Uitspraak ECLI:NL:RBAMS:2019:106

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 09-01-2019. De uitspraak is gedaan door Rechtbank Amsterdam op 11-01-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:RBAMS:2019:106, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 13/654085-18 (Promis)


Bron: Rechtspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/654085-18 (Promis)

Datum uitspraak: 11 januari 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] , gedetineerd in het Huis van Bewaring “ [naam Huis van Bewaring] ”.

ECLI:NL:RBAMS:2019:106:DOC
nl

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/654085-18 (Promis)

Datum uitspraak: 11 januari 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] , gedetineerd in het Huis van Bewaring “ [naam Huis van Bewaring] ”.
1

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 december 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. R. Bosman en van wat verdachte en zijn raadsman mr. R.H. Bouwman, naar voren hebben gebracht.

2

2.1
Aan verdachte is – kort gezegd – tenlastegelegd dat hij zich te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan
1. diefstal in vereniging van een motor in de periode van 14 maart 2018 tot en met 15 maart
2. het voorhanden hebben van een pistool van het merk Steyr en munitie van categorie III op 9 juli 2018.
2018;
subsidiair:

2.2.
De tekst van de volledige tenlastelegging is opgenomen als die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4

4.1
Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie is van mening dat het onder 1 subsidiair en het onder 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden gelet op de in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2
Standpunt van de verdediging

Volgens de raadsman kan het onder 1 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen worden. De ter plaatse door verdachte afgelegde verklaring dat de motor van een vriend is, is niet bruikbaar als bewijs omdat niet kan worden nagegaan onder welke omstandigheden deze verklaring is afgelegd. Voorts is niet direct de cautie aan verdachte gegeven. De verklaring van verdachte ter zitting dat hij de motor heeft gestolen, is geloofwaardig.

De raadsman verzoekt verdachte van het onder 2 tenlastegelegde vrij te spreken omdat de aangetroffen tas op de motor met daarin het vuurwapen niet van verdachte is en er onvoldoende bewijs is dat verdachte weet had van hetgeen in de tas zat.

4.3
Oordeel van de rechtbank

4.3.1
Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

Vrijspraak primair tenlastegelegde

Op 9 juli 2018 zien verbalisanten op de Ringweg A10 te Amsterdam een motor zonder kentekenplaat rijden. Hierop wordt aan de bestuurder een stopteken gegeven. De bestuurder – naar later blijkt verdachte – kan geen rijbewijs tonen, verklaart dat de motor van een vriend is en dat hij de motor ergens heen moet brengen. Blijkens navraag bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer staat de motor sinds maart 2018 als gestolen gesignaleerd. In de tas die tussen de benen van verdachte staat wordt een vuurwapen en munitie aangetroffen (feit 2).
De rechtbank passeert dit alternatieve scenario en overweegt hiertoe het volgende. Verdachte heeft kort voor zijn aanhouding verklaard, nadat hem de cautie was gegeven, dat de motor van een vriend was en hij deze ergens heen moest brengen. Verdachte heeft zich vervolgens lopende het onderzoek op zijn zwijgrecht beroepen. Eerst ter zitting, na kennis te hebben genomen van het volledige eindproces-verbaal, heeft verdachte een scenario geschetst dat niet meer is te verifiëren. Dit scenario komt de rechtbank ongeloofwaardig voor in het licht van genoemde verklaring die verdachte (spontaan) ten overstaan van verbalisanten heeft afgelegd. Verdachte wordt vrijgesproken van de tenlastegelegde diefstal.
Bewezenverklaring subsidiair tenlastegelegde

Gelet op de verhullende verklaring van verdachte en het ontbreken van de kentekenplaat, bezien in onderlinge samenhang met de overige bewijsmiddelen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte wist dat de motor van een misdrijf afkomstig was en zich derhalve schuldig heeft gemaakt aan opzetheling.
4.3.2
Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde

De rechtbank acht het onder 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen en overweegt hiertoe als volgt.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij geen weet had van hetgeen in de tas zat die tussen zijn benen stond, ongeloofwaardig. De rechtbank is van oordeel dat, in onderling verband en samenhang bezien, het niet anders kan dan dat hij wist van de aanwezigheid van dat wapen en de munitie en hij over die goederen beschikte.

De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van een pistool en munitie zoals hierna in rubriek 5 is weergegeven.

5

1. op 9 juli 2018 te Amsterdam, een motor voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen wist, dat het een door diefstal verkregen goed betrof;
2.
De rechtbank acht op grond van de in vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

op 9 juli 2018 te Amsterdam een wapen van categorie III, te weten een pistool, merk Steyr, model M9, kaliber 9mmx19, en munitie van categorie III, te weten 13 patronen,voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

overwegingen

8

8.1.
Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van voorarrest.

8.2.
Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

8.3.
Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich op de openbare weg begeven met een vuurwapen en munitie op zak en zich schuldig gemaakt aan opzetheling van een motor. Het vuurwapen was bovendien geladen. Het voorhanden hebben van een vuurwapen is een ernstig strafbaar feit, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan een onaanvaardbaar risico met zich brengt voor de veiligheid van personen.
De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht gaan voor het voorhanden hebben van een pistool uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden. De rechtbank wijkt fors af van dit oriëntatiepunt. Strafverzwarend is dat verdachte het pistool op de openbare weg voorhanden had. Bovendien was het pistool geladen, zodat daarmee kon worden geschoten. De omstandigheid waaronder het wapen is aangetroffen – te weten op een gestolen motor – doet vermoeden dat het voorhanden hebben van dit wapen verband houdt met andere criminele activiteiten.

Gelet op dit alles is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden is. De rechtbank komt daarbij lager uit dan de officier van justitie, omdat de rechtbank de geëiste straf te hoog vindt in verhouding tot straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd.
Ten aanzien van het beslag

Retour verdachte

Onder verdachte is een shirt (nummer 2), broek (nummer 3), schoenen (nummer 4), een handschoen (6) en een tas (nummer 7) in beslag genomen. Deze voorwerpen behoren aan verdachte toe en zullen aan hem worden geretourneerd.
Retour rechthebbende

Onder verdachte is eveneens een helm (nummer 1) en een motoronderdeel (nummer 5) in beslag genomen. Deze voorwerpen dienen aan de rechthebbende te worden geretourneerd.
9

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

beslissing

10







De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 1 primair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde:
opzetheling;

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Gelast de teruggave aan verdachte:

Gelast de teruggave aan de rechthebbende:

Dit vonnis is gewezen door mr. K.A. Brunner, voorzitter,mrs. L. Voetelink en S. Djebali, rechters,in tegenwoordigheid van mr. R.E.H. Eijkhout, griffier,en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 januari 2019.
-

Voorwerp 2, 1.00 STK shirt, goednummer 5607240;

Voorwerp 3, 1.00 STK broek, goednummer 5607241;

Voorwerp 4, 2.00 STK schoenen (Nike), goednummer 5607244;

Voorwerp 6, 1.00 STK handschoen, goednummer 5599919;

Voorwerp 7, 1.00 STK tas, goednummer 5599927;

-

Voorwerp 1, 1.00 STK helm, goednummer 5607227;

Voorwerp 5, 1.00 STK motoronderdeel, goednummer 5607252.