Uitspraak ECLI:NL:RBGEL:2019:3638

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 13-08-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Gelderland op 13-08-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBGEL:2019:3638, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 05/880714-18 (ontn.vord.)


Bron: Rechtspraak


RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/880714-18Datum zitting : 16 juli 2019Datum uitspraak: 13 augustus 2019
tegenspraak

Uitspraak van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : (hierna te noemen: veroordeelde),geboren op : [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] ,adres : [adres] ,plaats : [plaats] ,thans gedetineerd te P.I. Overijssel – HvB Zwolle,
raadsman : mr. E.M.J. Thomas, advocaat te Breda.

ECLI:NL:RBGEL:2019:3638:DOC
nl

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/880714-18Datum zitting : 16 juli 2019Datum uitspraak: 13 augustus 2019
tegenspraak

Uitspraak van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : (hierna te noemen: veroordeelde),geboren op : [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] ,adres : [adres] ,plaats : [plaats] ,thans gedetineerd te P.I. Overijssel – HvB Zwolle,
raadsman : mr. E.M.J. Thomas, advocaat te Breda.

1

De officier van justitie vordert dat de rechtbank, conform artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel voorlopig was geschat op € 785.000,-.
2

Ter terechtzitting van 5 maart 2019 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt. Er heeft hierna een schriftelijke ronde plaatsgevonden, waarbij de officier van justitie de vordering heeft gematigd tot een bedrag van € 84.175,-.
3

De zaak is op 16 juli 2019 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is veroordeelde verschenen. Veroordeelde is bijgestaan door mr. E.M.J. Thomas, advocaat te Breda.
De officier van justitie, mr. G.R.G. Nijpels, heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering ten bedrage van € 84.175,-.

Veroordeelde en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd. Veroordeelde en zijn raadsman hebben de hoogte van ontnemingsvordering betwist. Zij hebben betoogd dat veroordeelde hooguit € 6.000,00 heeft verdiend aan het doorspelen van de informatie. Zij hebben op dit moment echter geen bewijzen om hun standpunt te onderbouwen en zich daarom gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

overwegingen

4


Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de rechtbank kennisgenomen van het op 26 maart 2019 tegen veroordeelde gewezen vonnis.

De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. De beslissing dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De rechtbank volgt de berekening van de officier van justitie zoals opgenomen in het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling van 3 april 2019 (hierna te noemen: het rapport), voor zover hierna niet anders wordt overwogen.

Veroordeelde heeft in de periode 1 december 2017 tot en met 20 november 2018 informatie opgezocht in de politiesystemen over specifieke personen. Veroordeelde heeft deze informatie vervolgens aan de betreffende personen doorgespeeld. Veroordeelde heeft onder meer zijn ambtsgeheim geschonden en computervredebreuk gepleegd. Hij heeft informatie over specifieke personen uit het criminele milieu doorgespeeld aan mensen die veroordeelde voor die informatie geld boden of aan wie veroordeelde daarvoor geld heeft gevraagd.

Bevragingen unieke KENO-codes en kentekens.

De rechtbank overweegt dat veroordeelde buiten diensttijd 623 keer een unieke KENO-code heeft bevraagd. Van deze 623 KENO-codes werden 104 KENO-codes vaker dan één keer (variërend tussen de 2 en 40 keer) bevraagd. In totaal heeft veroordeelde 356 verschillende unieke KENO-codes bevraagd. Ook heeft veroordeelde buiten diensttijd 208 keer een kenteken bevraagd. Van deze 208 kentekens werden 39 kentekens vaker dan één keer (variërend tussen de 2 en 18 keer) bevraagd. In totaal heeft veroordeelde 125 verschillende unieke kentekens bevraagd. De rechtbank zal voor de verdere berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgaan van de enkele en unieke bevragingen, namelijk 356 personen en 125 kentekens.
Gehanteerde tarieven

Veroordeelde heeft verklaard dat hij 95% van de betaalde bevragingen voor [naam 1] deed en 5% van de betaalde bevragingen voor [voornaam 1] en [voornaam 2] [achternaam] . Op20 oktober 2018 om 04:48 uur heeft het volgende gesprek tussen veroordeelde en [naam 1] plaatsgevonden:
(…) [naam 1] : ‘Maar vriend ik ga jou niet uit mijn eigen zak betalen.’ (…) [naam 1] : ‘Plus ik had een afspraak met jou, dat je met niemand zou werken. Maar dat doe je wel.’ (…) [naam 1] : ‘Jij werkt met [naam 2] (fon). Klopt toch?’ [veroordeelde] : ‘Ik heb met hem zaken gedaan. Nog steeds.’ (…) [naam 1] : ‘Je kan niet zeggen dat ik slecht voor jou ben geweest. Ik heb je altijd betaald.’ [veroordeelde] : ‘Dat weet ik.’ [naam 1] : ‘Ik heb jou in die wereldje gebracht. Ik heb jou altijd twee en half barkie per naam betaald.’ [veroordeelde] : ‘Ik zeg ook niets NTV. Ik zeg eerlijk altijd goed voor mij geweest.’(…)
Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit dit gesprek genoegzaam dat [naam 1] veroordeelde altijd ‘tweeënhalf barkie per naam’ heeft betaald. Tweeënhalf barkie is € 250,00. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat veroordeelde per bevraging in beginsel een basistarief van € 250,00 rekende.
Het voorgaande leidt in beginsel tot de volgende rekensom:

Uit de afgeluisterde telefoongesprekken, OVC-gesprekken en de verklaring van veroordeelde volgt dat veroordeelde incidenteel een lager tarief, bijvoorbeeld € 200,00, voor een bevraging rekende. Exacte informatie hierover ontbreekt en de rechtbank is van oordeel dat de in het rapport geschatte correctiefactor van 15% op het totaalbedrag redelijk en aanvaardbaar is en zal daarom ook deze correctie toepassen.

Verder heeft veroordeelde verklaard dat hij niet altijd voor bevragingen is betaald en er bij meerdere bevragingen soms ook korting werd gegeven. Ook op dit punt ontbreekt exacte informatie. De rechtbank acht de in het rapport geschatte correctiefactor van 15% op het totaalbedrag ook redelijk en aanvaardbaar en zal deze correctiefactor ook op dit punt toepassen.

Het voorgaande resulteert in de volgende berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel:

De rechtbank zal, gelet op het vorenstaande, vaststellen dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op € 84.175,00.

6

colA

colB

colC

colD

colE

colF

Soort

Aantal

colC
colD

Tarief

colE
colF

Totaal

Personen

356


250,00


89.000,00

Kentekens

125


250,00


31.250,00

colC
colD

Subtotaal


120.250,00

6

colA

colB

colC

colD

colE

colF

Soort

Aantal

colC
colD

Tarief

colE
colF

Totaal

Personen

356


250,00


89.000,00

Kentekens

125


250,00


31.250,00

colC
colD

Subtotaal


120.250,00

Lager tarief

colC
colD

15%


-18.037,50

Gratis/kwantum

colC
colD

15%


-18.037,50

colC
colD

Totaal


84.175,00

5

De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
beslissing

6

stelt het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van ;

legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van .

Aldus gegeven door mr. K.A.M. van Hoof (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens enmr. B.F. Schuver, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.B.J.P. Leuverink, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 augustus 2019.
_28bb06d1-cab1-4e50-889c-3b886ed28a2a
1

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de Rijksrecherche opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 20180047 (onderzoek Hermes), gesloten op 1 februari 2019, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

_74c7b0df-d57f-4e1a-acf3-c92297d22ea9
2

Het proces-verbaal van bevindingen van 20 maart 2019, gevoegd bij het Rapport Berekening wederrechtelijke verkregen voordeel kasopstelling van 3 april 2019, p. 119.

_3d87a9da-c4cc-4443-b8d1-2f0b37ad90f9
3

Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 729.

_30435eab-0b49-4e65-8f1f-0881741b9bfa
4

OVC-gesprek van 20 oktober 2018, sessienr. 024801.UTC, p. 760.

_ce0f593c-50c1-472e-9c0b-cd3e3dbc8dbd
5

Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 757.

_69495642-2a57-489e-8e0c-736fb4721745
6

Tapgesprek van 15 juli 2018, sessienr. 10716, p. 792; het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 782.

_9f37ba85-1ee9-4943-a19e-2a6d104b0f74
7

Het Rapport Berekening wederrechtelijke verkregen voordeel kasopstelling van 3 april 2019, p. 18.

_53bd7afa-6e7e-495f-a4d7-fc1a828345cd
8

Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 730.

_05596250-c431-42e4-977a-2766fdb22072
9

Het Rapport Berekening wederrechtelijke verkregen voordeel kasopstelling van 3 april 2019, p. 18.