Uitspraak ECLI:NL:HR:2020:211

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 06-02-2020. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 07-02-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2020:211, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 19/01446


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:HR:2020:211:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer

Datum

ARREST

In de zaak van

EISERESSEN tot cassatie,hierna gezamenlijk: [eisers],advocaat: J.P. van den Berg,
tegen

PROVINCIE NOORD-HOLLAND,zetelende te Haarlem,VERWEERSTER in cassatie,hierna: de Provincie,advocaat: M.W. Scheltema.
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis in de zaak C/16/459617/HL ZA 18-18 van de rechtbank Midden-Nederland van 20 februari 2019. [eisers] hebben tegen het vonnis beroep in cassatie ingesteld. De Provincie heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.De zaak is voor de Provincie toegelicht door haar advocaat en mede door S.J.M. Bouwman.De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.De advocaat van de Provincie heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
1. [eiseres 1] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [eiser 2],wonende te [woonplaats], 3. [eiseres 3] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
1. Procesverloop

overwegingen

2

De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
beslissing

3

De Hoge Raad:- verwerpt het beroep;- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Provincie begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op .