Uitspraak ECLI:NL:HR:2020:208

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 06-02-2020. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 07-02-2020, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2020:208, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 19/01447


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:HR:2020:208:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer

Datum

ARREST

In de zaak van

[eiseres] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie,hierna: [eiseres],advocaat: J.P. van den Berg,
tegen

1. DE PROVINCIE NOORD-HOLLAND, zetelende te Haarlem,VERWEERSTER in cassatiehierna: de Provincie,advocaat: M.W. Scheltema,2. COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTERS in cassatie,hierna: Rabobank c.s.,niet verschenen.
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak C/16/459613/HLZA 18-16 van de rechtbank Midden-Nederland van 22 augustus 2018 en 20 februari 2019. [eiseres] heeft tegen het vonnis van de rechtbank van 20 februari 2019 beroep in cassatie ingesteld. De Provincie heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. Tegen Rabobank c.s. is verstek verleend.De zaak is voor de Provincie toegelicht door haar advocaat en mede door S.J.M. Bouwman.De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.De advocaat van de Provincie heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. RABOHYPOTHEEKBANK N.V.,gevestigd te Amsterdam,
1. Procesverloop

overwegingen

2

De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
beslissing

3

De Hoge Raad:- verwerpt het beroep;- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Provincie begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Van Vught deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan en aan de zijde van Rabobank c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op .