Uitspraak ECLI:NL:HR:2020:262

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 13-02-2020. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 14-02-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2020:262, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/04556


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:HR:2020:262:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer

Datum

ARREST

In de zaak van

[eiser] ,wonende te [woonplaats] , EISER tot cassatie,hierna: [eiser] ,advocaten: D.M. de Knijff en M.S. van der Keur,
tegen

[verweerster] ,wonende te [woonplaats] , VERWEERSTER in cassatie,hierna: [verweerster] ,advocaat: J.P. Heering.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerster] mede door H.J.Th. Kolstee.De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.De advocaten van [eiser] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
loweralpha

het vonnis in de zaak C14/152996/HA ZA 14-95 van de rechtbank Noord-Holland van 17 juni 2015;

het arrest in de zaak 200.174.752/01 van het gerechtshof Amsterdam van 31 juli 2018.

overwegingen

2

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
beslissing

3

De Hoge Raad:- verwerpt het beroep;- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.049,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op .