Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:895

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 07-06-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 11-06-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:895, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/00720


Bron: Rechtspraak


HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer

Datum

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 9 februari 2018, nummer 23/005784-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,hierna: de betrokkene.

ECLI:NL:HR:2019:895:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer

Datum

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 9 februari 2018, nummer 23/005784-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,hierna: de betrokkene.
1

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft S.T. van Berge Henegouwen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
overwegingen

2

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

beslissing

3

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van .