Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:937

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 13-06-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 14-06-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:937, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 17/03484


Bron: Rechtspraak

Hoge Raad der Nederlanden

Derde Kamer
Nr. 17/03484
14 juni 2019
Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van te (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het van 7 juni 2017, nrs. BK-16/00558 tot en met BK-16/00570, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 16/2113, SGR 16/2114, SGR 16/2116 tot en met SGR 16/2118, SGR 16/2120 tot en met SGR 16/2122, SGR 16/2124 tot en met SGR 16/2127 en SGR 16/2129) betreffende de aan belanghebbende over de jaren 2001 tot en met 2011 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de aan belanghebbende voor de jaren 2012 en 2013 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de bij de navorderingsaanslagen gegeven beschikkingen inzake heffingsrente en de bij de aanslag voor het jaar 2012 gegeven beschikking inzake belastingrente.

ECLI:NL:HR:2019:937:DOC
nl

Hoge Raad der Nederlanden

Derde Kamer
Nr. 17/03484
14 juni 2019
Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van te (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het van 7 juni 2017, nrs. BK-16/00558 tot en met BK-16/00570, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 16/2113, SGR 16/2114, SGR 16/2116 tot en met SGR 16/2118, SGR 16/2120 tot en met SGR 16/2122, SGR 16/2124 tot en met SGR 16/2127 en SGR 16/2129) betreffende de aan belanghebbende over de jaren 2001 tot en met 2011 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de aan belanghebbende voor de jaren 2012 en 2013 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de bij de navorderingsaanslagen gegeven beschikkingen inzake heffingsrente en de bij de aanslag voor het jaar 2012 gegeven beschikking inzake belastingrente.

1

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
overwegingen

2

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 17/05606 (ECLI:NL:HR:2019:816)).

3

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

beslissing

4

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2019.