Uitspraak ECLI:NL:RBAMS:2019:8916

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 29-11-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Amsterdam op 28-11-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBAMS:2019:8916, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 13/061640-19


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/061640-19 (Promis)

Datum uitspraak: 28 november 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op 2 februari 2001, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres] .

ECLI:NL:RBAMS:2019:8916:DOC
nl

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/061640-19 (Promis)

Datum uitspraak: 28 november 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op 2 februari 2001, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres] .
1

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 november 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Modder en van wat verdachte en zijn raadsman mr. K.H.T. van Gijssel naar voren hebben gebracht.

2

Verdachte wordt ervan verdacht dat hij samen met anderen een woningoverval heeft gepleegd aan de [adres] Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd:

primair:

subsidiair:

meer subsidiair:

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I.

3

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.4.
4.1
Inleiding

Op 25 februari 2019 heeft de heer [slachtoffer] aangifte gedaan van een woningoverval, gepleegd op 24 februari 2019. Aangever heeft verklaard dat hij op Marktplaats een horloge van het merk Zenith te koop heeft gezet, dat ongeveer € 7.000,- waard was. Op 23 februari 2019 kreeg hij rond 24.00 uur een reactie van een Marktplaats-account genaamd ‘ [naam] ’. Deze ‘ [naam] ’ vroeg via de app van Marktplaats of het horloge nog beschikbaar was. Op 24 februari 2019 rond 09.00 uur heeft de aangever laten weten dat het horloge inderdaad nog beschikbaar was. Vervolgens hebben hij en ‘ [naam] ’ meerdere malen contact gehad via de app van Marktplaats. Nadat de aangever en ‘ [naam] ’ het eens waren geworden over een prijs, hebben zij afgesproken dat ‘ [naam] ’ het horloge die dag tussen 16.00 uur en 17.00 uur zou komen halen op het adres van aangever, aan de [adres] Rond 16.45 uur liet ‘ [naam] ’ via de app van Marktplaats aan aangever weten dat hij er bijna was. Ongeveer 10 minuten later werd er aangebeld. Toen de aangever door de intercom keek, zag hij een jongen met een donkere huidskleur staan. De aangever heeft de centrale deur opengedaan. Toen hij vanuit de galerij naar de hal keek, zag hij dat er twee personen met de trap naar boven kwamen. Hij herkende één van de personen als de persoon die hij via de intercom had gezien. Beide jongens waren volgens aangever jonger dan 25 jaar en hadden een donkere huidskleur. Eén van de twee jongens had een gezet postuur; de jongen die had aangebeld had een slungelig postuur. Nadat de jongens de woning van aangever waren binnengegaan en in de woonkamer stonden, vroeg aangever wie van hen interesse had in zijn horloge. Aangever zag dat de jongen met het gezette postuur een pistool uit zijn jas haalde en op aangever af kwam lopen, waarna hij hem op de grond duwde. De jongen duwde hem op zijn bovenlichaam. Aangever viel hierdoor achterover op de grond. Terwijl dit gebeurde, zat de vijfjarige zoon van aangever aan de keukentafel. Aangever zei tegen de overvallers dat zij het horloge moesten pakken. De jongen die had aangebeld heeft vervolgens het horloge gepakt. Nadat de jongens richting de uitgang van de woning waren gelopen en in de gang stonden, keerde de jongen die had aangebeld om en zei hij tegen aangever dat hij zijn telefoon moest geven. Aangever gaf hem zijn witte iPhone X. Vervolgens liep dezelfde jongen naar de keuken, waar de Macbook van aangever lag. Aangever zag dat de jongen zijn Macbook pakte. Vervolgens hebben de jongens de woning verlaten.

Een medeverdachte genaamd [medeverdachte 1] heeft op 20 maart 2019 tijdens een raadkamerzitting bij de rechtbank Amsterdam bekend dat hij de overval samen met een andere persoon heeft gepleegd en dat hij een horloge, een Macbook en een telefoon heeft weggenomen.

Na de overval is van het polo-shirt van aangever, ter hoogte van de borst, een DNA-monster genomen. Uit een DNA-rapport van 16 september 2019 blijkt dat de hypothese dat de bemonstering DNA bevat van aangever, zijn zoon, een medeverdachte genaamd [medeverdachte 2] en één willekeurige onbekende persoon circa 590 miljoen keer waarschijnlijker is dan de hypothese dat de bemonstering DNA bevat van aangever, zijn zoon en twee willekeurige onbekende personen. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de personen zijn geweest die de woningoverval fysiek hebben gepleegd.

Verdachte heeft tijdens de zitting van 14 november 2019 verklaard dat hij niets met de woningoverval te maken heeft. Wel heeft hij op straat een telefoon gekocht voor een bedrag tussen de € 300,- en € 500,-. Deze telefoon zat nog in het doosje. Toen verdachte werd aangehouden door de politie, kwam hij erachter dat de telefoon gestolen was.

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of verdachte betrokken is geweest bij de woningoverval. Vervolgens moet worden bekeken of verdachte daarmee als medepleger van of medeplichtige aan de woningoverval kan worden aangemerkt. Als dit niet het geval is, moet de rechtbank beoordelen of hij zich schuldig heeft gemaakt aan heling van de telefoon die bij de overval is weggenomen.

4.2
Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden aangemerkt als medepleger van de diefstal met geweld en van de afpersing. De weggenomen iPhone is drie dagen na de overval op 27 februari 2019 weer in gebruik genomen. De stem van de persoon die van de telefoon gebruik maakte is door de politie herkend als die van verdachte. De telefoon is vervolgens ook onder verdachte in beslag genomen en de politie heeft vastgesteld dat het de telefoon van aangever [slachtoffer] was. Verdachte heeft via de weggenomen telefoon contact gehad met [medeverdachte 1] . In de telefoon van [medeverdachte 1] is een foto gedateerd 25 februari 2019 aangetroffen, waarop de politie verdachte heeft herkend. Op deze foto draagt verdachte om zijn pols een horloge dat qua uiterlijke kenmerken volledig overeenkomt met het horloge dat is weggenomen bij de overval. Bij de foto staat de tekst: “je hebt me lang niet meer gezien je weet dat ik verdien”.

In een tapgesprek van 27 februari 2019 heeft [medeverdachte 1] tegen verdachte gezegd dat verdachte hem die eerste ‘ganga’ (klus) ook had ‘gelinkt’. Verdachte stuurde hem door naar ‘osso’ om ‘tellie’ af te pakken. In een tapgesprek van 6 maart 2019 heeft verdachte tegen [medeverdachte 1] gezegd dat hij ( [medeverdachte 1] ) niet met ‘ganga’s’ (klussen) komt, maar dat hij gewoon een werker is en dat hij net als een huurmoordenaar wordt ingehuurd. In hetzelfde tapgesprek kwam aan de orde dat verdachte al wat in zijn zakken had en [medeverdachte 1] niets. Ook werd er gezegd: “Als het gewoon wij twee waren zouden we gewoon allebei bankoe-bankoe”. Verder blijkt uit de tapgegevens dat verdachte op 4 maart 2019 contact heeft gehad met de gebruiker van een telefoonnummer eindigend op * [nummer] . In dat telefoongesprek heeft verdachte gevraagd “of hij de P kan lenen”. Hij heeft ook gevraagd of het ijzer was en hij heeft gesproken over de neppe en de echte. Verdachte wilde het lenen, “niet voor een ganga maar om iets te seren… iets groot”. Gebleken is dat het telefoonnummer eindigend op * [nummer] in gebruik was bij [medeverdachte 2] . Bij een doorzoeking is bij [medeverdachte 2] een doosje aangetroffen waarin vermoedelijk een (hand)vuurwapen heeft gezeten.

Uit deze feiten en omstandigheden kan volgens de officier van justitie worden afgeleid dat verdachte de opdrachtgever was van de woningoverval aan de [adres] . Daarnaast is van belang dat de iPhone 7 die is gebruikt om de afspraak met de aangever te maken, ook is gebruikt om Marktplaats-account ‘ [naam 2] ’ aan te maken op het IP-adres [nummer 2] . Dit IP-adres is gekoppeld aan het huisadres waar verdachte staat ingeschreven.
4.3
Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het primair en subsidiair ten laste gelegde. De tapgesprekken waar de officier van justitie naar heeft verwezen zijn niet ‘braaf’, maar koppelen verdachte niet aan de woningoverval aan de [adres] . Hij kan hoogstens worden veroordeeld voor heling van de bij de overval gestolen telefoon.

4.4
Oordeel van de rechtbank

De door de officier van justitie aangevoerde feiten en omstandigheden leiden naar het oordeel van de rechtbank niet tot de conclusie dat verdachte betrokken is geweest bij de woningoverval aan de [adres] . De rechtbank gaat er vanuit dat het horloge dat verdachte draagt op de foto die is aangetroffen in de telefoon van [medeverdachte 1] het horloge is dat bij die overval is weggenomen. Dit gegeven is – ook in combinatie met de tapgesprekken – echter onvoldoende om verdachte te koppelen aan deze woningoverval. De omstandigheid dat de iPhone 7 die is gebruikt om de afspraak met de aangever te maken, ook is gebruikt om Marktplaats-account ‘ [naam 2] ’ aan te maken op het IP-adres dat is gekoppeld aan het huisadres van verdachte, maakt dit niet anders. Tot slot overweegt de rechtbank nog dat in het tapgesprek van 27 februari 2019 wordt besproken dat verdachte [medeverdachte 1] naar ‘osso’ stuurde om ‘tellie’ af te pakken, maar dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] juist naar de woning aan de [adres] lijken te zijn gegaan met het primaire doel om het horloge van aangever [slachtoffer] buit te maken – en niet zijn telefoon.
Wel vindt de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de meer subsidiair ten laste gelegde heling van de telefoon die bij de woningoverval is weggenomen. De overval is op 24 februari 2019 gepleegd door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Verdachte heeft kort na de woningoverval contact met [medeverdachte 1] . In de telefoon van [medeverdachte 1] staat de foto van verdachte met het horloge dat bij deze overval is weggenomen. Verdachte heeft op 27 februari 2019 de tijdens de overval afgepakte telefoon in zijn bezit. Dat blijkt uit de in het dossier gevoegde tapgesprekken. De telefoon wordt ook bij verdachte aangetroffen op 12 maart 2019.Gelet op deze omstandigheden kan het niet anders dan dat verdachte wist dat de overval was gepleegd en dat de betreffende telefoon daar was weggenomen. Zijn verklaring ter zitting dat hij de telefoon ergens op straat heeft gekocht en er pas later achter kwam dat deze bij de woningoverval aan de [adres] is weggenomen, acht de rechtbank onaannemelijk.
5

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

meer subsidiair:

op een tijdstip gelegen in de periode van 24 februari 2019 tot en met 27 februari 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een goed, te weten een telefoon (merk iPhone X) heeft verworven, terwijl hij ten tijde van de verwerving van dit goed wist, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

6

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

overwegingen

8

8.1
Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar onder 1 primair bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van voorarrest.

8.2
Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om verdachte wegens heling van de gestolen telefoon te veroordelen tot een taakstraf.

8.3
Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan heling van een telefoon. Door deze gestolen telefoon voorhanden te hebben, heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen goederen. Het bestaan van deze afzetmarkt bevordert dat goederen worden gestolen. Dat verdachte wist dat deze telefoon afkomstig is van een woningoverval, rekent de rechtbank hem aan. Hij kon immers wel vermoeden dat bewoners daar psychische schade van zouden kunnen hebben.

De rechtbank heeft gekeken naar een rapport van de reclassering van 19 juni 2019, waarin de reclassering adviseert om het volwassenenstrafrecht toe te passen en om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met bijzondere voorwaarden.

De rechtbank heeft verder gekeken naar het strafblad van verdachte van 24 september 2019, waaruit blijkt dat verdachte op 19 januari 2019 door de rechtbank Amsterdam is veroordeeld tot het medeplegen van een straatroof. Aan hem is een jeugddetentie voor de duur van 168 dagen opgelegd, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast is verdachte op 25 september 2018 door de kinderrechter te Amsterdam wegens het medeplegen van winkeldiefstal veroordeeld tot een werkstraf van 45 uren, waarvan 15 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De rechtbank volgt de reclassering in haar advies om het volwassenenstrafrecht toe te passen. Daarbij weegt de rechtbank mee dat verdachte ten tijde van het plegen van het onderhavige delict in een proeftijd liep. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw een strafbaar feit te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

9

Benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert € 5.049,99 aan materiële schadevergoeding en € 3.000,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat verdachte van het primair en het subsidiair ten laste gelegde wordt vrijgesproken.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert € 800,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat verdachte van het primair en het subsidiair ten laste gelegde wordt vrijgesproken.

10

- iPhone X (goednummer 521627) - € 30,- ( goednummer 5720988) - € 250,- ( goednummer 5720993).
Onder verdachte zijn de volgende goederen in beslag genomen:

De officier van justitie heeft gevorderd dat de iPhone verbeurd zal worden verklaard.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat de iPhone X moet worden geretourneerd aan de rechthebbende, te weten de heer [slachtoffer] . De geldbedragen moeten worden geretourneerd aan verdachte.

11

De op te leggen straf is gegrond op artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht.

beslissing

12

- iPhone X (goednummer 521627).
- € 30,- ( goednummer 5720988); - € 250,- ( goednummer 5720993).


De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1 meer subsidiair:

opzetheling.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte, , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een voor de duur van .

Beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Beslag

De rechtbank gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan de [slachtoffer] :
De rechtbank gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan verdachte:

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Vaandrager, voorzitter,mrs. C.M. Degenaar en H.E. Hoogendijk, rechters,in tegenwoordigheid van mr. N.M. van Trijp, griffier,en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 november 2019.