Uitspraak ECLI:NL:HR:2020:48

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 15-01-2020. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 17-01-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2020:48, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 19/02486


Bron: Rechtspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer

Datum

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z]

tegen

het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE STEENBERGEN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 april 2019, nr. 18/1440 PW, betreffende een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenbergen ingevolge de Participatiewet.

ECLI:NL:HR:2020:48:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer

Datum

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z]

tegen

het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE STEENBERGEN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 april 2019, nr. 18/1440 PW, betreffende een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenbergen ingevolge de Participatiewet.

overwegingen

1

De Hoge Raad is van oordeel dat de voorgestelde middelen geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het beroep in cassatie heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep in cassatie of omdat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

beslissing

3

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2020.