Uitspraak ECLI:NL:HR:2020:490

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 20-03-2020. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 24-03-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2020:490, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/05048


Bron: Rechtspraak


HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer

Datum

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 19 oktober 2018, nummer 22/001903-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,hierna: de verdachte.

ECLI:NL:HR:2020:490:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer

Datum

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 19 oktober 2018, nummer 22/001903-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,hierna: de verdachte.
procesverloop

1

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
overwegingen

2

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de strafmotivering.

2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 8.

beslissing

3

De Hoge Raad:- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;- wijst de zaak terug naar het hof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van .