Uitspraak ECLI:NL:OGEAC:2020:43

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 24-03-2020. De uitspraak is gedaan door Gerecht in eerste aanleg van Curaçao op 23-03-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:OGEAC:2020:43, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is CUR201902498


Bron: Rechtspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

de besloten vennootschap
NEW CENTRUM SUPERMARKET B.V.

gevestigd in Curaçao,eiseres,gemachtigde: mr. H.W. Braam,
en

de naamloze vennootschap
STREAMLINES N.V.

gevestigd in Curaçao,verweerster,gemachtigde: mr. W. Princée.
Partijen worden hierna ook aangeduid als NCS en Streamlines.

ECLI:NL:OGEAC:2020:43:DOC
nl

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

de besloten vennootschap
NEW CENTRUM SUPERMARKET B.V.

gevestigd in Curaçao,eiseres,gemachtigde: mr. H.W. Braam,
en

de naamloze vennootschap
STREAMLINES N.V.

gevestigd in Curaçao,verweerster,gemachtigde: mr. W. Princée.
Partijen worden hierna ook aangeduid als NCS en Streamlines.

procesverloop

1

1.1.
Het procesverloop in de hoofdzaak blijkt uit:- het verzoekschrift van 15 juli 2019, met producties;- de conclusie van antwoord, met producties;- de e-mail van het gerecht van 28 januari 2020 met instructies voor de zitting;- de aanvullende producties van Streamlines;- de behandeling ter zitting van 13 maart 2020;- de pleitnota’s namens beide partijen.
1.2.
Vonnis is nader bepaald op vandaag.
2

2.1.
NCS exploiteert supermarkten op Curaçao.
2.2.
Gedurende meer dan tien jaar heeft Streamlines in opdracht van NCS goederen vervoerd vanuit Rotterdam naar Curaçao.
2.3.
In 2017 is tussen partijen een vervoersovereenkomst gesloten, op grond waarvan Streamlines zich heeft verbonden tot het vervoer van enkele containers met levensmiddelen vanuit Rotterdam naar Curaçao. Het ging onder andere om groente, fruit en vleeswaren.
2.4.
De toepasselijke Sea Waybills vermelden dat de algemene voorwaarden van Streamlines van toepassing zijn. Deze algemene voorwaarden bevatten onder andere de volgende bedingen:
-

een vervalbeding, inhoudende dat de vervoerder van aansprakelijkheid zal zijn ontslagen indien een rechtsvordering niet binnen twaalf maanden na aflevering van de goederen is ingesteld;

een exoneratiebeding, op grond waarvan de vervoerder niet aansprakelijk is voor welke schade ook die het gevolg is van vertraging in de aflevering.

2.5.
Het transport is op 15 augustus 2017 begonnen. Het schip waarmee de containers werden vervoerd heeft onderweg pech gekregen, als gevolg waarvan de containers op een ander schip moesten worden overgeladen. Ook dat schip heeft vanwege technische problemen vertraging opgelopen. De containers zijn op 5 oktober 2017 in Curaçao aangekomen. Op die dag zijn de goederen afgeleverd.
2.6.
Een groot deel van de goederen was bij aankomst in Curaçao bedorven.
2.7.
Bij brief van 2 mei 2018 heeft NCS Streamlines aansprakelijk gesteld. Op deze aansprakelijkstelling heeft Streamlines per mail van 4 mei 2018 gereageerd, waarna NCS op verzoek van Streamlines op 4 juni 2018 stukken heeft opgestuurd. Daarop heeft Streamlines op 12 juli 2018 gereageerd.
3

3.1.
NCS vordert, samengevat, veroordeling van Streamlines bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad tot betaling van EUR 41.370,26, vermeerderd met de wettelijke rente en met proceskostenveroordeling.
3.2.
Streamlines voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van NCS in de proceskosten.
overwegingen

4

4.1.
Ter zitting hebben partijen overeenstemming bereikt over de toepasselijkheid van het Curaçaose recht.
4.2.
Streamlines heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van NCS is komen te vervallen althans is verjaard. Zij beroept zich primair op het in 2.4 weergegeven vervalbeding. Subsidiair beroept Streamlines zich op de artikelen 8:1711 en 8:1712 BW.
4.3.
Het beroep op verjaring slaagt.
4.4.
Niet ter discussie staat dat NCS partij is geworden bij de vervoerovereenkomst inzake het vervoer door Streamlines van de containers naar Curaçao. Evenmin staat ter discussie dat de onderhavige vordering van NCS gegrond is op deze vervoerovereenkomst. Een dergelijke vordering verjaart in beginsel door verloop van één jaar (artikel 8:1711 BW). De verjaringstermijn vangt aan op de dag na aflevering van de vervoerde goederen (artikel 8:1714 BW). In dit geval zijn de goederen afgeleverd op 5 oktober 2017. De verjaringstermijn is dus op 6 oktober 2017 gaan lopen.
4.5.
De brief van (de advocaat van) NCS van 2 mei 2018 kan worden aangemerkt als een stuitingshandeling. Nadien is dus een nieuwe verjaringstermijn gaan lopen (artikel 3:319 BW). Gesteld noch gebleken is dat nadien nieuwe stuitingshandelingen zijn verricht, zodat die nieuwe termijn op 3 mei 2019 is voltooid. Het inleidende verzoekschrift dateert van 15 juli 2019. Dat is dus na afloop van de verjaringstermijn. De vordering is verjaard.
4.6.
NCS heeft ter zitting gesteld dat het beroep van Streamlines op de in algemene voorwaarden opgenomen vervalbeding onredelijk is. Dit standpunt kan niet leiden tot een ander oordeel. In de eerste plaats geldt dat hierboven het subsidiaire beroep van Streamlines op verjaring is beoordeeld op basis van de wettelijke bepalingen, en niet het vervalbeding in de algemene voorwaarden. In de tweede plaats heeft NCS onvoldoende feiten gesteld om te kunnen concluderen dat het Streamlines niet vrij staat een beroep te doen op verjaring.
4.7.
Gelet op het hiervoor overwogene slaagt het subsidiaire beroep van Streamlines op verjaring. In het midden kan blijven of de vordering reeds vervallen is op grond van het vervalbeding in de algemene voorwaarden. De toepasselijkheid van die algemene voorwaarden kan dus ook onbesproken blijven. Hetzelfde geldt voor de vraag of Streamlines een beroep kan doen op het vervalbeding van artikel 8:1712 BW en voor de vraag of de onderhavige “sea waybill” kan gelden als aan een cognossement gelijksoortig document in de zin van artikel 8:377 BW.
4.8.
NCS zal worden veroordeeld in de proceskosten. De nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten zijn toewijsbaar zoals in het dictum vermeld. Geen grond ziet het gerecht voor toewijzing van een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten.
beslissing

5

Het gerecht:

5.1.
wijst de vorderingen af;
5.2.
veroordeelt NCS in de proceskosten van Streamlines, begroot op NAf 3.000 en in de nakosten van NAf 250 zonder betekening en NAf 400 met betekening van dit vonnis, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de 15e dag na datum van dit vonnis tot aan de dag van voldoening;
5.3.
verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling, rechter in het gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2020.