Uitspraak ECLI:NL:RBGEL:2019:462

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 07-02-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Gelderland op 07-02-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBGEL:2019:462, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 05/840545-18


Bron: Rechtspraak




RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/840545-18Datum uitspraak : 7 februari 2019
Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1968 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] ,
raadsvrouw: mr. I. Stas, advocaat te Almere.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 25 juli 2018, 18 oktober 2018, 25 oktober 2018, 20 december 2018 en 24 januari 2019.

ECLI:NL:RBGEL:2019:462:DOC
nl



RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/840545-18Datum uitspraak : 7 februari 2019
Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1968 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] ,
raadsvrouw: mr. I. Stas, advocaat te Almere.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 25 juli 2018, 18 oktober 2018, 25 oktober 2018, 20 december 2018 en 24 januari 2019.

1

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
_10556348-cef1-4902-9a6e-ade40c6cb994

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (hierna: aangeefster), p. 27-28;- het proces-verbaal van bevindingen, p. 50-51 + bijlagen, p. 53-62;- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 37;- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , p. 40;- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , p. 43;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 januari 2019.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 20 mei 2018 tot en met 7 juli 2018 te Elst, gemeente Overbetuwe, en/of Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door - veelvuldig te bellen en/of veelvuldig sms-berichten en/of WhatsAppberichten te versturen naar die [slachtoffer] en/of - zich op te houden bij de school van het kind van die [slachtoffer] , met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

2.

hij op of omstreeks 03 juli 2018 te Elst, gemeente Overbetuwe, en/of Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte - [getuige 1] de woorden toegevoegd: "ik maak haar af, ik maak haar kapot" en/of - [getuige 2] de woorden toegevoegd: "ik maak ze kapot, ik doe het echt" en/of - [getuige 3] de woorden toegevoegd: "ik maak haar nog een keer af", (daarbij doelend op die [slachtoffer] ), althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, van welke bedreiging(en) die [slachtoffer] kennis heeft genomen;

3.

hij op of omstreeks 04 juli 2018 te Elst, gemeente Overbetuwe, en/of Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte voornoemde [slachtoffer] een of meer sms- en/of WhatsAppbericht(en) gestuurd met onder meer de woorden: - "Jou leven gaat kapot..laat ik dat kereltje niet tegenkomen en let heel goed op je voordeur. en 1 wood hieriov en de koger klapt in crotkop slaags" en/of - "En probeer mij nijt uit de wattsapp te gooien want dan flikker ik zoutzuur ik je zzig" en/of - "Wie ook hierkomt dan heeft che geen modod meer of jij geen che mssrr", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen bewijsverweer gevoerd.Verdachte heeft verklaard dat hij bij de school van zijn zoon heeft gestaan om een glimp van zijn zoon op te kunnen vangen en dat hij daar verder geen bedoelingen bij heeft gehad.
De beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het ophouden van verdachte bij de school van het kind van aangeefster, zoals ten laste is gelegd onder feit 1, is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat verdachte daarmee het oogmerk heeft gehad om aangeefster te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden of vrees aan te jagen. Het dossier biedt onvoldoende aanknopingspunten om dit oogmerk te kunnen vaststellen en verdachte heeft ontkend dit oogmerk te hebben gehad. Van dit onderdeel van de tenlastelegging zal verdachte worden vrijgesproken.
Er is voor het overige sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

3

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de periode van 20 mei 2018 tot en met 7 juli 2018 te Elst, gemeente Overbetuwe, en/of Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door - veelvuldig te bellen en veelvuldig sms-berichten en WhatsAppberichten te versturen naar die [slachtoffer] met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en vrees aan te jagen;

2.

hij op 3 juli 2018 te Elst, gemeente Overbetuwe, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht , immers heeft verdachte - [getuige 1] de woorden toegevoegd: "ik maak haar af, ik maak haar kapot" en- [getuige 2] de woorden toegevoegd: "ik maak ze kapot, ik doe het echt" en- [getuige 3] de woorden toegevoegd: "ik maak haar nog een keer af", (daarbij doelend op die [slachtoffer] ), althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, van welke bedreigingen die [slachtoffer] kennis heeft genomen;

3.

hij op 4 juli 2018 te Elst, gemeente Overbetuwe, en/of Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, immers heeft verdachte voornoemde [slachtoffer] WhatsAppberichten gestuurd met onder meer de woorden: - "Jou leven gaat kapot..laat ik dat kereltje niet tegenkomen en let heel goed op je voordeur. en 1 wood hieriov en de koger klapt in crotkop slaags" en- "En probeer mij nijt uit de wattsapp te gooien want dan flikker ik zoutzuur ik je zzig" en- "Wie ook hierkomt dan heeft che geen modod meer of jij geen che mssrr", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
4

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Belaging.

Ten aanzien van feit 2:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 3:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

5

De feiten zijn strafbaar.

6

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

overwegingen

7

- het uittreksel justitiële documentatie van 29 november 2018;- een voorlichtingsrapportage van IrisZorg van 11 december 2018;- een multidisciplinair rapport van mr. drs. [naam 1] , psycholoog, van 13 december 2018 en van dr. [naam 2] , psychiater, van 27 november 2018.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 300 dagen, waarvan 187 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in haar rapport van 11 december 2018, met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft de officier van justitie primair de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden gevraagd en subsidiair de oplegging van een contactverbod, locatiegebod en -verbod in de vorm van een vrijheidsbeperkende maatregel.
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft in overweging gegeven verdachte te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest.
De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:
De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging en stalking van aangeefster, zijn ex-vrouw. Door zijn vele berichten en telefoontjes heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Ondanks dat aangeefster niet reageerde, bleef verdachte haar bellen en berichten sturen. Uiteindelijk heeft verdachte aangeefster bedreigd met de dood via zijn berichten aan haar. Ook heeft verdachte haar bedreigd via gezamenlijke kennissen. Door zijn handelen heeft verdachte gevoelens van angst en onmacht veroorzaakt bij aangeefster.

Uit het rapport van de psycholoog komt naar voren dat verdachte lijdend is aan een ziekelijke stoornis in de vorm van een stoornis in cocaïnegebruik, gedeeltelijk in remissie. Voorts is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een borderline persoonlijkheidsstoornis. De persoonlijkheidsstoornis brengt met zich dat verdachte extra gevoelig is voor het verlies van intieme relaties. Verdachte verdraagt de afwijzing van aangeefster niet goed, waardoor hij ontregelt in emotionele zin. Het verdriet en de woede wordt geprobeerd te dempen met cocaïne, wat extra gedragsontremming tot gevolg heeft. De psycholoog heeft derhalve geadviseerd om verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Volgens het rapport van de psychiater is verdachte lijdend aan een aanpassingsstoornis gefundeerd op een kwetsbaarheid in de persoonlijkheidsstructuur met ADHD. In het delictgedrag is een relatie te zien tussen de ADHD, de aanpassingsstoornis en het impulsief emotioneel reageren. De zelfcontrole was enigszins verminderd, waardoor ook de psychiater heeft geadviseerd om het tenlastegelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.

In de beschreven rapporten en het reclasseringsrapport wordt voorts geadviseerd om in het kader van een voorwaardelijke strafoplegging aan verdachte in ieder geval ambulante behandeling, begeleiding en toezicht op te leggen.

De rechtbank neemt de beschreven adviezen over en brengt de adviezen tot uiting in de strafoplegging. Het is van belang dat verdachte de geadviseerde behandeling en begeleiding zal volgen, waartoe hij zich bereid heeft verklaard ter terechtzitting.

Gelet op het vorenstaande, zal de rechtbank aan verdachte een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, met aftrek van het voorarrest. De rechtbank zal aan deze straf de bijzondere voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door de reclassering in haar rapport. Gelet op de problematiek van verdachte en op het feit dat de situatie niet in één keer zal zijn opgelost, omdat verdachte en aangeefster samen een zoon hebben, wordt de proeftijd op drie jaren bepaald.

De door de officier van justitie gevorderde dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden is niet aan de orde, omdat geen sprake is van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam.

Ter voorkoming van strafbare feiten zal de rechtbank aan verdachte vrijheidsbeperkende maatregelen opleggen gedurende drie jaren. Deze maatregelen zullen inhouden dat verdachte zich moet onthouden van contact (op directe en indirecte wijze) met aangeefster, zich niet mag ophouden binnen een straal van 5 kilometer rondom het woonadres van aangeefster en de school van de zoon en gedurende het reclasseringstoezicht op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig zal zijn op het verblijfadres.De rechtbank zal bevelen dat de vervangende hechtenis bij overtreding van een maatregel zal worden toegepast en bepaalt de duur hiervan op drie dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden.De rechtbank houdt ernstig rekening met de situatie waarin verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens aangeefster en ziet daarin aanleiding om de dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregelen te bevelen.
7a. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter te Arnhem van 13 juni 2018 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van dertig dagen, en heeft ter terechtzitting gevorderd dat de bij deze straf opgelegde proeftijd wordt verlengd met één jaar.

De verdediging heeft in overweging gegeven de proeftijd te verlengen met één jaar en de bijzondere voorwaarden te wijzigen, in die zin dat zij komen te luiden zoals geadviseerd door de reclassering in haar rapport van 11 december 2018.

De rechtbank is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie van 13 juli 2018 tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Arnhem van 13 juni 2018 (parketnummer 05/840179-18) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van oordeel dat – gelet op de persoon en de omstandigheden van de veroordeelde – de bij die eerdere veroordeling vastgestelde proeftijd met één jaar moet worden verlengd.

8

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 38v, 38w, 57, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

beslissing

9

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot , , tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;
 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:
 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
 geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht);
 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 legt op de vrijheidsbeperkende maatregel inhoudende dat veroordeelde voor de duur van drie jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met aangeefster [slachtoffer] ;
 legt op de vrijheidsbeperkende maatregel inhoudende dat veroordeelde zich niet zal ophouden binnen een straal van 5 kilometer rondom de volgende adressen:- [adres 2] ;- [adres 3] ,waarbij de veroordeelde zich onder elektronisch toezicht zal stellen ter nakoming van deze maatregel;
 legt op de vrijheidsbeperkende maatregel inhoudende dat veroordeelde op vooraf vastgestelde tijdstippen gedurende het reclasseringstoezicht aanwezig zal zijn op het adres [adres 1] of op een ander door de reclassering goed te keuren adres, waarbij de veroordeelde zich onder elektronisch toezicht zal stellen ter nakoming van deze maatregel;
 beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval door veroordeelde niet aan de vrijheidsbeperkende maatregelen wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt drie dagen voor iedere keer dat niet aan een maatregel wordt voldaan;
 beveelt dat de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregelen dadelijk uitvoerbaar zijn, omdat ernstig rekening moet worden gehouden met het geval waarin verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen en/of zich belastend zal gedragen jegens aangeefster;
 geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van het gebiedsverbod- en gebod middels elektronische controle;
 als vermeld in het vonnis van de politierechter te Arnhem van 13 juni 2018 .
Mr. E.H.T. Rademaker is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een voor de duur van ;

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- zich uiterlijk binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd zal melden bij de Reclassering IrisZorg op het adres Nieuwe Oeverstraat 65, 6811 JB Arnhem (telefoonnummer 088-6061311) en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht. Huisbezoeken en urinecontroles kunnen deel uitmaken van het reclasseringstoezicht;- zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van Kairos of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorgverlener aan te geven. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;- zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van IrisZorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, laat veroordeelde zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig acht; - gedurende de proeftijd zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te weten Hoogeland van IrisZorg of een soortgelijke instelling, te bepalen door de reclassering, en zich zal houden aan de huisregels en het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld;
De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

3

colA

colB

colC

colA
colC

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M.J.I. Baauw (voorzitter), mr. D.S.M. Bak en mr. E.H.T. Rademaker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 februari 2019.

colA
colC

colA
colC


_10556348-cef1-4902-9a6e-ade40c6cb994
1

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018295771, gesloten op 12 juli 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.