Uitspraak ECLI:NL:RBGEL:2019:1715

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 19-04-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Gelderland op 19-04-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBGEL:2019:1715, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 352029


Bron: Rechtspraak

center
100
e630fff0-7a69-4c1b-85e5-d4a1bda25491
2
13
image/png

center
100
4d82e0c5-25a9-4f22-9b4c-005bbdf13ab2
2
523
image/png

RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/352029 / KZ ZA 19-80

Vonnis in kort geding van 19 april 2019

in de zaak van

ECLI:NL:RBGEL:2019:1715:DOC
nl

center
100
e630fff0-7a69-4c1b-85e5-d4a1bda25491
2
13
image/png

center
100
4d82e0c5-25a9-4f22-9b4c-005bbdf13ab2
2
523
image/png

RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/352029 / KZ ZA 19-80

Vonnis in kort geding van 19 april 2019

in de zaak van

1

gevestigd te Amsterdam,2. de stichting
STICHTING FONDS PERDJUANGAN REPUBLIK MALUKU SELATAN

gevestigd te Lelystad,eiseressen,advocaat mr. E. Tahitu te Amsterdam,
tegen

de naamloze vennootschap
SCHOUWBURG EN CONGRESCENTRUM ORPHEUS N.V.

gevestigd te Apeldoorn,gedaagde,advocaat mr. H.C.M. van Haastert te Apeldoorn.
Partijen zullen hierna RMS c.s. en Orpheus genoemd worden.

1

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-

de dagvaarding

de e-mail van Orpheus d.d. 16 april 2019 met producties

de e-mail van RMS c.s. d.d. 17 april 2019 met producties

de e-mail van Orpheus d.d. 17 april 2019 met productie

de mondelinge behandeling

de pleitnota van RMS c.s.

de pleitnota van Orpheus

de verklaring van [naam medewerker beveiligingsorganisatie] d.d. 18 april 2019.

1.2.
In verband met de spoedeisendheid van dit kort geding zal de voorzieningenrechter heden een kopstaartvonnis wijzen. De inhoudelijke motivering van dit vonnis volgt binnen de gebruikelijke termijn van veertien dagen.
2

2.1.
Op 25 april 1950 is te Ambon de onafhankelijke Republik Maluku Selatan geproclameerd.
2.2.
Sinds 2009 viert RMS c.s. de proclamatie van haar onafhankelijkheid in een zalencentrum van Orpheus te Apeldoorn (hierna: “de RMS-dag”).
2.3.
Per offerte van 12 december 2013 heeft Orpheus een “aanbod meerjarencontract voor de RMS-dag” tot eiseres sub II gericht. Op 13 januari 2014 heeft eiseres sub II de offerte ondertekend aan Orpheus geretourneerd. Op basis daarvan heeft vanaf 2014 tot en met 2018 op 25 april de RMS-dag plaatsgevonden in het zalencentrum van Orpheus.
2.4.
Orpheus heeft RMS c.s. per brief van 28 november 2017, voor zover relevant, bericht:
(…) Op 6 november 2017 heeft u telefonisch contact gehad met mijn collega (…). Uit het gesprek bleek, tot onze verrassing, dat het in uw planning ligt om de RMS-dag 2018 – net als de voorgaande jaren – in Orpheus te laten plaatsvinden. Deze mededeling verbaasde ons ten zeerste, aangezien de vorige editie niet goed verlopen is.

(…)

Nu u blijkbaar toch van zins bent om ook in 2018 uw feestdag in Orpheus te laten plaatsvinden, ben ik genoodzaakt om via dit formele schrijven een aantal voorwaarden te stellen aan het verloop van de komende RMS-dag op 25 april 2018. (…)

Op 25 april 2017 zijn afspraken over aantallen toe te laten personen die vooraf gemaakt zijn, door u en uw staf op grove wijze overtreden. Dit heeft alles te maken met het schenden van afspraken over het toegangsbeleid. Omdat u niet accepteerde hierop aangesproken te worden, ontstond een grimmige sfeer, waardoor mijn personeel zich bedreigd voelde. U, noch uw staf, was op normale wijze aanspreekbaar op de gang van zaken.

Tijdens de gesprekken voorafgaand aan het evenement zijn er heldere afspraken gemaakt

over het toegangsbeleid en de beveiliging – u heeft hiervoor ook een speciale beveiligingsdienst ingezet – maar tijdens het evenement zelf, toen de aanloop van gasten te groot werd, werd de beveiliging niet in staat gesteld de afspraken na te komen; waardoor het hoofd van de beveiliging uiteindelijk ook halverwege gefrustreerd vertrokken is.

Uiteindelijk waren er meer mensen in het pand dan toegestaan, en heerste er een

onaangename en gespannen sfeer.

Al met al ben ik ervan overtuigd dat Orpheus te klein is voor de RMS-dag in de huidige

vorm; aangezien de populariteit de afgelopen jaren sterk is toegenomen en er dus steeds

meer mensen op de dag aanwezig willen zijn.

Als u ondanks dit gegeven alsnog een editie in Orpheus wilt laten plaatsvinden, zal uw

organisatie aan een aantal voorwaarden moeten voldoen. De opzet van de toegangscontrole zal moeten veranderen. Daarnaast zullen een aantal aanvullende eisen gesteld worden. Het gaat om de volgende zaken:

(…)

7. De organisatie van de RMS-dag moet officieel verklaren zich tijdens de dag te

houden aan de regels die Orpheus stelt en zich te onderwerpen aan de

ordehandhavende regels zoals de onafhankelijke beveiliging die zal hanteren. In de

verklaring zullen ook afspraken opgenomen zijn over schadeloosstelling als er door

het niet nakomen van de afspraken, persoonlijke ongelukken plaatsvinden of

materiële schade berokkend wordt.

8. De verklaring zoals genoemd onder punt 7 moet ondertekend zijn door de

eindverantwoordelijk organisator van de RMS-dag. Is deze verklaring op 31 januari

2018 niet ondertekend, dan behoudt Orpheus zich het recht voor deze dag eenzijdig

te annuleren. (…)”

2.5.
Op 5 respectievelijk 14 februari 2018 hebben Orpheus en RMS c.s. document ondertekend, getiteld “Beveiligings- en ordehandhavingsafspraken t.b.v. RMS-dag 2018”. Dit document luidt, voor zover relevant:
(…) Inleiding
Vele jaren vond de viering van de RMS-dag in Orpheus zonder problemen plaats, in zeer goede samenwerking tussen de organisatie van de RMS-dag en Orpheus. De laatste jaren blijkt echter de toeloop te groot: er willen (m.n. op een piekmoment tussen 13.00 en 15.00 uur) te veel mensen tegelijkertijd het pand binnen, waardoor er veiligheidsrisico’s ontstaan. (…)

Het volgende is afgesproken:

(…)

1. 2.
2.6.
Op 20 december 2018 heeft er een gesprek plaatsgehad tussen de directeur en twee medewerkers van Orpheus en [naam aanspreekpunt Rms] namens RMS c.s. Per e-mail van 21 december 2018 heeft Orpheus een gespreksverslag aan RMS c.s. toegestuurd. Dit gespreksverslag luidt, voor zover relevant:
“(…) 2. Terugblik RMS dag 2018
(…) [naam medewerker Orpheus] schetst de situatie van 2017, van waaruit de afspraken voor 2018 zijn gemaakt. In 2017 kwamen er teveel mensen binnen, waardoor onveilige situaties en een gespannen sfeer ontstond. Ook waren er enkele incidentjes. Dit is bij alle partijen bekend en wordt ook onderschreven. Voor 2018 zijn op dit punt concrete afspraken vastgelegd:

-
(…)

Enkele dagen voor de RMS dag bleek de beveiliging nog steeds niet geregeld. [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] , door RMS aangetrokken als adviseur, had zich ook teruggetrokken. Namen en pasnummers kwamen niet door. Zelfs een dag tevoren was het nog niet geregeld. Orpheus heeft toen overwogen de RMSdag in Orpheus te cancelen, omdat niet aan de afspraken was voldaan. Op de dag zelf is geconstateerd dat de beveiliging niet in orde was. Het waren geen gecertificeerde beveiligers. Ongetwijfeld de reden dat er geen namen en pasnummers kwamen. De politie is ook binnen geweest. Zij zijn bevoegd tot controleren. (…) Deze actie van de politie is door de RMS-organisatie als ongepast en provocerend ervaren zegt de heer [naam aanspreekpunt Rms] . (…)

3

a. Huidige Meerjarenafspraak is beëindigd (2018)

b. Toekomst

(…) Reactie Orpheus op inbreng RMS dag organisatie
Orpheus, maar ook Apeldoorn, draagt de RMS-dag een warm hart toe. Als afspraken die worden gemaakt ook worden nagekomen en gerespecteerd, wil Orpheus graag de RMS-dag in 2019 onderdak bieden. Een aantal zaken zijn daarbij essentieel:

-
worden ook nagekomen.

-
4

(…)

e. Indien de RMS-organisatie de RMS-dag 2019 in Orpheus zou willen laten plaatsvinden, dan moet voor 1 februari 2019 overeenstemming bereikt zijn op de offerte en op de operationele aspecten genoemd onder punt 3. (…) Indien er voor 1 februari geen overeenstemming is, dan gaat Orpheus ervan uit dat de RMS-dag elders zal plaatsvinden. (…)”

2.7.
RMS c.s. heeft Orpheus per e-mail van 23 januari 2019, voor zover relevant, bericht:
“(…) wij hebben intussen [naam medewerker beveiligingsorganisatie] gevraagd de beveiliging voor zijn rekening te nemen. Hij is daartoe bereid en zal in overleg met ons eerst een plan van aanpak opstellen en de noodzakelijke medewerkers selecteren; (…)”

2.8.
Orpheus heeft RMS c.s. per brief van 8 februari 2019, voor zover relevant, bericht:
“(…) Omdat wij uw mail van 23 januari niet hebben ontvangen en u hebt aangegeven deze weldegelijk te hebben verzonden, geven wij eenmalig respijt en wel tot en met vrijdag 15 februari 2019. Onze deadline van 1 februari (…) verschuift daarmee naar 15 februari 2019. Alle overige gemaakte afspraken op 20 december en vastgelegd in het verslag van 21 december blijven onverkort gelden.
Het betekent dat wij uiterlijk op 15 februari 2019:

- -
(…)

Wanneer niet uiterlijk 15 februari 2019 aan een van bovenstaande voorwaarden wordt voldaan, dan zal de RMS dag in 2019 definitief niet in Orpheus plaatsvinden. (…)”

2.9.
Orpheus heeft RMS c.s. per e-mail van 11 februari 2019 een offerte toegestuurd voor de RMS-dag van 25 april 2019. De e-mail van Orpheus luidt, voor zover relevant:
“(…) Ongetwijfeld ten overvloede, maar graag benadruk ik nogmaals dat wanneer u de RMS-dag in Congrescentrum Orpheus wil laten plaatsvinden, dat wij uiterlijk vrijdag

15 februari aanstaande een schriftelijk akkoord hebben ontvangen op de bijgevoegde offerte.

Om weer een mooie editie van de RMS-dag te verzorgen, plannen wij graag tussen

18 februari en 1 maart aanstaande een afspraak met de door u aangewezen operationele verantwoordelijken. Tijdens deze afspraak nemen wij de RMS-dag in haar geheel door en zetten we samen de operationele puntjes op de i. Graag ontvangen wij de contactgegevens van de operationeel verantwoordelijken zodat we een afspraak kunnen inplannen. (…)”

2.10.
RMS c.s. heeft Orpheus per brief van 15 februari 2019 (kennelijk per abuis gedateerd op 15 februari 2018), voor zover relevant, bericht:
“(…) De heer [naam medewerker beveiligingsorganisatie] heeft laten weten, dat hij wegens andere verplichtingen – anders dan ons eerder te kennen is gegeven – helaas niet in staat is de beveiliging op
25 april 2019 voor zijn rekening te nemen.

Wij hebben echter de heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] bereid gevonden op 25 april 2019 de verantwoordelijkheid voor de beveiliging van onze zijde te dragen. Bijgaand treft u zijn verklaring aan. (bijlage 1) Ik verwijs u kortheidshalve naar de inhoud van zijn schrijven. De heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] is vorig ook betrokken geweest bij de beveiliging en is bij de heer [naam medewerker Orpheus] wel bekend.

De offerte zend ik u tevens ondertekend retour. (…)

De contactpersonen van de zijde van de RMS zijn de heer [naam aanspreekpunt Rms] en de heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] . (…) ”

2.11.
Daarop heeft Orpheus per brief van 18 februari 2019, voor zover relevant, gereageerd:
“(…) Tot mijn spijt moet ik u berichten dat wij het besluit hebben genomen dat uw RMS-dag dit jaar niet in Theater & Congrescentrum Orpheus kan plaatsvinden. Ik zal ons besluit toelichten.

Op 15 februari jl. ontvingen wij per mail uw brief met bijlagen waarmee u antwoord gaf op

de door Orpheus gestelde eisen aangaande organisatie en veiligheid van de RMS-dag op

25 april.

U hebt aangeven welke twee personen contacten zullen onderhouden met Orpheus en u bent, onder voorbehoud van enkele punten, akkoord met onze offerte. Aan de meest pregnante voorwaarde is echter niet voldaan. In uw brief laat u weten dat de beveiligingsorganisatie van de heer [naam medewerker beveiligingsorganisatie] niet beschikbaar is c.q. elders verplichtingen heeft. Het is meer dan onaangenaam om in deze brief, die op de dag van de deadline is verstuurd, hiermee geconfronteerd te worden. U had er ook voor kunnen kiezen om met ons in overleg te treden toen u wist dat de heer [naam medewerker beveiligingsorganisatie] niet beschikbaar was. Wij stellen ons op het standpunt dat uw organisatie, sinds 20 december 2018, alle tijd en gelegenheid heeft gehad om de afspraken met een professionele beveiligingspartij te bespreken en vast te leggen. Voor ons is het door u aangedragen alternatief niet acceptabel in het waarborgen van de veiligheid. De heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] zou ook vorig jaar de coördinatie op zich nemen, maar liet kort voor het event weten dat niet langer te zullen doen. In een dergelijke situatie willen wij niet meer belanden. Wij zijn verantwoordelijk voor ons eigen huis, onze medewerkers en gasten en hebben niet het vertrouwen in uw oplossing. Er is geen sprake van een professionele beveiligingsorganisatie die gekwalificeerde en gecertificeerde mensen in dienst heeft. Daarmee blijft de veiligheid voor ons ongewis en kunnen wij geen regie voeren op de veiligheid. (…)”

2.12.
RMS c.s. heeft daarop per brief van 6 maart 2019, voor zover relevant gereageerd:
“(…) In uw schrijven van 18 februari 2018 laat u weten, dat de heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] als vervanger van de heer [naam medewerker beveiligingsorganisatie] voor u niet aanvaardbaar zou zijn. Dit laatste heeft ons onaangenaam verrast, omdat in ons gesprek van 20 december 2018 – waarbij u aanwezig was – door de heer [naam medewerker Orpheus] (operationeel manager) meerdere keren de bijdrage van de heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] aan het verloop van de viering van 25 april 2018 in theater Orpheus is geprezen. Het deed mij deugd te horen, dat de heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] als een professionele beveiliger zijn bijdrage heeft geleverd op 25 april 2018.

Met grote verbazing moeten wij echter vaststellen, dat de heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] thans als een

“onbetrouwbare“ partner wordt gekwalificeerd.

Ik heb u in ons gesprek van 1 maart 2019 gezegd, dat wanneer ik van tevoren ook maar had

kunnen vermoeden – dat in werkelijkheid de heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] niet acceptabel zou zijn – ik eerst met u in overleg zou zijn getreden alvorens ik zou hebben overwogen de heer [naam medewerker beveiligingsdienst Rms] voor te dragen als vervanger van de heer [naam medewerker beveiligingsorganisatie] .

In ons voornoemde onderhoud heb ik u verteld, dat wij na uw schrijven van 18 februari 2019 met de heer [naam medewerker beveiligingsorganisatie] contact hebben opgenomen. Wij hebben hem voorgehouden, dat wij gelet op de ontstane situatie hem wensen te houden aan zijn eerdere mondelinge toezegging, dat hij de coördinatie van de veiligheid en orde binnen Theater Orpheus voor zijn rekening zou nemen. De heer [naam medewerker beveiligingsorganisatie] van Executive Options heeft intussen toegezegd – conform zijn eerder mondelinge toezegging – vanuit zijn bedrijf de coördinerende taken omtrent veiligheid en orde op 25 april a.s. op zich te willen nemen. Deze toezegging heeft hij schriftelijk vastgelegd middels zijn verklaring van 5 maart 2019. Een afschrift van deze verklaring treft u als bijlage aan. (bijlage 1)
Voor het geval óók de heer [naam medewerker beveiligingsorganisatie] niet meer door u als voldoende betrouwbaar wordt gekwalificeerd laat ik u hierbij weten dat wij akkoord gaan met de inzet van een door theater Orpheus voor te dragen beveiligingsbedrijf. Uiteraard wensen wij dan wel gaarne vooraf een prijsopgave tegemoet te zien.

(…)

Gelet op het vorenoverwogene verzoeken wij u dan ook met klem uw eerdere besluit – de RMS geen toestemming te verlenen op 25 april haar onafhankelijkheidsdag in theater Orpheus te vieren – te herzien. (…)”

2.13.
De brief van Orpheus van 6 maart 2019 bevat als bijlage een verklaring van de heer [naam medewerker beveiligingsorganisatie] (hierna: “ [naam medewerker beveiligingsorganisatie] ”). Deze verklaring luidt, voor zover relevant:
“(…) Ondergetekende [naam medewerker beveiligingsorganisatie] , verklaart hierbij in tegenstelling tot een eerdere melding van verhindering, dat hij evenals het vorig jaar 2018 alsnog bereid is de coördinerende taken op zich te nemen rondom veiligheid, orde en toezicht op de aanstaande viering van 69 jaar proclamatie van de Republiek der Zuid-Molukken op

25 april 2019 in Theater & Congres Orpheus.

(…)

Hopende dat met deze verklaring u uw besluit tot afwijzing van verhuur van Theater & Congres Orpheus voor de viering van de Zuid-Molukse nationale dag 25 april a.s. herziet, daar dit besluit gebaseerd was op mijn eerdere verhindering en wijziging van de verantwoordelijke voor de coördinerende taken. (…)”

2.14.
Orpheus heeft RMS c.s. per brief van 20 maart 2019 bericht dat zij haar eerdere besluit handhaaft en dat de RMS-dag niet in haar zalencentrum kan plaatsvinden.
2.15.
Vervolgens hebben partijen hun standpunten per brieven van 2 respectievelijk 3 april 2019 nader aan elkaar uiteengezet. Dit heeft niet tot overeenstemming geleid.
3

3.1.
RMS c.s. vordert dat de voorzieningenrechter, uitvoerbaar bij voorraad:
I. bepaalt dat Orpheus op donderdag 25 april 2019 het zalencentrum ongehinderd beschikbaar stelt aan RMS c.s. van 07.00 uur tot 20.00 uur op basis van de offerte van 11 februari 2019 rekening houdend met de kanttekeningen, die in het begeleidend schrijven van 15 februari 2019 zijn neergelegd,

II. bepaalt dat Orpheus een bedrag van € 250.000,00 als dwangsom verschuldigd is aan RMS c.s. voor elke overtreding, in welk opzicht dan ook, tot een maximum van € 1.000.000,00,

III. Orpheus veroordeelt in de kosten van dit geding.

3.2.
Ter onderbouwing van haar vorderingen stelt RMS c.s. het volgende. Tussen partijen is een overeenkomst tot stand gekomen. Op grond van deze overeenkomst behoort Orpheus haar zalencentrum aan RMS c.s. op 25 april 2019 ter beschikking te stellen. De weigering van Orpheus om haar zalencentrum ter beschikking te stellen is in strijd met de maatstaven van de redelijkheid en billijkheid. Ook schendt Orpheus daardoor grondrechten en algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
3.3.
Orpheus voert als volgt verweer. Eiseres sub 1 kent geen rechtspersoonlijkheid. Tussen partijen is slechts een overeenkomst tot stand gekomen onder opschortende voorwaarden, waaraan niet is voldaan. Van schending van grondrechten of algemene beginselen van behoorlijk bestuur is geen sprake. Het is voor Orpheus praktisch onmogelijk om op een dergelijk korte termijn alsnog de RMS-dag te laten plaatsvinden. Orpheus concludeert tot niet-ontvankelijkheid althans tot ontzegging van RMS c.s. in hun vorderingen, met veroordeling van RMS c.s. in de kosten van dit geding.
beslissing

4

De voorzieningenrechter,
4.1.
bepaalt dat Orpheus op donderdag 25 april 2019 het zalencentrum ongehinderd beschikbaar stelt aan RMS c.s. van 07.00 uur tot 20.00 uur op basis van de offerte van 11 februari 2019 rekening houdend met de kanttekeningen, die in het begeleidend schrijven van 15 februari 2019 zijn neergelegd,
4.2.
bepaalt dat Orpheus een dwangsom van € 250.000,00 (zegge: tweehonderdenvijftigduizend euro) aan RMS c.s. verschuldigd raakt indien zij niet aan de hoofdveroordeling uit rechtsoverweging 5.1. voldoet,
4.3.
veroordeelt Orpheus in de proceskosten, aan de zijde van RMS c.s. tot op heden begroot op € 1.633,40,
4.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst het anders of meer gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.H.A. Heenk en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2019. De voorzieningenrechter is buiten staat om dit vonnis te ondertekenen.

eh/kh