Uitspraak ECLI:NL:OGAACMB:2019:40

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 15-05-2019. De uitspraak is gedaan door Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 13-05-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:OGAACMB:2019:40, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is AUA201802609


Bron: Rechtspraak

Uitspraak van 13 mei 2019Gaza nr. AUA201802609
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA[klager],DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,

UITSPRAAK

op het bezwaar in de zin van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:
wonend in Aruba,KLAGER,procederend in persoon,
tegen:

zetelend in Aruba,VERWEERDER,gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ).

ECLI:NL:OGAACMB:2019:40:DOC
nl

Uitspraak van 13 mei 2019Gaza nr. AUA201802609
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA[klager],DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,
UITSPRAAK

op het bezwaar in de zin van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:
wonend in Aruba,KLAGER,procederend in persoon,
tegen:

zetelend in Aruba,VERWEERDER,gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ).
procesverloop

PROCESVERLOOP
Bij Landsbesluit van 7 juni 2018 no. 39 (het bestreden landsbesluit) is klager met ingang van 1 september 2017 aangesteld als ambtenaar in vaste dienst in de functie van keuringsambtenaar voertuigen bij de Dienst Technische Inspecties (DTI) en te benoemen in de rang van onderhoudsmedewerker B in schaal 3, dienstjaar 9.
Tegen het bestreden landsbesluit heeft klager op 22 augustus 2018 bezwaar gemaakt bij het gerecht.

Verweerder heeft op 5 februari 2019 stukken ingediend.

De zaak is behandeld ter zittingen van 11 februari 2019 en 1 april 2019, waar klager in persoon is verschenen en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd.

Uitspraak is bepaald op heden.

overwegingen

OVERWEGINGEN
1.1
Klager kan zich niet verenigen met de rang waarin hij is benoemd noch met de inschaling. Volgens klager dient hij, gelet op zijn opleiding, ervaring en technische functie, benoemd te worden in de rang van technisch beambte 1ste klasse in schaal 3, dienstjaar 10. Klager heeft daarbij verwezen naar de door hem overgelegde landsbesluiten van een tweetal collega’s, [collega 1] en [collega 2], die met ingang van 1 juli 2017 als ambtenaar in vaste dienst in de functie van keuringsambtenaar bij de DTI zijn aangesteld en zijn benoemd in de rang van technisch beambte 1ste klasse. Wat betreft de inschaling heeft klager aangevoerd dat hij vanaf zijn indiensttreding bij de DTI de bezoldiging heeft ontvangen overeenkomstig schaal 3 dienstjaar 10.
1.2
Verweerder heeft ter zitting aangevoerd, dat er wat betreft de rang inderdaad sprake is van een fout in het bestreden landsbesluit, en dat deze zal worden gecorrigeerd.
1.3
Gelet op het verhandelde ter zitting en de overgelegde stukken, is het gerecht van oordeel dat klager, gelet op zijn opleiding (mavo) en functie, ten onrechte is benoemd in het rangenstelsel van onderhoudsmedewerker. Net als zijn collega’s dient hij ook te worden benoemd in de rang van technisch beambte 1ste klasse.
1.4
Het bezwaar is gegrond en het bestreden landsbesluit zal worden vernietigd. De andere door klager opgemerkte fouten in het bestreden landsbesluit behoeven gelet hierop verder geen bespreking.
BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak; 2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende: a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,b. de datum van ondertekening,c. waartegen u in hoger beroep komt, d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
verklaart het bezwaar gegrond;

vernietigt het Landsbesluit van 7 juni 2018 no. 39, kenmerk no. DRH/1295.

Aldus gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in ambtenarenzaken, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 mei 2019, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzakenJ.G. Emanstraat 51OranjestadAruba
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.

-

Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: Binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;

In de andere gevallen: Binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.