Uitspraak ECLI:NL:RBDHA:2020:2705

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 26-03-2020. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Den Haag op 23-03-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBDHA:2020:2705, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is NL18.21700


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK DEN HAAGuitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussende Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. J.A.C.M. Prins).

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.21700

[eiseres]

V-nummer: [V-nummer](gemachtigde: mr. M.E.M. Jacquemard),
en

ECLI:NL:RBDHA:2020:2705:DOC
nl

RECHTBANK DEN HAAGuitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussende Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. J.A.C.M. Prins).
Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.21700

[eiseres]

V-nummer: [V-nummer](gemachtigde: mr. M.E.M. Jacquemard),
en

procesverloop

Procesverloop

Bij besluit van 24 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de verblijfsvergunning van eiseres ingetrokken met terugwerkende kracht tot 31 mei 2011. Daarnaast heeft verweerder bij dit besluit de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd afgewezen.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2020. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Adam. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Inleiding

Eiseres heeft op 31 mei 2011 voor het eerst een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hierbij heeft zij onder meer verklaard dat zij is geboren in [geboorteplaats] in [provincie] , gelegen in Zuid-Somalië, en dat zij daar haar hele leven heeft gewoond. De aangevraagde verblijfsvergunning is toegewezen bij besluit van 28 december 2011. Deze verblijfsvergunning was geldig van 31 mei 2011 tot 31 mei 2016. Bij het verlenen van deze verblijfsvergunning heeft verweerder aannemelijk geacht dat eiseres afkomstig is uit Zuid-Somalië en dat zij daar bij terugkeer te vrezen heeft voor Al Shabaab.
Op 1 maart 2016 heeft eiseres een aanvraag gedaan voor verlenging van haar verblijfsvergunning asiel. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder de eerder door eiseres verstrekte gegevens over haar herkomst opnieuw beoordeeld. Bij deze beoordeling heeft verweerder gebruik gemaakt van een verbeterd onderzoeksinstrument. Het betreft een uitbreiding op het Herkomst Informatie Systeem, door kaartmaterialen uit openbare bronnen samen te voegen en te combineren met onlangs beschikbaar gekomen en verbeterde informatie van Google. Verder heeft verweerder verbeterde satellietopnamen van Google-Earth geraadpleegd. De nieuwe beoordeling heeft ertoe geleid dat bij verweerder ernstige twijfel is ontstaan over de gestelde herkomst van eiseres. Verweerder heeft daarom een taalanalyse laten uitvoeren door het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT). Op 19 september 2016 is een rapport opgemaakt van deze taalanalyse. Daarin is geconcludeerd dat eiseres eenduidig niet te herleiden is tot de spraakgemeenschap binnen Zuid/Centraal-Soedan, maar tot de spraakgemeenschap binnen Noord-Somalië. Eiseres heeft vervolgens een contra-expertise laten uitvoeren door een expert van de Taalstudio (XFTP). Van deze contra-expertise is op 21 februari 2017 een rapport opgemaakt. De conclusie van dit rapport is dat XFTP er niet aan twijfelt dat eiseres is gesocialiseerd in Zuid-Somalië, waarschijnlijk in [woonplaats] , provincie [provincie] . Het TOELT en De Taalstudio hebben daarna verschillende keren op elkaar gereageerd.
Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de contra-expertise van XFTP de conclusie van de taalanalyse van het TOELT niet kan weerleggen. Gelet op de conclusie van de taalanalyse van TOELT, vindt verweerder niet langer geloofwaardig dat eiseres afkomstig is uit het door haar opgegeven gebied. Dit is één van de relevante elementen die hebben geleid tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel aan eiseres. Wanneer de huidige gegevens bekend zouden zijn geweest op de datum van vergunningverlening, zou verweerder aan eiseres geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd hebben verleend. Verweerder heeft de verblijfsvergunning van eiseres daarom ingetrokken op grond van artikel 32, eerste lid en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en haar aanvraag voor verlenging van haar verblijfsvergunning asiel op deze grond afgewezen.

De vraag die in deze zaak centraal staat is of eiseres de door haar gestelde herkomst alsnog aannemelijk heeft gemaakt. In het kader daarvan is de vraag aan de orde of de door eiseres ingebrachte contra-expertise de conclusie van de taalanalyse van het TOELT kan weerleggen. Ook is de vraag aan de orde of de intrekking en afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning van eiseres tot gevolg hebben dat eiseres een risico loopt op een situatie als bedoeld in artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

De rechtbank beantwoordt de hiervoor geformuleerde vragen ontkennend. Zij zal hierna uitleggen hoe zij tot dit ontkennende antwoord is gekomen. Daarbij zal zij ingaan op de door eiseres aangevoerde beroepsgronden.

Overwegingen

1. Eiseres heeft in de eerste plaats de aanleiding voor het uitvoeren van de taalanalyse bestreden. Zij vindt dat zij haar herkomst aannemelijk heeft gemaakt door haar verklaringen tijdens het gehoor in 2009. Zij heeft toen uitgebreid en gedetailleerd verklaard over de omgeving waar zij woonde. Daarbij heeft ze naast een beschrijving van de dorpen in de omgeving ook dorpen genoemd die op Google Maps of Google Earth niet te vinden zijn. Zij stelt dat zij geen onjuiste informatie heeft verstrekt over haar leefomgeving destijds of over de stam waartoe zij behoort.
2. De rechtbank stelt voorop dat het verweerder te allen tijde vrijstaat om, nadat door hem een verblijfsvergunning is verleend, nader onderzoek in te stellen naar de vraag of zich redenen voordoen om die vergunning in te trekken, dan wel om een aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van die vergunning af te wijzen. De twijfel die is ontstaan na de beoordeling van de gegevens van eiseres aan de hand van nieuwe onderzoeksinstrumenten, vormden dan ook een rechtvaardiging voor het verdere onderzoek naar de herkomst van eiseres. De bewijslast om die twijfel weg te nemen, ligt wel bij verweerder.
3. Het uitvoeren van een taalanalyse voldoet volgens vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) als bewijsmiddel als twijfel is gerezen over de gestelde herkomst van een vreemdeling. Het voorgaande betekent dat verweerder de taalanalyse mocht laten uitvoeren om aan zijn bewijslast te voldoen.
4. Tussen partijen is niet in geschil dat de taalanalyse van het TOELT, bestaande uit de taalanalyse van SOM7 en de controle taalanalyse van SOM 15, kan worden aangemerkt als een deskundigenadvies en dat verweerder zich ervan heeft vergewist dat dit advies naar wijze van totstandkoming zorgvuldig en naar inhoud inzichtelijk en concludent is. Het is daarom aan eiseres om de inhoud van dit advies te weerleggen. Zij heeft hiertoe een contra-expertise van XFTP verstrekt waarvan de uitkomst tegengesteld is aan de taalanalyse van het TOELT. Om de conclusie van de taalanalyse van het TOELT te kunnen weerleggen, moet de contra-expertise echter ook naar wijze van totstandkoming zorgvuldig en naar inhoud inzichtelijk en concludent zijn.
5. Eiseres heeft aangevoerd dat de contra-expertise van XFTP aan de hiervoor vermelde vereisten voldoet.
6. De rechtbank volgt eiseres niet in dit standpunt. Zij is in de eerste plaats van oordeel dat XFTP bij zijn onderzoek geen gebruik heeft mogen maken van geluidsopnames van gesprekken met vreemdelingen uit andere asielprocedures. Dergelijke geluidsopnames kunnen niet als betrouwbare bron worden gebruikt. XFTP beschikt namelijk alleen over geluidsopnames van vreemdelingen van wie wordt getwijfeld aan hun gestelde herkomst. De gebruikte geluidsopnames geven daarom een onjuist, dan wel onvolledig beeld van het gangbare spraakgebruik in een bepaald gebied.
7. Dat XFTP alleen geluidsopnames heeft gebruikt uit asielprocedures waarvan de uitkomst overeenkwam met zijn verwachtingen, maakt het voorgaande niet anders. Ook maakt niet anders dat XFTP de geluidsopnames als aanvullend bronmateriaal heeft gebruikt. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de andere door XFTP gebruikte bronnen, waaronder zijn informanten, niet verifieerbaar zijn. XFTP noemt weliswaar de namen en citaten van een aantal informanten, maar uit die informatie kan nog niet de conclusie worden getrokken dat de specifieke spraakkenmerken van eiseres zijn terug te brengen tot het door haar gestelde gebied van herkomst. De omstandigheid dat XFTP regelmatig contact heeft met zijn informanten, draagt daar ook niet aan bij. Dat geldt eveneens voor het gebruik van nieuwswebsites als bronmateriaal. Ook op basis daarvan kunnen de specifieke spraakkenmerken van eiseres niet worden teruggebracht tot het door haar gestelde gebied van herkomst.
8. De rechtbank is dus van oordeel dat de methoden en bronnen van XFTP niet betrouwbaar zijn. Om die reden laat zij de bevindingen van XFPT met betrekking tot de taalkenmerken van eiseres, en de reactie van TOELT daarop, onbesproken.
9. De geografische kennis van eiseres, die het XFTP bij zijn analyse heeft betrokken, heeft ten slotte een ondergeschikte betekenis. In de Vakbijlage Taalanalyse bij de taalanalyse van het TOELT staat namelijk uitdrukkelijk dat de tijdens het taalanalysegesprek gedemonstreerde landenkennis (of een gebrek daaraan) niet in overweging wordt genomen bij het formuleren van de conclusie van de taalanalyse. De conclusie van de taalanalyse is in principe uitsluitend gebaseerd op de gedemonstreerde talenkennis van de vreemdeling. De taalanalyse is een objectief instrument, terwijl geografische kennis kan worden aangeleerd.
10. Eiseres heeft ten slotte aangevoerd dat de intrekking en afwijzing van de verlening van haar verblijfsvergunning een risico als bedoeld in artikel 3 van het EVRM opleveren. Zij vreest bij terugkeer naar haar land van herkomst namelijk voor besnijdenis van haar dochter.
11. Uit vaste rechtspraak van de ABRvS volgt dat voor de beantwoording van de vraag of artikel 3 van het EVRM zich verzet tegen terugkeer naar het land van herkomst, noodzakelijk is dat de nationaliteit, identiteit en het land van herkomst van de vreemdeling vaststaan. Dat is hier niet het geval. Niet alleen bestaat onduidelijkheid over de vraag of eiseres afkomstig is uit Noord- of Zuid-Somalië, de mogelijkheid bestaat ook - zoals verweerder ter zitting heeft gesteld - dat zij afkomstig is uit Djibouti. Wanneer het tot uitzetting van eiseres komt, is het op dit moment dus niet duidelijk naar welk land dit zal plaatsvinden. Dat betekent dat op dit moment ook niet duidelijk is of in geval van uitzetting sprake is van een risico op een situatie als bedoeld in artikel 3 van het EVRM.
12. De conclusie is dat de verblijfsvergunning van eisers terecht is ingetrokken en dat haar aanvraag voor verlenging van haar verblijfsvergunning terecht is afgewezen. Dat betekent dat het beroep ongegrond is en dat eiseres geen gelijk krijgt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Aanleiding taalanalyse van het TOELT

Kan de contra-expertise van XFTP de taalanalyse van het TOELT weerleggen?

Artikel 3 EVRM

Conclusie

beslissing

Beslissing

M. den Heijer, leden van de rechtbank, in aanwezigheid van mr. C.W.M. Maase-Raedts, griffier.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.
_ecb96586-3160-44dd-84bc-00c4223d1da3
1

ECLI:NL:RVS:2013:CA3608

_5d6c8325-b62b-4ca1-b586-f296ab8e6f1d
2

ECLI:NL:RVS:2009:BH3705

_068d7a38-d960-4f0d-bb8d-ceab2c33bf69
3

ECLI:NL:RVS:2013:CA3608

_6fee7e90-0474-453d-a079-a0a9e7fbacd8
4

ECLI:NL:RVS:2012:BV8598

_7793084e-7bac-4257-99b9-1485dae3b043
5

ECLI:NL:RVS:2020:390

_0a13028d-2ee7-4326-b662-a6f763e7d25d
6

ECLI:NL:RVS:2020:390

_3ed7db14-8b87-4bd2-a506-b5c6caf5345c
7

ECLI:NL:RVS:2016:1365