Uitspraak ECLI:NL:RBGEL:2019:2136

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 16-05-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Gelderland op 15-05-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBGEL:2019:2136, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 05/882107-17


Bron: Rechtspraak


RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/882107-17Datum uitspraak : 15 mei 2019
Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1]thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem
raadsman: mr. G.J. Gerrits, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 19 juni 2018, 28 augustus 2018, 6 november 2018, 29 januari 2019 en 24 april 2019.

ECLI:NL:RBGEL:2019:2136:DOC
nl

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/882107-17Datum uitspraak : 15 mei 2019
Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1]thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem
raadsman: mr. G.J. Gerrits, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 19 juni 2018, 28 augustus 2018, 6 november 2018, 29 januari 2019 en 24 april 2019.

1

- voorzien van een bivakmuts en/of een revolver, althans een vuurwapen, de woning van die [slachtoffer 1] is/zijn binnengegaan en/of - (vervolgens) die [slachtoffer 1] naar de grond heeft getrokken en/of - ( vervolgens) de revolver, althans het vuurwapen op die [slachtoffer 1] heeft gericht en/of - ( vervolgens) (meermalen) heeft gezegd/geroepen: 'waar zijn de autosleutels' en/of 'waar ligt de kluis', althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of - ( vervolgens, toen die [slachtoffer 1] daar geen antwoord op gaf) die [slachtoffer 1] meerdere malen met de revolver, althans het vuurwapen en/of met de vuist heeft geslagen en/of gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
- voorzien van een bivakmuts en/of een revolver, althans een vuurwapen, de woning van die [slachtoffer 1] is/zijn binnengegaan en/of - ( vervolgens) die [slachtoffer 1] naar de grond heeft getrokken en/of - ( vervolgens) de revolver, althans het vuurwapen op die [slachtoffer 1] heeft gericht en/of - ( vervolgens) (meermalen) heeft gezegd/geroepen: 'waar zijn de autosleutels' en/of 'waar ligt de kluis', althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of - ( vervolgens, toen die [slachtoffer 1] daar geen antwoord op gaf) die [slachtoffer 1] meerdere malen met de revolver, althans het vuurwapen en/of met de vuist heeft geslagen en/of gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- meerdere breuken in de linker oogkas (orbitabodem en/of orbitawand) met daarbij een forse bloeduitstorting en/of een barst wond regio linker wenkbrauw en/of - een luxatie aan de linker pink en/of - gekneusde ribben, heeft toegebracht, door die [slachtoffer 2] opzettelijk (met kracht): - een kopstoot te geven en/of - meermalen, althans eenmaal op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan/stompen en/of - meermalen, althans eenmaal op/tegen het hoofd en/of het lichaam te schoppen/trappen;
- een kopstoot heeft gegeven en/of - meermalen, althans eenmaal op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen/gestompt en/of - meermalen, althans eenmaal op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft getrapt/geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; meer subsidiair
Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 22 augustus 2017 te Bemmel, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen (een) autosleutel(s) en/of een kluis, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 1] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat verdachte en/of zijn mededader(s):
en/of

hij op of omstreeks 22 augustus 2017 te Bemmel, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van (een) autosleutel(s) en/of een kluis, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat verdachte en/of zijn mededader(s):

2.

hij op of omstreeks 1 januari 2018 te Bemmel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten (onder andere):

subsidiair

hij op of omstreeks 1 januari 2018 te Bemmel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet: (met kracht) die [slachtoffer 2] :

hij op of omstreeks 1 januari 2018 te Bemmel, althans in Nederland, met een ander of anderen, openlijk, te weten in een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten de [adres 2] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] , welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal, geven van een kopstoot en/of slaan/stompen en/of schoppen/trappen op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of het vasthouden van die [slachtoffer 2] (terwijl zijn mededader(s) die [slachtoffer 2] schopten en/of sloegen)

overwegingen

2




Ten aanzien van feit 1
_c73f85ae-7ffe-404e-8b27-0f31540b9c33

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 22 augustus 2017 is [slachtoffer 1] in zijn woning aan de [adres 3] in Bemmel. [getuige 1] is op dat moment bij hem op bezoek. Omstreeks 01:30 uur zitten [slachtoffer 1] en [getuige 1] op de bank samen tv te kijken. De hond van [slachtoffer 1] zit dan in de bench. Dan komen er via de achterdeur ineens twee personen binnen met bivakmutsen op. Een van hen heeft een revolver in zijn handen en roept vrijwel meteen: “Waar zijn de autosleutels?” Wanneer [slachtoffer 1] daar geen antwoord op kan geven, begint deze persoon op [slachtoffer 1] in te slaan. [getuige 1] krijgt een klap op haar voorhoofd en op haar lip. Er blijft worden geschreeuwd om de autosleutels en ook om een kluis. Omdat [slachtoffer 1] een verlamde arm heeft en zijn rechterbeen niet goed functioneert, kan hij zich niet verweren en belandt hij op de grond. Wanneer hij op de grond ligt, krijgt hij meer klappen van de eerste persoon, die meermalen om de autosleutels blijft schreeuwen. De tweede persoon gaat naar boven en haalt daar in de slaapkamer het nachtkastje en de lade overhoop. Uiteindelijk verlaten de twee personen de woning zonder dat er iets wordt meegenomen. [slachtoffer 1] wordt vervolgens hevig bloedend naar het ziekenhuis gebracht en daar worden diverse verwondingen geconstateerd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een overval op [slachtoffer 1] .
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de overval heeft gepleegd. Er is sprake van een vormverzuim ex 359a van het Wetboek van Strafvordering. Er is gehandeld in strijd met de Aanwijzing Opsporingsbevoegdheden. De opgenomen gesprekken hebben stelselmatig een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van verdachte en dat is het belang dat de geschonden norm beoogt te beschermen. Alle opgenomen communicatie en al hetgeen daaruit voortvloeit aan verklaringen moet daarom van het bewijs worden uitgesloten. Verder heeft de verdediging gesteld dat de processen-verbaal van bevindingen over geluidsoverlast op 12 juni 2017 en het aantreffen van [getuige 1] op 18 augustus 2017 van het bewijs moeten worden uitgesloten omdat de inhoud oncontroleerbaar is en de processen-verbaal niet ten spoedigst zijn opgemaakt. Tot slot dienen ook de verklaringen [getuige 2] en [getuige 3] van het bewijs te worden uitgesloten omdat deze verklaringen onbetrouwbaar zijn.
Beoordeling door de rechtbank

Vast staat dat [slachtoffer 1] op 22 augustus 2017 in zijn woning in Bemmel is overvallen door meerdere personen. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of verdachte een van die overvallers is geweest. Voordat die vraag kan worden beantwoord, dient de rechtbank allereerst te beoordelen of al hetgeen zich in het dossier bevindt als bewijsmiddel mag worden gebruikt. De raadsman heeft betoogd dat de zich in het dossier bevindende uitwerking van de opgenomen OVC-gesprekken niet mogen worden gebruikt voor het bewijs, nu uit het dossier niet blijkt dat de officier van justitie, alvorens zich te wenden tot de rechter-commissaris voor het verkrijgen van een machtiging, toestemming heeft gekregen van de hoofdofficier van justitie voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie in het cafetaria [naam 1] te Bemmel en in de P.I. Arnhem Zuid. De raadsman verwijst in dit verband naar paragraaf 2.5 van de Aanwijzing Opsporingsbevoegdheden. De rechtbank overweegt dat de bevoegdheid tot het doen van deze vordering bij de officier van justitie ligt. In de Aanwijzing opsporingsbevoegdheden is een toetsingsprocedure omschreven die de officier van justitie op grond van de genoemde Aanwijzing behoort te volgen. Ter zitting is mondeling aangeven door de officier van justitie dat de procedure is gevolgd in die zin dat de vereiste toestemming voor de vordering en het vorderen van de verlenging is gegeven door de recherche officier van justitie. Hoewel de Aanwijzing daarmee niet letterlijk is gevolgd, immers is geen toestemming verleend door de hoofdofficier van justitie, moet tegelijkertijd worden geconstateerd dat wel toestemming binnen de OM-lijn is gegeven. Bovendien is het de vraag in hoeverre verdachte een beroep toekomt op dit voorschrift in deze Aanwijzing. Uiteindelijk is immers sprake van een wettelijk kader waaraan is voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank kan die laatste vraag onbeantwoord worden gelaten omdat, indien en voor zover al sprake zou zijn van een onherstelbaar vormverzuim, de toestemming van de recherche officier dusdanig veel gewicht kan worden toegekend dat, zo al sprake is van een vormverzuim, met een enkele constatering dat sprake is van een vormverzuim zou kunnen worden volstaan. Een en ander behoeft daarom geen verdere bespreking. De rechtbank ziet dan ook geen reden om over te gaan tot bewijsuitsluiting ex 359a van het Wetboek van Strafvordering.
Om de vraag te kunnen beantwoorden of verdachte degene is geweest die de overval op [slachtoffer 1] (mede) heeft gepleegd, stelt de rechtbank het volgende vast.

Ten tijde van de overval is niet alleen [slachtoffer 1] , maar ook [getuige 1] in de woning aan de [straat] in Bemmel. [getuige 1] heeft meteen na de overval, nog buiten de woning, tegenover de politie een verklaring afgelegd. Zij vertelt dan dat zij [slachtoffer 1] al jaren kent, dat hij een tijdje geleden een verkeersongeluk heeft gehad, dat hij hier een fikse schadevergoeding van heeft gekregen en dat hij hierdoor steeds mooie [merk] auto’s rijdt. Zij verklaart verder dat zij al een jaar of 3 geen contact meer met [slachtoffer 1] heeft maar dat zij die avond voor het eerst sinds jaren weer zouden gaan bijkletsen en tv zouden kijken samen. Enige tijd later verklaart ze over die avond ook nog dat ze haar auto ergens anders had geparkeerd omdat ze niet wil dat iedereen wist dat ze bij [slachtoffer 1] was omdat je dan “weer geruchten krijgt dat ze daar drugs was halen”.

[getuige 1] heeft bij de overval een klap op haar gezicht gekregen. Na de overval is de lip van [getuige 1] bemonsterd om te bezien of DNA-sporen afkomstig van de overvallers zouden kunnen worden veiliggesteld.

Op 30 augustus 2017 is in het televisieprogramma “ Dossier Gelderland” aandacht besteed aan de overval. Een dag later wordt [getuige 1] gehoord. Tijdens dat verhoor wordt haar verteld dat er onderzoek wordt gedaan naar DNA-sporen. [getuige 1] verklaart vervolgens:
“ Ik moet er ineens aan denken dat ik die nacht heel veel gehuild heb en ik vaak met mijn handen over mijn gezicht heb gewreven om de tranen weg te halen. Ik had toen een aansteker in mijn hand en ik bedenk me nu dat het DNA van een vriend daardoor ook op mij zou kunnen zitten. Ik heb die aansteker namelijk eerder die avond gestolen van hem. Ik had voor de afspraak met [slachtoffer 1] een afspraak met die vriend en toen had ik buiten seks met hem en daarna heb ik zijn aansteker meegenomen. Die vriend is [verdachte] . (…) Sinds een tijdje, ik weet niet hoe lang, hebben wij seks met elkaar. Ik weet dat hij oorspronkelijk uit Bemmel komt en ik dacht dat hij nu in Arnhem woonde. Ik heb zijn 06-nummer in mijn telefoon staan maar niet onder zijn naam. Ik kan u niet vertellen welk nummer van hem is. (…)Ik kan de aansteker niet vinden in mijn tas. Als ik hem vind, laat ik het weten. [verdachte] wist niet dat ik een afspraak had staan met [slachtoffer 1] . Niemand wist dit
_4dd75367-263c-4c73-9d2a-e7432876e297

De telefoon van [getuige 1] wordt vervolgens in beslag genomen en uitgelezen. Daaruit komt naar voren dat de gebruiker van de telefoon de laatste gesprekken voor de overval gevoerd heeft op 21 augustus 2017 om 20:29 uur en om 21:43 uur. Bij het gesprek op 20:29 uur is (geprobeerd) verbinding gemaakt (te maken) tussen de gebruiker van het toestel van [getuige 1] en iemand die in haar toestel staat opgeslagen onder de naam “ [verdachte] ”, telefoonnummer [nummer] . Verdachte is de tenaamgestelde van dit telefoonnummer. Gezien die tenaamstelling en de naam die [getuige 1] aan het contact heeft gegeven, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte de gebruiker van dit telefoonnummer is. Anders dan door [getuige 1] is verklaard, staat het telefoonnummer van verdachte dus wel gewoon onder zijn naam in haar telefoon. Zowel het telefoonnummer van [getuige 1] als die van verdachte stralen kort voor de overval dezelfde zendmast in Huisen aan.

In de periode tussen 21 augustus 2017 21:26 uur en 22 augustus 2:21 uur worden er met de telefoon van verdachte geen sms-berichten verstuurd of ontvangen of telefoongesprekken gevoerd.

Na de overval wordt toestel van [getuige 1] voor het eerst gebruikt om 7:38 uur en om 7:39 uur. Dan wordt geprobeerd verdachte te bereiken. Uiteindelijk probeert de gebruiker van het toestel van [getuige 1] tussen 7:38 uur en 8:00 uur 12 keer contact te leggen met verdachte.In het toestel van [getuige 1] wordt verder een screenshot aangetroffen van een WhatsApp gesprek tussen [getuige 2] en ene [naam 2] , gestuurd door [naam 2] aan [getuige 1] . In dit gesprek zegt [getuige 2] tegen [naam 2] : “ en zeg maar tegen [getuige 1] dat ik er alles aan doe om haar te naaien ook met gevalletje van laatst bij [slachtoffer 1] , ik weet alles.”
Naar aanleiding van dit WhatsApp gesprek zoekt de politie op 26 september 2017 contact met [getuige 2] . [getuige 2] wil geen verklaring afleggen omdat “ [verdachte] een ongeleid projectiel is die eerder iemand die aangifte tegen hem durfde te doen heeft neergeslagen met een ijzeren pijp”. De politie heeft wel proces-verbaal bevindingen opgemaakt over hetgeen [getuige 2] hen heeft verteld, namelijk dat hij weet dat [getuige 1] als sleutel heeft gediend bij de overval. Hij heeft de verbalisanten eveneens verteld dat hij [verdachte] benaderd heeft via Facebook Messenger en dat hij tegen [verdachte] heeft gezegd dat hij wist dat [verdachte] de overval had gepleegd. [verdachte] antwoordde daarop dat dat niets uitmaakte omdat hij een alibi had geregeld die avond, namelijk dat hij zogenaamd is wezen chillen bij een vriend in Huissen, aldus [getuige 2] . Dat deze verklaring van het bewijs moet worden uitgesloten omdat de inhoud onbetrouwbaar zou zijn, zoals is aangevoerd, is niet gebleken. Het enkele feit dat de inhoud anders is dan hetgeen verdachte voor ogen staat, maakt een verklaring nog niet onbetrouwbaar. Voor bewijsuitsluiting bestaat geen aanleiding.

Op 27 februari 2018 wordt in het televisieprogramma “Opsporing Verzocht” aandacht besteed aan de woningoverval, en de onder 2 tenlastegelegde mishandeling. Daarbij wordt onder meer gezegd dat de hond van [slachtoffer 1] wat bij de vrouw hangt en dat de vrouw vraagt of de hond in de bench mag.

Rondom deze uitzending is getapt. Op 27 februari 2018 vindt kort na de uitzending een telefoongesprek plaats tussen [getuige 3] en [naam 3] .
[getuige 3] : d’r zijn dus al namen gevallen

[naam 3] : ja, meerdere

[getuige 3] : die telefoon is ook al weg van hem. Die hebben we al in de plomp gegooid.

[naam 3] : ik ou maar euh. Ver weg gaan, als ik hem was.

[getuige 3] : ja

[naam 3] : echt ver weg want je gaat echt een jaar of 5, 6 weg he?

[getuige 3] : ja,ja,ja dat weet ie ja dat weet ie ook. (…)

[naam 3] : dit komt allemaal door die vieze kankerhoer. Daar komt het allemaal door. Die vieze tyfushoer. (…)

[naam 3] : “ dan zie ik de recon, reconstructie. Had je dat gezien? Dat vieze vette wijf? Uhhh doe je de hond in de bench. Dat valt toch allemaal zwaar op.
_ed1c26a4-a5ff-4133-8c0f-20aec62234ba

Op basis van dit tapgesprek stelt de rechtbank vast dat verdachte zich heeft ontdaan van zijn telefoon, hetgeen ook wordt bevestigd door de hieronder vermelde OVC-gesprekken.

Verdachte heeft niet alleen een telefoon maar ook een Facebook account. Wat opvalt, is dat verschillende kijkers melden dat zij verdachte op de beelden (van feit 2) bij Opsporing Verzocht menen te herkennen en dat zij eveneens melden dat zijn Facebookaccount direct na de uitzending van Opsporing Verzocht uit de lucht is gegaan. Verdachte heeft zich naar aanleiding van deze uitzending kennelijk niet alleen ontdaan van zijn mobiele telefoon maar ook zijn Facebook account uit de lucht gehaald.

Naast getapt, is er ook heimelijk communicatie opgenomen in cafetaria “ [naam 1] ”. Zo is op 1 maart 2018 is een gesprek opgenomen tussen verdachte en [naam 4] .
[naam 4] : wat zie ik allemaal?

[verdachte] : je ziet veel maar. Het is heet, heel heet.

[naam 4] : ja, oppassen man.

[verdachte] : ik ga d’r sowieso in. (…)

Jullie moeten wel effe bij mij blijven. Ik heb de phone in de waal gegooid man.

[naam 4] : wat dan? Daarom ben je niet bereikbaar.

[verdachte] : Tuurlijk maat. Wat denk je. Het is heet toch. (…)

Je ziet me binnenkort niet meer man. Ik ga er sowieso een jaar voor in maar weet je wat het is. Het wordt niet hard gemaakt. Je moet je stil houden.
_f18d9e6e-bcfd-419c-b561-8883ea8af94c

[naam 4] belt vervolgens [naam 6] en zegt dat hij in het [naam 1] bij “ [naam 5] ” is. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat dit een bijnaam van hem is. Het gesprek gaat dan verder, onder meer met ene [naam 7] .

[verdachte] : Goh, [naam 5] komt 1 keer op het nieuws, komt ie met 2 zaken bij Opsporing Verzocht. (…)

[verdachte] : het fucked up is gewoon mijn ma. Als ik geen ma had, dan kon ik nog gewoon pitten bij mijn pa. Hem boeit niet. hij weet, hij weet jonge maar mijn ma. Het gaat om die mensen, kankergroot publiek die het ook te weten komt. En hoe het daar gezet werd, bij opsporing weet je. Er zijn maar om een bepaald aantal mensen ook wel veel mensen die wel weten, zoals mijn pa. Mijn pa zei ook “ vieze kankerdealer, dit dat, en nu heel zielig doen, weet je invalide man,

[naam 7] : was toch niet die vent, invalide

[verdachte] : 1 arm, maar in ieder geval, dat is geen zielige vent of zo. Hij heeft 1 arm door ongeluk. (…)

[verdachte] : ik ga er sowieso in weet je, weet je wat het is ze gaan het sowieso niet hard krijgen. Denk sowieso bij die ene wel. (…) ik zwijg alles. (…).
_4b541f45-ffa1-4559-9231-e9a896a05715

Verdachte heeft het dus in Het [naam 1] over het feit dat hij met twee zaken bij Opsporing Verzocht is geweest. Opsporing Verzocht heeft die avond aandacht besteed aan hetgeen onder 2 is tenlastegelegd en aan de overval bij [slachtoffer 1] , een invalide man die maar een arm kan gebruiken.

Dan is er een tapgesprek op 2 maart 2018 tussen verdachte en [naam 8] .
[verdachte] : ze gaan niets hard maken maat. Wordt alleen voorarrest (…) denk jaartje, zo anderhalf is (onverstaanbaar) weer buiten maat en dan gaan die ov’tjes weer knallen.
_3275dbf0-3756-440e-b035-4422915f22e5

De rechtbank stelt vast dat ov’tje straattaal is voor een overval.

Vervolgens worden verdachte en [getuige 1] op 5 maart 2018 aangehouden.

Daarover wordt gesproken in het tapgesprek op 5 maart 2018 tussen [getuige 3] en [naam 9] . [getuige 3] zegt in dit gesprek over de aanhouding:
[getuige 3] : ja, vanmiddag. Bij [getuige 1] . [getuige 1] is ook opgepakt. (…)

[getuige 3] : ja, nou dan gaat ie echt. Als zij lult, dan gaat die voor acht jaar erin. (…)
_244e5ede-0c73-4112-9908-8cac208e75db

Bij de aanhouding van [getuige 1] wordt opnieuw haar telefoon in beslag genomen. In die telefoon wordt een oud Whats App gesprek aangetroffen wat op 16 november 2017 tussen [getuige 1] en verdachte is gevoerd.
[verdachte] : regel mannen die we kunnen stelen. Ben je niet meer op de money?

[getuige 1] : als ik weet waar die zijn, meteen

(…)

Maar laten we ff brainstormen binnenkort.

Want dat gaan we wel doen.

Maar ik ga wel zoeken.
_63f5c975-5f05-4e08-948e-a645c8f857d9

Uit dit gesprek leidt de rechtbank af dat verdachte en [getuige 1] samen mannen willen regelen die kunnen worden bestolen, zoals ook geprobeerd is [slachtoffer 1] te bestelen.

[getuige 3] is na de aanhouding van verdachte en [getuige 1] diverse malen gehoord. Op 2 juni 2018 heeft hij bij de politie verklaard dat dat hij weet dat [verdachte] de overval heeft gepleegd, samen met [naam 10] en [getuige 1] , en dat [verdachte] hem dat de dag daarna zelf en uit zichzelf heeft verteld. Dat deze verklaring onbetrouwbaar is, zoals is aangevoerd, is niet gebleken. Daarvoor moet meer aan de hand zijn dan dat [getuige 3] eerst de boot afhoudt in de verhoren en vervolgens niet in lijn met verdachte verklaart.

Dat verdachte het niet eens is met die verklaring, volgt ook uit de gesprekken in de PI die heimelijk zijn opgenomen. Verdachte verklaart tegenover diverse personen dat [getuige 3] en zijn vriendin hebben “gesnitcht”, dat [getuige 3] “kapot moet” en hij zoekt iemand die een aantal kogels door de voorruit van de auto van [getuige 3] wil knallen. Ook meldt verdachte dat hij vanuit de PI hem niet welgevallige verklaringen heeft opgestuurd naar [getuige 3] . Zo vertelt verdachte op 9 juli 2018 aan een onbekend gebleven persoon het volgende:
[verdachte] : hij is voor die mishandeling, niet voor die ovtje

NN: Voor die andere zaak? En toen heeft die gezegd oh dit en dit is er ook nog gebeurd?

[verdachte] : hij heeft gewoon alles gezegd. Hij heeft zelfs gezegd dat die me mij naar Opsporing Verzocht heeft gekeken. En dat ik haar kende en dit dat. (…)

Ik ga hem kapot maken. (…)

[verdachte] : en dan gaat ie gelijk zingen. Gelijk zingen, weet je. Fuck hem. (…)

Hij is de enige gozer die praat. Iedereen zwijgt en hij is de enige die praat.
_ecfd047b-f4fa-41b7-ba35-e48d061ae6f6

Verdachte heeft ter terechtzitting beperkt verklaard en op vragen van de rechtbank geantwoord dat hij niet meer weet waar hij de avond van de overval is geweest, dat hij niet meer weet waar al die gesprekken over gaan, dat hij de mensen uit de OVC-gesprekken niet of amper kent en dat hij sowieso weinig mensen uit Bemmel kent. Samengevat heeft verdachte geen enkele aanknopingspunt gegeven hoe alle hierboven genoemde belastende feiten en omstandigheden anders zouden moeten worden uitgelegd dan dat ze gaan over de overval en de betrokkenheid van verdachte daarbij. De rechtbank kan geen andere uitleg aan die feiten en omstandigheden geven dan dat ze inderdaad over de overval gaan. Dat wordt ook bevestigd door de verklaring van [getuige 3] en hetgeen [getuige 2] heeft verteld. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat op basis van de hierboven genoemde feiten en omstandigheden wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de overval op [slachtoffer 1] in vereniging heeft gepleegd. Niet bewezen is dat iets is weggenomen, maar wel dat de overvallers hebben geprobeerd [slachtoffer 1] te dwingen tot afgifte van de autosleutels en dat zij de hele slaapkamer hebben doorzocht met als doel goederen weg te nemen. Daarmee is sprake van een poging tot afpersing en een poging tot diefstal met geweld, in vereniging gepleegd.

Nu de rechtbank de door de raadsman genoemde processen-verbaal niet voor het bewijs gebruikt heeft, kan hetgeen daaromtrent is aangevoerd onbesproken blijven.

Ten aanzien van feit 2
_253ed1ad-b4f3-41af-9f2e-1442b7808a4d

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 1 januari 2018 liep [slachtoffer 2] samen met zijn partner [naam 11] en zijn stiefzoon op weg naar huis in Bemmel. Vervolgens is een vechtpartij ontstaan tussen [slachtoffer 2] en drie mannen.. [slachtoffer 2] is daarbij meerdere malen tegen zijn hoofd geschopt en geslagen. Door de mishandeling heeft [slachtoffer 2] ; meerdere breuken in zijn linker oogkas (orbitabodem en/of orbitawand) met daarbij een forse bloeduitstorting, een barst wond regio linker wenkbrauw, een luxatie aan de linker pink en gekneusde ribben opgelopen.

Standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van zware mishandeling.
Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit is het concreet, betrouwbaar en verifieerbaar bewijs van vermeende betrokkenheid van verdachte bij de mishandeling niet in het dossier te vinden. Er is bovendien geen sprake van zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer 2] . Er is evenmin sprake van een poging tot zware mishandeling. Om die reden dient ook vrijspraak te volgen voor het subsidiair tenlastegelegde feit. Mocht de rechtbank, in weerwil van hetgeen de verdediging heeft betoogd, vaststellen dat verdachte in contact is geweest met het slachtoffer, dan zou het meer subsidiair tenlastegelegde feit bewezen kunnen worden, zulks met uitzondering van de kopstoot zoals door het slachtoffer is verklaard, daarvoor wordt geen steun gevonden in een ander bewijsmiddel.
Beoordeling door de rechtbank

Vast staat dat die nacht sprake is geweest van een vechtpartij tussen [slachtoffer 2] en drie personen. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of verdachte een van die drie personen is geweest. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat er door drie jongens zwaar vuurwerk naar hem, [naam 11] en zijn stiefzoon werd gegooid. Aangever sprak deze jongens daarop aan. Eén van de jongens – die aanzienlijker groter was dan aangever – liep naar hem toe en die jongen kwam met zijn borst tegen aangever aan staan. Aangever is zelf 1.72 meter. De jongen gaf hem een kopstoot. Voordat hij het wist, lag hij op de grond en lagen de drie jongens boven op hem. Hij werd door de [naam 13] jongen vastgehouden en de twee andere jongens hebben hem geslagen en geschopt. De [naam 13] jongen heeft hem ook geslagen. Op een gegeven moment is hij bewusteloos geraakt. Hij is ongeveer 10 minuten buiten westen geweest. Aangever gaf van de drie bij de mishandeling betrokken mannelijke personen het volgende signalement:Dader 1: ongeveer 190 cm, donkere jas met capuchon, donkere broek, zwarte rugtas, rond de 20 jaar, slungelig postuur.Dader 2: ongeveer 17 jaar, fel oranje gewatteerde jas half lang met capuchon (ski jas/ gestikte blokjes), donker haar, getinte huidskleur vermoedelijk Marokkaan ook te horen aan hoe hij sprak, donkere broek, donkere schoenen, ongeveer 168/172 cm, normaal postuur.Dader 3: donkere kleding, donkere haren, ongeveer 18/22 jaar, ongeveer 175/180 cm, in het zwart gekleed, normaal postuur, donker haar.
Getuige [naam 11] heeft verklaard dat de drie jongens haar man schopten en sloegen, ook toen hij op de grond lag. Na de mishandeling zat haar man helemaal onder het bloed en was enige tijd niet meer aanspreekbaar. Dader 1, had donkere kleding aan, capuchon op, was lang, zeker een kop groter dan [slachtoffer 2] , dus zeker 1.90 meter, had [naam 13] benen en maakte een slungelige indruk. Dader 2 had donkere kleding aan en was 1.80 meter. Dader 3 had een Marokkaans uiterlijk, was 1.70 meter, had donker haar, donkere ogen, had een gaaf gezicht en droeg een gewatteerde oranje jas met capuchon.

Naar aanleiding van de aangifte van [slachtoffer 2] is door de politie een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar de identiteit van de daders. Daarbij is onder meer getapt en in die gesprekken worden diverse bijnamen genoemd. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij ‘de [naam 13] , [naam 14] of [naam 5] ’ wordt genoemd. De medeverdachte [naam 12] wordt regelmatig aangeduid met de bijnaam ‘ [naam 15] ’ of ‘ [naam 16] ’ of [naam 17] ’.

Op dinsdag 27 februari 2018 is aandacht besteed aan de onderhavige zaak in het programma Opsporing Verzocht. Mede naar aanleiding van deze uitzending worden er diverse telefoonnummers getapt en worden gesprekken opgenomen.

In een gesprek op 28 februari 2018 tussen [naam 18] en [naam 19] Roelofs wordt het volgende gezegd: [naam 19] Ik zag echt wel dat het [naam 14] was man.
Stan: Ja maar [naam 15] niet weet je en dat vindt ik kut.

[naam 19] : zag je die jas die hij aan had tijdens de reconstructie, die oranje jas.
_3484806e-48ad-4c9c-88d2-aa00e651b768

Op 1 maart 2018 vindt er een gesprek tussen [naam 20] , [naam 21] en [naam 22] plaats. Zij zeggen het volgende:
[naam 21] : Ik heb gehoord hoe het is gegaan. Diegene, hij dus, heeft het mij zelf tegen mij gezegd hoe het is gegaan en hij zei ook, weet je wat het is zei die. Die gozer is zo’n kankerkneus zie die. Je snapt toch zelf wel dat wij nie vuurwerk naar een blaag gaan gooien. Hij zei ‘wij gooien vuurwerk en ineens “hee stelletje kneuzen”.

[naam 21] : Zo is hij echt die vent hoor.

[naam 21] : Zo hij ie, en toen had [verdachte] gezegd, en dat klopt, dat zie je wel gister, “wat moet jij nou”. Waarom zegt hij ineens wat moet jij nou. Dus hij, hij kwam meteen op me aflopen en ik zal je zeggen ik kreeg de eerste klap gelijk in mijn gezicht.

[naam 21] : Ja daar zie ik ‘m voor aan.

[naam 21] : Hij had ook zo’n een blauw oog toen en ja hij zei, toen was het vechten en vechten en dan hoor je die vrouw heeft 1 van de jongens eraf getrokken. Dat is dikke lul want hun waren aan het vechten.

[naam 21] : En toen ging die man op uh [verdachte] .

[naam 21] : Op [verdachte] . Nee, nee die vrouw die……aan hem dus hij is onderuit geflikkert en die kerel is bovenop hem gegaan en die zat zo op hem en toen is [naam 15] aan komen rennen en die heeft hem een trap in zijn gezicht gegeven en toen is ie eraf gerol en hij zei, toen heb ik hem zelfs op laten staan en toen heb ik hem alsnog boem 1, 2 en hij zei die derde boem en hij zei bam hij lag neer en toe zij we ook gelijk met z’n allen weggegaan.
_18212a72-8092-4fa2-a5ec-48134d0b6b40

[verdachte] bespreekt op 1 maart 2018 in een cafetaria de beelden uit Opsporing Verzocht. Daarbij wordt het volgende gezegd:
[verdachte] : Als ik hier loop. Iedereen herkent mij. Ik ben public enemy nummero 1 maat.

[naam 4] : Je hebt geluk dat je niet hier was. Ze hebben het hier op tv gedaan. (…) [naam 23] riep meteen ja dat is S gewoon hardop. Iedereen hoorde het. (…)

[verdachte] : Heb je het gezien? (…) Opsporing verzocht?

[naam 7] : Ja lijp joh. Jouw zie je gewoon lopen met je….. [naam 15] en [naam 6] zie je helemaal niet. (…)

[verdachte] : Goh [naam 5] komt 1 keer op het nieuws komt ie gelijk met 2 zaken op opsporing verzocht. (…)

[naam 21] : ‘Je staat er echt kanker goed op he.(…)

[naam 12] : ‘Alles wordt wel heel sneu gebracht. (…) Tuurlijk met alles, autistisch kind dit dat terwijl het helemaal niet zo sneu is gegaan allemaal. (…)

[naam 21] : Ze kunnen dat toch niet hardmaken?(…)

[verdachte] : Misschien kunnen ze mij wel hard maken zij mij hard voor… dan is die zaak gesloten, dan maken ze me hard voor tien maanden voor mishandeling. Ik heb ook tegen hem gezegd. De graagste man die ze willen, ik onderschatten hem, [naam 15] die lult jonge, ik heb hem alles vaak zat al verteld weet je dat hij echt niet zo moet denken van, doe maar zwijgrecht, komt alles goed. Want die jongen, die duiken op hem maat. Want ze weten, hij is altijd in de buurt, hij weet alles ik kan hem leeg maat met jaren celstraf. Maar ik heb hem goed, goed gesproken. Ik heb het zo vaak doorgesproken, dat hij er helemaal gek van werd.

Dennis: Ik weet precies jonge, ik ga niet eens over mezelf antwoorden. (…) Als ik mag zwijgen waarom zou ik dan niet zwijgen.
_b7d6d8ae-03bd-4fb1-b934-3a7fe6581552

Op de telefoon van [getuige 3] treft de politie een filmpje aan van een man met bloed op zijn gezicht, een bloedend wondje op zijn rechterhand en bloed op zijn beschadigde shirt. Deze man in het filmpje wordt door de verbalisant [verbalisant] herkend als [verdachte] . Dit filmpje is op de telefoon van [getuige 3] opgeslagen op 1 januari 2018 om 02.38 uur. In de telefoon staat een screenshot van 1 januari 2018 rond 03.00 uur van een persbericht over de zware mishandeling in de nacht van oud en nieuw in Bemmel. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de man is op het filmpje van [getuige 3] .

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat het filmpje op zijn telefoon gaat over de mishandeling in Bemmel en dat [verdachte] erop te zien is. [verdachte] heeft hem over de app verteld dat hij had gevochten in Bemmel en dat het uit de hand was gelopen. [getuige 3] heeft verklaard dat [verdachte] schrok van de uitzending van Opsporing verzocht, omdat hij zijn kop in beeld had gezien.

[verdachte] appt tussen 1 januari 2018 om 06:28 uur en 2 januari 2018 om 03:09 uur aan [getuige 1] .

Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat zij van [getuige 3] heeft gehoord dat [verdachte] en [naam 15] betrokken waren bij de vechtpartij.

Op grond van het voorgaande staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat kort na de mishandeling er een WhatsApp gesprek tussen verdachte en [getuige 1] heeft plaatsgevonden waaruit volgt dat verdachte betrokken is geweest bij een vechtpartij, dat het drie tegen één was en dat hij ongeslagen was. De rechtbank is van oordeel dat het gesprek over de onderhavige mishandeling gaat. Daarnaast wordt dit gesprek ondersteund door de opgenomen gesprekken in de cafetaria en heeft [getuige 3] een filmpje van kort na de mishandeling waarop verdachte te zien is met bloed op zijn gezicht en een wondje op zijn hand. De rechtbank acht op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich met anderen heeft schuldig gemaakt aan mishandeling van aangever [slachtoffer 2] .

In tegenstelling tot hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht, gaat de rechtbank uit van de verklaring van aangever, dat hij wel een kopstoot heeft gehad en acht dit dan ook bewezen.

Is er sprake van zwaar lichamelijk letsel?

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het letsel dat bij [slachtoffer 2] is ontstaan niet kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.
Artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht bevat een opsomming van de gevallen die als zwaar lichamelijk letsel moeten worden aangemerkt. Die opsomming is niet uitputtend. De bepaling laat de rechter de vrijheid om ook buiten de genoemde gevallen het lichamelijk letsel als zwaar te beschouwen, wanneer dat letsel voldoende ernstig is, om naar gewoon spraakgebruik als zodanig te worden aangeduid. Daarbij dient de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van het medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel te worden betrokken.

[slachtoffer 2] heeft onder meer meerdere breuken in zijn linker oogkas, een barstwond regio linker wenkbrauw, een luxatie aan de linker pink en gekneusde ribben opgelopen. Het letsel was direct uitwendig zichtbaar. Aangever is enige tijd buiten bewustzijn geweest en heeft hij als gevolg van de mishandeling zeven weken niet kunnen werken. Er hebben regelmatig oogheelkundige controles plaatsgevonden met betrekking tot het evalueren van de linkeroogfunctie. De linker oogfunctie blijkt zich nagenoeg restloos hersteld te hebben. Het litteken van de hechtwond in de regio van de linker wenkbrauw zal blijvend zijn.

Breuken van de oogkas zijn naar hun aard letsels waarvan de genezing doorgaans enige tijd in beslag neemt. Hier is sprake van meerdere breuken, van langdurige controles op onder meer de oogfunctie en van een blijvend litteken. De aard van het letsel, met name de breuken van de oogkas en het blijvende litteken maakt dat de rechtbank het letsel als zwaar lichamelijk letsel aanmerkt.

Conclusie

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 1 januari 2018 te Bemmel tezamen en in vereniging met anderen aangever [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht.
3

- voorzien van een bivakmuts en een revolver, , de woning van die [slachtoffer 1] is/zijn binnengegaan en - ( vervolgens) die [slachtoffer 1] naar de grond heeft getrokken en - ( vervolgens) de revolver, op die [slachtoffer 1] heeft gericht en - ( vervolgens) (meermalen) heeft gezegd/geroepen: 'waar zijn de autosleutels' en 'waar ligt de kluis', en - ( vervolgens, toen die [slachtoffer 1] daar geen antwoord op gaf) die [slachtoffer 1] meerdere malen met de revolver, of met de vuist heeft geslagen en/of gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
- voorzien van een bivakmuts en/of een revolver, , de woning van die [slachtoffer 1] is/zijn binnengegaan en - ( vervolgens) die [slachtoffer 1] naar de grond heeft getrokken en - ( vervolgens) de revolver, op die [slachtoffer 1] heeft gericht en- ( vervolgens) (meermalen) heeft gezegd/geroepen: 'waar zijn de autosleutels' en 'waar ligt de kluis', en - ( vervolgens, toen die [slachtoffer 1] daar geen antwoord op gaf) die [slachtoffer 1] meerdere malen met de revolver, of met de vuist heeft geslagen en/of gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- meerdere breuken in de linker oogkas (orbitabodem en/of orbitawand) met daarbij een forse bloeduitstorting en een barst wond regio linker wenkbrauw en- een luxatie aan de linker pink en- gekneusde ribben, heeft toegebracht, door die [slachtoffer 2] opzettelijk (met kracht): - een kopstoot te geven en- meermalen, tegen het hoofd en het lichaam te slaan/stompen en- meermalen, tegen het hoofd en het lichaam te schoppen/trappen;
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 22 augustus 2017 te Bemmel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen (een) autosleutel(s) en een kluis, toebehorende aan [slachtoffer 1] , en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van geweld en bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 1] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden engemakkelijk te makenwelk geweld enwelke bedreiging met geweld hierin bestonden, dat verdachte en zijn mededaders:

en

hij op 22 augustus 2017 te Bemmel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van (een) autosleutel(s) en/of een kluis, toebehorende aan [slachtoffer 1] , welk geweld enwelke bedreiging met geweld hierin bestonden, dat verdachte en zijn mededaders:

2.

hij op 1 januari 2018 te Bemmel, tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten (onder andere):

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
4

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Poging tot diefstal, door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

En

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van feit 2 primair:

Medeplegen van zware mishandeling

5

De feiten zijn strafbaar.

6

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

overwegingen

7

- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 12 maart 2019;- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 16 april 2019;- een Pro Justitia rapportage van het NIFP, locatie PBC, gedateerd 20 februari 2019.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht en de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Zonder terbeschikkingstelling acht de officier van justitie een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar passend.
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft naar voren gebracht dat, mocht de rechtbank toch tot een bewezenverklaring komen van één of meerdere ten laste gelegde feiten, verdachte bereid is mee te werken aan een bepaalde behandeling (bijvoorbeeld gericht op het reguleren van agressie) of aan reclasseringstoezicht. Tevens heeft de verdediging verzocht om opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte.
Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woningoverval en een zware mishandeling. Verdachte heeft, samen met zijn mededaders, [slachtoffer 1] , van wie hij wist dat hij fysiek beperkt is, in zijn eigen woning geprobeerd te beroven en daarbij niet geschuwd om dusdanig geweld toe te passen dat [slachtoffer 1] na de overval naar het ziekenhuis moest. Ook [slachtoffer 2] heeft het enkel aanspreken van verdachte en zijn mededaders met fors letsel moeten bekopen. Verdachte en zijn mededaders hebben hem in het bijzijn van zijn vrouw en zoon op dusdanige wijze toegetakeld dat hij, en met hem zijn gezin, hier nog lang de gevolgen van heeft moeten dragen. Dit blijkt ook uit de slachtofferverklaring die door de echtgenote van één van de slachtoffers is voorgelezen, waarin zij heeft verwoord wat de mishandeling voor haar, haar man en haar zoon heeft betekend en welke impact die het op hen heeft gehad. Bovendien zijn dit de feiten die bijdragen aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Het in elkaar worden geslagen na een opmerking en het worden overvallen in je eigen woning zijn bij uitstek feiten waardoor mensen angstiger worden in het maatschappelijk verkeer. Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij eerder is veroordeeld wegens geweldsfeiten. Zo is verdachte recentelijk nog veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor het plegen van openlijk geweld in Huissen in 2017. Verder is verdachte meermalen veroordeeld tot onder andere deels voorwaardelijke jeugddetentie voor geweldsfeiten in 2016, 2013 en 2012.

Verdachte heeft niet in gesprek willen gaan met de reclassering. Verdachte is ter observatie in het Pieter Baan Centrum geplaatst en heeft ook daar geweigerd medewerking te verlenen aan het onderzoek, waardoor het onderzoek naar de geestvermogens van verdachte niet volledig is geweest. Niettemin is er wel veel informatie beschikbaar gekomen uit observatie, dossierstudie en milieuonderzoek en hebben de deskundigen, ondanks de weigering van verdachte, op basis van de wel beschikbare informatie wel conclusies kunnen trekken.

Uit het rapport van PBC is naar voren gekomen dat verdachte lijdende is aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de zin van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Op gedragsniveau is dit terug te zien in het niet in staat zijn zich te conformeren aan sociale normen, zoals blijkt uit zijn strafblad, impulsiviteit, herhaaldelijke agressie, onverantwoordelijkheid (rijden onder invloed) en gebrekkige gewetensfuncties (gebrek aan invoelend vermogen, weinig spijt- en schuldgevoelens). Daarachter wordt intrapsychisch een narcistische dynamiek vermoed, maar die kan door verdachtes weigering om te spreken niet bevestigd noch uitgesloten worden. Ook een stoornis in het gebruik van middelen kan niet bevestigd noch uitgesloten worden. Een persoonlijkheidsstoornis is duurzaam en moeilijk veranderbaar. Bij verdachte is het patroon van gedragsproblemen als kind en jeugdige naar antisociaal en wederrechtelijk gedrag als jongvolwassene goed herkenbaar. De antisociale persoonlijkheidsstoornis zal aanwezig zijn geweest ten tijde van het ten laste gelegde. De antisociale persoonlijkheidsstoornis zal invloed hebben gehad op verdachtes gedragskeuzes ten tijde van het ten laste gelede. Wanneer de uitslag van het risicotaxatie-instrument en het klinisch oordeel gecombineerd worden is de inschatting van het risico op recidive hoog. Verdachte heeft geen inzicht gegeven in zijn motieven voor - en beleving van het ten laste gelegde en daarom is niet aan te duiden waar interventies op aan zouden moeten grijpen. Duidelijk is wel dat hij binnen een sterk gestructureerde omgeving beter functioneert en de kans op recidive minder is. Binnen detentie alleen bestaat echter de kans op verder criminalisering van verdachte.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feiten waarbij verdachte, enkel voor eigen financieel gewin of uit frustratie en zonder enige aanleiding fors geweld heeft toegepast. Uit het strafblad volgt dat dit zeker niet de eerste keer is en op basis van het rapport van het Pieter Baan Centrum concludeert de rechtbank dat sprake is van een duurzame, moeilijk veranderbare persoonlijkheidsstoornis die aan de basis staat van het handelen van verdachte en die tevens maakt dat het risico op herhaling als hoog moet worden ingeschat. Dat maakt dat het onverantwoord is om verdachte onbehandeld terug te laten keren in de maatschappij.

Verdachte heeft vanaf eind 2011 diverse (gedwongen) interventies gehad binnen een justitieel kader. Deze interventies hebben slechts een kortdurend positief effect gehad en hebben niet tot een blijvende gedragsverandering geleid. In maart 2016 is het behandelcontact met verdachte gestaakt. Ondanks zijn jonge leeftijd, blijft verdachte uit het niets deze ernstige, geweldsmisdrijven plegen. De rechtbank heeft grote zorgen om de ogenschijnlijke gewetenloosheid en de mate van agressie waarmee verdachte de feiten heeft begaan en acht het noodzakelijk dat verdachte gedwongen wordt behandeld.

Alles afwegende concludeert de rechtbank dat sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, van misdrijven waarop meer dan vier jaren zijn gesteld en van een situatie waarin de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen eist, dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld en van overheidswege zal worden verpleegd. Minder ingrijpende voorzieningen bieden de samenleving onvoldoende bescherming en zijn ook niet mogelijk gebleken, gelet op de niet meewerkende houding van verdachte.

Met het oog op het bepaalde in artikel 38e Sr, stelt de rechtbank vast dat het bewezen geachte feit een misdrijf betreft dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zodat de totale duur van de terbeschikkingstelling niet is beperkt tot vier jaren.

De rechtbank is van oordeel dat aan verdachte, naast voornoemde maatregel, ook een gevangenisstraf dient te worden opgelegd. Alles afwegende komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van vier jaar recht doet aan de ernst van de feiten.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.182,76 aan materiële schade en een bedrag van € 8.500,00 aan immateriële schade.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 741,00 aan materiële schade en een bedrag van € 2.500,00 aan immateriële schade. Naar aanleiding van het vonnis van de medeverdachte [naam 12] is de vordering op 10 april 2019 voor wat betreft de immateriële schade aangepast tot een bedrag van € 1.250,00.

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft de officier van justitie geconcludeerd tot gehele toewijzing. De genoemde bedragen zijn voldoende onderbouwd en komen niet onredelijk over. Wat betreft de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft de officier van justitie gevorderd dat de aangepaste vordering van 10 april 2019 voor toewijzing in aanmerking komt. Beide vorderingen dienen hoofdelijk te worden opgelegd, met de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente.
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet ontvankelijk dienen te worden verklaard, gelet op de verzochte vrijspraak. Subsidiair verzoekt de verdediging om de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, dan wel de vordering af te wijzen, nu deze onvoldoende is onderbouwd. Meer subsidiair verzoekt de verdediging om de door [slachtoffer 1] verzochte vergoeding aanzienlijk te matigen. Ten aanzien van de aangepaste vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de schade die ziet op kleding, niet is onderbouwd. Dit geldt ook voor de vergoeding van het eigen risico van de zorgverzekeraar en de vergoeding van de taxikosten. Ten aanzien van de taxikosten is daarnaast niet voldaan aan de schadebeperkingsplicht. De verdediging verzoekt derhalve om de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk te verklaren. Ook ten aanzien van de immateriële schade is de verdediging van mening dat [slachtoffer 2] niet ontvankelijk moet worden verklaard, omdat behandeling van dat deel van de vordering zou leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding. Immers, de benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zowel voor wat betreft de materiële als de immateriële schade een vergoedingsplicht omdat de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan [slachtoffer 2] kan worden toegerekend.
Beoordeling door de rechtbank

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde feit materiële schade heeft geleden.

De reiskosten en de kosten (€ 49,40) voor vergoeding van de kleding, de bank en het bed (€ 350,00) zijn naar oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd en toewijsbaar.
Ten aanzien van de kosten van het schilderwerk zal de rechtbank gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid en worden de kosten gematigd tot een bedrag van € 250,00.

Ten aanzien van de kosten voor zorgverlof is de rechtbank van oordeel dat dit om verplaatste schade gaat en daarom niet toewijsbaar is. Om die reden zullen die kosten niet-ontvankelijk worden verklaard.

De rechtbank houdt bij het begroten van de immateriële schade rekening met de gevolgen die het voor [slachtoffer 1] heeft gehad. Anderzijds dient de rechtbank ook rekening te houden met de bedragen die in vergelijkbare zaken aan schadevergoeding zijn toegekend. De rechtbank ziet, alles overwegende, aanleiding de gevorderde immateriële schadevergoeding te matigen tot een bedrag van € 2.500,00.

De verdachte is voor de schade − naar burgerlijk recht − aansprakelijk. De vordering dient tot een bedrag van € 3.149,40 te worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 augustus 2017.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] als gevolg van het onder 2 primair bewezen verklaarde feit materiële schade heeft geleden tot een bedrag van € 587,00. De rechtbank ziet aanleiding af te wijken van het door de benadeelde partij gevorderde bedrag van € 751,00, nu de benadeelde partij bij het bepalen van de omvang van haar schade ten onrechte lijkt te zijn uitgegaan van de aanschafwaarde van de te vervangen zaken en niet van de vervangingswaarde, zoals te doen gebruikelijk. De rechtbank heeft daarom van haar schattingsbevoegdheid gebruik gemaakt en de waarde van de jeans, jas, trui en blouse geschat op in totaal € 150,00. Ten aanzien van de taxikosten, gaat de rechtbank uit van het oorspronkelijke gevorderde bedrag van € 40,00. Voor de verhoging naar het bedrag van € 104,00 heeft zij geen onderbouwing aangetroffen. De overige gevorderde materiële schade is voldoende onderbouwd en toewijsbaar, zodat de rechtbank derhalve een bedrag van € 587,00 toewijst. Voor het meer gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.
Daarnaast wordt er door de benadeelde partij een bedrag van € 1.250,00 aan immateriële schadevergoeding gevorderd. Dit acht de rechtbank billijk, gelet op de gevolgen voor [slachtoffer 2] , De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met het bedrag dat is toegewezen in de zaak van de medeverdachte [naam 12] en de bedragen die in vergelijkbare zaken aan schadevergoeding zijn toegekend. De rechtbank ziet, alles overwegende, aanleiding om het gevorderde bedrag van € 1.250,00 toe te wijzen.

De verdachte is voor de schade − naar burgerlijk recht − aansprakelijk. De vordering van [slachtoffer 2] dient tot een bedrag van 1.837,00 te worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2018.

De benadeelde partijen zullen voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering en kunnen dat deel slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In het belang van de benadeelde partij wordt, als extra waarborg voor betaling aan hem, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opgelegd.

De rechtbank zal bepalen dat verdachte hoofdelijk met zijn mededaders aansprakelijk is voor de toegewezen vorderingen.

8

De beslissing is gegrond op de artikelen 27, 36f, 37, 37a, 57, 302, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

beslissing

9

 een voor de duur van ;
 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 gelast dat veroordeelde wordt en beveelt dat hij ;
De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;