Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:850

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Civiel recht; Goederenrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 04-06-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 07-06-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:850, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/00137


Bron: Rechtspraak

ECLI:NL:HR:2019:850:DOC
nl

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer

Datum

ARREST

In de zaak van

[eiseres],wonende te [woonplaats],EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,hierna: [eiseres],advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel
tegen

[verweerder],wonende te [woonplaats],VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,hierna: [verweerder],advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en mr. G.C. Nieuwland.
Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar:a. zijn arrest in de zaak 15/03091, ECLI:NL:HR:2016:2984, van 23 december 2016;b. het arrest in de zaak 200.213.143/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 oktober 2017. [eiseres] heeft tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaten.De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
1. Procesverloop

overwegingen

2

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
beslissing

3

De Hoge Raad:- verwerpt het principale beroep;- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op .