Uitspraak ECLI:NL:RBGEL:2019:3587

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 08-08-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Gelderland op 08-08-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBGEL:2019:3587, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 05/841164-17


Bron: Rechtspraak


RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/841164-17Datum uitspraak : 8 augustus 2019
Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] .
raadsman: mr. Y. Taghi, advocaat te Waardenburg.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 juli 2019.

ECLI:NL:RBGEL:2019:3587:DOC
nl

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/841164-17Datum uitspraak : 8 augustus 2019
Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] .
raadsman: mr. Y. Taghi, advocaat te Waardenburg.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 juli 2019.

1

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
_5385efdc-f8fa-4b10-b2eb-6036c91dcb93

- 7 pillen, verschillende kleuren en vormen, positief getest op xtc- 69,87 gram wit poeder, positief getest op cocaïne,- 282,9 gram roze diamantvormige pillen, positief getest op xtc,- 1 grijze simkaartvormige pil, positief getest op xtc,- 16,61 gram wit poeder, positief getest op cocaïne,- 25,07 gram wit poeder/brokken, positief getest op cocaïne,- 9 capsules bruin poeder, positief getest op xtc- 227,05 gram roze rechthoekige pillen, positief getest op xtc, - 2,71 gram roze en beige brokjes/poeder, positief getest op xtc,- 1,5 witte hoofdvormige pil, positief getest op xtc,- 0,23 gram wit poeder, positief getest op cocaïne.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.hij op omstreeks 13 juli 2017 te Beuningen Gld, gemeente Beuningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad -ongeveer 1.862 XTC-pillen, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of -ongeveer 300 gram cocaïne, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.hij op of omstreeks 13 juli 2017 te Beuningen Gld, gemeente Beuningen, [slachtoffer] heeft mishandeld door deze [slachtoffer] één of meerdere malen met kracht in/tegen het gezicht te stompen en/of te slaan.
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Hiertoe heeft de officier van justitie ten aanzien van feit 1 aangevoerd dat de auto op naam van verdachte stond en dat hij de feitelijke macht had over de auto en de goederen daarin. Op meerdere plaatsen in de auto is drugs aangetroffen. Het door verdachte gegeven scenario is onaannemelijk en ongeloofwaardig. Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie aangevoerd dat verbalisanten slaande bewegingen hebben gezien en dat verdachte een min of meer bekennende verklaring heeft afgelegd.
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1 omdat niet bewezen kan worden dat hij wetenschap had van de drugs in zijn auto. Het alternatieve scenario is aannemelijk geworden. Verdachte heeft direct bij de politie verklaard dat hij de auto uitgeleend heeft en dat hij niet wil vertellen aan wie in verband met zijn eigen veiligheid. Er is onvoldoende onderzoek verricht om vast te kunnen stellen dat verdachte wetenschap had van de drugs in zijn auto. Subsidiair stelt de raadsman dat alleen het vervoeren en aanwezig hebben van 109,91 gram cocaïne bewezen kan worden verklaard, en niet 300 gram zoals staat vermeld in de tenlastelegging. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte zelf ook is geslagen.
Beoordeling door de rechtbank

Bewijsmiddelen

Gelet op de onderlinge samenhang zal de rechtbank de feiten 1 en 2 tegelijk beoordelen, waarbij ieder bewijsmiddel wordt gebruikt voor het feit waarop het gezien de inhoud kennelijk betrekking heeft.
Op donderdag 13 juli 2017 kreeg de politie een melding dat een zwarte Volkswagen Golf met piepende banden was gestopt op de A73 bij afrit Beuningen en dat er een conflict tussen de inzittenden was. Verbalisant [verbalisant 1] zag dat de auto slingerend de berm in reed en dat de inzittenden met elkaar in gevecht waren. Beide personen maakten slaande bewegingen naar elkaar. De verbalisant heeft het portier aan de bestuurderskant geopend en geroepen dat de inzittenden de auto uit moesten komen. De bestuurder, verdachte, bleef slaande bewegingen maken naar de bijrijder en daarop heeft de verbalisant hem bij zijn bovenarm gepakt en de auto uitgetrokken.

Verbalisant [verbalisant 2] heeft bij de deuropening op het natte gras een droog gripzakje met 3 capsules aangetroffen. Vervolgens heeft hij in de achterbak in een aan de bovenzijde geopende koffer een grote hoeveelheid witte, op cocaïne gelijkende poeder en pillen aangetroffen. Onder de bestuurdersstoel werd een gripzakje met pillen en capsules aangetroffen. Bij nader onderzoek bleek dat het – onder meer – om de volgende drugs gaat: - 7 ronde blauwe pillen, positief getest op xtc,

Getuige [slachtoffer] heeft verklaard dat in de auto ruzie is ontstaan en dat verdachte haar vijf keer in het gezicht heeft geslagen. Het linker jukbeen van [slachtoffer] was hierdoor opgezwollen en pijnlijk.

Verdachte heeft verklaard dat de auto die hij ten tijde van de aanhouding bestuurde, zijn eigen auto is.

Bewijsoverwegingen

Feit 1

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat in de auto van verdachte een grote hoeveelheid cocaïne en xtc is aangetroffen. Deze drugs zijn aangetroffen in een aan de bovenkant geopende koffer de kofferbak en onder de bestuurdersstoel. Verdachte is eigenaar van de auto en was op dat moment ook de bestuurder van de auto. Verdachte had de drugs dus feitelijk onder zich.
Verdachte heeft in zijn verhoor bij de politie verklaard dat hij niet wist dat er drugs in zijn auto lagen en dat hij zijn auto aan verschillende mensen heeft uitgeleend. Verdachte heeft desgevraagd niet willen vertellen wie de kennis is aan wie hij de auto voor het laatst heeft uitgeleend, omdat hij achteraf bedreigd zou zijn door hem. Allereerst overweegt de rechtbank dat het in algemene zin zeer onwaarschijnlijk is te achten dat een grote hoeveelheid drugs met een aanzienlijke waarde – onder meer op weinig verhullende wijze in de kofferbak – in een geleende auto wordt achtergelaten. De rechtbank stelt verder vast dat de verklaring van verdachte niet concreet en verifieerbaar is. Wie zich beroept op een alternatief scenario zal dit moeten onderbouwen met controleerbare gegevens. Voor geen enkel element uit het verhaal van verdachte is zelfs maar een begin van aannemelijkheid gegeven.
De rechtbank is van oordeel dat, nu geen ander scenario aannemelijk is geworden, en gelet op de omstandigheden waaronder de drugs zijn aangetroffen, het niet anders kan dan dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van die cocaïne en xtc. Dat geen forensisch sporenonderzoek is gedaan naar de aangetroffen goederen doet daaraan niet af. Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 ten laste gelegde, voor zover het, het vervoeren van xtc en cocaïne betreft.

Weliswaar biedt het dossier aanknopingspunten voor handel in de aangetroffen drugs – zo zijn onder meer in de auto een weegschaal en een grote hoeveelheid lege gripzakjes aangetroffen – maar wettig bewijs ontbreekt voor de conclusie dat verdachte op de tenlastegelegde plaats en datum harddrugs heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd of verstrekt. Evenmin kan bewezen worden geacht dat sprake is geweest van medeplegen.
Feit 2

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte op 13 juli 2017 meerdere malen [slachtoffer] in het gezicht heeft geslagen, waardoor het jukbeen van [slachtoffer] opgezwollen en pijnlijk was. De rechtbank acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft mishandeld. Dat verdachte zelf ook geslagen is maakt dit niet anders.
3

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.hij op 13 juli 2017 te Beuningen Gld, gemeente Beuningen, opzettelijk heeft vervoerd, een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.hij op 13 juli 2017 te Beuningen Gld, gemeente Beuningen, [slachtoffer] heeft mishandeld door deze [slachtoffer] meerdere malen met kracht tegen het gezicht te slaan.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
4

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

Ten aanzien van feit 2:

mishandeling

5

De feiten zijn strafbaar.

6

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

overwegingen

7

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder feit 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie geëist dat de in beslag genomen auto verbeurd wordt verklaard, dan wel dat er een geldboete ter hoogte van € 3387,- wordt opgelegd, te vervangen door 67 dagen hechtenis.
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat bij een bewezenverklaring voor feit 1 een taakstraf, al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf, passend is gelet op het tijdsverloop, de hoeveelheid drugs en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Ten aanzien van feit 2 moet aansluiting gezocht worden bij de LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting en kan een geldboete opgelegd worden. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met het tijdsverloop en het feit dat verdachte first offender is. Gelet op de bepleite vrijspraak voor feit 1 heeft de raadsman zich primair op het standpunt gesteld dat de in beslaggenomen auto, dan wel het geldbedrag ter hoogte van € 3387,- moet worden teruggeven. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat in de straf rekening moet worden gehouden met de waarde van de auto.
Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en met de omstandigheden waaronder dit is begaan. Ook is rekening gehouden met de persoon van de verdachte.
De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een grote hoeveelheid xtc en cocaïne in zijn auto vervoerd.

De rechtbank gaat uit van het gewicht van de drugs zoals vermeld is in het dossier. De rechtbank heeft bij de straftoemeting de LOVS oriëntatiepunten als uitgangspunt genomen. Ten aanzien van het vervoeren van een hoeveelheid harddrugs tussen de 500 en 1000 gram staat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden genoemd. De rechtbank houdt echter in aanzienlijke mate in het voordeel van verdachte rekening met het forse tijdverloop tussen de aanhouding en het aanbrengen van de zaak op zitting.

Alles afwegend legt de rechtbank verdachte voor zowel het vervoeren van de drugs als voor de mishandeling een taakstraf voor de duur van 150 uur op. Als hij deze taakstraf niet (naar behoren) uitvoert, staan daar 75 dagen hechtenis tegenover. Daarnaast legt de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd op. Deze voorwaardelijke straf moet zowel de ernst van het drugsfeit nog eens onderstrepen als ervoor zorgen dat verdachte zich in de toekomst onthoudt van strafbare, met name druggerelateerde gedragingen. Omdat verdachte tussentijds niet is veroordeeld voor nieuwe feiten, zal de rechtbank de voorwaardelijke gevangenisstraf beperken tot één maand, met een proeftijd van twee jaren.
Beslag

De in beslag genomen auto, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu de auto een voorwerp is met behulp waarvan het onder feit 1 bewezenverklaarde is begaan. De grote hoeveelheid drugs zijn immers met deze auto door verdachte vervoerd. Nu de officier van justitie ter terechtzitting te kennen heeft gegeven dat de auto is verkocht voor een bedrag van € 3387,-, treedt dit bedrag in plaats van de auto.
De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

8

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 57 en 300 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 2 en 10 van de Opiumwet.

beslissing

9

 bepaalt dat deze gevangenisstraf , tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van de voorwaarde dat de veroordeelde zich niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;
 Veroordeeld verdachte tot gedurende , met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen;
 het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: de auto (Volkswagen Golf met kenteken 93GXD9), waarvoor een geldbedrag ter waarde van € 3387,- in de plaats is gekomen;
De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een voor de duur van

Beslissing ten aanzien van het beslag:

3

colA

colB

colC

colA
colC

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J.C. Cremers (voorzitter), mr. Y.M.J.I. Baauw en mr. B.F. Schuver, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 augustus 2019.

colA
colC

colA
colC

mr. B.F. Schuver is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

_5385efdc-f8fa-4b10-b2eb-6036c91dcb93
1

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] , van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018015505 gesloten op 10 januari 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

_92d61e3b-395f-48e9-8dc4-a77f9cd3e673
2

Proces-verbaal van aanhouding, p. 49 en 50

_d37d6efa-1d19-4869-9b4e-e40112fd18e2
3

Proces-verbaal van aanhouding [slachtoffer] , p. 68 en 69

_1c581334-e1bb-4361-9639-f5a12d9940b9
4

Fotomap p. 33-36 en het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, p. 37 t/m 41, gelezen in onderlinge samenhang met het NFI-rapport, p. 45 en 46.

_242c4c02-9384-4238-bca1-7861cc83e9e7
5

Proces-verbaal van bevindingen met foto’s, p. 6

_b2749137-dbd8-4aa3-b399-5c105f373e95
6

Proces-verbaal van verhoor verdachte p. 52.