Uitspraak ECLI:NL:RBGEL:2019:4472

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 04-10-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Gelderland op 07-10-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBGEL:2019:4472, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 05/881555-18


Bron: Rechtspraak


RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/881555-18Datum uitspraak : 7 oktober 2019
Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , zonder vaste woon- of verblijfplaats,thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting in Alphen aan de Rijn.
Raadsman: mr. S.J. Nijhof, advocaat te Apeldoorn.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 september 2019.

ECLI:NL:RBGEL:2019:4472:DOC
nl

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/881555-18Datum uitspraak : 7 oktober 2019
Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , zonder vaste woon- of verblijfplaats,thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting in Alphen aan de Rijn.
Raadsman: mr. S.J. Nijhof, advocaat te Apeldoorn.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 september 2019.

1

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
_2d23c764-7a2f-4115-b74b-c60d611bb595


- De aanwezigheid van DNA

- De OVC-gesprekken

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Primairhij op of omstreeks 08 juli 2018 te Zutphen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen op het (onder)lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
welke vooromschreven poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een poging tot diefstal met geweld (in vereniging) of een poging tot afpersing (in vereniging) van een hoeveelheid geld (geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ),

welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiairhij op of omstreeks 08 juli 2018 te Zutphen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning (gelegen aan de [adres] ), ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwiklngen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (te weten de echtgenote van die [slachtoffer 1] ), in ieder geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed weg te nemen, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (te weten de echtgenote van die [slachtoffer 1] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)),

welke poging tot diefstal werd voorafgaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, immers is/heeft, zijn/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) -geheel in het zwart gekleed en/of met (een) bivakmuts(en) en/of een (zwart) petje op, althans met bedekt gelaat, de woning van die [slachtoffer 1] binnengedrongen en/of binnengelopen en/of -die [slachtoffer 1] met een (hard) voorwerp tegen het gezicht/hoofd en/of elders op het lichaam geslagen en/of met die [slachtoffer 1] in een worsteling geraakt en/of -die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op/tegen het (boven)lichaam geschopt/getrapt en/of -meermalen, althans eenmaal, (op dreigende/intimiderende toon) geroepen/ geschreeuwd(zakelijk weergegeven): "Geld, geld" en/of "Dit is een overval" en/of -een vuurwapen(met geluidsdemper)op die [slachtoffer 1] gericht en/of aan die [slachtoffer 1] getoond en/of -met voornoemd vuurwapen (een of meermalen) op het (onder) lichaam van die [slachtoffer 1] geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 8 juli 2018 zijn twee personen de woonwagen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in Zutphen binnengedrongen. [slachtoffer 1] is met een vuurwapen beschoten en in zijn onderrug geraakt.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit omdat er te veel twijfel bestaat over het daderschap van verdachte. Daarnaast kan niet worden geconcludeerd dat het gebruik van het vuurwapen onderdeel was van het plan en voor alle deelnemers duidelijk was.
Beoordeling door de rechtbank

Poging tot diefstal of poging tot afpersing

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben verklaard dat de twee daders bivakmutsen droegen. De eerste dader die de woonwagen in kwam heeft [slachtoffer 1] een aantal klappen gegeven met een sok of tas met iets hards erin. Er werd geroepen: “Geld, waar is het geld” en iets van: “Geld, geld, dit is een overval”, maar er is geen geld meegenomen.

De rechtbank kwalificeert het bovenstaande als een poging tot afpersing.

Poging tot doodslag

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij in de gang van de woonwagen is beschoten door een persoon die bij de ingang van de wagen stond. De rechtbank leidt hieruit af dat [slachtoffer 1] zich op korte afstand van de schutter bevond.

Het Nederlands Forensisch Instituut heeft onderzoek gedaan naar het letsel van [slachtoffer 1] . Er was sprake van één doorschotverwonding, met een perforatie aan de rechter bil en een grotere huidperforatie aan de rug (juist rechts van de wervelkolom). De rapporteur heeft geconcludeerd dat de schotverwonding inwendige schade heeft veroorzaakt, maar dat de kans op een direct intredende ernstige of dodelijke complicaties klein was. Er hadden echter ernstige of dodelijke letsels kunnen worden veroorzaakt indien nabijgelegen inwendige organen waren betrokken, zoals bloedvaten en buikorganen. De rechtbank overweegt dat de kans dat [slachtoffer 1] zou zijn overleden dus reëel en niet onwaarschijnlijk was.

Door van korte afstand op het onderlichaam van [slachtoffer 1] te schieten, heeft de schutter naar het oordeel van de rechtbank bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer 1] zou komen te overlijden als gevolg van ernstige verwondingen.
Medeplegen en opzet van de daders

Twee daders zijn de woonwagen binnen gegaan, in het zwart gekleed en met bivakmutsen op. Verder hadden ze een tas bij zich, naar de rechtbank aanneemt voor de verwachte buit, en had een van de daders een wapen bij zich. Een derde dader bleef in de vluchtauto en toeterde op een gegeven moment, waarna de twee anderen naar buiten kwamen. Een en ander heeft de uiterlijke verschijningsvorm van een in bewuste en nauwe samenwerking uitgevoerde overval, die vooraf is gepland. Het meenemen van een wapen, in dit geval met een demper, bij een woningoverval impliceert naar het oordeel van de rechtbank ook het eventuele gebruik van dat wapen. Elk van de daders moet daarvan weet hebben gehad, zodat van meet af aan bij ieder sprake is geweest van voorwaardelijk opzet op vuurwapengebruik en dus op levensberoving. Het gebruik van het vuurwapen zoals dat heeft plaatsgevonden kan dan ook aan beide daders worden toegerekend.

De betrokkenheid van verdachte

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij een fles bier van de tafel heeft gepakt en daar de eerste dader twee of drie keer mee heeft geslagen.

Tijdens het sporenonderzoek is een bierfles in beslag genomen, die door het NFI is onderzocht. In het rapport van 4 oktober 2018 is beschreven dat op de rand aan de onderkant van deze fles een DNA-mengprofiel van minimaal twee personen is aangetroffen en dat dat DNA afkomstig kan zijn van [slachtoffer 1] en verdachte. Het NFI heeft geconcludeerd dat dit mengprofiel meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker is wanneer de bemonstering DNA bevat van [slachtoffer 1] en verdachte dan wanneer de bemonstering DNA bevat van [slachtoffer 1] en éénwillekeurige onbekende persoon.
In de woonwagen is ook een grijs/witte tas van IKEA aangetroffen. [slachtoffer 1] heeft verklaard die tas niet eerder bij hen binnen te hebben gezien. Ook [slachtoffer 2] herkent de tas niet en deze is ook niet van de kleinkinderen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .

Het NFI heeft ook de tas onderzocht en op de hengsels is een DNA-mengprofiel van minimaal vier personen aangetroffen. Het DNA kan afkomstig zijn van [slachtoffer 1] , verdachte en minimaal twee andere personen. De rapporteur heeft geconcludeerd dat dit DNA-mengprofiel meer dan een miljard keer waarschijnlijker is wanneer de bemonstering DNA bevat van [slachtoffer 1] , verdachte en twee willekeurige onbekende personen dan wanneer de bemonstering DNA bevat van [slachtoffer 1] en drie willekeurige onbekende personen.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het voorgaande dat het DNA van verdachte is aangetroffen op de bierfles waarmee [slachtoffer 1] een dader heeft geslagen en op een tas die door de daders is meegenomen naar de woonwagen en daar is achtergebleven.

De raadsman heeft aangevoerd dat niet valt uit te sluiten dat het DNA van verdachte door secundaire overdracht op de bierfles en de tas, allebei verplaatsbare objecten, terecht is gekomen. De rechtbank overweegt dat de bierfles uit de woonwagen van [slachtoffer 1] afkomstig was en de tas door de daders is meegenomen. Verdachte heeft niet uitgelegd op welke wijze zijn DNA dan op beide voorwerpen terecht zou zijn gekomen. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.

Verdachte heeft tijdens zijn detentie gesprekken gevoerd met bezoekers die hij ontving in de penitentiaire inrichting. Zo vond op 26 december 2018, toen verdachte bezoek had van onder andere [getuige 1] , het volgende gesprek plaats:Verdachte: [getuige 1] : Verdachte: [getuige 1] : (…) [getuige 1] :
en

Verdachte: .

Op 9 januari 2019, toen [getuige 2] en [getuige 3] op bezoek waren, zei verdachte:
Weet je, je moet even goed in je hoofd opslaan wat je tegen [getuige 4] moet zeggen man.

(...)
Je moet tegen [getuige 4] zeggen hij moet gewoon dingetjes erbij verzinnen gewoon uhh wij zaten thuis en ik ben met hem mee gegaan omdat ik had geen huis meer, van dat soort dingen weet je, ja?
_def54cd3-e338-4686-952e-4ec842d87026

Op 16 januari 2019 waren [getuige 2] en [getuige 3] weer op bezoek. Toen vond het volgende gesprek plaats:Verdachte: NN1: Verdachte: .
Op 13 februari 2019 was [getuige 2] bij verdachte op bezoek. Het volgende gesprek vond plaats: [getuige 2] : Verdachte:
Op 20 februari 2019 kwam onder andere [getuige 4] bij verdachte op bezoek. [getuige 4] zei: Verdachte:
Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit deze gesprekken dat verdachte bezig is geweest om voor zichzelf een alibi te regelen voor het moment van de overval op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .

De rechtbank wijst verder op het gesprek dat verdachte op 20 februari 2019 heeft gevoerd met [getuige 1] : [getuige 1] : Verdachte: [getuige 1] : Verdachte:
Conclusie van de rechtbank

Gelet op de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , het aangetroffen DNA van verdachte en zijn eigen uitlatingen, zoals hierboven weergegeven, komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het primaire feit.

3

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 8 juli 2018 te Zutphen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven met dat opzet met een vuurwapen op het (onder)lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
welke vooromschreven poging tot doodslag werd vergezeld van enig strafbaar feit, te weten een poging tot afpersing (in vereniging) van een hoeveelheid geld (geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ), welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken .
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
4

Het bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van poging tot doodslag, vergezeld van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken.

5

Het feit is strafbaar.

6

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

overwegingen

7

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft met zijn mededader een overval gepleegd op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , destijds 70 jaar respectievelijk 68 jaar oud. Zij werden plotseling geconfronteerd met twee mannen die hun woonwagen binnenkwamen, om geld schreeuwden, geweld tegen [slachtoffer 1] gebruikten en hem ook beschoten. Een dergelijke overval is voor de slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring, waar zij nog jarenlang last van hebben, zeker als de overval plaatsvindt in de eigen woning, de plek waar men zich veilig moet kunnen voelen. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben beschreven welke enorme impact de overval op hun leven heeft gehad. De gevolgen zijn zowel lichamelijk als psychisch zeer fors. [slachtoffer 1] krijgt nog morfinepleisters ter bestrijding van de voor hem ondraaglijke pijn en het is nog maar de vraag of hij volledig zal genezen.Verdachte is eerder veroordeeld wegens gekwalificeerde vermogensdelicten.
De reclassering heeft op 8 april 2019 een rapport over verdachte uitgebracht. De rapporteur ziet geen mogelijkheid voor het opleggen van reclasseringstoezicht, ondanks dat sprake is van een zorgwekkende prognose. Verdachte wil zijn eigen levensstijl en -standaarden bepalen en vindt dat hij zich prima staande kan houden. Hij laat zich niet zeggen wat hij moet doen.

De oriëntatiepunten die de rechtbanken hanteren gaan bij een woningoverval met meer dan licht geweld uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaar. In het onderhavige geval maken het gebruik van het vuurwapen, het medeplegen, het letsel van [slachtoffer 1] en de documentatie van verdachte dat de rechtbank een gevangenisstraf van zes jaar passend en nodig vindt.

8. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding.

[slachtoffer 1] vordert € 2.527,41 aan materiële schade en € 15.000,- aan immateriële schade. De vordering van [slachtoffer 2] bedraagt € 494,91 aan materiële schade en € 6.000,- aan immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 1] geheel toewijsbaar is. Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de hoogte van de gevraagde shockschade. Voor het overige kan ook die vordering worden toegewezen. De officier van justitie heeft gevorderd dat de vorderingen hoofdelijk worden toegewezen.
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in de vordering vanwege de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft hij naar voren gebracht dat de vorderingen een onevenredige belasting zijn in dit strafproces.
Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de vorderingen niet inhoudelijk zijn betwist. De rechtbank vindt ook aannemelijk dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] immateriële schade hebben. Nu de gevorderde bedragen niet zijn weersproken zal de rechtbank beide vorderingen volledig toewijzen, met vermeerdering met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2018. De rechtbank zal ook de schadevergoedingsmaatregel opleggen en bepalen dat verdachte hoofdelijk aansprakelijk is.
9

De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 45, 47, 287 en 288 van het Wetboek van Strafrecht.

beslissing

10

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaar;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 17.527,41 (zeventienduizend vijfhonderd zevenentwintig euro en eenenveertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] een bedrag te betalen van € 17.527,41 (zeventienduizend vijfhonderd zevenentwintig euro en eenenveertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 122 (honderd tweeëntwintig) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
 bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
 bepaalt dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, verdachte daarvan zal zijn bevrijd;
 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 6.494,91 (zesduizend vierhonderd vierennegentig euro en eenennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] , een bedrag te betalen van € 6.494,91 (zesduizend vierhonderd vierennegentig euro en eenennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 67 (zevenenzestig) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
 bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
 bepaalt dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.
De rechtbank:

3

colA

colB

colC

colA
colC

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kleinrensink, voorzitter, mr. Y. Yeniay-Cenik en mr. M.J.M. Krabbe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 oktober 2019.
colA
colC

mr. Kleinrensink en mr. Krabbe zijnbuiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
colA
colC


_2d23c764-7a2f-4115-b74b-c60d611bb595
1

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [naam] , brigadier van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek ON3R018087 (Iseki), gesloten op 15 juni 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

_5e537ffa-f750-4aba-acb6-0876f60bcefe
2

Proces-verbaal van bevindingen, p. 1606-1607.

_b0e0316e-f229-4e16-9d8a-0ec4925bd2e2
3

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 1640-1642 en proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 1714.
_86a1c47e-7927-4fa0-99d2-847461bbaa72
4

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 1642 en proces-verbaal van bevindingen, p. 1650.

_a461382f-9922-43de-9f70-cfb693318296
5

Proces-verbaal van bevindingen, p. 1606-1607.

_fc7909ff-feb9-42f8-92bf-89335e8b3c03
6

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 1640.

_844fa2da-0f42-417e-8c32-de4b814a9c2f
7

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 1645.

_ec73b61c-3fc1-4e40-bbad-c594647ed4b0
8

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 1640.

_a34aed15-5e65-40ef-a98e-e02f8e393b6f
9

Rapport NFI 15 januari 2019, p. 1686.

_6984f24a-e98b-4e65-a8e7-127476faee5a
10

Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] , p. 1715.

_5c29d054-e529-46b8-bc6d-71039fe07709
11

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 1643.

_d51abb08-b062-4eaf-86bc-9d45251798b5
12

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 1640.

_69799f0c-6f22-4a5f-843d-a809c949914c
13

Proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 954 en 957.

_824572de-2615-4c72-8458-6693eff5a042
14

Rapport NFI 4 oktober 2018, p. 1066-1070.

_0c1f307d-e368-4489-8ea7-47c98b56dbe9
15

Proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 955 en 957.

_24827894-a2d6-4f6f-802b-5a3bc15eac83
16

Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] , p. 1702.

_940850d1-77ae-4b27-b678-3b959f806016
17

Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 2] , p. 1719.

_0d869999-29c1-47b0-a873-e75e7b9aca16
18

Proces-verbaal van bevindingen, p. 1733.

_74282d9d-63fe-445e-b909-fe6789d9aa9d
19

Rapport NFI 11 januari 2019, p. 1074-1076.

_0473b83b-27a4-487a-a922-745675916194
20

Proces-verbaal van bevindingen (uitwerking OVC 26 december 2018), p. 1221.

_d7a599b7-e90e-4a3d-92d1-38d4bf5032f1
21

Proces-verbaal van bevindingen (uitwerking OVC 26 december 2018), p. 1227.

_def54cd3-e338-4686-952e-4ec842d87026
22

Proces-verbaal van bevindingen (uitwerking OVC 9 januari 2019), p. 1235-1236.

_4c1b345e-d563-42cc-afe3-f60e350f9006
23

Proces-verbaal van bevindingen (uitwerking OVC 16 januari 2019), p. 1250.

_4036166d-21c3-4d42-93a6-09a12378ad19
24

Proces-verbaal van bevindingen (uitwerking OVC 13 februari 2019), p. 1261.

_28c33186-3220-402f-aca7-82ef3e326372
25

Proces-verbaal van bevindingen (uitwerking OVC 20 februari 2019), p. 1285.

_a41405c8-0257-4e2b-bdbe-0d92d68f4136
26

Proces-verbaal van bevindingen (uitwerking OVC 20 februari 2019), p. 1283.