Uitspraak ECLI:NL:HR:2020:263

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 13-02-2020. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 14-02-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2020:263, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/04957


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:HR:2020:263:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer

Datum

ARREST

In de zaak van

RIJNHOEK VASTGOED B.V.,gevestigd te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk, EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,hierna: Rijnhoek Vastgoed,advocaat: A.H.M. van den Steenhoven,
tegen

2. GEM RIJNHOEK B.V., hierna: GEM,
3. ONTWIKKELINGSSAMENWERKING RIJNHOEK B.V.,hierna: Ontwikkelingssamenwerking,alle gevestigd te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk,
4. [verweerder 4],wonende te [woonplaats],hierna: [verweerder 4],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,hierna gezamenlijk: Ontwikkelingsmaatschappij c.s.,advocaat: R.T. Wiegerink.
Rijnhoek Vastgoed heeft tegen het eindarrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Ontwikkelingsmaatschappij c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkheid van Rijnhoek Vastgoed in haar cassatieberoep jegens Ontwikkelingssamenwerking en [verweerder 4], en voor het overige tot verwerping van het cassatieberoep.De advocaat van Rijnhoek Vastgoed heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
1. ONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ RIJNHOEK C.V.,hierna: Ontwikkelingsmaatschappij,
1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
loweralpha

de vonnissen in de zaak C/09/489631/HA ZA 15-649 van de rechtbank Den Haag van 23 december 2015 en 20 april 2016;

de arresten in de zaak 200.195.920/01 van het gerechtshof Den Haag van 13 maart 2018 en 28 augustus 2018.

overwegingen

2

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
beslissing

3

De Hoge Raad:- verwerpt het principale beroep;- veroordeelt Rijnhoek Vastgoed in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Ontwikkelingsmaatschappij c.s. begroot op € 2.707,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Rijnhoek Vastgoed deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op .