Uitspraak ECLI:NL:HR:2020:310

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 20-02-2020. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 21-02-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2020:310, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/03191


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:HR:2020:310:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer

Datum

ARREST

In de zaak van

LUDINGA VASTGOED B.V.,gevestigd te Harlingen , EISER tot cassatie,hierna: Ludinga ,advocaat: R.T. Wiegerink,
tegen

GEMEENTE HARLINGEN,gevestigd te Harlingen, VERWEERSTER in cassatie,hierna: de gemeente,advocaten: J.W.H. van Wijk en G.C. Nieuwland.
Ludinga heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.De gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
loweralpha

de vonnissen in de zaak C/17/97518 / HAZA 09-536 van de rechtbank Noord-Nederland van 10 juni 2015 en 6 januari 2016;

het arrest in de zaken 200.178.159/01 en 200.185.145/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 april 2018.

overwegingen

2

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
beslissing

3

De Hoge Raad:
-

verwerpt het beroep;

veroordeelt Ludinga in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de gemeente begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Ludinga deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op .