Uitspraak ECLI:NL:HR:2020:234

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 10-02-2020. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 11-02-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2020:234, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 17/04425


Bron: Rechtspraak



HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer

Datum

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 september 2017, nummer 21/001558-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,hierna: de verdachte.

ECLI:NL:HR:2020:234:DOC
nl


HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer

Datum

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 september 2017, nummer 21/001558-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,hierna: de verdachte.
procesverloop

1

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.De plaatsvervangend advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
overwegingen

2

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

overwegingen

3

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 24 maanden.

beslissing

4

De Hoge Raad:- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;- vermindert deze in die zin dat deze 23 maanden beloopt;- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van .