Uitspraak ECLI:NL:ORBAACM:2020:2

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 09-01-2020. De uitspraak is gedaan door Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 08-01-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:ORBAACM:2020:2, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is AUA2016H00044 (voorheen: 2016/78982)


Bron: Rechtspraak

Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La)RAAD VAN BEROEP IN AMBTENARENZAKEN[appellant],de Minister van Algemene Zaken,
Uitspraakdatum: 8 januari 2020Zaaknummer: AUA2016H00044 (voorheen: 2016/78982)
Zittingsplaats Aruba

Uitspraak op het hoger beroep van:

wonende in Brazilië,appellant,gemachtigde: [H.B.],
tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken, zittingsplaats Aruba, van 4 april 2016, in zaaknr. GAZA nr. 2014/3115, in het geding tussen:

appellant

en

geïntimeerde,gemachtigde: mr. V.M. Emerencia, werkzaam bij de Dienst Wetgeving en Juridische zaken (DWJZ).

ECLI:NL:ORBAACM:2020:2:DOC
nl

Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La)RAAD VAN BEROEP IN AMBTENARENZAKEN[appellant],de Minister van Algemene Zaken,
Uitspraakdatum: 8 januari 2020Zaaknummer: AUA2016H00044 (voorheen: 2016/78982)
Zittingsplaats Aruba
Uitspraak op het hoger beroep van:

wonende in Brazilië,appellant,gemachtigde: [H.B.],
tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken, zittingsplaats Aruba, van 4 april 2016, in zaaknr. GAZA nr. 2014/3115, in het geding tussen:

appellant

en

geïntimeerde,gemachtigde: mr. V.M. Emerencia, werkzaam bij de Dienst Wetgeving en Juridische zaken (DWJZ).
procesverloop

Procesverloop

Bij brief van 3 januari 2014 heeft geïntimeerde afwijzend beslist (de afwijzing) op het aan hem gerichte verzoek van appellant van 18 november 2013 om op grond van het Landsbesluit bijzondere ambtelijke pensioengrondslag met terugwerkende kracht zijn pensioen te verhogen met 25% (het verzoek).

Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht het door appellant daartegen gemaakte bezwaar (het bezwaar) niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant heeft tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld.

Geïntimeerde heeft een contramemorie ingediend.

De Raad heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 juni 2018. Voor appellant is daar verschenen zijn gemachtigde. Geïntimeerde heeft zich daar doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De Raad heeft de behandeling ter zitting geschorst om bij de Stichting Algemeen Pensioenfonds Aruba (de APFA) nadere informatie op te vragen.

Bij brief van 17 september 2018 heeft de APFA die nadere informatie ingestuurd. Partijen hebben daarop schriftelijk gereageerd en hebben vervolgens, desgevraagd, de Raad toestemming verleend zonder nadere zitting uitspraak te doen.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting gesloten en doet thans uitspraak.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 1, aanhef en onder d, van het Landsbesluit bijzondere ambtelijke pensioengrondslag (het LbBAP) wordt, in afwijking van de bij artikel 2 van de Bezoldigingsregeling Aruba 1986 (het BrA) behorende bijlage, de pensioengrondslag van de ambtenaren, die werden bezoldigd volgens schaal 16 en die met pensioen zijn gegaan in de periode vanaf 1 januari 2005 tot 1 februari 2008, gedurende een periode van twee jaren, voorafgaande aan hun pensionering, verhoogd met 25%.
2. Aan de afwijzing heeft geïntimeerde ten grondslag gelegd dat het LbBAP niet op appellant van toepassing is omdat hij geen ambtenaar zou zijn geweest in de zin van Landsverordening materieel ambtenarenrecht en dus ook niet ingeschaald was volgens het BrA. Lopende het bezwaar heeft geïntimeerde opnieuw op het verzoek beslist en dat wederom afgewezen omdat het LbBAP niet op appellant van toepassing zou zijn, maar nu gegrond op de omstandigheid hij maar een jaar voor zijn pensionering in pensioengerechtigde dienst was aangesteld, terwijl op grond van het LbBAP een periode van twee jaar nodig zou zijn (de nieuwe afwijzing).
3. Ambtshalve oordelend over de bevoegdheid van het Gerecht bij de aangevallen uitspraak te beslissen op het bezwaar overweegt de Raad als volgt.
4. De slotsom is dat de aangevallen uitspraak vernietigd moet worden. De Raad zal, doende hetgeen het Gerecht had behoren te doen, zich onbevoegd verklaren te oordelen over het bezwaar.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Het LbBAP biedt geen grondslag voor het nemen van een beschikking in de zin van de La. Uit die regeling zelf vloeit immers rechtstreeks, dus zonder een daartoe strekkende beschikking van een bestuursorgaan, voort in welke gevallen de verhoging van de pensioengrondslag met 25% van toepassing is. De afwijzing en de nieuwe afwijzing strekken beide uitsluitend tot de niet op rechtsgevolg gerichte standpuntbepaling dat in het geval van appellant het LbBAP niet van toepassing is. Het is echter niet geïntimeerde (of het over de ambtenaren bevoegde gezag), maar het APFA als private uitvoerder van de pensioenregeling voor ambtenaren dat primair en zelfstandig de pensioenaanspraak van een (gewezen) ambtenaar moet vaststellen op grond van diens bij publiekrecht vastgestelde rechtspositie en in dat kader zich een oordeel moet vormen of de pensioengrondslag in een concreet geval op grond van het LbBAP met 25% is verhoogd. Zo is het overigens ook vastgelegd in artikel 8, vijfde lid, van het Nieuw Pensioenreglement 2014. Uit het voorgaande volgt dat noch de afwijzing, noch de nieuwe afwijzing, een beschikking is waartegen op grond van de La bezwaar openstaat. Het Gerecht heeft dat bij de aangevallen uitspraak niet onderkend en heeft zich daarbij derhalve ten onrechte niet onbevoegd verklaard over het bezwaar te oordelen.Appellant kan zijn verzoek/vordering om met terugwerkende kracht zijn pensioen te verhogen tot het APFA richten en tegen een hem onwelgevallige beslissing ter zake staat voor hem beroep open op de burgerlijke rechter. Die is immers bevoegd ter zake van geschillen over de uitvoering (en financiering) van de geprivatiseerde pensioenregeling.
beslissing

Beslissing

De Raad:

Aldus gegeven door mrs. D. Haan, voorzitter, en L.C. Hoefdraad en A.H.M. van de Leur, leden, en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.

-

verklaartgegrond
vernietigt

verklaart zich onbevoegd