Uitspraak ECLI:NL:RBAMS:2020:1947

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 25-03-2020. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Amsterdam op 24-03-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBAMS:2020:1947, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 13/752303-19


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK AMSTERDAMINTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/752303-19RK nummer: 20/305

Datum uitspraak: 24 maart 2020

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 16 januari 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).Dit EAB is uitgevaardigd op 11 december 2019 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Luik – Afdeling Verviers (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 2000, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,gedetineerd in de [plaats detentie]
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

ECLI:NL:RBAMS:2020:1947:DOC
nl

RECHTBANK AMSTERDAMINTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/752303-19RK nummer: 20/305
Datum uitspraak: 24 maart 2020

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 16 januari 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).Dit EAB is uitgevaardigd op 11 december 2019 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Luik – Afdeling Verviers (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 2000, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,gedetineerd in de [plaats detentie]
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

procesverloop

1

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 10 maart 2020. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink en de raadsman van de opgeëiste persoon, mr. P.D. Popescu, advocaat te Amsterdam.

De niet verschenen opgeëiste persoon heeft op 10 maart 2020 schriftelijk afstand gedaan van zijn recht om op de vordering te worden gehoord. De raadsman van de opgeëiste persoon heeft verklaard dat de opgeëiste persoon hem uitdrukkelijk heeft gemachtigd namens hem het woord te voeren.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Roemeense nationaliteit heeft.

3

In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsmandaat bij verstek van 11 december 2019 uitgevaardigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg Luik – Afdeling Verviers.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgisch recht strafbare feiten.

Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 18, te weten:

georganiseerde of gewapende diefstal

Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar Belgisch recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

beslissing

5

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

6

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

beslissing

7



STAAT TOE[opgeëiste persoon]
mr. A.K. Glerum, voorzitter,mrs. C. Klomp en M.E.M. James-Pater, rechters,in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier,en uitgesproken ter openbare zitting van 24 maart 2020.
De leden van de combinatie en de griffier zijn buiten staat deze uitspraak te ondertekenen.

Gezien en namens dezen,

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.