Uitspraak ECLI:NL:RBAMS:2019:8369

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 07-11-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Amsterdam op 01-11-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBAMS:2019:8369, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 1316549219


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/165492-19 (Promis)

Datum uitspraak: 1 november 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[naam verdachte]

geboren te [geboorteland] op [geboortedag] 1974,zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,gedetineerd in het [detentieplaats] .

ECLI:NL:RBAMS:2019:8369:DOC
nl

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/165492-19 (Promis)

Datum uitspraak: 1 november 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[naam verdachte]

geboren te [geboorteland] op [geboortedag] 1974,zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,gedetineerd in het [detentieplaats] .
1

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 oktober 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. G. Dankers en van wat verdachte en zijn raadsman mr. J.J. Veldheer naar voren hebben gebracht.

2

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van diverse drogisterijproducten bij de winkel Etos op 9 juli 2019 in Amsterdam.

De tekst van de gehele tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3

3.1
Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Zij verwijst hiertoe naar het aangifteformulier en het proces-verbaal van bevindingen inhoudende de camerabeelden van de Etos.

3.2
Het standpunt van de verdediging

Verdachte verklaart ter terechtzitting dat hij zich niks kan herinneren ten aanzien van het feit. De raadsman van verdachte refereert zich ten aanzien van de bewezenverklaring aan het oordeel van de rechtbank.

3.3
Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de inhoud van het dossier acht de rechtbank de ten laste gelegde diefstal wettig en overtuigend bewezen. Uit het aangifteformulier en de omschrijving van de camerabeelden blijkt dat verdachte met een lege tas de Etos inloopt, diverse producten in de tas doet en vervolgens de winkel verlaat zonder deze te betalen.

4

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

op 9 juli 2019 te Amsterdam diverse drogisterijproducten (met een waarde van 345,39 euro), toebehorende aan de Etos ( [vestiging Etos] ), heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5

Het bewezenverklaarde feit is strafbaar. Ook kan verdachte worden verweten dat hij dit feit heeft gepleegd.

6

6.1
De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren zonder aftrek van voorarrest.
6.2
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft als strafmaatverweer naar voren gebracht dat verdachte bij eerdere zittingen telkens is veroordeeld tot een kale detentie. Ondanks zijn rechtmatige verblijf en recht op voorzieningen is hem nooit hulp aangeboden door instanties in welke vorm dan ook. Verdachte heeft jarenlang delicten gepleegd wat aan de ene kant zijn eigen schuld is, maar ook de schuld van een falend systeem. Verdachte verblijft thans rechtmatig in Nederland. Momenteel loopt een bezwaarschriftprocedure tegen de beslissing van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) waarop nog moet worden beslist. Indien aan hem de ISD-maatregel wordt opgelegd, zal hij waarschijnlijk worden aangemerkt als ongewenste vreemdeling en zal de ISD-maatregel worden gericht op zijn terugkeer naar Litouwen. Verdachte wil graag hulp bij zijn verslavingsproblematiek, maar ziet geen heil in terugkeer naar Litouwen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om te bepalen dat tussentijds een toetsing van de noodzaak tot voortzetting zal plaatsvinden.

6.3
Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank overweegt dat diefstal een hinderlijk feit is waarbij vaak financiële schade voor de winkelier ontstaat. Ook zorgt het voor veel overlast in de maatschappij en bij het winkelend publiek in het bijzonder.

De rechtbank heeft ook rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het ISD Trajectconsult van het NIFP van 15 juli 2019, opgemaakt door M.M. Spock. Dit rapport houdt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in. Verdachte is van Litouwse afkomst en leeft een zwervend bestaan waarbij hij ook periodes in het buitenland verblijft. Hij heeft geen vast werk en/of inkomen. Er is sprake van ernstige verslavingsproblematiek, in de vorm van cocaïne-, heroïne en alcoholgebruik, bij ernstige psychosociale problematiek. Er zijn geen contra-indicaties en er is geen noodzaak om nader onderzoek te verrichten alvorens te kunnen adviseren over het eventueel opleggen van een ISD-maatregel. Nader onderzoek naar eventuele bijkomende psychiatrische of psychologische problematiek kan worden verricht binnen een ISD-maatregel.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering van 24 september 2019, opgemaakt door L. Slaat. Dit rapport houdt - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende in. Verdachte pleegde het delict onder invloed van middelen en om in zijn middelengebruik te kunnen voorzien. Sinds 2015 verblijft hij in verschillende Europese landen waaronder Nederland en komt hij herhaaldelijk met de Nederlandse justitie in aanraking. Hij voldoet aan de harde ISD-criteria. Er is nooit sprake geweest van toezicht bij de reclassering en hieraan kan ook geen inhoud worden gegeven aangezien hij niet langer rechtmatig verblijft in Nederland. Hij voldoet hiermee eveneens aan de zachte ISD-criteria. Er is sprake van forse meervoudige verslavingsproblematiek en zeer instabiele primaire levensomstandigheden. Hij lijkt in een neerwaartse spiraal te verkeren waar hij zonder hulp van derden niet uit zal komen. Voor verdachte is er in Nederland geen toekomstperspectief en hij dient terug te keren naar het land van herkomst. De reclassering is van mening dat terugkeer op vrijwillige en zelfstandige wijze niet zal geschieden en acht daarom een strafrechtelijk kader hiertoe noodzakelijk. Gelet op de forse meervoudige verslavingsproblematiek wordt het risico op recidive en op onttrekken aan voorwaarden en/of begeleiding ingeschat als zeer hoog. Bij een veroordeling adviseert de reclassering aan verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen. Hiermee kan namelijk aan de hardnekkige delict problematiek (tijdelijk) een halt worden toegeroepen en kan de maatschappij worden beschermd tegen de overlast die het plegen van delicten door verdachte met zich meebrengt. Nadat enige medische stabiliteit is bereikt met betrekking tot de verslavingsproblematiek, kan worden toegewerkt naar terugkeer naar het land van herkomst. Plaatsing in [naam PI] is aangewezen.

Verder heeft de rechtbank ter terechtzitting van reclasseringswerker M. Hamels als deskundige gehoord. Zij heeft voornoemd rapport bevestigd en waar nodig aangevuld.

De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van de bewezen geachte feiten aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte een misdrijf heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van 12 september 2019 blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan 9 juli 2019 meer dan driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl het in dit vonnis bewezen verklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en er, zoals blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage, ernstig rekening mede moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Blijkens het strafblad is ook voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt: verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit. Verder eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze maatregel, gezien de ernst en het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten. De rechtbank ziet geen reden om deze maatregel niet op te leggen. Gelet op de instabiliteit op alle leefgebieden is er geen reële mogelijkheid voor verdachte om zelf de vicieuze cirkel van het middelengebruik en het plegen van delicten zelfstandig te doorbreken. Ook is gelet op zijn omstandigheden het opstarten van hulp in een ander kader niet haalbaar. De rechtbank zal daarom de officier van justitie volgen in de vordering.

Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Indien de verblijfsrechten van verdachte worden ingetrokken, zal de ISD-maatregel worden gericht op terugkeer naar zijn land van herkomst, te weten Litouwen. Voordat dit kan gebeuren dient echter eerst te worden gewerkt aan zijn verslavingsproblematiek. Bovendien heeft verdachte ter terechtzitting aangegeven niet te willen meewerken aan zijn terugkeer naar Litouwen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen en de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.

De rechtbank acht op dit moment geen aanknopingspunten aanwezig om te bepalen dat tussentijds een beoordeling dient plaats vinden van de noodzaak van voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.

7

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 38m, 38n en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

beslissing

8




Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, , daarvoor strafbaar.

Legt op de voor de duur van .

Dit vonnis is gewezen door mr. R.C.J. Hamming, voorzitter,mrs. J. Thomas en M.F. Ferdinandusse, rechters,in tegenwoordigheid van mrs. J.B.P. Terwindt en I. van den Berg-Meulman, griffiers,en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 november 2019.
Bijlage I – Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 9 juli 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, diverse drogisterij producten (met een waarde van circa 345 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan de Etos ( [vestiging Etos] ), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

[---]

[---]

.

[---]