Uitspraak ECLI:NL:RBGEL:2019:3693

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 16-08-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Gelderland op 16-08-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBGEL:2019:3693, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 05/740157-18


Bron: Rechtspraak


RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/740157-18Datum uitspraak : 16 augustus 2019
Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] .
Raadsman: mr. A.H. Staring, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 augustus 2019.

ECLI:NL:RBGEL:2019:3693:DOC
nl


RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/740157-18Datum uitspraak : 16 augustus 2019
Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] .
Raadsman: mr. A.H. Staring, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 augustus 2019.

1

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

primairHij op één of meer tijdstippen, meermalen, althans éénmaal in of omstreeks de periode van 20 januari 2016 tot en met 14 december 2016 te Zevenaar, in elk geval in Nederland, meerdere, althans een geldbedrag(en) (van in totaal 25.562,14 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] , (telkens) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door gebruik te maken van een bankpas en/of een pincode en/of (een) internetbankieren (applicatie) en/of een toegangscode zonder daartoe gerechtigd te zijn en (vervolgens) (telkens) zonder toestemming van [slachtoffer] één of meerdere geldbedrag(en) van de bankrekening(en) van [slachtoffer] over te maken naar het bankrekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [naam] waar hij, verdachte, de beschikking over had;
althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

subsidiairHij in één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 januari 2016 tot en met 14 december 2016 te Zevenaar, in elk geval in Nederland, meermalen, althans éénmaal opzettelijk meerdere althans een geldbedrag(en) (van totaal 25.526,14 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte (telkens) anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als mantelzorger/buddy van die [slachtoffer] , (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
_da94de22-771c-4060-aeb7-92e5892d3b3b

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat ter terechtzitting niet ter discussie is gesteld, vastgesteld.
Op 22 december 2016 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan van een vermogensdelict. Er zijn in de periode van 20 januari 2016 tot en met 14 december 2016 meermalen valse betalingen gedaan van de betaalrekeningen van [slachtoffer] naar bankrekeningnummer [rekeningnummer] . Bij navraag bij de ING Bank bleek deze rekening op naam te staan van [naam] . Uit de zich in het dossier bevindende bankafschriften blijkt dat in totaal een bedrag van € 25.562,20 is overgeboekt. [naam] had een rekening bij de ING Bank die hij niet gebruikte. In 2014 gaf hij de bankpas van die rekening aan verdachte, omdat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] ver in de schulden zaten. De rekening konden zij gebruiken om wat geld opzij te zetten.Verdachte was via een vrijwilligersorganisatie buddy voor [slachtoffer] . [slachtoffer] vertrouwde verdachte onder meer in het begin van het jaar 2016 zijn bankpas met pincode toe om een computer te kopen. In november 2016 gaf [slachtoffer] nog een keer zijn bankpas en pincode aan verdachte om een televisie te kopen. Verdachte maakte in eerste instantie op de laptop en op de mobiele telefoon van [slachtoffer] geld over naar de rekening van [naam] en later ook met behulp van de ING app die verdachte met behulp van inloggegevens van [slachtoffer] op zijn eigen mobiele telefoon had geïnstalleerd.
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde.
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde diefstal. Verdachte beschikte op rechtmatige wijze over de bankpas van [slachtoffer] en [slachtoffer] gaf hem de pincode. Uit de aangifte van [slachtoffer] blijkt niet dat hij verdachte op enig moment heeft gevraagd om de bankpas terug te geven. Vervolgens maakte verdachte geld over naar de rekening van [naam] , c.q. naar zichzelf, waar hij geen toestemming voor had. De subsidiair ten laste gelegde verduistering kan worden bewezen.
Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat hij op de laptop en mobiele telefoon van [slachtoffer] en later met zijn eigen mobiele telefoon waarop hij de ING app met behulp van de inloggegevens van [slachtoffer] had geïnstalleerd geld heeft overgemaakt. Uit de bewijsmiddelen in het dossier blijkt niet dat [slachtoffer] hem hiervoor toestemming heeft gegeven. Ook als het klopt dat verdachte de bankpas (en inloggegevens) van [slachtoffer] gedurende een langere periode in beheer heeft gehad - hetgeen niet door bewijsmiddelen in het dossier wordt gestaafd - dan nog geldt dat [slachtoffer] verdachte geen toestemming heeft gegeven om bedragen naar de rekening van [naam] c.q. naar zichzelf over te schrijven. De rechtbank acht dan ook diefstal door middel van valse sleutels wettig en overtuigend bewezen.
3

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij meermalen in de periode van 20 januari 2016 tot en met 14 december 2016 te Zevenaar meerdere geldbedragenvan in totaal 25.562,20 euro dat toebehoorde aan [slachtoffer] , telkens heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte telkensdie weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door gebruik te maken van een bankpas eneen internetbankierenapplicatie en een toegangscode zonder daartoe gerechtigd te zijn en vervolgenstelkens zonder toestemming van [slachtoffer] geldbedragen van de bankrekeningen van [slachtoffer] over te maken naar het bankrekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [naam] waar hij, verdachte, de beschikking over had;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
4

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd

5

Het feit is strafbaar.

6

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

overwegingen

7

- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 19 juni 2019 en- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 18 juli 2019.
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 140 uren werkstraf, te vervangen door 70 dagen hechtenis.
Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat er rekening dient te worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij ervaart een grote lijdensdruk en heeft zichzelf aangegeven bij de politie. Verdachte wil de door [slachtoffer] geleden schade geheel vergoeden. Hij is daar ook al mee begonnen.
Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:
De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal door gedurende bijna een jaar meermalen geld van twee bankrekeningen van [slachtoffer] over te maken naar een bankrekening waarover hij de beschikking had. Hiermee heeft verdachte op ernstige wijze misbruik gemaakt van de kwetsbaarheid van [slachtoffer] en het door [slachtoffer] in hem gestelde vertrouwen.

De rechtbank weegt mee dat verdachte berouw toont, geen strafblad heeft en dat het een oud feit betreft. Verdachte is in september 2017 door de politie verhoord en sindsdien heeft hij in onzekerheid verkeerd.

Uit de rapportage van de reclassering blijkt het volgende. Uit een samenspel van diverse factoren kon verdachte de verleiding niet weerstaan en heeft hij zich verrijkt met het geld van het slachtoffer. Hij raakte zijn onderneming kwijt en werd daardoor geconfronteerd met een enorme schuldenlast. Tegelijkertijd kampte verdachte met ernstige lichamelijke klachten. Hij had relationele problemen daar hij en zijn vrouw van elkaar verwijderd raakten. Ook kreeg hij het gevoel dat hij als vader tekort schoot omdat hij zijn zoon ‘nee’ moest verkopen. De genoemde problemen in zijn leven zijn deels opgelost, maar er zijn ook nieuwe problemen bijgekomen. Zijn financiële problemen zijn groter geworden, omdat verdachte - nadat de verdenking aan het licht kwam - uit de schuldsaneringsregeling is gezet. Vanwege psychische problemen, vermoedelijk voortkomend uit zijn jeugd, is verdachte in 2016 in beeld gekomen bij GGNet. Men had het vermoeden van een stemmingsstoornis. Verdachte wordt ongeveer wekelijks gezien en is gemotiveerd en afsprakentrouw. De reclassering schat het risico op recidive in als laag en adviseert bij een voorwaardelijke veroordeling geen bijzondere voorwaarden op te leggen. Interventies of toezicht zijn niet nodig, omdat verdachte in staat is de benodigde hulp in te schakelen.
Uit een door de verdediging overgelegde brief van E. Lim, GZ-psycholoog GGNet Zevenaar van 16 juli 2019 blijkt dat verdachte sinds januari 2017 in behandeling is in verband met een depressie en (complexe) PTSS. Verdachte is op 13 juni 2019 gestart met traumabehandeling. Werken is nu te belastend voor verdachte vanwege de hoge mate van spanningen (voortkomend uit PTSS en de actuele situatie) waardoor verdachte ook slaapproblemen ervaart en logischerwijs een beperkt energieniveau heeft.

De rechtbank is alles afwegend van oordeel dat een werkstraf zoals door de officier van justitie geëist passend en geboden is, ook al schrijft E. Lim dat werken te belastend is voor verdachte. De rechtbank is van oordeel dat verdachte gestraft dient te worden voor zijn handelen. Een straf in de vorm van een geldboete acht de rechtbank gelet op de financiële situatie van verdachte niet op zijn plaats. Een gevangenisstraf is niet aan de orde. Bij de tenuitvoerlegging van de werkstraf kan de reclassering rekening houden met de persoonlijke omstandigheden en de fysieke mogelijkheden van verdachte.
7a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 14.162,20 aan materiële schade. In totaal is een bedrag van € 25.562,20 van de rekeningen van de benadeelde partij overgemaakt en € 11.400,- is door verdachte terugbetaald.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering benadeelde partij voldoende is onderbouwd. Zij heeft daarom verzocht om de vordering toe te wijzen te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de omvang van de vordering niet betwist.
Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar.
8

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 36f en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

beslissing

9

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gedurende , met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 70 (zeventig) dagen.
 veroordeelt verdachte tot betaling van aan de [slachtoffer] , van een bedrag van (veertienduizend honderdtweeënzestig euro en twintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 december 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
 legt aan veroordeelde de op , ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag veertienduizend honderdtweeënzestig euro en twintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 december 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 105 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.
De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij

3

colA

colB

colC

colA
colC

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Bruins (voorzitter), mr. R.C.C. van Leest en mr. J.M. Hamaker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B. Rijkse, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 augustus 2019.

colA
colC

colA
colC


_da94de22-771c-4060-aeb7-92e5892d3b3b
1

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Eenheid Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016602102, gesloten op 24 mei 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

_2c1af8b0-0faf-4ed7-967a-c0b8b64fa743
2

Proces-verbaal van aangifte, p. 60 tot en met 62.

_827eb038-2121-47ab-b0c7-af216cd2e2ae
3

Bankafschriften, p. 64 tot en met 79 en p. 82 tot en met 95.

_565afd46-9e6e-4607-a962-72fc2674a692
4

Proces-verbaal van verhoor [naam] , p. 35 tot en met 37.

_99501a76-c035-4662-a19d-6301f225f6b8
5

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , p. 60 tot en met 62, verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting.

_e1854c9a-7da3-47f3-8d45-47b17dff3a64
6

Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 26 tot en met 28.

_de2bacf5-b44d-48d3-b7d7-2ba3782e0c73
7

Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 26 tot en met 28.