Uitspraak ECLI:NL:HR:2020:212

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 06-02-2020. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 07-02-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2020:212, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/04400


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:HR:2020:212:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer

Datum

ARREST

In de zaak van

VAN LANSCHOT N.V., voorheen F. van Lanschot Bankiers N.V.,gevestigd te 's-Hertogenbosch, EISERES tot cassatie,hierna: de Bank,advocaat: J. de Bie Leuveling Tjeenk,
tegen

VERWEERDERS in cassatie,hierna gezamenlijk: [verweerders] ,advocaten: J.W. de Jong en J.L. Luiten.
De Bank heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Bank mede door R.B. Akkerhuis.De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.De advocaat van de Bank heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
1. [verweerder 1] ,wonende te [woonplaats] , 2. [verweerder 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
loweralpha

de vonnissen in de zaak C/O1/287899/HA ZA 14-944 van de rechtbank Oost-Brabant van 6 mei 2015, 1 juli 2015 en 10 februari 2016;

het arrest in de zaak 200.191.172/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 juli 2018 (ECLI:NL:GHSHE:2018:3031).

overwegingen

2

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
beslissing

3

De Hoge Raad:- verwerpt het beroep;- veroordeelt de Bank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op .