens de slaap) plegen van ontuchtige handelingen: € 3.500,-;- categorie 6: het meermalen (tijdens de slaap) plegen van ontuchtige handelingen waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam: € 5.000,-.





Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs-maatregel) met de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, met uitbreiding van het geadviseerde locatie- en contactverbod en tevens met oplegging van een internetverbod. Ook heeft de officier van justitie oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren geëist, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel gevorderd.
Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de onder verdachte in beslag genomen goederen, te weten verschillende gegevensdragers, voor een deel verbeurd worden verklaard en voor een deel worden onttrokken aan het verkeer.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft, onder verwijzing naar een aantal (recente) zaken, aangevoerd dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twintig maanden passend en geboden is. Daarnaast dienen de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, met uitzondering van medicatiegebruik als onderdeel van de behandeling, te worden opgelegd in het kader van een voorwaardelijk strafdeel ter hoogte van tien maanden gevangenisstraf, met een proeftijd van vijf jaren.
Voorts heeft de verdediging verzocht om de officier van justitie te bevelen om tot teruggave over te gaan van de in beslag genomen goederen waarvan het ongecontroleerde bezit niet in strijd is met de wet of het algemeen belang, te weten een schijf waarop privéfoto’s staan. Indien zich op dat goed toch bestanden bevinden die in strijd zijn met de wet of het algemeen belang, dan dient de rechtbank het Openbaar Ministerie opdracht te geven om de niet strafbare bestanden op een gegevensdrager te kopiëren en aan verdachte terug te geven.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:
De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden.

Verdachte heeft zich jarenlang op verschillende momenten schuldig gemaakt aan ontucht met zeven minderjarige meisjes. Deze meisjes hadden op die momenten leeftijden die horen bij de basisschool, een enkeling was zelfs nog jonger.Ten aanzien van één van die meisjes is verdachte nog verder gegaan en heeft hij zich ook schuldig gemaakt aan het seksueel binnendringen van het lichaam van dat meisje door met zijn vinger in haar anus te gaan. Deze feiten zijn gepleegd tijdens logeerpartijtjes in de woning van verdachte met vriendinnetjes van zijn dochters en met een nichtje van verdachte. Terwijl de meisjes sliepen, maakte hij bijvoorbeeld foto’s van hun al dan niet ontblote billen en schaamstreek, die hij daarbij soms ook aanraakte, maar ook foto’s waarop te zien is dat hij zijn eigen penis bij of tegen het hoofd/lichaam (billen) of in de hand van de meisjes hield. Daarnaast heeft verdachte van 23 meisjes die hij kende via zijn dochters, dan wel uit zijn woonplaats, kinderporno gemaakt en in zijn bezit gehad. Ten aanzien van één van hen is gebleken dat zij door verdachte is aangezet tot het filmen van seksuele handelingen die zij bij zichzelf verrichtte, terwijl zij nog minderjarig was. Ook heeft verdachte een grote hoeveelheid gedownloade kinderporno (meer dan 30.000 afbeeldingen) in zijn bezit gehad. Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het heimelijk maken van afbeeldingen van personen die zich in zijn woning hebben bevonden.
Door het seksueel misbruik van de meisjes en het maken van kinderporno heeft verdachte het risico genomen dat de normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder kind recht op heeft, voor de meisjes is of wordt doorkruist. Het is een feit van algemene bekendheid dat seksueel misbruik langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van het slachtoffer. Hij heeft uitsluitend ter bevrediging van zijn eigen lustgevoelens gehandeld. Daarbij heeft hij het vertrouwen dat de meisjes (en hun ouders) in hem, als de vader van hun vriendinnetje(s), hadden ten zeerste beschaamd. De op zitting afgelegde slachtofferverklaringen waren treffend en hebben diepe indruk gemaakt.

Deze feiten rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank reeds op zichzelf een langdurige gevangenisstraf, nog afgezien van het in bezit hebben van gedownloade kinderporno en het heimelijk maken van afbeeldingen van personen.

Uit de rapportages van de twee psychologen en twee psychiaters volgt als gemene deler dat verdachte in ieder geval aan twee ziekelijke stoornissen lijdt, namelijk een pedofiele stoornis en een voyeurismestoornis. Deze stoornissen hebben verdachte beïnvloed tijdens het plegen van de bewezen verklaarde feiten. Om die reden hebben de vier deskundige rapporteurs geadviseerd om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten. Deze conclusies neemt de rechtbank over en maakt de rechtbank tot de hare.

Naast het opleggen van een straf voor wat verdachte heeft gedaan, is het aldus ook van groot belang dat verdachte wordt behandeld voor zijn stoornissen om de kans op herhaling in de toekomst te voorkomen. Uit de rapportages volgt dat deze noodzakelijke behandeling intensief en langdurig moet zijn. Gebleken is dat verdachte het zelf ook van belang acht dat hij wordt behandeld en hij heeft ter terechtzitting zijn bereidheid tot medewerking aan behandeling getoond. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is in welk kader deze behandeling moet plaatsvinden.

De rapporteurs [naam 1], [naam 2] en [naam 3] hebben geadviseerd om de behandeling te laten plaatsvinden in het kader van de tbs-maatregel met voorwaarden. Zij zijn ter terechtzitting bij dit advies gebleven. De rapporteurs hebben ingeschat dat er een risico is dat verdachte zich voortijdig aan de behandeling zou kunnen onttrekken, vanwege zijn neiging tot