Uitspraak ECLI:NL:RBDHA:2019:10253

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 02-10-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Den Haag op 09-10-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBDHA:2019:10253, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is C/09/562062 / HA ZA 18-1079


Bron: Rechtspraak

center
100
78188738-2a25-4177-bfae-276093fdc848
2
13
image/png

center
100
0e49f6f4-3e9e-4f59-a9f1-18bdabb022bd
2
523
image/png


RECHTBANK DEN HAAG
Team handel

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 9 oktober 2019 (bij vervroegin)

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/09/562062 / HA ZA 18-1079 van

[de B.V.]

gevestigd te [plaats] ,eiseres in conventie,verweerster in reconventie,advocaat mr. H. Bulut-Yazir te Den Haag,
tegen

SYNTHESE IGGZ B.V.

gevestigd te Den Haag,gedaagde in conventieeiseres in reconventie,
en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/09/572047 / HA ZA 19-388 van

SYNTHESE IGGZ B.V.

gevestigd te Den Haag,eiseres,advocaat mr. P.A. Visser te Rotterdam,
tegen

[gedaagde]

wonende te [plaats] ,gedaagde,advocaat mr. H. Bulut-Yazir te Den Haag.
Partijen zullen hierna [de B.V.] , Synthese en [gedaagde] worden genoemd.

ECLI:NL:RBDHA:2019:10253:DOC
nl

center
100
78188738-2a25-4177-bfae-276093fdc848
2
13
image/png

center
100
0e49f6f4-3e9e-4f59-a9f1-18bdabb022bd
2
523
image/png


RECHTBANK DEN HAAG
Team handel

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 9 oktober 2019 (bij vervroegin)

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/09/562062 / HA ZA 18-1079 van

[de B.V.]

gevestigd te [plaats] ,eiseres in conventie,verweerster in reconventie,advocaat mr. H. Bulut-Yazir te Den Haag,
tegen

SYNTHESE IGGZ B.V.

gevestigd te Den Haag,gedaagde in conventieeiseres in reconventie,
en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/09/572047 / HA ZA 19-388 van

SYNTHESE IGGZ B.V.

gevestigd te Den Haag,eiseres,advocaat mr. P.A. Visser te Rotterdam,
tegen

[gedaagde]

wonende te [plaats] ,gedaagde,advocaat mr. H. Bulut-Yazir te Den Haag.
Partijen zullen hierna [de B.V.] , Synthese en [gedaagde] worden genoemd.

1

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-

het tussenvonnis van 23 januari 2019 waarbij Synthese is toegestaan om [gedaagde] in vrijwaring te doen dagvaarden, en de daarin genoemde stukken;

de conclusie van antwoord tevens bevattend voorwaardelijke eis in reconventie met producties;

het proces-verbaal van de op 16 juli 2019 gehouden comparitie van partijen en de daarin genoemde stukken;

antwoordakte na comparitie aan de zijde van Synthese van 28 augustus 2019 met producties;

1.2.
Het proces-verbaal is met instemming van partijen buiten hun aanwezigheid opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om onjuistheden aan de rechtbank kenbaar te maken. Mr. Bulut-Yazir heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 5 augustus 2019. Dit vonnis zal worden gewezen met inachtneming van die opmerkingen.Mr. Visser heeft in reactie op het proces-verbaal aan de rechtbank toegezonden een door een vertegenwoordiger van Synthese gemaakt stenografisch verslag. De rechtbank heeft aan mr. Visser laten weten geen acht te zullen slaan op dit verslag, omdat daaruit niet kan worden opgemaakt in hoeverre volgens Synthese sprake is van onvolledigheden en onjuistheden in het proces-verbaal.
1.3.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
2

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-

de dagvaarding van 9 april 2019 met producties;

de conclusie van antwoord in vrijwaring met producties;

het proces-verbaal van de op 16 juli 2019 gehouden comparitie van partijen en de daarin genoemde stukken;

antwoordakte na comparitie aan de zijde van Synthese van 28 augustus 2019 met producties;

2.2.
Het proces-verbaal is met instemming van partijen buiten hun aanwezigheid opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om onjuistheden aan de rechtbank kenbaar te maken. Mr. Bulut-Yazir heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 5 augustus 2019. Dit vonnis zal worden gewezen met inachtneming van die opmerkingen.Mr. Visser heeft in reactie op het proces-verbaal aan de rechtbank toegezonden een door een vertegenwoordiger van Synthese gemaakt stenografisch verslag. De rechtbank heeft aan mr. Visser laten weten geen acht te zullen slaan op dit verslag, omdat daaruit niet kan worden opgemaakt in hoeverre volgens Synthese sprake is van onvolledigheden en onjuistheden in het proces-verbaal.
2.3.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
3

In de hoofd- en vrijwaringszaak

3.1.
Synthese is een zorginstelling die werkzaam is op het gebied van de interculturele geestelijke gezondheidszorg. Synthese is opgericht door [A] en [gedaagde] . [A] is de oom van [gedaagde] en heeft twee kinderen, zoon [B] en dochter [C] . Zij zijn dus neef respectievelijk nicht van [gedaagde] . [gedaagde] is bestuurder van [de B.V.] [B] en [C] zijn via hun vennootschappen – [B.V.I] respectievelijk [B.V. II] – sinds de oprichting eveneens betrokken bij Synthese.
3.2.
Ten aanzien van de vennootschappelijke structuur van Synthese geldt het volgende. Volgens een uittreksel van de Kamer van Koophandel is Aesclepius enig aandeelhouder van Synthese, was Aesclepius tot 17 augustus 2018 enig bestuurder van Synthese en zijn per 17 augustus 2018 [B.V.I] en [B.V. II] tot bestuurder van Synthese benoemd. Verder zijn volgens een uittreksel van de Kamer van Koophandel [B.V.I] en [B.V. II] bestuurder van Aesclepius en was tot 31 augustus 2018 ook nog [de B.V.] bestuurder van Aesclepius. Aandeelhouders van Aesclepius zijn [de B.V.] (50%), [B.V.I] (25%) en [B.V. II] (25%).
3.3.
Op 6 augustus 2018 is er een bestuursvergadering uitgeschreven voor Aesclepius voor 16 augustus 2018 en een algemene vergadering van aandeelhouders van Synthese voor 17 augustus 2018. Geagendeerd stond onder meer het ontslag van Aesclepius als bestuurder van Synthese en de benoeming van [B.V.I] en [B.V. II] als bestuurders van Synthese.
3.4.
[gedaagde] heeft namens Synthese met zichzelf een overeenkomst van opdracht gesloten, gedateerd op 16 mei 2018, op grond waarvan [gedaagde] met ingang van 16 augustus 2018 gedurende een periode van een jaar werkzaamheden verricht als psycholoog. In de overeenkomst is bepaald dat [gedaagde] daarvoor maandelijks een bedrag ontvangt van € 7.000,--, exclusief BTW. In de overeenkomst is bepaald dat uitsluitend [gedaagde] de overeenkomst tussentijds kan beëindigen.
3.5.
Verder heeft [gedaagde] namens Synthese een domeinnaam gehuurd (hierna: de huurovereenkomst). De schriftelijke huurovereenkomst is gedateerd 30 april 2016 en daarin is bepaald dat Synthese een domeinnaam van [de B.V.] huurt tegen een jaarlijkse vergoeding van € 2.548,--, exclusief BTW. In de overeenkomst is bepaald dat Synthese voor 2016 en 2017 wordt vrijgesteld van haar betalingsverplichting.
3.6.
Tot slot heeft [gedaagde] namens Synthese een overeenkomst van opdracht gesloten met [D] (hierna: [D] ), gedateerd op 13 augustus 2018, op grond waarvan [D] gedurende één jaar als interim-manager werkzaamheden gaat uitvoeren voor Synthese. Ingevolge deze overeenkomst zou [D] daarvoor een bedrag van € 5.000,-- per vier weken ontvangen, exclusief BTW. In artikel 5.1 van deze overeenkomst is onder en meer en voor zover hier van belang bepaald:
“Deze overeenkomst kan niet tussentijds worden beëindigd. Indien Opdrachtgever deze overeenkomst desalniettemin toch voortijdig beëindigd, is laatstgenoemde een bedrag verschuldigd van € 60.000,--, welke per direct opeisbaar is voor Opdrachtnemer”.

3.7.
Bij e-mailbericht van 14 augustus 2018 hebben [B] en [C] aan [gedaagde] te kennen gegeven dat minimaal twee bestuurders moeten instemmen met een besluit om een interim-directeur aan te stellen bij Synthese en dat zij niet akkoord gaan met de benoeming van [D] als interim-manager. Verder hebben zij laten weten dat [D] de werkvloer van Synthese niet mag betreden.
3.8.
Op 16 augustus 2018 heeft een bestuursvergadering van Aesclepius plaatsgevonden. De notulen vermelden over het verhandelde bij die vergadering onder meer en voor zover hier van belang het volgende:
“(…)Aanwezig zijn:Het bestuur van Aesclepius Group B.V. bestaande uit:- [B.V. II] vertegenwoordigd door [C]- [B.V.I] vertegenwoordigd door [B]- [de B.V.] vertegenwoordigd door [gedaagde]
VoortsDrs. Mr. [de adviseur] , adviseur van Synthese iGGz B.V.
Agendapunten1. Opening.2. Besluitvorming inzake het uitoefenen van het stemrecht door het bestuur van de Vennootschap in de algemene vergadering van haar deelneming Synthese iGGz B.V., (…) welke gehouden zal worden op 17 augustus 2018, meer in het bijzonder het stemmen vóór de volgende voorstellen om, mede op advies van drs. [de adviseur] :- Ontslag te verlenen aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: Aesclepius Group B.V. (…) als directeur van Synthese iGGz B.V.;- Voorstel om met ingang van heden (…) [B.V.I] (…) te benoemen tot directeur - van Synthese (…);- Voorstel om met ingang van heden (…) [B.V. II] (…) te benoemen tot directeur van Synthese iGGz B.V.(…)
[C] stemt voor het uitoefenen van het stemrecht ter zake de voorgenomen besluiten [C] stemt voor het uitoefenen van het stemrecht ter zake de voorgenomen besluiten [gedaagde] stemt voor het uitoefenen van het stemrecht ter zake de voorgenomen besluiten.
De voorzitter stelt dat het hierbij is vastgelegd dat er besloten is morgen (17-8-2018) het stemrecht uit te oefenen in de zin dat er ontslag zal worden verleend aan Aesclepius Group B.V. en dat [B.V.I] en [B.V. II] benoemd zullen worden tot bestuurders van Synthese iGGz B.V..(…) [gedaagde] geeft aan dat hij betreurt dat het zo gaat. Hij houdt nog steeds van zijn nichtje en neefje en wenst hen het aller beste toe. (…)”
3.9.
Op 17 augustus 2018 heeft een vergadering van aandeelhouders plaatsgevonden van Synthese, waarbij aanwezig waren [B.V. II] , vertegenwoordigd door [C] , [B.V.I] , vertegenwoordigd door [B] , en de heer [de adviseur] , adviseur van Synthese. [gedaagde] is namens [de B.V.] verlaat binnengekomen. De notulen vermelden – voor zover hier van belang – over het verhandelde tijdens die vergadering het volgende:
“(…)Voorzitter heeft het aandeelhoudersregister gecontroleerd en geconstateerd dat het gehele geplaatste kapitaal in de vennootschap vertegenwoordigd is, dat er geen certificaten van aandelen zijn uitgegeven en dat er geen recht van vruchtgebruik of van pand op aandelen in het kapitaal van de vennootschap is gevestigd (…) en dat alle vergadergerechtigden ermee hebben ingestemd dat de onderhavige besluitvorming plaatsvindt, zodat rechtsgeldige besluiten kunnen worden genomen, ook al zouden niet alle bij de wet of de statuten voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen.
De voorzitter stelt de volgende voorstellen aan de orde:- Voorstel om ontslag te verlenen aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: Aesclepius Group B.V. (…) als directeur van Synthese iGGz B.V.- Voorstel om met ingang van heden (…) [B.V.I] (…) te benoemen tot directeur van de Vennootschap (…)- Voorstel om met ingang van heden (…) [B] te benoemen tot directeur van de Vennootschap (…)De voorzitter vraagt [B] advies uit te brengen. [B] geeft aan geen vertrouwen meer in het huidig bestuur te hebben zoals op de bestuurdersvergadering was besproken. Haar advies luidt om positief te stemmen op het voorgenomen besluit. Voorzitter vraagt [C] advies uit te brengen over het te nemen besluit. [B] (…) geeft het advies om positief te stemmen op het voorgenomen besluit. De voorzitter geeft het advies om positief te stemmen op het voorgenomen besluit.
De voorzitter constateert dat de directie en [de adviseur] in de gelegenheid is gesteld advies uit te brengen over de voorstellen en brengt deze vervolgens in stemming, waarop deze met algemene stemmen worden aangenomen.

[gedaagde] (hierna [gedaagde] ) belt enkele minuten nadat de vergadering is geopend de voorzitter en geeft aan onderweg te zijn naar de vergadering. De voorzitter geeft aan dat de vergadering reeds is geopend en te zullen wachten met het bespreken van de resterende agendapunten tot [gedaagde] aanwezig is. [gedaagde] komt binnen bij de vergadering om 10.09 uur. De voorzitter geeft aan dat de stemming omtrent het ontslag en benoeming van de nieuwe bestuurders, zoals op de bestuursvergadering van 16 augustus 2018 besproken, al heeft plaatsgevonden. [gedaagde] stelt vervolgens het volgende agendapunt aan de orde: (…) [gedaagde] geeft aan dat hij het bestuur verlaat met een zorgmanager ( [E] ) en interim manager ( [D] ) in het belang van Synthese. (…)”
3.10.
Op 20 augustus 2018 is [gedaagde] door Synthese op non-actief gesteld en op 24 augustus 2018 is hij op staande voet ontslagen als behandelaar.
3.11.
Bij akte van cessie van 27 augustus 2018 heeft [D] een gestelde vordering van hem op Synthese van € 60.000,00, verband houdend met de gesloten overeenkomst van opdracht (zie hiervoor, onder 3.6), aan [gedaagde] gecedeerd.
3.12.
Bij brieven van 19 oktober 2018 aan [D] en aan [gedaagde] heeft Synthese de tussen [D] en Synthese gesloten overeenkomst van opdracht buitengerechtelijk vernietigd wegens misbruik van omstandigheden.
3.13.
Bij verzoekschrift van 26 september 2018 heeft [de B.V.] verzocht beslag te mogen leggen ten laste van Synthese. [de B.V.] heeft zich in het verzoekschrift op het standpunt gesteld dat zij uit hoofde van de onder 3.4, 3.5 en 3.6 genoemde overeenkomsten, alsmede uit hoofde van aan Synthese voorgeschoten bedragen, van Synthese een bedrag te vorderen heeft ter hoogte van in totaal € 76.132,56. Op 27 september 2018 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank verlof verleend tot de gevraagde beslaglegging voor een bedrag van € 98.972,00.
3.14.
Op 1 oktober 2018 heeft [de B.V.] ten laste van Synthese conservatoir beslag gelegd onder ING Bank N.V., Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V. en onder Menzis Zorgverzekeraar N.V.
3.15.
Bij vonnis in kort geding van 18 november 2018 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank de ten laste van Synthese gelegde beslagen opgeheven kort gezegd omdat [gedaagde] niet te goeder trouw heeft gehandeld (hierna: de kort gedingprocedure).
4

in de hoofdzaak

in conventie

4.1.
[de B.V.] vordert na wijziging eis veroordeling van Synthese tot betaling van € 86.323,11 + PM, vermeerderd met rente en kosten. Verder vordert zij voor recht te verklaren dat Aesclepius nog steeds bestuurder is van Synthese, [gedaagde] nog steeds bestuurder is van Aesclepius en [gedaagde] bevoegd was Synthese te binden door middel van het sluiten van (arbeids)overeenkomsten.
4.2.
Aan haar vordering tot betaling legt [de B.V.] ten grondslag dat [de B.V.] als bestuurder van Synthese Synthese heeft kunnen binden en overeenkomsten met [D] en [de B.V.] heeft kunnen sluiten. [D] heeft zijn vordering op Synthese gecedeerd aan [de B.V.] , zodat Synthese gehouden is nu aan [de B.V.] te betalen het bedrag van € 60.000 dat zij is verschuldigd aan [D] . Verder is Synthese bedragen verschuldigd aan [de B.V.] uit hoofde van de overeenkomst van opdracht en de huurovereenkomst voor een domeinnaam tussen Synthese en [de B.V.] Tot slot Synthese een bedrag van € 449,48 verschuldigd uit hoofde van een aantal voorgeschoten bedragen.
4.3.
Aan haar vorderingen te verklaren voor recht dat Aesclepius nog steeds bestuurder is van Synthese en [gedaagde] bestuurder van Aesclepius legt [de B.V.] ten grondslag dat de voorgeschreven werkwijze tot ontslag van bestuurder niet is gevolgd. [de B.V.] is niet in de gelegenheid gesteld om zich te verdedigen of zich te laten bijstaan door een raadsman tijdens de bestuursvergadering waarin zijn ontslag aan de orde was. Er is ook niet gestemd over het ontslag van Aesclepius Group en de benoeming van de twee nieuwe bestuurders van Synthese.
4.4.
Synthese voert verweer.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in voorwaardelijke reconventie

4.6.
Synthese heeft gevorderd dat in het geval de vordering in conventie wordt toegewezen, [de B.V.] de schade die Synthese daardoor lijdt aan haar dient te vergoeden, bestaande uit het bedrag dat Synthese aan [de B.V.] dient te voldoen. Aan die vordering heeft Synthese ten grondslag gelegd dat [de B.V.] frauduleus heeft gehandeld.
4.7.
[de B.V.] voert verweer.
4.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in de vrijwaringszaak

4.9.
Synthese vordert - samengevat - dat [gedaagde] wordt veroordeeld om aan Synthese te betalen al hetgeen waartoe Synthese in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, inclusief de proceskosten van de hoofdzaak, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de vrijwaringsprocedure.
4.10.
Aan haar vorderingen legt Synthese ten grondslag dat [gedaagde] bij het sluiten van de overeenkomsten met [D] en [de B.V.] niet te goeder trouw is geweest. Het ontslag van [de B.V.] als bestuurder van Synthese was al op handen op het moment dat [de B.V.] de overeenkomst met [D] en zichzelf sloot. De huurovereenkomst voor de domeinnaam is valselijk opgemaakt. Er is nooit over gesproken dat Synthese voor het gebruik van de domeinnaam geld zou betalen. [gedaagde] heeft als indirect bestuurder van Synthese niet in het belang van de vennootschap gehandeld. Daarmee heeft hij onrechtmatig jegens Synthese gehandeld, zodat hij – mochten de vorderingen tot betaling door Synthese aan [de B.V.] worden toegewezen – moet worden veroordeeld tot die betalingen aan Synthese, aldus Synthese.
4.11.
[gedaagde] voert verweer.
4.12.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
overwegingen

5

in de hoofdzaak
5.1.
Gelet op de samenhang tussen het verweer in conventie en de voorwaardelijke eis in reconventie, worden deze vorderingen gezamenlijk besproken.
Ontslag Aesclepius Group als bestuurder van Synthese

5.2.
[de B.V.] stelt dat zij nog steeds (middellijk) bestuurder is van Synthese, nu op de bestuursvergadering van Aesclepius en de aandeelhoudersvergadering van Synthese niet is gestemd over het ontslag van Aesclepius als bestuurder van Synthese. Er is uitsluitend gestemd over het ontslag van de bestuurders van Aesclepius, zodat Aesclepius nog altijd bestuurder is van Synthese, aldus [de B.V.]
5.3.
[de B.V.] heeft deze stelling – die is weersproken door Synthese – op geen enkele wijze onderbouwd. Integendeel, in randnummer 52 van de conclusie van antwoord in het incident schrijft de advocaat namens [gedaagde] : “ Uit de door Synthese in het geding gebrachte notulen van de bestuursvergadering volgt vervolgens ook dat is gestemd over het ontslag van Aesclepius als bestuurder van Synthese. Verder heeft [de B.V.] ter zitting erkend dat zij gevolg heeft gegeven aan deze besluiten en [de B.V.] heeft uitgeschreven uit het handelsregister als bestuurder van Aesclepius. [de B.V.] heeft betoogd dat zij niet in de gelegenheid is gesteld om zich te verdedigen of zich te laten bijstaan door een raadsman. Niet gebleken is echter dat zij zich terzake daarvan heeft willen laten bijstaan door een raadsman of dat er sprake van was dat zij zich wilde verdedigen en daarvan door Synthese is weerhouden. Integendeel, uit de door Synthese overgelegde notulen blijkt dat [gedaagde] , als bestuurder van [de B.V.] , weliswaar de gang van zaken betreurt, maar kan instemmen met het vertrek uit Synthese. De rechtbank neemt dan ook als vaststaand aan dat is besloten dat Aesclepius per 17 augustus 2018 is ontslagen als bestuurder van Synthese en dat [B.V.I] en [B.V. II] zijn benoemd tot bestuurder van Synthese. De vorderingen te verklaren voor recht dat [de B.V.] nog altijd bestuurder is van Synthese en bevoegd is Synthese te binden zullen dan ook worden afgewezen.
Gecedeerde vordering, de zzp-overeenkomst met [de B.V.] en de huurovereenkomst

5.4.
[de B.V.] stelt dat Synthese een bedrag van € 60.000 aan haar is verschuldigd uit hoofde van de door [gedaagde] namens Synthese gesloten overeenkomst met [D] . Aan die vordering ligt de stelling ten grondslag dat a) [D] een vordering had op Synthese uit hoofde van de tussen Synthese en [D] gesloten overeenkomst inzake interim-werkzaamheden en b) Synthese die overeenkomst tegen de afspraak in heeft beëindigd en c) om die reden € 60.000 aan [D] verschuldigd was. Die vordering is gecedeerd aan [de B.V.] , aldus [de B.V.] Verder stelt [de B.V.] dat tussen Synthese en haar een zzp-overeenkomst en een huurovereenkomst voor een domeinnaam is gesloten, uit hoofde waarvan Synthese een bedrag van € 7.000 exclusief BTW respectievelijk een bedrag van € 3.083,08 is verschuldigd.
5.5.
Synthese heeft onder andere ten verwere aangevoerd dat al deze overeenkomsten ‘vals’ zijn en dat [de B.V.] deze overeenkomsten heeft gesloten om Synthese geld afhandig te maken, zodat de overeenkomsten in strijd met de goede zeden en daarmee op grond van artikel 3:40 lid 1 BW nietig zijn. De rechtbank honoreert dit verweer en overweegt daartoe als volgt.
5.6.
Ter onderbouwing van haar verweer dat de door [de B.V.] namens Synthese gesloten overeenkomsten in strijd zijn met de goede zeden heeft Synthese het volgende aangevoerd. Er bestond een conflict tussen de (middellijk) bestuurders van Synthese ( [gedaagde] , [B] en [C] ) en om die reden was besloten dat [de B.V.] zou aftreden als indirect bestuurder. Voor [de B.V.] was dit kenbaar op het moment dat de overeenkomst met [D] werd gesloten. De overeenkomst met [D] dateert immers van na de datum waarop de agenda’s van de bestuursvergadering van Aesclepius en de algemene vergadering van aandeelhouders aan [de B.V.] zijn toegestuurd. Datzelfde geldt voor de zzp-overeenkomst die [de B.V.] namens Synthese met zichzelf heeft gesloten. Met [B] en [C] is niet afgestemd dat deze overeenkomsten zouden worden gesloten. Daarnaast heeft [de B.V.] niet gehandeld in het belang van Synthese, aangezien in de overeenkomsten met zowel [D] als [de B.V.] voor Synthese nadelige opzegbepalingen zijn opgenomen. In de overeenkomst met [D] is opgenomen dat uitsluitend voor Synthese geldt dat zij de overeenkomst niet voortijdig kan beëindigen en dat indien Synthese de overeenkomst toch voortijdig beëindigt, zij een bedrag van € 60.000 is verschuldigd. In de overeenkomst met [de B.V.] is bedongen dat uitsluitend [de B.V.] de overeenkomst mag opzeggen. Ten aanzien van de huurovereenkomst heeft te gelden dat die is geantedateerd, dat er nooit een huurovereenkomst tot stand is gekomen en dat [de B.V.] ook deze overeenkomst heeft gesloten om Synthese schade te berokkenen, aldus steeds Synthese.
5.7.
Ter onderbouwing van dit verweer heeft Synthese WhatsApp-berichten uit augustus 2018 overgelegd van [gedaagde] in de groepsapp genaamd “ [gedaagde] groepsapp”, waarin – onder meer en voor zover hier van belang – [gedaagde] het volgende bericht:
“dus ik ga [E] en mezelf een zzp overeenkomst aanbieden van een jaar.”(…)stel ik ben geen bestuurder en het lukt ze toch, dan moet synthese me nog steeds aanhouden. En dan kunnen ze me niet ontslaan”(…)”
5.8.
Daarnaast heeft Synthese WhatsApp-berichten uit die periode overgelegd van [gedaagde] in een groepsapp genaamd “Argo”. [D] was eveneens deelnemer in die groepsapp. [gedaagde] heeft in die groepsapp het volgende – voor zover hier van belang – bericht:
“Ik moet nog een huurovereenkomst maken dat synthese de domeinnaam van me huurt Gewoon volop naai actie alle kanten. (…)”

5.9.
Vervolgens heeft [gedaagde] in die groepsapp een pdf document toegezonden met als titel “Verhuur domeinnaam” en daarna de volgende berichten verstuurd:
“(…) Is dit wat jongenssynthese is opgericht op 20 april, dus overeenkomst vanaf 30 april gezet [… 1] moet me jaarlijks betalen voor de huur van synthesezorg.nleen symbolisch bedrag van 2548 dat is hun postcode(…) [… 2] die huisarts gaat me helpen en komt met geld. Ik open een nieuw bedrijf en daarna roof ik synthese leeg. Maar niemand mag dit nog weten.(…)Ondertussen speel ik hun poppenkast mee(…)Moet veel voorbereiden en de schijn ophouden dat ik voor synthese ga(…)”
5.10.
De rechtbank is van oordeel dat Synthese hiermee voldoende heeft onderbouwd dat [de B.V.] namens Synthese overeenkomsten heeft gesloten met zowel zichzelf als [D] met als doel Synthese te benadelen. Verder volgt uit deze WhatsApp-berichten dat ook [D] ervan op de hoogte was dat hiermee in strijd met het belang van de vennootschap werd gehandeld en dat het ook het doel van in ieder geval [de B.V.] was om Synthese schade te berokkenen.

5.11.
Ter zitting heeft [de B.V.] zich op het standpunt gesteld dat de WhatsApp-conversatie waar Synthese zich op beroept is vervalst, maar zij heeft die stelling onvoldoende onderbouwd. Zo is tussen partijen niet in geschil dat er onenigheid bestaat tussen [gedaagde] enerzijds en [B] en [C] anderzijds. Verder heeft [gedaagde] ter zitting erkend dat hij zijn WhatsApp-gesprekken op de computer van Synthese heeft opgeslagen en dat die toegankelijk waren voor [B] en [C] . Verder acht de rechtbank de clausules in de overeenkomsten met [D] en [de B.V.] inhoudende dat Synthese geen opzegmogelijkheid heeft dan wel uitsluitend tegen een hoge boete kan opzeggen, zo ongebruikelijk en nadelig voor de vennootschap, dat daaraan een benadelingsbedoeling ten grondslag moet liggen. Een aannemelijke en redelijke verklaring voor de bezigen van dergelijke bedingen heeft [gedaagde] niet gegeven. Ter zitting heeft [gedaagde] namens [de B.V.] aanvankelijk betoogd dat Synthese moet worden beschermd tegen onnadenkendheid van de overgebleven (indirect) bestuurders en dat hij om die reden die clausules in die overeenkomsten heeft opgenomen, maar op kritische vragen hierover van de rechtbank heeft hij vervolgens erkend dat hij – met het beëindigen van zijn bestuursfunctie – toch zijn eigen belang voorop heeft willen stellen door zijn inkomen op deze manier veilig te stellen. Bovendien heeft [de B.V.] pas ter zitting het standpunt ingenomen dat de berichten zijn vervalst en heeft zij dat standpunt niet ook in de kortgedingprocedure ingenomen, terwijl daarvoor toen ook al aanleiding was. Tot slot heeft zij te elfder uren zelf WhatsApp-berichten in het geding gebracht waar iets anders uit zou blijken, maar daarvan heeft Synthese onweersproken toegelicht dat de kleuren en het lettertype niet overeenkomen met het lettertype en de kleuren die normaal in WhatsApp worden gehanteerd. [de B.V.] heeft hiervoor geen verklaring gegeven. De rechtbank deelt om die reden de conclusie van Synthese dat die berichten moeten zijn bewerkt. De stelling van [de B.V.] dat de WhatsApp-berichten die Synthese in het geding heeft gebracht zijn bewerkt en dus authentiek zijn, acht de rechtbank onder deze omstandigheden dan ook volstrekt ongeloofwaardig.
5.12.
De rechtbank neemt dan ook als vaststaand aan dat [de B.V.] namens Synthese overeenkomsten heeft gesloten met als doel de belangen van Synthese te schaden. De rechtbank is van oordeel dat overeenkomsten die met dat doel worden gesloten, in strijd zijn met de goede zeden en om die reden nietig zijn. Ten aanzien van de overeenkomsten tussen Synthese en [de B.V.] heeft te gelden dat [de B.V.] daarvan de nakoming dus niet kan vorderen.
5.13.
Nu ook de overeenkomst met [D] nietig is, heeft [D] geen vordering kunnen leveren en heeft [de B.V.] daarom geen vordering op Synthese verkregen.
5.14.
Onderdeel van de vordering van [de B.V.] is tot slot een bedrag van € 449,48 in verband met door [de B.V.] namens Synthese voorgeschoten bedragen. Ter zitting heeft [de B.V.] erkend dat dit bedrag zou worden verrekend met het bedrag dat [de B.V.] aan Synthese verschuldigd is uit hoofde van de kortgedingprocedure, waarbij [de B.V.] in de proceskosten van Synthese is veroordeeld. Dat deel van de vordering zal dus eveneens worden afgewezen.
5.15.
Dit een en ander leidt tot de conclusie dat de vorderingen van [de B.V.] zullen worden afgewezen.
5.16.
[de B.V.] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in conventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Synthese worden begroot op:- griffierecht 1.950,00- salaris advocaat (2 punten × tarief € 1.074,00)Totaal € 4.098,00
5.17.
Nu de vordering in conventie wordt afgewezen, is de vordering in reconventie, gelet op haar voorwaardelijke karakter, niet aan de orde en hoeft daarop niet te worden beslist. Synthese zal worden veroordeeld in de proceskosten. Nu gesteld noch gebleken is dat [de B.V.] kosten heeft moeten maken, zullen die kosten worden begroot op nihil.
in de vrijwaringszaak

5.18.
Nu de vordering in de hoofdzaak niet toewijsbaar is gebleken, moet de vordering in de zaak in vrijwaring worden afgewezen.
5.19.
Synthese zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op € 1.074,00 aan advocaatkosten. De proceskostenveroordeling zal als gevorderd uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
5.20.
Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237). De rechtbank zal de nakosten begroten conform het daarop toepasselijke liquidatietarief.
beslissing

6

De rechtbank
in de hoofdzaak

in conventie

6.1.
wijst de vorderingen af,
6.2.
veroordeelt [de B.V.] in de kosten van de hoofdzaak en het incident, aan de zijde van Synthese tot op heden begroot op € 4.098,00,
in voorwaardelijke reconventie

6.3.
wijst de vorderingen af,
6.4.
veroordeelt Synthese in de proceskosten, aan de zijde van [de B.V.] tot op heden begroot op nihil,
in de vrijwaring

6.5.
wijst de vorderingen af,
6.6.
veroordeelt Synthese in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.074 en op € 157 aan nog te maken nakosten, te vermeerderen met € 82 in geval van betekening,
6.7.
verklaart de beslissing onder 6.6 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Honée en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2019.