Uitspraak ECLI:NL:RBAMS:2019:5131

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 17-07-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Amsterdam op 17-07-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBAMS:2019:5131, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is : 7874169 KK EXPL 19-644


Bron: Rechtspraak


RECHTBANK AMSTERDAMvonnis van de kantonrechterkort geding [eiser] de stichting Woningstichting Eigen HaardVERLOOP VAN DE PROCEDURE

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 7874169 KK EXPL 19-644vonnis van: 17 juli 2019
I n z a k e

wonende te [woonplaats]eisernader te noemen: [eiser]gemachtigde: [naam gemachtigde]
t e g e n

gevestigd te Amsterdamgedaagde nader te noemen: Eigen Haardgemachtigde: mr. T.W. Jaburg
Bij dagvaarding van 3 juli 2019 heeft [eiser] een voorziening gevorderd.

Ter zitting van 12 juli 2019 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eiser] is in persoon verschenen, vergezeld door de gemachtigde. Eigen Haard is vertegenwoordigd door [naam 1] , vergezeld door de gemachtigde. Partijen hebben op voorhand stukken in het geding gebracht. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht. Na verder debat is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

ECLI:NL:RBAMS:2019:5131:DOC
nl

RECHTBANK AMSTERDAMvonnis van de kantonrechterkort geding [eiser] de stichting Woningstichting Eigen HaardVERLOOP VAN DE PROCEDURE
Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 7874169 KK EXPL 19-644vonnis van: 17 juli 2019
I n z a k e

wonende te [woonplaats]eisernader te noemen: [eiser]gemachtigde: [naam gemachtigde]
t e g e n

gevestigd te Amsterdamgedaagde nader te noemen: Eigen Haardgemachtigde: mr. T.W. Jaburg
Bij dagvaarding van 3 juli 2019 heeft [eiser] een voorziening gevorderd.

Ter zitting van 12 juli 2019 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eiser] is in persoon verschenen, vergezeld door de gemachtigde. Eigen Haard is vertegenwoordigd door [naam 1] , vergezeld door de gemachtigde. Partijen hebben op voorhand stukken in het geding gebracht. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht. Na verder debat is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

beslissing

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Als uitgangspunt geldt het volgende.

1.1.
[eiser] staat in de Basisregistratie Personen ingeschreven als wonende te [woonplaats] op het adres waar ook zijn moeder woonachtig is.

1.2.
[eiser] is de vader van een bijna 1-jarig dochtertje. Het dochtertje en haar moeder - de partner/vriendin van [eiser] - wonen in [woonplaats] . Uit een uittreksel uit het gezagsregister blijkt dat op 11 september 2018 door de rechtbank te Amsterdam is beslist dat [eiser] en zijn partner/vriendin hebben voldaan aan de voorwaarden om de aantekening tot het gezamenlijk uitoefenen van het gezag over hun dochtertje te verkrijgen en dat in het gezagsregister is aangetekend dat zij gezamenlijk met het ouderlijk gezag zijn belast.

1.3.
[eiser] staat als woningzoekende geregistreerd bij Woningnet.

1.4.
Op de website van Woningnet is het volgende vermeld:HuishoudsamenstellingVoordat u kunt zoeken naar een woning moet u aangeven met wie u naar een nieuwe woning wilt verhuizen.(…)In geval van co-ouderschap (na het verbreken samenwoning, huwelijk of geregistreerd partnerschap) kunnen de (…) kinderen worden meegerekend bij beide eenouderhuishoudens. Voorwaarde is dat de (…) kinderen ten minste drie hele dagen per week in elk van de huishoudens wonen. Het co-ouderschap moet worden aangetoond met een ouderschapsplan (na samenwoning), gerechtelijk uitspraak of een echtscheidingsconvenant.(…)

1.5.
[eiser] heeft bij zijn inschrijving bij Woningnet vermeld dat hij een woning zoekt voor hemzelf en zijn dochtertje.

1.6.
[eiser] heeft zijn belangstelling kenbaar gemaakt voor de woning aan de [adres] in [woonplaats] (hierna: de woning). De woning is door Eigen Haard via Woningnet aangeboden als vijf-kamer woning. In werkelijkheid betreft het een vier-kamer woning. Op grond van de toepasselijke Huisvestingsverordening kan een vijf-kamer woning alleen worden toegewezen aan een huishouden bestaande uit minimaal drie personen, een vier-kamer woning aan een huishouden bestaande uit minimaal twee personen.

1.7.
[eiser] heeft de woning op 29 mei 2019 bezichtigd in aanwezigheid van de verhuurmakelaar van Eigen Haard. Eigen Haard heeft bij e-mail van 29 mei 2019 aan [eiser] bericht dat hij de eerste kandidaat voor de woning is. Verder heeft Eigen Haard in die e-mail aan [eiser] laten weten dat hij een aantal gegevens moest aanleveren voordat de woning daadwerkelijk aan hem zou kunnen worden toegewezen. De e-mail houdt op dat punt – voor zover hier van belang – het volgende in:(…)(…)Daarnaast hebben wij, afhankelijk van uw situatie, een aantal aanvullende gegevens en formulieren nodig:(…)- Een kopie van het vonnis van de rechtbank na echtscheiding, inclusief het eventuele ouderschapsplan. (…)(…)

1.8.
[eiser] heeft op 3 juni 2019 een schriftelijke verklaring van zijn vriendin/partner aan Eigen Haar doen toekomen die inhoudt:“hierbij verleen ik (moeder) toestemming dat onze dochter ( [naam dochter] ) kan inwonen bij vader (eiser)”.

1.9.
Een e-mail van 19 juni 2019 van Eigen Haard aan [eiser] houdt het volgende in:(…)U ontving een voorlopige aanbieding voor bovengenoemde woning via Woningnet. U leverde uw gegevens in. Helaas wijzen wij uw aanvraag voor de [adres] in [woonplaats] af. (…)De woning is geadverteerd voor 2 personen. In Woningnet staat u ingeschreven met uw dochter. Uit de aangeleverde gegevens blijkt helaas niet dat uw dochter bij u komt wonen. Dit is uitsluitend aan te tonen via een ouderschapsplaan. Helaas kon u deze niet overleggen. Dit betekent dat u alleen ingeschreven staat bij Woningnet en daarom voldoet u niet aan de bezettingsnorm voor deze woning.U verklaart in uw e-mail dat uw (ex) vriendin gaat meeverhuizen. Ten tijde van de selectie stond zij niet bij u in Woningnet ingeschreven dus mogen wij haar niet meetellen voor de bezetting. (…)

1.10.
[eiser] heeft bij e-mail van 20 juni 2019 aan Eigen Haard zijn bezwaren tegen de gang van zaken kenbaar gemaakt. Eigen Haard heeft daarop bij e-mail van 26 juni 2019 gereageerd. Zij heeft in die e-mail aan [eiser] medegedeeld dat zij de woning niet aan hem kon toewijzen omdat hij niet kon aantonen dat hij voldoet aan de bezettingsnorm voor de woning van twee personen. Omdat zijn dochtertje niet bij hem staat ingeschreven in de Gemeente [woonplaats] moet hij daarom kunnen aantonen dat hij co-ouderschap heeft afgesproken en dat dit normaal wordt aangetoond door middel van het overleggen van een ouderschapsplan. Eigen Haard heeft daarbij verwezen naar de hiervoor in rechtsoverweging 1.4 weergegeven informatie op de website van Woningnet.

1.11.
De gemachtigde van [eiser] heeft Eigen Haard bij brief van 21 juni 2019 bericht dat [eiser] recht had op toewijzing van de woning, onder aanzegging van rechtsmaatregelen indien Eigen Haard niet tot die toewijzing van de woning zou overgaan. Eigen Haard heeft daaraan geen gehoor gegeven. De dagvaarding in kort geding om te verschijnen ter terechtzitting van 12 juli 2019 is op 3 juli 2019 aan Eigen Haard betekend. Eigen Haard heeft de woning desondanks op 10 juli 2019 aan een derde toegewezen.
Vordering

2. [eiser] vorderde aanvankelijk Eigen Haard, op straffe van verbeurte van een dwangsom, te veroordelen de woning aan hem toe te wijzen. Ter zitting van 12 juli 2019 is gebleken dat Eigen Haard de beoordeling van die vordering van [eiser] niet heeft afgewacht, maar – zoals hiervoor is vermeld – de woning twee dagen voor de behandeling van dit kort geding aan een derde heeft toegewezen. [eiser] heeft om die reden zijn eis gewijzigd. Hij vordert thans de veroordeling van Eigen Haard om hem binnen drie maanden na betekening van het vonnis een andere vier-kamer woning in [woonplaats] toe te wijzen, op straffe van verbeurte van een dwangsom, met veroordeling van Eigen Haard in de kosten van het geding. 3. [eiser] stelt dat Eigen Haard de woning ten onrechte niet aan hem heeft toegewezen. Omdat Eigen Haard zichzelf in de positie heeft gebracht dat zij de woning niet alsnog aan hem kan toewijzen, zal Eigen Haard in plaats daarvan een andere vier-kamer woning in [woonplaats] aan hem dienen toe te wijzen, aldus [eiser] .
Verweer

4. Eigen Haart voert verweer. Op hetgeen zij naar voren heeft gebracht, zal hierna worden ingegaan voor zover dat voor de beoordeling van belang is.

overwegingen

Beoordeling

5. In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eiser] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd.
6. Eigen Haard voert aan dat zij de woning op goede grond niet aan [eiser] heeft toegewezen. Zij kan daarom niet verplicht worden om een andere, gelijksoortige vier-kamer woning aan hem toe te wijzen. De woning kon op grond van de Huisvestingsverordening alleen aan [eiser] worden toegewezen indien hij de woning met twee personen zou gaan bewonen. Gelet op de informatie die [eiser] bij zijn inschrijving op Woningnet heeft vermeld, diende die tweede persoon met wie hij de woning zou gaan bewonen zijn dochtertje te zijn. Dat hij de woning in ieder geval drie dagen per week tezamen met zijn dochtertje zou gaan bewonen, diende [eiser] aan te tonen aan de hand van een ouderschapsplan. Eigen Haard baseert dat op de informatie die daarover is gegeven op de website van Woningnet en die dus bij [eiser] bekend was of had moeten zijn. Eigen Haard heeft [eiser] in haar e-mail van 19 juni 2019 bovendien ook gewezen op het vereiste van een ouderschapsplan. [eiser] heeft desondanks niet, althans niet tijdig een ouderschapsplan aan Eigen Haard doen toekomen en zij heeft de woning om die reden dan ook niet aan [eiser] hoeven toewijzen, aldus Eigen Haard.
7. Dit standpunt van Eigen Haard snijdt geen hout en wordt daarom niet gevolgd. Daartoe is het volgende redengevend. 8. Van belang is dat [eiser] en zijn vriendin/partner, tevens de moeder van zijn dochtertje, apart wonen en niet hebben samengewoond. Er is geen gesprake van een verbroken samenwoning, huwelijk of geregistreerd partnerschap. Zij hebben besloten dat hun dochtertje niet alleen in [woonplaats] , bij de vriendin/partner van [eiser] zal wonen, maar ook bij hem. [eiser] hoefde daarom, anders dan Eigen Haard betoogt, uit de e-mail van 29 mei 2019 van Eigen Haard niet af te leiden, dat hij naast de “algemene gegevens” die elke (woning)kandidaat dient aan te leveren, ook een ouderschapsplan aan Eigen Haard moest doen toekomen. Het vereiste van het overleggen van een ouderschapsplan is volgens die e-mail van Eigen Haard namelijk “afhankelijk van [de] situatie” en geldt alleen als een kandidaat voor een woning “recent gescheiden” is. In zo’n geval wordt in de e-mail namelijk een kopie van het vonnis van de rechtbank na echtscheiding gevraagd, “inclusief het eventuele ouderschapsplan”, maar die situatie deed zich bij [eiser] , zoals hiervoor is overwogen, echter niet voor. 9. De informatie op de website van Woningnet, waarop Eigen Haard zich eveneens beroept, vormde evenmin aanleiding voor [eiser] tot overlegging van een ouderschapsplan aan Eigen Haard alvorens de woning aan hem toegewezen zou worden. Eigen Haard gaat er ten onrechte aan voorbij dat ook de informatie op de website van Woningnet betrekking heeft op woningzoekenden die in de situatie verkeren waarin sprake is van co-ouderschap “na het verbreken [van] samenwoning, huwelijk of geregistreerd partnerschap”. 10. Voor zover het beroep van Eigen Haard op de artikelen 1:252 lid 1 jo. 247a BW aldus moet worden begrepen dat de door haar aan [eiser] gestelde eis van overlegging van een ouderschapsplan desondanks redelijk was omdat [eiser] op grond van die bepalingen over een ouderschapsplan beschikte, kan aan dat standpunt geen gewicht worden toegekend. Het berust namelijk op een onjuiste lezing van de wet. Op grond van artikel 1:247a BW dienen ouders die gezamenlijk gezag hebben over te gaan tot het opstellen van een ouderschapsplan. 11. Eigen Haard moest vanzelfsprekend de huishoudsamenstelling van [eiser] toetsen aan de bepalingen van de Huisvestingsverordening voordat zij kon overgaan tot toewijzing van de woning aan [eiser] . In een poging daaraan te voldoen heeft [eiser] na ontvangst van de e-mail van 29 mei 2019 van Eigen Haard op 3 juni 2019 dan ook een verklaring van zijn vriendin/partner, met wie hij het gezamenlijk gezag over hun dochtertje uitoefent, aan Eigen Haard doen toekomen. Voor zover Eigen Haard van mening was dat die verklaring haar onvoldoende houvast bood om toetsing aan de criteria voor toewijzing van de woning te laten plaatsvinden, had zij daarover, ook gelet op de taak die zij als woningcorporatie heeft te vervullen en het grote belang dat voor [eiser] op het spel stond, in contact moeten treden met [eiser] . In plaats daarvan heeft Eigen Haard echter één dimensionaal volhard in haar standpunt dat [eiser] alleen aan de hand van een ouderschapsplan kon en moest aantonen dat hij (minimaal drie dagen in de week) met zijn dochtertje in de woning zou gaan wonen. Als gevolg daarvan heeft zij miskend dat zich de situatie kan voordoen waarin een woningzoekende, zoals [eiser] , niet heeft samengewoond met zijn vriendin/partner maar zij wél het gezamenlijk gezag over hun kind uitoefenen en dus níet beschikken over een ouderschapsplan. Uit de eigen e-mail van Eigen Haard van 29 mei 2019 en informatie op de website van Woningnet blijkt dan ook dat alleen in andere situaties, die zich in het geval van [eiser] niet voordoen, overlegging van een ouderschapsplan wordt verlangd. 12. Eigen Haard heeft, gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen in redelijkheid niet kunnen besluiten, zoals zij in haar e-mail van 19 juni 2019 aan [eiser] heeft bericht, dat de woning niet aan hem werd toegewezen omdat hij niet kon aantonen dat hij aan de bezettingsnorm zou voldoen en dat dit uitsluitend aangetoond kon worden “via een ouderschapsplan.”13. Andere concrete feiten of omstandigheden op grond waarvan de woning niet door Eigen Haard aan [eiser] kon worden toegewezen, heeft Eigen Haard niet naar voren gebracht. Voor zover Eigen Haard in dat verband aan [eiser] tegenwerpt dat hij op enig moment kenbaar heeft gemaakt dat zijn vriendin/partner (ook) in de woning zou komen te wonen hoewel hij dat niet bij zijn inschrijving op Woningnet kenbaar heeft gemaakt, kan dat haar niet baten. Dat is terug te voeren tot de onduidelijkheid die Eigen Haard zelf heeft geschapen door de woning ten onrechte als vijf-kamer woning aan te bieden terwijl het in werkelijkheid een vier-kamer woning betreft. 14. De slotsom is dat Eigen Haard de woning aan [eiser] had moeten toewijzen. De daarop gerichte, bij dagvaarding gevorderde voorlopige voorziening zou toewijsbaar zijn geweest indien Eigen Haard het oordeel over die vordering zou hebben afgewacht. In plaats daarvan heeft Eigen Haard de woning echter, zonder verdere mededeling aan [eiser] , twee dagen voor de behandeling van het kort geding aan een derde toegewezen. Eigen Haard heeft ter zitting medegedeeld dat het een reële verwachting is dat binnen drie maanden een andere vier-kamer woning in [woonplaats] beschikbaar zal komen. In de gegeven omstandigheden is de gewijzigde vordering van [eiser] dan ook toewijsbaar als hierna te melden. 15. Het standpunt van Eigen Haard dat geen dwangsom kan worden toegewezen omdat [eiser] in zijn (gewijzigde) vordering daaraan geen maximum heeft verbonden, wordt verworpen. De rechter heeft bij het opleggen van een dwangsom op grond van artikel 611a Rv een discretionaire bevoegdheid. Op grond daarvan is de rechter vrij in het bepalen van de hoogte van de dwangsom en dus ook bij het stellen van een maximum daaraan. 16. Eigen Haard zal als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten worden belast.
beslissing

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt Eigen Haard binnen drie maanden na betekening van dit vonnis een vier-kamer woning in [woonplaats] aan [eiser] toe te wijzen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,-- per dag voor elke dag dat zij niet aan die veroordeling voldoet, tot een maximum van € 25.000,--;

veroordeelt Eigen Haard in de kosten van dit geding, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 81,-- aan vast recht, € 99,01 aan exploitkosten en € 480,--aan salaris gemachtigde;

veroordeelt Eigen Haard in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 60,-- aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat Eigen Haard niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Aldus gewezen door mr. R.H.C. van Harmelen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.