Uitspraak ECLI:NL:RBGEL:2019:4107

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 11-09-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Gelderland op 09-09-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBGEL:2019:4107, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 05/117627-19


Bron: Rechtspraak


RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/117627-19Datum uitspraak : 9 september 2019
Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] ,thans gedetineerd te P.I. Zuid Oost, HvB Roermond te Roermond.
raadsvrouw: mr. N. Tanoglu, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 augustus 2019.

ECLI:NL:RBGEL:2019:4107:DOC
nl

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/117627-19Datum uitspraak : 9 september 2019
Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] ,thans gedetineerd te P.I. Zuid Oost, HvB Roermond te Roermond.
raadsvrouw: mr. N. Tanoglu, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 augustus 2019.

1

1.
2.
3.
4.
5.
6.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
_a330114d-e8e6-4c54-8f72-fed9097eec36


- Het proces-verbaal van aangifte van [naam 16] namens het slachtoffer [naam 4] Arnhem, p. 333 en 334. ;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 augustus 2019.
- het proces-verbaal van aangifte van [naam 17] namens het slachtoffer [naam 5] Supermarkt, p. 436 en 437;- het proces-verbaal van bevindingen, p. 442;- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 augustus 2019.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 april 2019, te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (grote) hoeveelheid ( [merk 1] ) scheermesjes, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam 1] BV, gelegen aan de [adres 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

hij op of omstreeks 25 april 2019, te Groenlo, gemeente Oost Gelre, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (grote) hoeveelheid zonnebrandartikelen en/of (diverse) levensmiddelen (te weten (onder andere) wokgroente en/of melk en/of komkommer),in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam 2] Groenlo, gelegen aan de [adres 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
hij op of omstreeks 14 mei 2019, te Arnhem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer tandenborstels ( [merk 2] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan de [naam 3] , gelegen aan de [adres 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

hij op of omstreeks 14 mei 2019, te Arnhem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (diverse) producten/levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam 5] Supermarkt, gelegen aan [adres 6] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

hij op of omstreeks 14 mei 2019, te Arnhem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ( [merk 1] ) scheermes, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan de [naam 6] , gelegen aan [adres 7] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten, met uitzondering van feit 6 daarvoor dient verdachte te worden vrijgesproken. Verdachte heeft de feiten 1 tot en met 5 in vereniging gepleegd.
Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich ten aanzien van de feiten 2, 4 en 5 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voor wat betreft feit 1 heeft zij zich op het standpunt gesteld dat verdachte heeft verklaard dat hij de goederen heeft teruggelegd in het schap. Op basis van het dossier kan het feit niet worden bewezen. Ten aanzien van feit 3 heeft niemand gezien dat de tandenborstels zijn weggenomen. Ondanks dat de goederen zijn aangetroffen, ontbreekt de uitvoeringshandeling. Wellicht zou verdachte een heler zijn, maar dat is niet tenlastegelegd. Daarnaast bevat het dossier onvoldoende bewijs om verdachte als medepleger aan te merken. Ten aanzien van feit 6 dient verdachte te worden vrijgesproken, nu niet kan worden vastgesteld dat verdachte in het [naam 6] is geweest.
Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

Uit de aangifte van de [naam 1] komt naar voren dat op 25 april 2019 uit de [naam 2] aan de [adres 2] te Lichtenvoorde 12 grootverpakkingen [merk 1] scheermesjes zijn weggenomen.
Uit het proces-verbaal van bevindingen, beschrijving van de camerabeelden komt naar voren dat op 25 april 2019 om 13:38:27 uur in de [naam 2] een man (NN1) gehurkt ter hoogte van het vak van de scheermesjes zat. NN1 pakte meerdere producten, vermoedelijk scheermesjes en stopte de goederen in zijn winkelmandje. Hij dekte de scheermesjes af door er een ander product bovenop te leggen. Vervolgens liep hij weg en bij de kassa rekende hij één product af. [verdachte] heeft verklaard dat hij zichzelf herkend als deze NN1.
Het proces-verbaal beschrijving van de camerabeelden houdt verder in dat om 13:48:32 uur een man in de [naam 2] gebogen zat ter hoogte van het vak van de scheermesjes. Hij pakte meerdere producten, vermoedelijk scheermesjes. Hij dekte ze af door ze onderop in de winkelmand te leggen en vervolgens er een zak chips bovenop te leggen. Hij pakte nog meer, vermoedelijk scheermesjes, legt deze weer onderin de winkelmand en de zak chips er weer bovenop. Vervolgens liep hij weg. Hierna liep de man naar een ander schap, knoopte zijn overhemd open, ging achter een schap staan en stopte vermoedelijk de goederen onder zijn overhemd en knoopte zijn overhemd weer dicht. Vervolgens liep de man weg. Om 13:54:27 uur kwam de man bij de kassa en pakte twee producten uit de winkelmand en rekende deze producten af.De verbalisant herkent deze man als [medeverdachte 1] .
De beschrijving houdt voorts in dat om 13:58:20 uur een derde man in de [naam 2] was. Hij zat gehurkt ter hoogte van het vak van de scheermesjes. Hij pakte meerdere producten, vermoedelijk scheermesjes, legde ze onderop in zijn winkelmandje en dekte de goederen af door middel van een zak chips er bovenop te leggen. Vervolgens liep hij weg. Hij had meerdere goederen, vermoedelijk scheermesjes in zijn winkelmandje. Dit was te zien omdat hij de zak chips had teruggelegd. De man liep naar een andere stelling. Hij keek meerdere malen om zich heen, knoopte zijn overhemd achter het schap los, stopte iets onder zijn kleding en bleef om zich heen kijken. Hij kwam achter het schap vandaan en knoopte zijn overhemd weer dicht. De goederen, waren niet meer in zijn winkelmandje zichtbaar. De man ging naar de zelfscan kassa en haalde één product uit zijn winkelmandje en rekende dit product af. [medeverdachte 2] herkende zichzelf op de camerabeelden als deze derde man.
Uit het proces-verbaal van bevindingen, activiteiten-journaal, komt naar voren dat op 25 april 2019 een bebakend voertuig, een grijze [automerk] , kenteken [kenteken] werd gevolgd. Om 13:30 uur peilde het baken uit op de [adres 8] te Lichtenvoorde. [medeverdachte 2] , NN1 (rechtbank: [verdachte] ) en NN2 (rechtbank: [medeverdachte 1] ) liepen in dit tijdsbestek rond in het winkelcentrum van Lichtenvoorde. Om 13:55 uur liepen [medeverdachte 1] en [verdachte] de [naam 2] in op de [adres 2] . Om 13:56 uur hadden [medeverdachte 1] en [verdachte] met elkaar contact op het parkeerterrein voor de [naam 2] . [verdachte] liep weer in de richting van de [naam 2] . Ook [medeverdachte 2] liep om 13:58 uur richting de [naam 2] . [medeverdachte 1] liep richting de [automerk] . Om 14:03 uur liepen [medeverdachte 2] en [verdachte] samen over het parkeerterrein van de [naam 2] richting de auto en vervolgens reed het voertuig weg.

[verdachte] heeft verklaard dat hij op 25 april 2019, als hij met de auto, een [automerk] , was hij met [medeverdachte 2] (rechtbank: [medeverdachte 2] ).

Gelet op het voorgaande in samenhang bezien acht de rechtbank bewezen dat op 25 april 2019 uit de [naam 2] in Lichtenvoorde achtereenvolgens [merk 1] Scheermesjes zijn weggenomen. Deze scheermesjes zijn door [verdachte] , [medeverdachte 1] en ten slotte door [medeverdachte 2] weggenomen. In totaal zijn aldus 12 grootverpakkingen van de [naam 2] ontvreemd.

Ten aanzien van feit 2

Uit het proces-verbaal van aangifte komt naar voren dat op 25 april 2019 omstreeks 14:36 uur een winkeldiefstal is gepleegd in de [naam 2] aan de [adres 3] te Groenlo. Achteraf heeft aangever op de camerabeelden gezien dat twee personen meerdere cosmeticaproducten uit de winkel pakten en deze onder hun kleding verstopten. De cosmeticaproducten hadden een totale waarde van € 481,79.
Uit het proces-verbaal van bevindingen, beschrijving van de camerabeelden, komt naar voren dat op 25 april 2019 om 14:36:21 uur [medeverdachte 1] de [naam 2] te Groenlo binnenkwam. Om 14:37:26 uur kwamen [medeverdachte 2] en NN1 (rechtbank: [verdachte] ) samen de [naam 2] te Groenlo binnen. [medeverdachte 2] liep naar de servicebalie, vroeg daar iets en verliet vervolgens de winkel. [medeverdachte 1] en [verdachte] hadden in de winkel contact. [medeverdachte 1] stopte meerdere goederen in zijn winkelmandje en dekte ze af. [verdachte] ging voor [medeverdachte 1] staan, waarschijnlijk om hem af te schermen. [verdachte] pakte meerdere zonnebrand artikelen en stopte deze weg in zijn winkelmand en dekte deze af met andere artikelen. [verdachte] keerde zich naar de camera en stopte vermoedelijk de goederen in zijn jas. [verdachte] en [medeverdachte 1] zochten elkaar weer op en lieten elkaar dingen zien. [medeverdachte 1] rommelde aan zijn overhemd. Vervolgens legde hij de zak chips terug in het schap. Vervolgens stonden zij samen in de rij en rekende [verdachte] één product af.

Uit het proces-verbaal van bevindingen, activiteiten-journaal, komt naar voren dat tijdens een observatie door verbalisanten is waargenomen dat het voertuig vanuit de [adres 8] te Lichtenvoorde door is gereden naar de [adres 9] te Groenlo. NN1 (rechtbank: [verdachte] ) en NN2 (rechtbank: [medeverdachte 1] ) rekenden om 14:40 uur iets kleins af bij de [naam 2] aan de [adres 3] . Om 14:46 uur stond [medeverdachte 2] bij de [automerk] . Om 14:51 uur kwamen [verdachte] en [medeverdachte 1] terug bij de auto. De portieren aan de bijrijderszijde waren geopend. [medeverdachte 1] ritste zijn bodywarmer open en boog zijn arm richting het voertuig, alsof hij goederen vanaf zijn kleding overbracht naar de [automerk] . Deze beweging maakte hij meerdere malen. Vervolgens deed hij zijn bodywarmer uit en had de riem van zijn broek los. [medeverdachte 2] zat achter het stuur, [verdachte] is achter hem gaan zitten. [medeverdachte 1] maakte zijn riem vast en stapte voorin de [automerk] als bijrijder.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat op 25 april 2019 een hoeveelheid cosmeticaproducten, te weten zonnebrand, uit de [naam 2] te Groenlo is gestolen. Zij stelt daartoe vast dat deze producten door [verdachte] en [medeverdachte 1] zonder te betalen zijn meegenomen en dat [medeverdachte 2] de [automerk] van Lichtenvoorde naar Groenlo heeft gereden, kort in de winkel is geweest en daarna bij de auto op [verdachte] en [medeverdachte 1] heeft gewacht.

Ten aanzien van de levensmiddelen, te weten de wokgroente, de melk en de komkommer is de rechtbank van oordeel dat niet is vast komen te staan dat deze goederen zijn weggenomen. Van dit deel van de tenlastelegging zal verdachte worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de feiten 3 tot en met 6

Op 14 mei 2019 heeft de Landelijke Eenheid [medeverdachte 2] geobserveerd. Uit het proces-verbaal van bevindingen komt naar voren dat [medeverdachte 2] , samen met twee andere personen , te weten [verdachte] en [naam 7] op 14 mei 2019 het AZC te Arnhem te voet heeft verlaten. Zij liepen met zijn drieën het Winkelcentrum [naam 22] in. De drie mannen droegen rugtassen bij zich die er leeg uitzagen. In het winkelcentrum [naam 22] werd waargenomen dat de drie mannen uit elkaar zijn gegaan en diverse winkels in zijn gelopen. Hierbij zijn zij de volgende winkels in wisselende samenstellingen binnen gelopen , zoals de [naam 8] , de [naam 9] , de [naam 3] (om 14:57 uur door [medeverdachte 2] en [verdachte] ), de [naam 10] en de [naam 4] (om 15:14 uur door [medeverdachte 2] en [verdachte] ). Bij het winkelcentrum [naam 23] is vervolgens waargenomen dat omstreeks 16:00 uur de drie mannen weer uiteen gingen en in verschillende samenstellingen de volgende winkels/supermarkten binnen gingen; de [naam 5] (op de camerabeelden is waargenomen dat alle drie de mannen om 15:59 uur in de [naam 5] rondliepen gedurende een kleine tien minuten), de [naam 11] supermarkt, de [naam 6] (om 16:31 uur [medeverdachte 2] en [naam 7] ) en de [naam 12] slijterij. Omstreeks 16:20 uur stond [verdachte] op het pleintje en haalde spullen uit zijn (blauwe) tas. Hij stopte meerdere verpakkingen met worsten (saucijzen), een mintgroene doos van het merk [merk 3] , flessen drank en lente-ui in zijn tas. Hij ging op een bakje zitten. Zijn tas zat vol, dit bleek uit de waarneming van de verbalisant dat de tas bol stond. Omstreeks 16:33 uur verliet [naam 7] het winkelcentrum richting de [straatnaam 1] . Om 16:38 uur verlieten [medeverdachte 2] en [verdachte] samen het winkelcentrum en liepen richting de [straatnaam 1] . Ongeveer halverwege de [straatnaam 2] kwamen [medeverdachte 2] , [verdachte] en [naam 7] weer samen bij een bankje in het [naam 13] en liepen even laten richting de [straatnaam 1] . Ook de tassen van [medeverdachte 2] en [naam 7] zaten vol. Om 16.57 uur werden de drie mannen staande gehouden op de [straatnaam 1] te Arnhem. De tassen van de drie mannen zijn in beslaggenomen en doorzocht. In de zwarte tas van [medeverdachte 2] zat een scheerapparaat. In de overige tassen werden veel levensmiddelen aangetroffen, een fles jenever en drie multi-verpakkingen met opzetborstels van [merk 2] voor elektronische tandenborstels.
Ten aanzien van feit 3

Uit het proces-verbaal van aangifte komt naar voren dat op 14 mei 2019 omstreeks 17:45 uur er een politieagent het filiaal van de [naam 3] gelegen aan de [adres 4] te Arnhem, binnen kwam met de mededeling dat er mogelijk goederen uit het filiaal waren weggenomen. Aangever zag dat uit het schap waar de tandenborstels hingen, tandenborstels ontbraken. Aangever ontving van de politieagent de barcodes van de [merk 2] tandenborstels, [nummer 1] , en de barcodes behoorden tot het [naam 3] filiaal in Arnhem. Uit de voorraadtelling volgde dat er 9 verpakkingen [merk 2] tandenborstels behoorden te hangen, dit waren er slechts 6 . Er waren 3 verpakkingen [merk 2] tandenborstels weggenomen zonder te betalen. Het schadebedrag bedraagt € 74,97.
Uit het proces-verbaal activiteiten-journaal komt naar voren dat op 14 mei 2019 om 14:55 uur stonden [medeverdachte 2] en [verdachte] samen bij [naam 14] . Om 14:56 uur liepen zij samen de [naam 3] te Arnhem binnen. Om 14:59 uur liepen [medeverdachte 2] en [verdachte] verspreid door de [naam 3] . Om 15:00 uur liep [verdachte] de [naam 3] uit en om 15:03 uur stond [medeverdachte 2] bij de [naam 15] winkel.

Uit het proces-verbaal van aanhouding van [verdachte] volgt dat in zijn rugtas drie verpakkingen [merk 2] tandenborstels zijn aangetroffen.

Gelet op het voorgaande in onderlinge samenhang bezien acht de rechtbank bewezen dat door [medeverdachte 2] en [verdachte] tandenborstels zijn weggenomen.

Ten aanzien van feit 4

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.Bewijsmiddelen:
Ten aanzien van feit 5

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.Bewijsmiddelen:
Ten aanzien van feit 6

Uit de aangifte komt naar voren dat op 14 mei 2019 omstreeks 16:15 uur in het [naam 6] gelegen aan de [adres 7] te Arnhem, een vrouw naar aangeefster toe kwam lopen en zich legitimeerde als politieambtenaar. Op de camerabeelden zag aangeefster dat een man met een groene jas, een scheermes uit de winkel had gepakt. De verpakking had hij in zijn handen en hij liep door de winkel. Vervolgens is hij in een ander gangpad gaan staan. Hij is achter een aantal dozen gaan zitten. Toen hij achter de dozen vandaan kwam is hij langs de kassa naar buiten gelopen en had hij niets meer in zijn handen. In de voorraad ontbreekt een scheermes van het merk [merk 1] , type [type] , van € 19,99.
Uit het proces-verbaal, activiteiten-journaal komt naar voren dat [verdachte] om 16:16 uur op een bankje op het pleintje kwam zitten. Om 16:27 uur kwam [medeverdachte 2] ook het pleintje op en liep naar [verdachte] . Zij spraken in een onbekende taal met elkaar. Om 16:30 uur liep [naam 7] het [naam 6] in. Hij liep rondjes door de winkel. Hij keek om zich heen en liep het [naam 6] weer uit. Even later liep [medeverdachte 2] het [naam 6] in.

[medeverdachte 2] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een baardtrimmer bij het [naam 6] te Arnhem heeft weggenomen op 14 mei 2019. Bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 2] verklaard dat hij een scheerapparaat bij het [naam 6] heeft weggenomen.

De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 2] heeft bekend dat hij bij het [naam 6] een goed heeft weggenomen. Uit de aangifte komt naar voren bij het [naam 6] een scheermes van het merk [merk 1] is weggenomen. Bij [medeverdachte 2] is in zijn tas een scheerapparaat aangetroffen. Ter zitting heeft [medeverdachte 2] verklaard dat hij een baardtrimmer bij het [naam 6] heeft weggenomen. De rechtbank acht dan ook bewezen dat [medeverdachte 2] enig goed toebehorende aan het [naam 6] heeft weggenomen.

Medeplegen

De rechtbank stelt voorop dat voor de kwalificatie medeplegen vereist is dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
Verdachte en zijn mededaders zijn met zijn drieën naar de [naam 2] in Lichtenvoorde gereden en zijn steeds met enkele minuten daartussen één voor één naar binnen gegaan. In de winkel hebben zij alle drie scheermesjes van [merk 1] weggenomen. Daarna zijn zij met zijn drieën naar de [naam 2] in Groenlo gereden. Ook daar zijn goederen weggenomen, te weten een hoeveelheid zonnebrandartikelen. Gelet op de wijze van uitvoering daarvan moeten aan deze diefstallen gezamenlijke plannen en afspraken ten grondslag hebben gelegen. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook sprake van een zodanige bewuste en nauwe samenwerking dat telkens van medeplegen van deze diefstallen kan worden gesproken. Dat [medeverdachte 2] niet in het winkelgedeelte van de [naam 2] in Groenlo is geweest en de producten niet zelf onder zijn kleding heeft gestopt, doet daaraan niet af. Naast zijn betrokkenheid bij de planning is [medeverdachte 2] was de chauffeur van de [automerk] en heeft hij een aandeel gehad door wachten totdat [verdachte] en [medeverdachte 1] terugkwamen met de gestolen goederen en met hen weer weg te rijden.
Op 14 mei 2019 zijn [medeverdachte 2] , [verdachte] en [naam 7] met zijn drieën met lege rugzakken vanaf de [straatnaam 1] vertrokken naar het winkelcentrum [naam 22] te Arnhem. Zij werden gevolgd door meerdere, in burger geklede politieambtenaren. Die politiemensen hebben gezien dat [medeverdachte 2] , [verdachte] en [naam 7] in wisselende samenstellingen diverse winkels binnen zijn gegaan en dat zij telkens onderling contact hadden. [medeverdachte 2] en [verdachte] zijn samen de [naam 3] binnen gegaan, waar de [merk 2] tandenborstels zijn weggenomen. Bij de [naam 4] is door [verdachte] een fles graanjenever weggenomen, waarbij [medeverdachte 2] hem afschermde. Vervolgens zijn door zowel [verdachte] , als [medeverdachte 2] als [naam 7] bij de [naam 5] diverse levensmiddelen weggenomen. Ten slotte heeft [medeverdachte 2] bij het [naam 6] enig goed weggenomen, terwijl hij vooraf met [verdachte] had gesproken, [verdachte] op hem heeft gewacht en nadien samen met hem richting de [straatnaam 1] is vertrokken. Gelet op deze wijze van gezamenlijk optrekken moeten aan het uitvoeren van deze winkeldiefstallen gezamenlijke plannen ten grondslag hebben gelegen. Ook hier is naar het oordeel van de rechtbank dan ook telkens sprake van een zodanige bewuste en nauwe samenwerking telkens van medeplegen kan worden gesproken.

De rechtbank acht dan ook telkens bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten samen met anderen heeft gepleegd.

3

1.
2.
3.
4.
5.
6.
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 25 april 2019, te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, tezamen en in vereniging met anderen, een hoeveelheid ( [merk 1] ) scheermesjes, die geheelaan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorden, te weten aan [naam 1] BV, gelegen aan de [adres 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

hij op 25 april 2019, te Groenlo, gemeente Oost Gelre, tezamen en in vereniging met anderen, een (grote) hoeveelheid zonnebrandartikelen in elk geval enig goed, of ten dele
, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
hij op 14 mei 2019, te Arnhem, tezamen en in vereniging met anderen, meer tandenborstels ( [merk 2] ), die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorden, te weten aan de [naam 3] , gelegen aan de [adres 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

hij op 14 mei 2019, te Arnhem, tezamen en in vereniging met anderen, een fles graanjenever, die geheelaan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorden, te weten aan de [naam 4] , gelegen aan de [adres 5] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

hij op 14 mei 2019, te Arnhem, tezamen en in vereniging met anderen, (diverse) producten/levensmiddelen, die geheelaan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorden, te weten aan [naam 5] Supermarkt, gelegen aan [adres 6] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

hij op 14 mei 2019, te Arnhem, tezamen en in vereniging met anderen, enig goed, die geheelaan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorden, te weten aan de [naam 6] , gelegen aan [adres 7] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
4

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, 4, 5 en 6:

Diefstal, door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd

5

De feiten zijn strafbaar.

6

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich beroepen op de op 1 mei 2019 in werking getreden richtlijn mobiel banditisme van het Openbaar Ministerie. Deze richtlijn is opgesteld als krachtig signaal van het Openbaar Ministerie richting personen die niet uit Nederland komen en met geen ander doel naar Nederland komen dan het plegen van diefstallen. Deze werkwijze dient volgens de officier van justitie streng te worden afgestraft om mensen af te schrikken die hier enkel willen komen om te stelen. De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden.
Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft naar voren gebracht dat geen sprake is van mobiel banditisme. Om die reden zit verdachte ook al te lang in voorlopige hechtenis en dient hij onmiddellijk in vrijheid te worden gesteld. De raadsvrouw heeft verzocht om de voorlopige hechtenis van verdachte op te heffen. Ten slotte heeft zij naar voren gebracht dat verdachte de feiten gepleegd om in zijn primaire levensbehoefte te voorzien.
Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 18 juli 2019.
De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel uit het justitiële documentatieregister van 18 juli 2019, waarop een recente veroordeling voor winkeldiefstal staat.

Verdachte heeft zich samen met anderen aan twee strooptochten waarbij grote hoeveelheden goederen werden gestolen. Door diefstallen als deze wordt schade toegebracht aan de desbetreffende winkelketens en daarmee ook aan consumenten, aan wie, naar valt aan te nemen, die schade uiteindelijk in de verkoopprijzen van de producten wordt doorberekend.

Verdachte en de medeverdachte hebben, samen met derde personen, op de twee tenlastegelegde dagen, verschillende winkels bezocht en een hoeveelheid goederen gestolen. Er was sprake van het doelbewust en volgens een opgezet plan handelen. Deze vorm van criminaliteit is daardoor niet te vergelijken met eenvoudige winkeldiefstal. Naar het oordeel van de rechtbank past daarom slechts een vrijheidsbenemende straf. . Een gevangenisstraf van vijf maanden, met aftrek van voorarrest, is op zijn plaats.

Volgens de officier van justitie zou sprake zijn van mobiel banditisme en zouden verdachte en zijn medeverdachten enkel naar Nederland zijn gekomen met als doel hier diefstallen plegen. De rechtbank heeft onvoldoende aanwijzingen om hiervan uit te gaan.

Nu de duur van de op te leggen gevangenisstraf niet die van die reeds ondergane voorlopige hechtenis overschrijdt, wordt het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis afgewezen.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding en vorderen de volgende bedragen vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [naam 1] BV in haar geheel kan worden toegewezen, hoofdelijk, met de wettelijke rente vanaf 25 april 2019 en de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [naam 18] BV ( [naam 2] Groenlo) is de officier van justitie van mening dat de personeelskosten niet zijn onderbouwd en dat de benadeelde in haar vordering op dat punt om die reden niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De schadepost met betrekking tot de goederen die uit de winkel zijn weggenomen voor een bedrag van € 400,00 kan worden toegewezen, hoofdelijk, met de wettelijke rente vanaf 25 april 2019 en de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [naam 5] Supermarkt, kan het schadebedrag met betrekking tot de weggenomen goederen van € 25,00, worden toegewezen, hoofdelijk, met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2019 en de schadevergoedingsmaatregel. De vordering moet voor zover het betreft de kostenpost met betrekking tot het onderzoek politie/tijd dient niet-ontvankelijk te worden verklaard, nu de onderbouwing onderbreekt.
Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen [naam 1] BV en [naam 18] BV ( [naam 2] Groenlo), niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vorderingen, omdat verdachte van deze feiten dient te worden vrijgesproken. Voor wat betreft de vordering van de [naam 5] Supermarkt Arnhem, nu de goederen terug zijn, dient de vordering te worden afgewezen.
Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [naam 1] BV

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 1 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering kan in haar geheel worden toegewezen, nu deze voldoende is onderbouwd.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 25 april 2019.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [naam 18] BV ( [naam 2] Groenlo)

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 5 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De kosten ten aanzien van de goederen uit de winkel (€ 400,00), kunnen worden toegewezen, nu deze voldoende zijn onderbouwd.

De benadeelde wordt in haar vordering ten aanzien van de personeelskosten niet-ontvankelijk verklaard, nu deze kosten niet voldoende zijn onderbouwd.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 25 april 2019.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [naam 5] Supermarkt te Arnhem

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 1 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering met betrekking tot de kosten ten aanzien van de goederen uit de winkel (€ 25,00),worden toegewezen, nu deze post voldoende is onderbouwd.

De vordering wordt ten aanzien van de kosten die betrekking hebben op het politieonderzoek/tijd niet-ontvankelijk verklaard, nu deze kosten niet voldoende zijn onderbouwd.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 14 mei 2019.

De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partijen.

arabic

[naam 1] BV € 599,40

[naam 18] BV ( [naam 2] Groenlo) € 500,00

[naam 5] Supermarkt € 206,00

8

De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

beslissing

9

 een gevangenisstraf voor de duur van ;
 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde straf;
mr. C.A.H. Pouwels is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot




-

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van aan de , van een bedrag van (vijfhonderd negenennegentig euro en veertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2019 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

legt aan veroordeelde de op , ten behoeve van de benadeelde partij , een bedrag (vijfhonderd negenennegentig euro en veertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 11 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

-

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 tot betaling van aan de , van een bedrag van , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2019 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

verklaart de in haar vordering;

verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

legt aan veroordeelde de op , ten behoeve van de benadeelde partij , een bedrag , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 8 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

-

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 5 tot betaling van aan de , van een bedrag van ), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

verklaart de in haar vordering;

verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

legt aan veroordeelde de op , ten behoeve van de benadeelde partij , een bedrag ), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2019, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 1 dag hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

3

colA

colB

colC

colA
colC

Dit vonnis is gewezen door mr. T. Bertens (voorzitter), mr. C. Kleinrensink en mr. C.A.H. Pouwels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Verhagen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 september 2019.

colA
colC

colA
colC


_a330114d-e8e6-4c54-8f72-fed9097eec36
1

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Landelijke Eenheid, Dienst Infrastructuur, Afhandelteam Noord-Oost, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer [nummer 2] , gesloten op 15 juli 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

_5fa2ab11-b505-4134-b465-b37e3d159100
2

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 19] , p. 136, met bijlage.

_535991a7-a148-4817-b6ed-27cd78f7263b
3

Het proces-verbaal van bevindingen, p. 144 e.v.

_01366b44-7e70-4e4a-94db-0d1c45530fa0
4

Het proces-verbaal van bevindingen, p. 413 en het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 87.

_eb57d10e-8f29-4beb-a2c2-49f01fe24fa8
5

Het proces-verbaal van bevindingen, p. 144 e.v.

_b0642df2-39f7-4806-96a8-d4110fe44822
6

Het proces-verbaal van bevindingen, p. 144 e.v.

_5ac12767-d21a-460e-b1c6-680770acbe34
7

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] , p. 61

_b90b0555-7b79-403e-b06a-891928656a81
8

Het proces-verbaal van bevindingen, p. 412.

_9955eae8-7ade-48cb-80a8-0a2cb7f6448c
9

Het proces-verbaal, activiteiten-journaal, p. 128.

_d916c655-f638-44f7-8d2f-69485f99ce56
10

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 18] , p. 190.

_e384fe84-5591-4373-91dd-123d0b910119
11

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] , p. 61.

_346d5646-9613-45a9-8341-e3376f6ae5e5
12

Het proces-verbaal, activiteiten-journaal, p. 128 en 129.

_fbebc80e-5674-481d-8548-2e6e4cba3be1
13

Het proces-verbaal van bevindingen, p. 393 tot en met 396, inclusief proces-verbaal, activiteiten-journaal, p. 397 tot en met 402.

_77f44aaf-9a9e-4bf1-8090-f2b8b59045eb
14

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 20] namens het slachtoffer [naam 3] Arnhem, p. 387 en 388.

_93d7299a-90dd-4ecb-bd94-bdb1c76bd44e
15

Het proces-verbaal, activiteiten-journaal, p. 399.

_a7373a1e-a78d-4820-ba1c-cdb92bc710c0
16

Het proces-verbaal van aanhouding, p. 396.

_ad16b215-36e2-47f9-83db-75d8f8c00df5
17

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 21] namens het slachtoffer [naam 6] Arnhem, p. 280 en 281.

_cf9e46dd-9269-464b-90c6-97c53ba6e750
18

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 augustus 2019.

_da4c6eda-12ca-4894-8b87-cfd7b4abc336
19

Het proces-verbaal van verhoor verdachte toetsing rechtmatigheid inverzekeringstelling en vordering tot bewaring, d.d. 17 mei 2019.