Uitspraak ECLI:NL:HR:2019:726

Deze uitspraak heeft betrekking op het rechtsgebied Strafrecht en is gepubliceerd door de Raad voor de Rechtspraak op 15-05-2019. De uitspraak is gedaan door Hoge Raad op 14-05-2019, deze uitspraak is bekend onder de European Case Law Identifier (ECLI) ECLI:NL:HR:2019:726, het zaaknummer waarop deze uitspraak betrekking heeft is 18/03964


Bron: Rechtspraak

14 mei 2019Strafkamernr. S 18/03964KM

Hoge Raad der Nederlanden

Tweede Enkelvoudige Kamer
Arrest

[verdachte]

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 juni 2018, nummer 20/001570-16, in de strafzaak tegen:

ECLI:NL:HR:2019:726:DOC
nl

14 mei 2019Strafkamernr. S 18/03964KM
Hoge Raad der Nederlanden

Tweede Enkelvoudige Kamer
Arrest

[verdachte]

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 juni 2018, nummer 20/001570-16, in de strafzaak tegen:
1

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

overwegingen

2

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

beslissing

3

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van .