Uitspraak ECLI:NL:HR:2020:506

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 23-03-2020. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 24-03-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2020:506, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/04983


Bron: Rechtspraak


HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer

Datum

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 november 2018, nummer 20/002745-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,hierna: de verdachte.

ECLI:NL:HR:2020:506:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer

Datum

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 november 2018, nummer 20/002745-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,hierna: de verdachte.
procesverloop

1

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.C. Saris, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
overwegingen

2

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de afwijzing door het hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.

2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van advocaat-generaal.

beslissing

3

De Hoge Raad:- vernietigt de uitspraak van het hof;- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van .