Uitspraak ECLI:NL:HR:2020:210

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 06-02-2020. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 07-02-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2020:210, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/01665


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:HR:2020:210:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer

Datum

ARREST

In de zaak van

6. [eiser 6],wonende te [woonplaats] ,7. [eiser 7],wonende te [woonplaats] ,8. [eiseres 8] B.V. gevestigd te [vestigingsplaats] ,9. [eiser 9], wonende te [woonplaats] ,10. [eiser 10], wonende te [woonplaats] ,
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,hierna gezamenlijk: [eisers] ,advocaat: J. van Weerden,
tegen

VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,hierna gezamenlijk: PostNL,advocaat: W.H. van Hemel.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. PostNL heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. PostNL heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. [eisers] hebben een verweerschrift tot referte in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingediend. De zaak is voor PostNL toegelicht door haar advocaat en mede door T.R.B. de Greve en S.L. Boerssen.De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
1. [eiser 1] ,wonende te [woonplaats] ,2. [eiser 2],wonende te [woonplaats] ,3. [eiser 3],wonende te [woonplaats] , 4. [eiseres 4] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats], 5. [eiser 5],wonende te [woonplaats]1. KONINKLIJKE POSTNL B.V.,gevestigd te Den Haag, 2. POSTNL N.V.,gevestigd te Den Haag,
1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
loweralpha

de vonnissen in de zaken C/09/477078 / HA ZA 14/1270, C/09/481695/HA ZA 15-121, C/09/482852/HA ZA 15-183 en C/09/494573/HA ZA 15-941 van de rechtbank Den Haag van 4 maart 2015, 30 september 2015 en 23 maart 2016;

het arrest in de zaak 200.194.980/01 van het gerechtshof Den Haag van 23 januari 2018.

overwegingen

2

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
beslissing

3

De Hoge Raad:- verwerpt het principale beroep;- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van PostNL begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op .