Uitspraak ECLI:NL:RBAMS:2019:8116

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 30-10-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Amsterdam op 05-11-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBAMS:2019:8116, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 8107986 CV EXPL 19-21231


Bron: Rechtspraak

center
100
9b96946d-d221-4355-8b39-ab44ce42d134
2
13
image/png

center
100
82c8d56b-c4cf-4845-9dec-803fae7cc9f5
2
523
image/png


RECHTBANK AMSTERDAMvonnis van de kantonrechterStichting Waternet [gedaagde] Verloop van de procedureBij exploot van dagvaarding van 3 oktober 2019heeft eisende partij gevorderd dat gedaagde partij zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 118,91 met nevenvordering(en), één en ander zoals in de dagvaarding nader omschreven.
Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 8107986 CV EXPL 19-21231vonnis van: 5 november 2019fno.: 393
I n z a k e

gevestigd te Amsterdameiseresgemachtigde: R.W.H. van Dijk, Hafkamp Groenewegen gerechtsdeurwaarders
t e g e n

wonende te [woonplaats]gedaagdeniet verschenen
Gedaagde partij heeft niet (tijdig) geantwoord en evenmin uitstel gevraagd, zodat tegen deze verstek is verleend.

Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

ECLI:NL:RBAMS:2019:8116:DOC
nl

center
100
9b96946d-d221-4355-8b39-ab44ce42d134
2
13
image/png

center
100
82c8d56b-c4cf-4845-9dec-803fae7cc9f5
2
523
image/png


RECHTBANK AMSTERDAMvonnis van de kantonrechterStichting Waternet [gedaagde] Verloop van de procedureBij exploot van dagvaarding van 3 oktober 2019heeft eisende partij gevorderd dat gedaagde partij zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 118,91 met nevenvordering(en), één en ander zoals in de dagvaarding nader omschreven.
Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 8107986 CV EXPL 19-21231vonnis van: 5 november 2019fno.: 393
I n z a k e

gevestigd te Amsterdameiseresgemachtigde: R.W.H. van Dijk, Hafkamp Groenewegen gerechtsdeurwaarders
t e g e n

wonende te [woonplaats]gedaagdeniet verschenen
Gedaagde partij heeft niet (tijdig) geantwoord en evenmin uitstel gevraagd, zodat tegen deze verstek is verleend.

Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

beslissing

Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.

Eisende partij stelt - kort weergegeven - dat zij krachtens de Drinkwaterwet exclusief belast is met het leveren van water door de leidingen in de gemeente Amsterdam en in een deel van de provincies Utrecht en Noord-Holland. Gedaagde partij is consument.Eisende partij heeft met gedaagde partij online een overeenkomst gesloten. Alle (pre)contractuele informatie is via de website van Waternet toegankelijk. Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing, deze voorwaarden zijn reeds gedeponeerd bij de rechtbank. Zij heeft aan gedaagde partij water geleverd, waarvoor de gedaagde partij de overeengekomen vergoeding verschuldigd is. Eisende partij citeert in haar dagvaarding datum, dossiernummer en het verschuldigde voorschotbedrag aan verbruik van water. Als productie legt zij het door haar ingevulde informatieformulier, een kopie van een brief met onderwerp aanmelden drinkwater van 23 december 2015 van Waternet geadresseerd aan “de bewoner van [adres] te [postcode] [plaats] ” en een printscreen van een pagina van het site van Waternet over. Zij legt ook een kopie van de “14 dagen brief” over.
De eisende partij heeft niet toegelicht waarom zij de online gesloten overeenkomst niet heeft overgelegd. Zij heeft de facturen geciteerd in haar dagvaarding en voornoemde brief geadresseerd aan “de bewoner” overgelegd. Dit is onvoldoende om te kunnen beoordelen of er in onderhavig geval voor gedaagde een betalingsverplichting kan zijn ontstaan voor het door eisende partij geleverde water.De vordering wordt daarom als onvoldoende onderbouwd afgewezen.
Mitsdien wordt beslist als volgt.

beslissing

Beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;

veroordeelt eisende partij in de proceskosten die aan de zijde van gedaagde partij tot op heden begroot worden op nihil.
Aldus gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 november 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.

2

colA

colB

De griffier

De kantonrechter