Uitspraak ECLI:NL:RBAMS:2019:3481

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 15-05-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Amsterdam op 15-05-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBAMS:2019:3481, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 13/659113-17 (Promis)


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/659113-17 (Promis)

Datum uitspraak: 15 mei 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] .

ECLI:NL:RBAMS:2019:3481:DOC
nl

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/659113-17 (Promis)

Datum uitspraak: 15 mei 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] .
1

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 mei 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. P.C. Velleman en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C.H.J. van Dooijeweert, naar voren hebben gebracht.

2

1. haal zoveel mogelijk niet blanken binnen – arbeidsmigratie in de jaren 60 en 70 – migratie van asielzoekers2. zorg voor gelijke rechten voor de autochtone en allochtone bevolking. Hierdoor zijn interraciale relaties legaal3. promotie van interraciale relaties. Zenders als MTV, TMF etc laten voortdurend zien hoe cool negers wel niet zijn. Hoe ‘cool’ het is om als een neger te leven en met een neger samen te zijn. Ook andere mediakanalen zijn hierbij betrokken4. zorg voor een dalend geboortecijfer onder blanken
1. haal zoveel mogelijk niet blanken binnen – arbeidsmigratie in de jaren 60 en 70 – migratie van asielzoekers2. zorg voor gelijke rechten voor de autochtone en allochtone bevolking. Hierdoor zijn interraciale relaties legaal3. promotie van interraciale relaties. Zenders als MTV, TMF etc laten voortdurend zien hoe cool negers wel niet zijn. Hoe ‘cool’ het is om als een neger te leven en met een neger samen te zijn. Ook andere mediakanalen zijn hierbij betrokken4. zorg voor een dalend geboortecijfer onder blanken
Aan verdachte is – na wijziging op de zitting – ten laste gelegd dat

1.hij in of omstreeks de periode van 11 augustus 2016 tot en met 6 juni 2017 te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld en/of Amsterdam in elk geval in Nederland, in het openbaar bij geschrift en/of bij afbeelding heeft aangezet tot discriminatie van gekleurde en/of negroïde mensen en/of Joden, wegens hun ras en/of hun godsdienst en/of levensovertuiging , door op de website www.stop-rassenvermenging.nl, een of meer uitlating(en) te plaatsen en/of te delen (inhoudende onder meer):
“Only inferior White women date outside of their race. Be proud of your heritage, don’t be a race mixing slut” (pvb p. 425) en/of“rassenvermenging is de ergste misdaad die er is” (pvb p. 435) en/of“Stop White Genocide” (pvb p. 485) en/of“Rassenvermenging is verraad aan je eigen volk” (pvb p. 485) en/of“Voor een ouder is het een schande als een van de kinderen zich gaat vermengen en het kleinkind een bastaard zal zijn” (pvb p. 505) en/of“Is you disobey the seventh commandment, commint adultery (mongrelize with a non-white) and conception takes place, the child is a mongrel (bastard). He is impure, imperfect and inferior physically, mentally and is an abomination in the eyes of god. Because the offspring is a non-white mongrel”(pvb p. 515)(137d lid 1)
Subsidiair althans indien het vorenstaande niet, voor wat betreft iedere uitlating op zich, tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 11 augustus 2016 tot en met 6 juni 2017 te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld en/of Amsterdam in elk geval in Nederland, anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving, één of meer uitlatingen openbaar heeft gemaakt die naar hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden aanzette(n) tot discriminatie van mensen wegens hun ras en/of hun godsdienst en/of levensovertuiging, te weten gekleurde en/of negroïde mensen en/of Joden, door op de website www.stop-rassenvermenging.nl, een of meer uitlating(en) te plaatsen en/of te delen (inhoudende onder meer):

“Only inferior White women date outside of their race. Be proud of your heritage, don’t be a race mixing slut” (pvb p. 425) en/of“rassenvermenging is de ergste misdaad die er is” (pvb p. 435) en/of“Stop White Genocide” (pvb p. 485) en/of“Rassenvermenging is verraad aan je eigen volk” (pvb p. 485) en/of“Voor een ouder is het een schande als een van de kinderen zich gaat vermengen en het kleinkind een bastaard zal zijn” (pvb p. 505) en/of“Is you disobey the seventh commandment, commint adultery (mongrelize with a non-white) and conception takes place, the child is a mongrel (bastard). He is impure, imperfect and inferior physically, mentally and is an abomination in the eyes of god. Because the offspring is a non-white mongrel”(pvb p. 515)
2.hij in of omstreeks de periode van 11 augustus 2016 tot en met 6 juni 2017 te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld en/of Amsterdam in elk geval in Nederland, zich in het openbaar bij geschrift en/of bij afbeelding opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten gekleurde en/of negroïde mensen, wegens hun ras,door op de website www.stop-rassenvermenging.nl, een of meer uitlating(en) te plaatsen en/of te delen (inhoudende onder meer): “Als eenmaal driekwart der Nederlanders uit vernegerde of gepigmenteerde wellustelingen, dan wel drankzuchtige, gebochelde lamzakken en imbecielen bestaat en onze cultuur maar christelijk blijft, dan is de zaak goed, want ze beantwoordt aan Gods leiding. Welnu, wijn zijn reeds hard op weg naar zo’n paradijs. Alleen is het niet duidelijk, wat zulke christelijke voorlichters nog denken te bereiken met zo’n leger van decadenten; hoe het mogelijk zal zijn om zo’n massa van wellustige woestelingen en impotenten nog zedelijk te verheffen en bruikbaar te maken voor de harde arbeid op de akkers en in de polders, dan wel voor de verdediging des vaderlands” (pvb p. 523) en/of“De kruising is noch voor het superieure ras, noch voor het inferieure ras een voordeel, omdat hij beiden de adel verloren gaat” (pvb p. 432) en/of“Your love for your wife and family goes far beyond the physical. With a negro any woman will do, even is she is dead. I only ask that you approach this subject with an open mind. Use the tremendous reasoning power which God has given only to you, the White Man and White Woman” (pvb p. 514)
Subsidiair althans indien het vorenstaande niet, voor wat betreft iedere uitlating op zich, tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 11 augustus 2016 tot en met 6 juni 2017 te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld en/of Amsterdam in elk geval in Nederland, anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving, één of meer uitlatingen openbaar heeft gemaakt die naar hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden voor een groep mensen wegens hun ras en/of hun godsdienst en/of levensovertuiging, te weten gekleurde en/of negroïde mensen, beledigend was door op de website www.stop-rassenvermenging.nl, een of meer uitlating(en) te plaatsen en/of te delen (inhoudende onder meer): “Als eenmaal driekwart der Nederlanders uit vernegerde of gepigmenteerde wellustelingen, dan wel drankzuchtige, gebochelde lamzakken en imbecielen bestaat en onze cultuur maar christelijk blijft, dan is de zaak goed, want ze beantwoordt aan Gods leiding. Welnu, wij zijn reeds hard op weg naar zo’n paradijs. Alleen is het niet duidelijk, wat zulke christelijke voorlichters nog denken te bereiken met zo’n leger van decadenten; hoe het mogelijk zal zijn om zo’n massa van wellustige woestelingen en impotenten nog zedelijk te verheffen en bruikbaar te maken voor de harde arbeid op de akkers en in de polders, dan wel voor de verdediging des vaderlands” (pvb p. 523) en/of“De kruising is noch voor het superieure ras, noch voor het inferieure ras een voordeel, omdat hij beiden de adel verloren gaat” (pvb p. 432) en/of“You love for your wife and family goes far beyond the physical. With a negro any woman will do, even is she is dead. I only ask that you approach this subject with an open mind. Use the tremendous reasoning power which God has given only to you, the White Man and White Woman” (pvb p. 514)
3.hij in of omstreeks de periode van 11 augustus 2016 tot en met 6 juni 2017 te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld en/of Amsterdam in elk geval in Nederland, zich in het openbaar bij geschrift en/of bij afbeelding opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Joden, wegens hun ras en/of godsdienst, door op de website www.stop-rassenvermenging.nl, een of meer uitlating(en) en/of afbeelding(en) te plaatsen en/of te delen (inhoudende onder meer):
“Wie zijn de bedenkers van de White genocide? Het zijn vooral de verkeerde Joden die hier achter zitten, die hun Nieuwe Wereld Orde plan uitvoeren” (pvb p. 527) en/of“Plannen die de Joden hebben voor het vernietigen van blanke ras:
– de media benadrukt voortdurend dat we maar op een latere leeftijd kinderen moeten krijgen. Dat we maar moeten wachten tot laat in de dertig. De bevolkingsaanwas vertraagt dan echter behoorlijk. Uit onderzoek is nu ook gebleken dat de kans op borstkanker bij vrouwen aanzienlijk toeneemt bij het krijgen van kinderen op latere leeftijd _ promotie van feminisme en homosexualiteit heeft ook een dalend geboortecijfer tot gevolg. Door feminisme komt de carrière voor vrouwen steeds vaker op de eerste plaats. Het krijgen van een kind wordt weer op de lange baan geschoven en vaak afgesteld” (pvb p. 529-530) en/of
Subsidiair althans indien het vorenstaande niet, voor wat betreft iedere uitlating op zich, tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 11 augustus 2016 tot en met 6 juni 2017 te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld en/of Amsterdam in elk geval in Nederland, anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving, één of meer uitlatingen openbaar heeft gemaakt die naar hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden voor een groep mensen wegens hun ras en/of hun godsdienst, te weten Joden, beledigend was door op de website www.stop-rassenvermenging.nl, een of meer uitlating(en) te plaatsen en/of te delen (inhoudende onder meer):

“Wie zijn de bedenkers van de White genocide? Het zijn vooral de verkeerde Joden die hier achter zitten, die hun Nieuwe Wereld Orde plan uitvoeren” (pvb p. 527) en/of“Plannen die de Joden hebben voor het vernietigen van blanke ras:
– de media benadrukt voortdurend dat we maar op een latere leeftijd kinderen moeten krijgen. Dat we maar moeten wachten tot laat in de dertig. De bevolkingsaanwas vertraagt dan echter behoorlijk. Uit onderzoek is nu ook gebleken dat de kans op borstkanker bij vrouwen aanzienlijk toeneemt bij het krijgen van kinderen op latere leeftijd _ promotie van feminisme en homosexualiteit heeft ook een dalend geboortecijfer tot gevolg. Door feminisme komt de carrière voor vrouwen steeds vaker op de eerste plaats. Het krijgen van een kind wordt weer op de lange baan geschoven en vaak afgesteld” (pvb p. 529-530)
3

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4

4.1
Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich, onder verwijzing naar het schriftelijk requisitoir, op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard. Kort samengevat komt het standpunt op het volgende neer.

Ten aanzien van het telkens onder feit 1, 2 en 3 primair en subsidiair ten laste gelegde

Primair is aan verdachte ten laste gelegd dat hij zelf op zijn website www.stop-rassenvermenging.nl de in de tenlastelegging weergegeven uitingen heeft gedaan. Verdachte heeft de tenlastegelegde teksten en afbeeldingen uitgezocht en opgenomen op zijn website om zijn stellingen en verhaal te ondersteunen. De uitingen zijn onderdeel geworden van zijn website en verhaal, verdachte onderschrijft deze uitingen en heeft zich hier niet van gedistantieerd. Hierdoor heeft hij deze tot de zijne gemaakt en kunnen de uitingen aan hem worden toegeschreven. De officier van justitie verwijst daartoe naar de uitspraak van deze rechtbank van 23 juni 2011 (ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9001, r.o. 4.1.1). Verdachte kan dus telkens voor het primair ten laste gelegde veroordeeld worden. Mocht de rechtbank het daar niet mee eens zijn, dan kan bewezen worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de verspreiding de bedoelde uitingen, zoals subsidiair ten laste is gelegd.

Groepsbelediging (feiten 2 en 3)

De Hoge Raad heeft voor artikel 137c Sr een toets ontwikkeld waarin drie stappen moeten worden nagelopen, waarbij kort samengevat moet worden beoordeeld (i) of er sprake is van beledigende uitlatingen, (ii) zo ja, of deze zijn gedaan in een bepaalde context die het beledigend karakter mogelijk wegneemt en (iii) zo ja, of de uitlatingen niettemin onnodig grievend zijn. Aan de eerste stap van 137c Sr, waarin de vraag moet worden beantwoord of de uitlatingen beledigend zijn, is voor de feiten 2 en 3 voldaan. De inhoud van de website treft de mensen, behorende bij een aantal specifieke groepen op basis van hun ras, namelijk negroïde en gekleurde mensen en Joden. Verder kunnen de uitlatingen niet in de context van een maatschappelijk debat zijn gedaan, of als een geloofsopvatting of een artistieke uiting juridisch geïnterpreteerd worden. Er is geen, dan wel onvoldoende sprake van een context die het beledigende karakter wegneemt (stap 2), zodat men niet toekomt aan de derde stap, de vraag of de uitlatingen onnodig grievend zijn. De conclusie is dan ook, aldus de officier van justitie, dat de website, wanneer deze als geheel wordt bekeken, beledigende teksten bevat, zodat groepsbelediging bewezen kan worden verklaard.

Aanzetten tot discriminatie (feit 1)

Voor de toets of er sprake is van aanzetten tot discriminatie als bedoeld in artikel 137d Sr geldt een vergelijkbare driestappentoets als voor groepsbelediging (137c Sr).

Voor wat betreft het aanzetten tot discriminatie concludeert de officier van justitie dat aan stap één van artikel 137d Sr is voldaan. De teksten op de website zetten, direct dan wel indirect, witte personen aan om mensen van andere rassen, te weten Joden, negroïde en gekleurde mensen, te mijden bij hun partnerkeuze en geen kinderen gezamenlijk te verwekken waardoor sprake is van het aanzetten tot discriminatie van mensen wegens hun ras. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de uitlatingen van verdachte dermate indruisen tegen de (Grond)wet en de grondbeginselen van de democratische rechtsstraat, dat deze niet beschermenswaardig zijn, zodat het discriminerende karakter niet wordt weggenomen. Daarbij heeft hij verwezen naar het oordeel van het gerechtshof Amsterdam in zijn arrest van 1 februari 2016 (ECLI:NL:GHAMS:2016:296) en gesteld dat, anders dan het gerechtshof heeft gedaan, beoordeling van stap 3 in dat geval overbodig is.

Artikel 10 EVRM (vrijheid van meningsuiting)

Een veroordeling levert tot slot geen schending van artikel 10 van het Verdrag van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) op, nu dit artikel al is geïntegreerd in de beoordeling van stap 2 en 3 en de beperking voldoet aan de in het tweede lid van dit artikel genoemde voorwaarden.

4.2
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft algehele vrijspraak bepleit. Wat betreft de gebruikte bewoordingen heeft zij het volgende naar voren gebracht. De onder feit 1 ten laste legde uitlatingen zijn niet tegen specifieke groepen personen gericht en bij de laatste twee uitlatingen is indirect en direct verwezen naar Bijbelteksten. Deze uitlatingen kunnen daarom niet als discriminerend tegen de in de tenlastelegging aangeduide groepen worden aangemerkt. In de tweede onder feit 2 genoemde uitlating wordt niet een specifiek ras benoemd en deze uitlating is dus niet als zodanig beledigend. Van de derde onder feit 2 genoemde uitlating was verdachte zich niet bewust dat deze op zijn website stond. De eerste onder feit 3 genoemde uitlating ziet blijkens de bewoordingen niet op alle Joden en levert dus geen belediging van alle Joden op. Verder heeft de verdediging aangevoerd dat alle uitlatingen zijn gedaan in het kader van een maatschappelijk debat en dat verdachte deze heeft gebaseerd op zijn geloof, de natuurwetten en wetenschappelijk onderzoek. Het onderwerp wordt aldus vanuit verschillende invalshoeken belicht. Het is niet de bedoeling van verdachte geweest om te discrimineren of om te beledigen. Voor zover de uitlatingen al aanzetten tot discriminatie of beledigend zijn, wordt het karakter daarvan weggenomen door de context. De uitlatingen kunnen wellicht kwetsen, choqueren of verontrusten, maar deze gaan volgens de verdediging strafrechtelijk niet te ver en zijn dus niet onnodig grievend. Als laatste heeft de verdediging naar voren gebracht dat verdachtes uitlatingen worden beschermd door het recht op vrijheid van meningsuiting op grond van artikel 10 van het EVRM.

4.3.
Het oordeel van de rechtbank



De ten laste gelegde uitlatingen

De rechtbank zal allereerst beoordelen of de ten laste gelegde uitlatingen aan verdachte zijn toe te schrijven.

De uitlatingen staan alle op de door verdachte opgezette en uitsluitend door hem beheerde website. Een aantal daarvan is door verdachte zelf geschreven en de overige betreffen citaten van verschillende schrijvers die verdachte heeft opgenomen in zijn eigen tekst.

De rechtbank stelt vast dat de website is opgezet als een pamflet in de vorm van een werkstuk, bestaande uit een aantal gecategoriseerde hoofdstukken, met inleidingen en commentaren van verdachte en aangekleed met citaten van anderen en een aantal verwijzingen naar andere websites. De hoofdstukken hebben onder meer titels als: ‘Waarom geen rassenvermenging?’, ‘De verschillen tussen de rassen’ en ‘Stop rassenvermenging van mensen’ Uit deze opzet en uit hetgeen verdachte hierover ter zitting heeft verklaard, volgt onmiskenbaar dat het de bedoeling van verdachte is om met de website zijn persoonlijke overtuiging uit te dragen dat verschillende rassen zich niet zouden moeten vermengen. Uit de opbouw blijkt dat verdachte de citaten bewust heeft geplaatst om zijn betoog te onderbouwen en dat deze niet toevallig zijn uitgekozen. Verdachte heeft - ook ter zitting - bevestigd dat hij achter de uitlatingen van de door hem aangehaalde schrijvers staat en hij heeft zich er niet van gedistantieerd. Daarom kunnen deze uitlatingen aan verdachte worden toegeschreven.

Van één van de uitlatingen heeft verdachte zich wel gedistantieerd, te weten de derde onder feit 2 ten laste gelegde uitlating. Verdachte heeft verklaard dat hij deze uitlating niet herkende en dat die niet op de website terecht zou zijn gekomen als hij die bewust zou hebben gelezen. Voor zover de verdediging zich bij het doen van deze uitlating heeft beoogd te beroepen op het ontbreken van opzet bij verdachte, overweegt de rechtbank het volgende.

Gelet op de hiervoor beschreven opzet en inhoud van de website, acht de rechtbank het niet geloofwaardig dat juist dit citaat, dat nog harder van toon is dan de andere citaten, per ongeluk zou zijn geplaatst en verdachte zich niet van de inhoud daarvan bewust was. Het citaat is op de website geplaatst en betreft niet een enkele link naar een andere website. Naar het oordeel van de rechtbank kan ook deze uitlating aan verdachte worden toegeschreven.

Juridisch kader

De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of de ten laste gelegde uitlatingen beledigend zijn voor gekleurde en/of negroïde mensen en/of Joden en of de uitingen aanzetten tot discriminatie van deze groepen.

Artikelen 137c, eerste lid, en 137d, eerste lid, Sr stellen strafbaar het zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaten over (137c) en het aanzetten tot discriminatie van (137d) een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap. In de jurisprudentie van de Hoge Raad (onder andere ECLI:NL:HR:2018:539) zijn toetsingscriteria ontwikkeld met betrekking tot de vraag of sprake is van belediging van dan wel aanzetten tot discriminatie van een groep mensen. Daaruit volgt dat de rechtbank deze vraag dient te beantwoorden aan de hand van de volgende drie toetsingscriteria:

(i) hadden de uitlatingen van de verdachte – op zichzelf en in hun context bezien – de strekking om de bedoelde groepen mensen te beledigen dan wel aan te zetten tot discriminatie van die groepen wegens hun ras en/of godsdienst en/of hun levensovertuiging?;(ii) zo ja, heeft de verdachte zijn uitlatingen gedaan in een context die het beledigend dan wel discriminerende karakter daarvan mogelijk wegneemt vanwege het in art. 10, eerste lid, EVRM verzekerde recht op vrijheid van meningsuiting?; en(iii) zo ja, moeten de uitlatingen van de verdachte niettemin als onnodig grievend worden aangemerkt?
Voor de beoordeling van de voornoemde vragen dienen die uitlatingen niet uitsluitend op zichzelf te worden bezien, doch tevens in de gegeven omstandigheden van het geval en in het licht van mogelijke associaties die deze uitlatingen wekken.

De rechtbank stelt vast dat de website tot doel heeft om tegen te gaan dat witte mensen zich voorplanten met mensen van andere rassen, omdat dit volgens verdachte zou leiden tot degeneratie van de rassen. Daarnaast stelt verdachte op zijn website dat de (verkeerde) Joden via de media aanzetten tot rassenvermenging tussen het witte/blanke ras en andere rassen, hetgeen hij betitelt als “witte genocide”. Verdachte heeft ter zitting nogmaals bevestigd dat hij achter deze boodschappen staat.

De rechtbank zal vervolgens de toetsingscriteria voor zowel artikel 137c als 137d Sr bespreken teneinde de vraag te beantwoorden of de in de ten laste gelegde opgesomde uitingen vallen binnen het bereik van de strafbaarstelling van het aanzetten tot groepsdiscriminatie en/of groepsbelediging,

Stap 1: Aanzetten tot discriminatie? (feit 1)

Bij aanzetten tot discriminatie gaat het om de vorm van discriminatie zoals gedefinieerd in artikel 90quater Sr, te weten: elke vorm van onderscheid, elke uitsluiting, beperking of voorkeur, die ten doel heeft of ten gevolge kan hebben dat de erkenning, het genot of de uitoefening op voet van gelijkheid van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein of op andere terreinen van het maatschappelijk leven, wordt teniet gedaan of aangetast.

De onder feit 1 ten laste gelegde uitlatingen op de website, in samenhang en in de hiervoor geschetste context van de rest van de website bezien, zetten naar het oordeel van de rechtbank aan tot discriminatie van niet-witte mensen, dus van gekleurde mensen - waaronder negroïde mensen – doordat ze oproepen deze te mijden bij het kiezen van een partner. Verdachte heeft ter zitting ook bevestigd dat dit het doel van zijn boodschap is. Met het verweer dat de oproep van verdachte niet ziet op specifieke groepen anders dan niet-witte personen, miskent de raadsvrouw dat verdachte daarmee een onderscheid maakt tussen witte mensen en niet-witte mensen en daarmee gekleurde mensen, waaronder negroïde mensen categoriseert als groep die anders moet worden behandeld. De rechtbank is van oordeel dat de uitlatingen er naar hun aard op zijn gericht anderen te overtuigen en mogelijk ook tot actie aan te sporen. Dit volgt met name uit de zin “Stop White Genocide”. De andere uitlatingen zetten indirect aan tot discriminatie van niet-witte mensen door te benadrukken dat, als een wit persoon wel met iemand van een ander ras date of zich voortplant, dit een schande, verraad aan eigen volk en de ergste misdaad is. De rechtbank merkt daarbij op dat voor het bewezen achten van het aanzetten tot discriminatie niet is vereist dat de discriminatie daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. De uitlatingen op verdachtes website maken overigens niet alleen een onterecht onderscheid tussen witte en niet-witte mensen, maar verkondigen naar het oordeel van de rechtbank ook onmiskenbaar de discriminerende boodschap dat witte mensen superieur zijn aan niet-witte mensen. De uitlatingen op de website bieden geen enkel aanknopingspunt voor het bestaan van een ideologie van de verdachte die gebaseerd is op gelijkwaardigheid van witte en niet-witte mensen.

Stap 1: Groepsbelediging? (feiten 2 en 3)

Voor de beoordeling of sprake is van groepsbelediging moet worden gekeken naar de feitelijke uitlating en naar de samenhang met de overige omstandigheden. Om te beoordelen of een uitlating woordelijk beledigend is, dient een objectieve toets plaats te vinden waarbij van belang is of een uitlating naar algemeen spraakgebruik beledigend is. De Hoge Raad heeft overwogen dat een uitlating beledigend is wanneer zij de strekking heeft een ander bij het publiek in een kwaad daglicht te stellen (ECLI:HR:2001:AB3143). De uitlating moet daarnaast over een groep mensen of haar kenmerk gaan.

Groepsbelediging van gekleurde en negroïde mensen (feit 2)

Met betrekking tot de eerste en de derde uitlating die onder feit 2 ten laste zijn gelegd bestaat over het beledigend karakter, ook bij de verdediging, geen twijfel. Blijkens de bewoordingen zien deze uitlatingen specifiek op gekleurde mensen en mensen van negroïde origine. Naar het oordeel van de rechtbank is ook de tweede uitlating beledigend voor gekleurde en voor negroïde mensen. Hoewel deze uitlating zelf niet specificeert welke rassen superieur en inferieur zijn, blijkt uit de context allereerst dat het resultaat van deze vermenging, het kind, volgens de schrijver “onedel” en dus inferieur is, zodat deze uitlating hoe dan ook beledigend is ten opzichte van deze kinderen, en dus voor gekleurde mensen. Daarnaast blijkt, behalve uit de andere twee ten laste gelegde uitlatingen, ook uit de overige context van de website, zoals het hoofdstuk “de verschillen tussen de rassen” (p. 411 en volgende), dat deze de boodschap verspreidt dat negroïde mensen inferieur zijn aan witte mensen. De combinatie van de uitlatingen maakt dat er over deze groep mensen niet alleen negatieve conclusies worden getrokken, maar tevens worden ze in verband gebracht met verkrachting en necrofilie. Ook hier bieden de uitlatingen geen enkel aanknopingspunt voor het bestaan van een ideologie van de verdachte die gebaseerd is op gelijkwaardigheid van witte en niet-witte mensen en hebben ze, zowel in samenhang als afzonderlijk, onmiskenbaar de strekking gekleurde en negroïde mensen in een kwaad daglicht te stellen. Zij worden als groep in diskrediet gebracht en de waardigheid van de groep wordt ernstig aangetast.

Groepsbelediging van Joden (feit 3)

Ook de twee uitlatingen die onder feit 3 ten laste zijn gelegd zijn naar het oordeel van de rechtbank onmiskenbaar beledigend voor een bepaalde groep mensen. Daarin geeft verdachte de Joden de schuld van de vermeende witte genocide, oftewel de vernietiging van het blanke ras. Het gebruik van de term “de verkeerde Joden” bij de eerste uitlating maakt de uitlating naar het oordeel van de rechtbank niet minder beledigend. Uit het vervolg van de tekst op pagina 527 blijkt immers dat met de verkeerde Joden wordt gedoeld op de Kaïn-Edom Joden (Khazaren en Askenazen). Dit vormt dit een aanzienlijke groep binnen de wereldwijde Joodse gemeenschap, zodat de aanduiding ‘verkeerde’ niet op individuele Joden ziet. Deze uitlatingen hebben onmiskenbaar de strekking Joden in een kwaad daglicht te stellen. Zij worden als groep in diskrediet gebracht en de waardigheid van de groep wordt ernstig aangetast. De stellingen van de raadsvrouw dat verdachte dit niet beledigend vind en hij dit stelt te weten door eigen onderzoek doen aan het beledigend karakter niet af. De rechtbank zal nader op deze argumenten ingaan bij de volgende stappen in de beoordeling.

Stap 2: De context van de uitlatingen (feiten 1, 2 en 3)

De tweede toets betreft de vraag of uitlatingen in een bepaalde context zijn gedaan en zo ja in welke. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat de context waarin een uitlating is gedaan het beledigend karakter van de uitlating weg kan nemen, indien de uitlating een bijdrage levert of dienstig is aan een publiek maatschappelijk debat, een geloofsopvatting of als de uitlating onder de bescherming van artistieke expressie valt.

De reikwijdte van die context wordt onder meer gevormd door het recht van verdachte op vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel 10 EVRM en de door artikel 9 EVRM beschermde vrijheid van religie. Artikel 10 EVRM beoogt niet alleen uitingen te beschermen die neutraal en informatief zijn, maar ook uitingen die kunnen kwetsen, choqueren of verontrusten (EHRM 7 december 1976, app. no. 5493/72, ECLI:NL:XX:1976:AC0070 (Handyside)). De verdediging heeft ter terechtzitting uitgelegd dat het doel van de website onder meer was om mensen bewust te maken van de gevaren van rassenvermenging en dat er een door de (verkeerde) Joden opgezette mediacampagne gaande is om deze rassenvermenging te bevorderen. De verdediging heeft aangevoerd dat de uitlatingen aldus zijn gedaan in het kader van een maatschappelijk debat en dat verdachte deze heeft gebaseerd op zijn geloof, de natuurwetten en wetenschappelijk onderzoek.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte zijn uitlatingen – hoe kwetsend, choquerend en verontrustend deze ook moge zijn - heeft gedaan in de context van het aanzwengelen van een door hem beoogd maatschappelijke debat, mede vanuit zijn eigen geloofsopvatting. De rechtbank neemt in dat verband in aanmerking dat de verdachte er kennelijk van overtuigd is dat rassenvermenging een misdaad en een zonde is die wordt gepropageerd door (verkeerde) Joden. Verdachte heeft zijn gedachten openbaar gemaakt door deze te delen op een voor het publiek toegankelijke website. Aangenomen kan worden dat de verdachte met zijn uitlatingen gepoogd heeft zijn gedachtegoed op die wijze ingang te doen vinden in het publieke debat. De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat bij deze toets slechts zeer beperkt plaats is om een oordeel te geven over de vraag of het voeren van een debat over een dergelijk onderwerp in een vrije democratische samenleving al dan niet juridische bescherming verdient. Wel moet de vraag worden beantwoord of de uitlatingen van de verdachte onnodig grievend zijn. In dat verband overweegt de rechtbank als volgt.

Stap 3: Onnodig grievend?

De Nederlandse samenleving kent veel, ook zeer, uiteenlopende opvattingen en (levens-) overtuigingen. Dit leidt er toe dat mensen soms geconfronteerd kunnen worden met uitingen van anderen die botsen met eigen principes of overtuigingen. Dat verdachte in het kader van zijn persoonlijke overtuigingen uitlatingen kan en mag doen, ook wanneer die uitlatingen andere groepen binnen de samenleving mogelijk kunnen kwetsen, choqueren of verontrusten, is van groot gewicht. De vraag is echter waar de grens ligt tussen uitingen die in het kader van de vrijheid van meningsuiting en religie toelaatbaar zijn en welke uitingen strafrechtelijk te ver gaan. Daarom moet getoetst worden of de uitlatingen op de website onnodig grievend zijn. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.

De uitlatingen op de website zijn niet neutraal. Van verwijzing naar wetenschappelijk onderzoek of het belichten vanuit verschillende invalshoeken, zoals gesteld door de verdediging, is geen sprake. Verdachte heeft zijn geloofs- en persoonlijke overtuiging onderbouwd met verwijzingen naar schrijvers en websites die bekend staan om het verspreiden van antisemitisch en racistisch gedachtengoed, alsook websites die quasiwetenschappelijk onderzoek en complottheorieën publiceren. De ten laste gelegde uitlatingen zijn bovendien kwetsend tot uiterst kwetsend geformuleerd. Verdachte gebruikt (of heeft zich eigen gemaakt) zeer denigrerende termen voor personen in gemengde relaties (, verraad aan eigen volk), voor de kinderen uit dergelijke relaties (bastaard, , vernegerde wellustelingen, drankzuchtige gebochelde lamzakken en imbecielen) en voor negroïde mensen (voor een negroïde man is ook een dode vrouw goed genoeg). Daarnaast impliceert verdachte met de zwaar beladen term ‘genocide’ dat witte mensen die een gemengde relatie aangaan zich schuldig maken aan volkerenmoord en dat er een planmatige vernietiging van witte mensen als ras gaande is die wordt georganiseerd door de (verkeerde) Joden. De discriminerende uitlatingen verwijzen daarnaast weliswaar direct en indirect naar twee van de tien geboden, maar geven daarvan zeer verstrekkende, niet gangbare interpretaties. Het op deze wijze koppelen van rassenmenging aan een zeer ernstig strafbaar feit als genocide en het gebruik van zeer denigrerende termen voor mensen in gemengde relaties en mensen van gemengde afkomst is naar het oordeel van de rechtbank volkomen ongefundeerd, verwerpelijk en daarmee onnodig grievend. Dit alles leidt de rechtbank tot het oordeel dat de uitlatingen op de website, in samenhang bezien, als onnodig grievend moeten worden beschouwd.

Opzet van verdachte op de groepsbelediging

Verdachte heeft verklaard dat het niet zijn intentie was om gekleurde en negroïde mensen en Joden te kwetsen. De rechtbank is echter van oordeel, gelet op de aard en de inhoud van de uitlatingen, dat verdachte op zijn minst bewust het aanmerkelijke risico heeft genomen dat de website beledigend was voor deze groepen. De rechtbank acht daarom opzet op de groepsbeledigingen bewezen.

Pleegplaats

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de uitingen, geplaatst op een website met een Nederlandse URL en grotendeels in de Nederlandse taal, in het hele land hun uitwerking hebben gehad. Heel Nederland kan om die reden als pleegplaats worden gezien.

Partiële vrijspraak

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat uit de bewoordingen op de website, ook in samenhang bezien, niet kan worden afgeleid dat bij het onder 1 ten laste gelegde aanzetten tot discriminatie van alle niet-witte mensen ook Joden moeten worden verstaan, zodat verdachte van dit gedeelte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

5

1. haal zoveel mogelijk niet blanken binnen – arbeidsmigratie in de jaren 60 en 70 – migratie van asielzoekers2. zorg voor gelijke rechten voor de autochtone en allochtone bevolking. Hierdoor zijn interraciale relaties legaal3. promotie van interraciale relaties. Zenders als MTV, TMF etc laten voortdurend zien hoe cool negers wel niet zijn. Hoe ‘cool’ het is om als een neger te leven en met een neger samen te zijn. Ook andere mediakanalen zijn hierbij betrokken4. zorg voor een dalend geboortecijfer onder blanken - de media benadrukt voortdurend dat we maar op een latere leeftijd kinderen moeten krijgen. Dat we maar moeten wachten tot laat in de dertig. De bevolkingsaanwas vertraagt dan echter behoorlijk. Uit onderzoek is nu ook gebleken dat de kans op borstkanker bij vrouwen aanzienlijk toeneemt bij het krijgen van kinderen op latere leeftijd - promotie van feminisme en homosexualiteit heeft ook een dalend geboortecijfer tot gevolg. Door feminisme komt de carrière voor vrouwen steeds vaker op de eerste plaats. Het krijgen van een kind wordt weer op de lange baan geschoven en vaak afgesteld”
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.in de periode van 11 augustus 2016 tot en met 6 juni 2017 in Nederland, in het openbaar bij geschrift en bij afbeelding heeft aangezet tot discriminatie van gekleurde en negroïde mensen, wegens hun ras, door op de website www.stop-rassenvermenging.nl, uitlatingen te plaatsen en/of te delen, inhoudende onder meer:
“Only inferior White women date outside of their race. Be proud of your heritage, don’t be a race mixing slut” en“rassenvermenging is de ergste misdaad die er is” en“Stop White Genocide” en“Rassenvermenging is verraad aan je eigen volk” en“Voor een ouder is het een schande als een van de kinderen zich gaat vermengen en het kleinkind een bastaard zal zijn” en“Is you disobey the seventh commandment, commit adultery (mongrelize with a non-white) and conception takes place, the child is a mongrel (bastard). He is impure, imperfect and inferior physically, mentally and is an abomination in the eyes of god. Because the offspring is a non-white mongrel”
2.in de periode van 11 augustus 2016 tot en met 6 juni 2017 in Nederland, zich in het openbaar bij geschrift en bij afbeelding opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten gekleurde en negroïde mensen, wegens hun ras, door op de website www.stop-rassenvermenging.nl, uitlatingen te plaatsen en/of te delen, inhoudende onder meer:
“Als eenmaal driekwart der Nederlanders uit vernegerde of gepigmenteerde wellustelingen, dan wel drankzuchtige, gebochelde lamzakken en imbecielen bestaat en onze cultuur maar christelijk blijft, dan is de zaak goed, want ze beantwoordt aan Gods leiding. Welnu, wijn zijn reeds hard op weg naar zo’n paradijs. Alleen is het niet duidelijk, wat zulke christelijke voorlichters nog denken te bereiken met zo’n leger van decadenten; hoe het mogelijk zal zijn om zo’n massa van wellustige woestelingen en impotenten nog zedelijk te verheffen en bruikbaar te maken voor de harde arbeid op de akkers en in de polders, dan wel voor de verdediging des vaderlands” en“De kruising is noch voor het superieure ras, noch voor het inferieure ras een voordeel, omdat hij beiden de adel verloren gaat” en“Your love for your wife and family goes far beyond the physical. With a negro any woman will do, even if she is dead. I only ask that you approach this subject with an open mind. Use the tremendous reasoning power which God has given only to you, the White Man and White Woman”
3.in de periode van 11 augustus 2016 tot en met 6 juni 2017 in Nederland, zich in het openbaar bij geschrift en bij afbeelding opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Joden, wegens hun ras, door op de website www.stop-rassenvermenging.nl, een of meer uitlatingen en/of afbeelding(en) te plaatsen en/of te delen, inhoudende onder meer:
“Wie zijn de bedenkers van de White genocide? Het zijn vooral de verkeerde Joden die hier achter zitten, die hun Nieuwe Wereld Orde plan uitvoeren” en“Plannen die de Joden hebben voor het vernietigen van blanke ras:
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6

Artikel 10 EVRM

Het recht op vrijheid van meningsuiting staat een strafrechtelijke veroordeling voor de ten laste gelegde uitingsdelicten niet in de weg als zo’n veroordeling op grond van artikel 10, tweede lid, van het EVRM een toegelaten beperking van de vrijheid van meningsuiting vormt. Dat is het geval als deze beperking bij wet is voorzien, een gerechtvaardigd doel dient en noodzakelijk is in een democratische samenleving. Niet ter discussie staat dat de (mogelijke) beperking van de vrijheid van meningsuiting is voorzien bij wet. Daarnaast dient een mogelijke veroordeling van verdachte in elk geval de bescherming van de rechten van anderen als bedoeld in het tweede lid van artikel 10 van het EVRM. Dat betekent dat de vraag moet worden beantwoord of de inbreuk op de vrijheid van meningsuiting in de vorm van een strafrechtelijke veroordeling noodzakelijk is in een democratische samenleving. De term ‘noodzakelijk’ houdt in dat er een dringende maatschappelijke noodzaak moet zijn voor zo’n beperking. De rechtbank moet daarbij de zaak ook hier weer als geheel tegen het licht houden en acht slaan op de inhoud van de uitlatingen en de context waarin deze zijn gedaan. De rechtbank moet vaststellen of de tussenkomst van de autoriteiten proportioneel is in relatie tot de legitieme doelstellingen van de beperking van de vrijheid van meningsuiting.

In deze zaak heeft verdachte zich met zijn uitlatingen expliciet gericht op een minderheidsgroep in Nederland die hij als inferieur heeft weggezet en een minderheidsgroep die hij heeft betiteld als aanstichter van genocide. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens laat in verschillende uitspraken doorklinken dat juist in die situatie de vrijheid van meningsuiting kan worden begrensd. Het strafbaar stellen van dergelijke uitlatingen is naar het oordeel van de rechtbank noodzakelijk in een democratische samenleving, om de onderdrukking van en geweld tegen minderheidsgroepen te voorkomen dan wel tegen te gaan.

Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat de uitlatingen van verdachte niet worden beschermd door het recht op vrijheid van meningsuiting zoals dat is neergelegd in artikel 10 van het EVRM zodat de door hem gedane uitingen ook strafbaar zijn.

Ook overigens is het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

overwegingen

8

8.1.
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1, 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen.

8.2.
Het strafmaatverweer van de verdediging
De verdediging heeft benadrukt dat verdachte is, dat het niet zijn bedoeling is geweest om te kwetsen, hij bij eerdere verzoeken tot wijziging van de website bepaalde uitlatingen van de website heeft verwijderd en hij nu inziet dat er een grens is in wat je wel en niet kunt zeggen. Hoewel hij nog steeds achter de centrale boodschap van de website staat, zal verdachte voortaan terughoudender zijn in het uiten van zijn standpunten. De verdediging heeft verzocht om daarnaast bij de strafmaat ermee rekening te houden dat de hele procedure veel indruk op verdachte heeft gemaakt en dat het tijdsverloop sinds de inval van de politie in zijn woning tot nu toe voor onzekerheid bij hem heeft gezorgd.

8.3.
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich, door het maken van een website met daarop zeer kwetsende, niet mis te verstane teksten, schuldig gemaakt aan het beledigen en aanzetten tot discriminatie van personen met een donkere huidskleur en aan het beledigen van Joden. De website heeft geleid tot verontwaardiging, getuige de vele meldingen die in juli 2016 bij de het Meldpunt Internet Discriminatie Nederland zijn binnengekomen. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is naar voren gekomen dat het niet gaat om een spontante/naïeve actie maar om een doordacht plan. De rechtbank acht het met name zeer kwalijk dat verdachte op zijn website personen van gemengde en negroïde afkomst met zeer denigrerende kwalificaties aanduidt als gedegenereerd en inferieur en dat hij een bijdrage heeft geleverd aan een verwerpelijke traditie waarin Joden verantwoordelijk worden gehouden voor vermeende misstanden in de samenleving. Verdachte heeft zich daarmee uiterst kwetsend uitgelaten over deze groepen mensen en heeft deze groepen daarmee beledigd. Het krenken van anderen vanwege onder andere hun ras – kortom het wezen van een persoon – is onacceptabel. Het wekt bovendien ook beroering in de samenleving en druist in tegen de in die samenleving gerespecteerde normen en waarden. In Nederland moet iedereen, ongeacht zijn etnische afkomst, van de zich hem toekomende burgerrechten kunnen genieten en zich veilig kunnen voelen. Het debat over (veronderstelde) demografische veranderingen in de samenleving en geloofsovertuiging mag bestaan, mits dit met respect en zonder onnodig grievende en onware verwijzingen wordt gevoerd.

De rechtbank benadrukt dat het wettelijk strafmaximum voor feiten als deze een gevangenisstraf van aanzienlijke duur is.

De officier van justitie heeft gekozen voor het eisen van een geheel onvoorwaardelijke taakstraf. De rechtbank houdt in strafverminderende zin rekening met het tijdsverloop en met de omstandigheid dat verdachte blijkens zijn strafblad niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld. Verdachte heeft evenwel nog altijd geen afstand genomen van de centrale boodschap die in de discriminerende en beledigende uitspraken en de overige inhoud van de website besloten lag en heeft gesteld dat hij zijn website, zij het in enigszins aangepaste vorm, liefst zo spoedig mogelijk weer online wil plaatsen.

Alles afwegende acht de rechtbank, mede om te voorkomen dat verdachte zich in de toekomst wederom aan dergelijke feiten schuldig zal maken, oplegging van een deels voorwaardelijke taakstraf van hierna te noemen duur passend en geboden.

9

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 137c en 137d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

beslissing

10

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

1.

in het openbaar bij geschrift en afbeelding aanzetten tot discriminatie van mensen wegens hun ras, meermalen gepleegd

2.

het zich in het openbaar bij geschrift en afbeelding opzettelijk beledigend uitlaten over gekleurde en negroïde mensen wegens hun ras, meermalen gepleegd

3.

het zich in het openbaar bij geschrift en afbeelding opzettelijk beledigend uitlaten over Joden wegens hun ras, meermalen gepleegd

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 120 (honderdtwintig) uren.

Beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen.

Beveelt dat een gedeelte van deze straf, groot 60 (zestig) uren, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij verdachte zich voor het einde van de op 2 (twee) jaren bepaalde proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Beveelt dat, als de verdachte het voorwaardelijk deel van de taakstraf bij tenuitvoerlegging niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 (dertig) dagen.

Gelast de teruggave aan [naam] sr. (geboren [geboortedatum] ) van:

1.00
STK Computer LENEVO M73 1572065 Lenevo thinkcentre M73
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,mrs. A.W.C.M. van Emmerik en J.W.P. van Heusden, rechters,in tegenwoordigheid van mr. J.B.C. van der Veer, griffier,en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 mei 2019.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.