Uitspraak ECLI:NL:OGEAC:2019:108

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 11-06-2019. De uitspraak is gedaan door Gerecht in eerste aanleg van Curaçao op 07-06-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:OGEAC:2019:108, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is Cur201901736


Bron: Rechtspraak


GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Vonnis in kort geding in de zaak van:

ECLI:NL:OGEAC:2019:108:DOC
nl

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Vonnis in kort geding in de zaak van:

1

2. beiden wonend in Curaçao,eisers,hierna ook: B en R,gemachtigde: mr. S.A.T Ayubi-Haakmeester,
tegen

de ambtenaar van de BURGERLIJKE STAND

gevestigd in Curaçao,gedaagde,hierna ook: de ambtenaar van de Burgerlijke Stand,gemachtigden: R. Haddocks, Z. Narvaez en C. Liberia-Schoop.
1

1.1
Ter terechtzitting van 2 mei 2019 hebben B en R gesteld en gevorderd overeenkomstig het inleidend verzoekschrift. Namens gedaagde is verweer gevoerd.
1.2
Vonnis is nader bepaald op heden.
2

Het Gerecht is uitgegaan van de volgende feiten:

2.1
B en R (beiden van het vrouwelijk geslacht) zijn op 15 april 2013 in Nijmegen, Nederland, gehuwd. Van hun huwelijk is door de dienst van de Burgerlijke Stand in de gemeente Nijmegen een huwelijksakte opgemaakt.
2.2
B en R hebben zich medio 2018 in Curaçao gevestigd en zijn hier elk ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens; als burgerlijke staat is daarin vermeld “gehuwd”. In de registratie van B is vermeld “gehuwd met R” en in de registratie van R “gehuwd met B”.
2.3
R is dankzij de medewerking van een bekende donor omstreeks oktober 2018 zwanger geworden. Met toestemming van R is haar ongeboren vrucht door B erkend en is als geslachtsnaam voor het kind B gekozen, waarvan door de ambtenaar van de Burgerlijke Stand in de gemeente Peel en Maas, Nederland, op 27 december 2018 een (prenatale) akte van erkenning is opgemaakt. De donor heeft geen ouderschapsintentie.

2.4
B en R hebben de ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Curaçao verzocht deze akte in de registers (geboorteakte) van de Burgerlijke Stand in te schrijven.
2.5
Deze heeft dat bij brief van 17 april 2019 geweigerd.
3

3.1
B en R hebben primair gevorderd de ambtenaar van de Burgerlijke Stand te gelasten om bij de aangifte van de geboorte van hun kind hen beiden als ouder op te nemen met de naamkeuze en subsidiair voor recht te verklaren dat “de akte van erkenning van elk kind waarvan een vrouw thans zwanger is” zoals opgemaakt te Peel en Maas op 27 december 2018 bij de geboorte van het kind, naar zijn aard vatbaar is voor opneming in het geboorteregister van Curaçao.
3.2
Zij hebben hiertoe gesteld dat de akte van erkenning een authentieke akte is die op grond van art. 40 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (hierna: het Statuut) hier erkend moet worden, omdat het kind in Curaçao geboren zal worden. Nu sprake is van een rechtsgeldig huwelijk tussen hen moeten de wettelijke bepalingen aldus worden aangevuld of geïnterpreteerd dat ook twee moeders of twee vaders als juridische ouder in de geboorteakte kunnen worden opgenomen.
3.3
De ambtenaar van de Burgerlijke Stand heeft vermeld dat het hier niet louter gaat om de registratie van een buitenlandse akte maar om het opmaken van een akte van de Burgerlijke Stand en dat de wetgeving hem ingevolge art. 1:18 BW jo. art 43, lid 2 Landsbesluit Burgerlijke Stand slechts toestaat in de geboorteakte gegevens op te nemen die bij of krachtens de wet mogen worden opgenomen en dat een moeder is degene uit wie het kind geboren is of die het kind heeft geadopteerd (art.1:198 BW). Een erkenner kan slechts een persoon van het mannelijk geslacht zijn (artt. 1:199 jo. 1:203 en 1:204 BW). Ten aanzien van de naamkeuze geldt in Curaçao dat dit de geslachtsnaam van de moeder of de vader of een combinatie van beide moet zijn.
overwegingen

4

4.1
B en R hebben op zich een spoedeisend belang bij hun verzoek. Zij hebben in dit verband terecht aangevoerd dat een gezagsvacuüm zal ontstaan als R ten tijde van of kort na de geboorte iets zou overkomen. Voorts is ook sprake van erfrechtelijke belangen, die ook al voor de geboorte kunnen spelen.
4.2
B en R hebben ter zitting verklaard dat de strekking van hun subsidiaire verzoek ziet op art. 1:26 BW. Ten aanzien van het primaire verzoek dient te worden beoordeeld hoe de rechter in het bodemgeschil hierover naar redelijkerwijs mag worden aangenomen zal oordelen.
4.3
In art. 40 van het Statuut is bepaald dat vonnissen, door de rechter in Nederland, Aruba, Curacao of Sint Maarten gewezen, en bevelen, door hem uitgevaardigd, mitsgaders grossen van authentieke akten, aldaar verleden, in het gehele Koninkrijk ten uitvoer kunnen worden gelegd, met inachtneming van de wettelijke bepalingen van het land, waar de tenuitvoerlegging plaatsvindt.
4.4
In dit geval is door B en R aan de ambtenaar van de Burgerlijke Stand hier te lande verzocht een afschrift van de in Nederland opgemaakte akte van erkenning van elk kind waarvan R thans zwanger is, zijnde een grosse van een authentieke akte, in een register van de Burgerlijke Stand op te nemen.
4.5
In zijn beschikking van 13 april 2007 (ECLI:NL:HR:2007:AZ6095) heeft de Hoge Raad overwogen dat de rechtskracht van akten binnen het Koninkrijk overal gelijk is en dat dit niet alleen geldt voor de vatbaarheid van tenuitvoerlegging en de bewijskracht maar ook ten aanzien van de vatbaarheid voor inschrijving of vermelding van dergelijke akten en van de daarin neergelegde constateringen en rechtsfeiten in de openbare registers, behoudens uitzonderingen bij de wet.
4.6
De rechtskracht (en daarmee de rechtsgevolgen) van de in de gemeente Peel en Maas opgemaakte akte lijkt op basis hiervan een gegeven. Deze wordt derhalve niet gecreëerd door de verzochte inschrijving maar geëffectueerd. De vraag die rest is dan of sprake is van uitzonderingen bij de wet. Daarmee wordt niet bedoeld of de akte ook op basis van de hier geldende wettelijke bepalingen zou zijn opgemaakt (conflictrechtelijke toetsing) en ook behoeft geen (zoals in het internationaal privaatrecht gebruikelijk) toetsing aan de openbare orde plaats te vinden. Dit laat onverlet dat de ambtenaar van de Burgerlijke Stand de authenticiteit en juistheid van de inhoud van de akte kan toetsen, maar deze staan in casu niet ter discussie.
4.7
Onder verwijzing naar het bepaalde in art. 1:18 BW jo. art. 43 Landsbesluit Burgerlijke Stand is aangevoerd dat daadwerkelijke vermelding niet mogelijk is omdat (de inrichting van) het register hiervoor geen ruimte laat. Naar het voorlopig oordeel van het Gerecht is hiermee geen sprake van een uitzondering bij de wet zoals door de Hoge Raad bedoeld. Overigens kent ook genoemd Landsbesluit in art. 50 een soortgelijke akte van (prenatale) erkenning en wordt deze zoals namens de ambtenaar van de Burgerlijke Stand ter zitting is vermeld, tegelijkertijd met de aangifte van de geboorte ingeschreven. Het genoemde bezwaar, dat in art. 43, lid 2 van het Landsbesluit is vermeld dat de akte van geboorte achtereenvolgens a. de geslachtsnaam en de voornamen van de vader; b. de geslachtsnaam en de voornamen van de moeder vermeldt, moet naar het voorlopig oordeel van het Gerecht worden aangemerkt als een uitvoeringsprobleem (dat kan worden opgelost door moeder 1 met geslachtnaam en voornamen te vermelden en moeder 2 eveneens). Zou dit anders zijn dan wordt via een achterdeur toch de toetsing aan de hier te lande geldende inhoud van de wet toegelaten.
4.8
Ten overvloede is nog het volgende overwogen. Zelfs indien om wat voor reden dan ook daadwerkelijke opneming in het register niet mogelijk zou zijn, betekent dat blijkens voornoemde uitspraak van de Hoge Raad niet dat de akte in Curaçao geen rechtskracht heeft. Om de geldigheid daarvan jegens een ieder in te kunnen roepen zou dan een verklaring van recht moeten worden verzocht zoals door B R als subsidiaire vordering is gedaan. Het gaat daarbij echter om een verzoek een verklaring voor recht af te geven. Een dergelijk declaratoir vonnis verdraagt zich niet met het karakter van een kort geding.

4.9
Gelet op vorenstaande overwegingen zal de ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Curaçao worden gelast na de geboorte van elk kind waarvan R thans zwanger is de geboorteakte op te maken met in achtneming van de akte zoals deze op 27 december 2018 door de gemeente Peel en Maas is verleden. Deze uitspraak is in het belang van “elk kind waarvan R thans zwanger is” omdat dit ook binnen het huwelijk van B en R wordt geboren.
4.10
Gezien de aard van de procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd, zodat elke partij de eigen kosten draagt.
- gelast de ambtenaar van de Burgerlijke Stand na de geboorte van elk kind waarvan R thans zwanger is de geboorteakte op te maken met in achtneming van de authentieke akte van erkenning zoals deze door de gemeente Peel en Maas op 27 december 2018 is verleden;
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- compenseert de proceskosten aldus dat elke partij de eigen kosten draagt.
Beslissing

Het Gerecht rechtdoende in kort geding:

Dit vonnis is gewezen door mr. C.P. van Gastel, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2019, in aanwezigheid van de griffier.